Utrechtse Marokkaans-Nederlandse jongeren vinden hun achterstandsbuurten gezellig

Achterstandswijken komen meestal negatief in het nieuws. Toch kunnen deze wijken voor de jongeren die er wonen veel betekenen. Zo voelen de Marokkaans-Nederlandse jongeren in Kanaleneiland en Hoograven met wie promovenda Patricia Wijntuin sprak zich sterk verbonden met hun buurt. Ze vinden het gezellig en voelen zich thuis.

Ongeveer tien jaar geleden deed ik onderzoek in de Utrechtse wijk Zuilen. Ik sprak twee Marokkaans-Nederlandse jongens. Zij vertelden mij, afzonderlijk van elkaar, dat de buurt net een dorp was en zij zich daar thuis voelden. Hun opmerking verwonderde mij. Hoe kan het, dat een buurt die als achterstandsbuurt en later als Vogelaarswijk werd bestempeld door beleidsmakers en in die tijd enorm negatief in het nieuws kwam, dergelijke gevoelens bij jongens kon teweegbrengen?

De sociale en emotionele binding die ze met de buurt hebben

Deze verwondering vormde het uitgangspunt van mijn promotieonderzoek. En zoals de twee jongens mij tien jaar geleden al vertelden; ook voor de jongeren in mijn onderzoek blijkt de buurt thuis te zijn. Om te weten welke sociale en emotionele binding Marokkaans-Nederlandse jongeren hebben met de buurt en hoe deze binding tot stand komt ben ik met hen in gesprek gegaan. Zij vertelden mij over hun buurt, Kanaleneiland en Hoograven, met wie zij omgaan in hun buurt en waarom de buurt voor hen van betekenis is.

De binding die jongeren met de buurt ervaren, komt tot uiting in hun sociaal-ruimtelijke praktijken. Daaronder vallen alle handelingen en sociale interacties van jongeren in de buurt: waar zij zich ophouden, met wie zij omgaan en wat zij doen. De sociaal-ruimtelijke handelingen van jongens en meiden worden voor een belangrijk deel gestructureerd door verschillende ideeën over gender en cultuur. Dit maakt bijvoorbeeld dat de meiden zich anders tot de publieke ruimte in de buurt verhouden dan de jongens.

Jongens zijn altijd buiten, waar ze hun vrienden ontmoeten

De publieke ruimte in de buurt is voor jongens een belangrijke plek om vrienden te ontmoeten, rond te hangen en of te voetballen. Deze sociale interacties vormen een wezenlijk onderdeel van het alledaagse leven van Marokkaans-Nederlandse jongens in Kanaleneiland en Hoograven. De jongens zijn altijd buiten, blijven dicht bij hun eigen bekende omgeving waar zij hun vrienden ontmoeten.

Door deze zichtbare aanwezigheid in de buurt, eigenen jongens zich als ware de publieke ruimte in de buurt toe. Zo creëren zij hun eigen sociale ruimte. Daardoor wordt de omgeving voor hen steeds veiliger en bekender en verandert de publieke ruimte in hun privédomein waar zij zichzelf kunnen zijn.

De meiden lopen rond en creëren zo ruimte voor zichzelf

De meiden zijn minder zichtbaar aanwezig in de buurt, omdat zij vooral rondlopen. Rondlopen stelt hen in staat te navigeren door de buurt, zich zowel door de fysieke als de sociale ruimte te bewegen. Rondlopen is voor hen, weliswaar minder zichtbaar, een manier om actief deel te nemen aan de buurt.

De meiden zijn zich erg bewust van culturele codes, zoals eer en schande, die hun gedrag in de publieke ruimte structureren. Omdat iedereen elkaar kent, doen ze er alles aan om hun reputatie hoog te houden. Verlies van reputatie heeft niet alleen gevolgen voor hen, maar ook voor hun familie. Rondlopen stelt meiden in staat zich ook door deze sociale ruimte te bewegen.

De tactiek van rondlopen biedt meiden de mogelijkheid om ruimte voor zichzelf te creëren in de openbare ruimte van de buurt en ondertussen beelden – dat zij niet rondhangen en hun eer hooghouden – over moslimvrouwen te bevragen. Met rondlopen bieden zij ook weerstand tegen de idee dat de publieke ruimte alleen het domein van jongens is.

De buurt betekent thuis zijn en gezelligheid

In hun verhalen over thuis en thuis voelen, komt het woord ‘gezellig’ steeds terug. Gezellig is een typisch Nederlands woord waarvan iedereen intuïtief weet wat er mee bedoeld wordt. Gezellig gaat over gelijkgestemdheid; met gelijkgestemden hebben jongeren het gezellig.

