Rotterdamse ouders hechten aan een gemixte schoolpopulatie

Dossier

Werkplaatsen Sociaal Domein

Onderwijs is een belangrijke veroorzaker van kansenongelijkheid en segregatie. Rotterdams onderzoek naar schoolkeuzemotieven biedt aanknopingspunten voor beleid om een van de urgentste sociale vraagstukken van onze samenleving aan te pakken. 

Op verzoek van de Rotterdamse wethouder van Onderwijs Said Kasmi deed de Kenniswerkplaats Rotterdams Talent onderzoek naar keuzemotieven van ouders bij het kiezen van een school. De bevindingen bevestigen de uitkomsten van eerder onderzoek naar keuzemotieven (Gemeente Rotterdam, 2018 a en b).

Wat de schoolkeuze bepaalt

Ouders en leerlingen maken een schoolkeuze na weging van diverse motieven. Denk daarbij aan afstand, kwaliteit en sfeer van de school, leerlingenpopulatie, onderwijsconcepten, beschikbare schoolniveaus en onderwijscultuur. De zwaarte van elk keuzemotief wordt individueel bepaald.

Kwaliteit, sfeer en veiligheid zijn voorwaardelijk en gaan in wezen over de vraag of een school zijn zaken op orde heeft. Omdat dit op veel scholen het geval is, zijn deze kenmerken in objectieve zin nauwelijks onderscheidend, hoewel er met name bij sfeer en veiligheid grote verschillen in beleving kunnen zijn.

Bij andere motieven - samenstelling populatie, onderwijsconcept, schoolniveaus - hebben scholen meer mogelijkheden om zich te onderscheiden. Ze kunnen er bijvoorbeeld naar streven om een weerspiegeling van de samenleving te zijn, door leerlingen met een mix van sociaaleconomische en culturele achtergrond aan te trekken of te weren en door te werken met concepten die andere scholen in de buurt niet toepassen.

De onderwijscultuur overlapt met veiligheid en sfeer, maar biedt een school ook ruimte om in te gaan op wat ouders vooral willen, namelijk dat hun kind gezien wordt.

Waar hoog- en laagopgeleiden op letten

Schoolkeuzemotieven van ouders vormen een puzzel waarbij alle genoemde motieven een onderdeel vormen. Wel kunnen verschillende groepen in de samenleving andere accenten leggen in hoe belangrijk ze de verschillende motieven vinden.

Zo zijn hoogopgeleide ouders over het algemeen meer op zoek naar een onderwijscultuur gericht op samenwerking en zelfstandigheid. Laagopgeleide ouders daarentegen zijn wat meer op zoek naar een cultuur van discipline en resultaten.

Ouders doen vaak moeite om achter de kwaliteit - of uitstroomniveau - van scholen te komen. Open dagen zijn meestal de belangrijkste informatiebron, scholen hebben daar de mogelijkheid om zich van hun beste kant te laten zien.

Tot slot letten ouders ook op reputatie en ervaringen van andere ouders.

Ouders hechten aan gemengde scholen

Het valt op dat veel Rotterdamse ouders in ons onderzoek, zowel hoog- als laagopgeleid, aangeven belang te hechten aan een gemixte schoolpopulatie, die een afspiegeling vormt van de samenleving. Dat is wellicht minder verrassend dan lijkt, want Rotterdam was in de jaren 2008-2012 een van de twaalf pilot-gemeenten op het gebied van gemengde scholen.

De experimenten in de twaalf gemeenten draaiden om de keuzemotieven en het aanmeld- en aannamebeleid. In diverse gemeenten zijn verschillende instrumenten uitgeprobeerd: van één centraal aanmeldmoment en gezamenlijk aanmeldbeleid tot dubbele wachtlijsten, voorlichting en ondersteuning van ouderinitiatieven.

Recenter zijn Amsterdam en Haarlem pilots gestart met buurtgerichte ‘scholen-ringen’ voor aanmelding. Weer andere gemeenten proberen segregatie te bestrijden via onderwijshuisvesting. Bijvoorbeeld door homogeen samengestelde scholen niet automatisch uitbreiding toe te staan, wanneer er elders nog lokalen leeg staan. Andersom gebeurt het ook dat gemeenten een ruimhartig huisvestingsbeleid voeren voor scholen die gemengd zijn of gemengd willen worden.

Wat pilots tot nu toe vooral hebben geleerd, is dat ouders helder beleid begrijpen en accepteren. De pilots maken verder duidelijk dat instrumenten en eerdere ervaringen uit het basisonderwijs als werkzame elementen voor een nieuwe aanpak tegen segregatie en kansenongelijkheid kunnen worden ingezet.

Ook aanknopingspunten in voortgezet onderwijs

Dat ook in het voortgezet onderwijs terdege met de keuzemotieven van ouders en leerlingen rekening moet worden gehouden, is evident. In het voortgezet onderwijs is de situatie complexer. Daar zijn minder instrumenten en ervaringen beschikbaar. Niettemin zijn ook hier aanknopingspunten om, vooral via voorlichting en aannamebeleid, een gemengde schoolpopulatie en kansengelijkheid te bevorderen.

In het manifest van de Kenniswerkplaats Rotterdams Talent (KWP, 2018) zijn daartoe aanbevelingen gedaan. Zo is er de aanbeveling over het vergroten van kansen door het verlengen van brugklassen en het vergroten van de mogelijkheid tot stapelen zodat leerlingen niet al vroeg ‘verkeerd voorgesorteerd staan’.

Een tweede aanbeveling gaat in op het stimuleren van professioneel kapitaal. Het blijkt dat een kwalitatief goede docent voor de klas, bij voorkeur meerdere jaren achter elkaar, een groot verschil kan maken. Vandaar het pleidooi voor het vormen van professionele leergemeenschappen van docententeams op school.

Ook is het aanbevelenswaardig dat scholen via het Rotterdams burgerschapsonderwijs leren omgaan met verschillen en meer met ouders samenwerken rond schoolkeuzes.

Artikel 23 afschaffen?

In discussies over het bestrijden van onderwijssegregatie duikt regelmatig het verhaal op dat artikel 23 uit de Grondwet gewijzigd of afgeschaft moet worden, omdat dit het bijzonder onderwijs de ruimte biedt om leerlingen te weigeren. De vraag is of die drastische maatregel werkelijk nodig is, want als alle hier genoemde instrumenten binnen de bestaande wet- en regelgeving worden opgepakt en uitgevoerd, is er nog een hele wereld te winnen.

Guido Walraven is lector ‘Dynamiek van de Stad’ van de Hogeschool Inholland, Bruno Emans is onderzoeker van de CED-Groep, Judith Logger is docent en onderzoeker aan Hogeschool Inholland, Mariëtte Lusse is lector "Ouders in Rotterdam Zuid" bij Kenniscentrum Talentontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam en Tomislav Tudjman is onderzoeker bij Risbo.

 

Literatuur

Gemeente Rotterdam (2018a). Schoolkeuze-motieven van ouders. Een literatuurstudie. OBI: Rotterdam.

Gemeente Rotterdam (2018b). Schoolkeuze-motieven voor het voortgezet onderwijs. Een literatuurstudie. OBI: Rotterdam.

Kenniswerkplaats Rotterdams Talent (2018), Samen talenten en kansen versterken. Manifest voor onderwijs van Kenniswerkplaat Rotterdams Talent.

Kenniswerkplaats Rotterdams Talent (2019), Schoolkeuze aan de Maas.

 

Foto: Nationaal Historisch Museum (Flickr Creative Commons)