Samen voetballen, samen ergens zitten, samen zonnebloempitten eten. Het gaat de jongeren om een gevoel van herkenning en homogeniteit. Gezellig geeft uitdrukking aan de verbinding die de jongeren ervaren met hun buurt en de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap in het bijzonder.

‘Gezellig’ heeft echter ook een keerzijde: wie het spel niet kent, is spelbreker of wordt buitengesloten. Alleen (Marokkaans-Nederlandse) mensen uit Kanaleneiland en Hoograven begrijpen het soort gezelligheid van de buurt waar jongeren het over hebben, de ‘ander’ niet. ‘Gezellig’ krijgt daardoor iets uitsluitend.

Met het woord gezellig laten de jongeren echter zien dat ook dit type buurten gezellig kan zijn. Hierin klinkt een weerwoord door op de wijze waarop buitenstanders naar Kanaleneiland en Hoograven kijken.

Verbinding met Nederland begint in de buurt?

De sociale binding die de jongeren met hun buurt ervaren, komt tot uiting in de sociale netwerken die zij in de buurt hebben. Vrienden- en familienetwerken, vrienden en familie die op korte afstand wonen en elkaar regelmatig zien. Door deze netwerken voelen jongeren zich onderdeel van een hechte gemeenschap in de buurt waar zij zich veilig en geborgen weten.

Maar het meest komt hun binding met de buurt tot uiting als zij praten over Kanaleneiland en Hoograven als thuis. Het geeft hen het gevoel ergens bij te horen, een plek waar je je identiteit kan ontwikkelen, waar je jezelf herkent. Het is een plek waar ze geboren en getogen zijn, waar het gezellig toeven is.

Het woord gezellig geeft daarmee uiting aan de emotionele verbinding die zij met de buurt ervaren, maar misschien nog meer met Nederland door de manier waarop zij het woord gebruiken. Hun binding met de buurt laat daarmee zien dat verbondenheid met Nederland niet alleen op nationaal niveau gezocht moet worden, maar op alledaagse plekken waar mensen veel komen. Zoals deze achterstandswijken in Utrecht.

Patricia Wijntuin is docent-onderzoeker op de Hogeschool Utrecht en docent bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht. Dit artikel is gebaseerd op haar proefschrift ‘Mijn buurt is leuk en gezellig. De betekenis van de buurt voor Marokkaans-Nederlandse jongeren in achterstandswijken', Radboud Universiteit, 2019. 

 

Foto: Kars Alfrink (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 2099 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Nog jong worden jongens op straat gezet. In zo’n ‘publieke ruimte in de buurt’ vindt hun primaire opvoeding plaats. Zo gaat dat in veel Islamitische landen, patroonmatig, en nu ook hier.
    Deze ‘straatjeugd’ is makkelijke prooi van ‘street alligators’ en ideaal kweekbed van jihadisten. Denkt maar aan die Afghaanse ‘talibs’, verwaarloosde jeugd in koranschooltjes (madrassa’s) ‘opgevangen’ en er getraind. En seculiere criminelen maken gebruik van hun juridische onschendbaarheid vanwege hun zeer jonge leeftijd.

    P. Wijntuin noemt dat ‘gezellig’. Ik niet. Gezelligheid zie ik op de schilderijen van Jan Steen, in het toepassen van dat Nederlandsche begrip op Marokkaanse straatjeugd een cultureel vergrijp.

  2. Beste Patricia,

    Interessant artikel! Wat mij verwondert is dat beleidsmakers niet uitgaan van hoe inwoners van de wijk zelf hun wijk beleven, maar van hun eigen beleidswerkelijkheid. Wiens probleem wordt eigenlijk aangepakt met maatregelen in ‘achterstandsbuurten’?

    Een belangrijke bevinding van jou is volgens mij “wie het spel niet kent, is spelbreker of wordt buitengesloten”. Thuisgevoel (‘ons kent ons’) staat dus op gespannen voet met diversiteit en inclusiviteit. Je deelt je thuis niet met iedereen. Dit spanningsveld lijkt mij onvermijdelijk en goed om bij stil te staan in discussies over meer gemengde buurten.

    Dat is er iets dat jouw artikel niet bespreekt: sociale klasse. De beschreven gemeenschap in Kanaleneiland etc. is niet heel erg anders dan andere traditionele arbeiderswijken: veel samenhang binnen de wijk, familie, werk en collega’s in de buurt, weinig contact met de wereld daarbuiten. De middenklasse verhuist vaker over langere afstanden en kent daardoor minder mensen in de eigen buurt, maar heeft een groter netwerk buiten de buurt. Familie en studievrienden in andere plaatsen, oud-collega’s, etc. Zij hebben de buurt minder nodig om zich op hun plek te voelen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *