Waarom zijn de notulen van de kabinetsvergaderingen niet openbaar?

Terwijl de overheid haar burgers meer en meer bespioneert verwacht ze dat de burger de overheid op haar woord gelooft. Waarom worden de notulen van de kabinetsvergaderingen– waarbij de veiligheid of economische belangen nauwelijks in het geding zijn – dan niet openbaar gemaakt?

In de zomer van 1844 werd Groot-Brittannië opgeschikt door een groot spionageschandaal. Brieven van Giuseppe Mazzini, de Italiaanse politieke activist die toen in ballingschap in Londen verbleef, bleken namelijk op verzoek van de Oostenrijkse ambassadeur geopend, gelezen, gekopieerd en weer gesloten te zijn door de Britse minister van Binnenlandse Zaken, Sir James Graham. Het Britse publiek was erg verontwaardigd dat het briefgeheim was geschonden. Immers, hoe kon men nog, als familie bijvoorbeeld, vertrouwelijke en intieme relaties met elkaar onderhouden als derden ook toegang hebben tot persoonlijke brieven? Thomas Carlyle schreef in 1844 in een ingezonden brief: ‘it is a question vital to us that sealed letters in an English post office be, as we all fancied they were, respected as things sacred’. Carlyle beschouwt het briefgeheim dus als iets heiligs, iets sacraals waar zeker niet zomaar inbreuk op kan worden gemaakt. De gedachte dat men bovendien ook niet kon weten óf een persoonlijke brief wellicht zonder toestemming was geopend en gelezen maakte de verontwaardiging alleen maar groter. Charles Dickens schreef zelfs rond de zegel van twee brieven die hij in juni 1844 verstuurde: ‘It is particularly requested that if Sir James Graham should open this, he will not trouble himself to seal it.’[1]

Klokkenluiders als Snowden zijn vrijwel nergens op deze planeet nog veilig

Kortom, niet alleen terroristen hebben blijkbaar behoeften aan geheimen. Het is veelzeggend dat het woord ‘geheim’ is afgeleid van het woord ‘heym’ of ‘heem’ dat in Middelnederlands ‘huis’ betekent. Intimiteit, vertrouwen, ‘huiselijkheid’ zijn namelijk onmogelijk zonder geheimen. Want alleen als men in staat is onderscheid te maken tussen de verschillende sociale rollen die men heeft en dus zaken ‘geheim te houden’, zijn vertrouwelijke en intieme relaties mogelijk. Geheimen zijn een soort maskers, in het Latijn ‘persona’, die mensen in staat stellen hun ‘persoonlijkheid’ vorm te geven. Zonder geheimen, zonder ‘privacy’ dus, wordt het onmogelijk te differentiëren tussen verschillende sociale rollen, wordt alles gelijk en platgeslagen en verliest het maatschappelijk leven als geheel haar diversiteit, vertrouwelijkheid en ‘huiselijkheid’. Er staat dus nogal wat op het spel en Dickens, Carlyle en hun tijdgenoten begrepen dat maar al te goed.

Je gaat je dus afvragen wat zij zouden hebben gevonden van de recente onthullingen door de Britse krant The Guardian van massale afluisterpraktijken, waarbij niet slechts enkele maar miljoenen e-mails en telefoongesprekken worden gekopieerd en opgeslagen. Berichten die naar men mag verwachten in principe allemaal opvraagbaar zijn en dus ook gelezen kunnen worden door in ieder geval de meer dan 1 miljoen Amerikanen met een toegang tot ‘top secret’ documenten. Het Britse spionageschaal van de zomer van 1844 heeft daarmee een microscopische omvang gekregen in vergelijking met het spionageschaal dat deze zomer werd onthuld. Behalve de omvang is er nog een groot verschil tussen het spionageschandaal van toen en nu. Na 1844 werd er naar aanleiding van de ophef vrijwel geen toestemming meer gegeven voor het in het geheim openen van brieven. Vandaag de dag lijken de autoriteiten echter Oost-Indisch doof voor kritiek. Klokkenluiders zoals Edward Snowden zijn vrijwel nergens op deze planeet nog veilig en critici die het een en ander aan de kaak stellen worden geïntimideerd zoals de Britse krant The Guardian ondervond toen de redactie onder het toeziend oog van overheidsbeambten gedwongen werd computers met belastend materiaal te vernietigen. Zelfs de partners van journalisten worden niet ontzien en kunnen blijkbaar op basis van een terrorismewet uren op een vliegveld vastgehouden worden.

Overheden kunnen slecht overweg met transparantie

Terwijl van burgers tegenwoordig dus wordt verwacht dat ze meer en meer staatstoezicht accepteren heeft een andere klokkenluider, Bradley Manning, die vorige week tot 35 jaar gevangenisstraf is veroordeeld, aangetoond dat overheden zelf steeds minder goed overweg kunnen met openheid en transparantie. Ironisch genoeg kunnen we door dit gebrek aan overheidstransparantie bijvoorbeeld niet controleren of de afluisterpraktijken die Edward Snowden heeft onthuld inderdaad zoveel terroristische aanslagen hebben helpen voorkomen als door de veiligheidsdiensten wordt beweerd. Dat is een groot probleem. Terwijl de overheid haar burgers meer en meer bespioneert en het publiek blijkbaar dus minder en minder vertrouwt verwacht ze tegelijkertijd wel dat hetzelfde publiek zonder dit te kunnen controleren de overheid op haar woord gelooft: ‘Gaat u maar rustig slapen’.

In een democratie wordt de afweging tussen veiligheid en privacy uiteindelijk gemaakt door het publiek in een maatschappelijk debat. Voor het voeren van zo’n debat én voor het controleren van de staat zijn transparantie en openheid vereist. Echter, terwijl de staat meer en meer over ons weet lijken wij minder en minder over de staat te weten. In het klassieke Athene bijvoorbeeld werden alle staatszaken nog publiekelijk en in het openbaar door iedereen en in alle openheid besproken. Waarom worden de notulen van de kabinetsvergaderingen – notulen waarvan ongetwijfeld bij verreweg het grootste deel de veiligheid of economische belangen van Nederland op geen enkele wijze in het geding zijn – dan niet openbaar gemaakt? Waarom worden (gedetailleerde) begrotingen waarin we bijvoorbeeld exact kunnen zien wat een ministerie, een ziekenhuis of een andere met publiek geld gefinancierde instelling waar aan heeft gespendeerd niet vrijgegeven? Als alles standaard zoveel mogelijk openbaar zou worden gemaakt wat openbaar kan worden gemaakt dan is men bovendien gelijk af van de vele WOB verzoeken en het misbruik dat soms van deze wet wordt gemaakt.

De ministerraad is geen geheim genootschap

Een dagboek of familieaangelegenheid behoren dus intiem en vertrouwelijk te kunnen zijn en blijven. Maar de ministerraad is geen geheim genootschap of een intiem vriendenclubje maar een formele instantie die het publiek belang moet vertegenwoordigen en behartigen. Wat zou een minister redelijkerwijs te verbergen kunnen hebben? Waarom wordt het getolereerd dat allerlei publieke besturen, dus niet alleen de ministerraad, in het geheim kunnen vergaderen? ‘We moeten wel’, is het veelgehoorde antwoord, ‘zodra dit soort vergaderingen openbaar worden zal het echte overleg zich naar elders verplaatsen’. Goed, maar de officiële beraadslaging is dan tenminste openbaar en onderworpen aan de kritiek van media en publiek en de norm wordt bekrachtigd dat het publieke debat zoveel mogelijk in alle openbaarheid hoort plaats te vinden en dat is winst.

Afgelopen maandag haalde minister Plasterk tijdens zijn openingstoespraak voor de zomerconferentie van het Montesquieu Instituut – met dit jaar als thema ‘transparantie’ – een uitspraak van zijn voorganger ex-minister Donner aan waarin de politiek wordt vergeleken met een worstenfabriek. De worst is lekker maar je moet niet willen weten hoe de worsten gemaakt worden. Het verschil is natuurlijk dat er geen ‘Keuringsdienst van Politici’ bestaat die voor ons de politiek in de gaten houdt en grenzen stelt. Dat zullen we, in een democratie, toch echt zelf moeten doen en zonder transparantie gaat dat niet. We leven blijkbaar in een tijd waarin de staat haar burgers wel op allerlei manieren kan controleren en in de gaten kan houden terwijl wij als burgers zeer beperkt zicht hebben op wat allerlei publieke instanties, zoals het kabinet of de ECB, in onze naam bespreken en uitvoeren. In zo’n ‘omgekeerde wereld’ kan de democratie niet goed functioneren en lopen onze vrijheden gevaar.

Pepijn van Houwelingen is technisch bedrijfskundige. Dit artikel verscheen eerder in verkorte vorm op de site van de Volkskrant.

 


[1] De twee Engelse citaten zijn overgenomen uit Kate Lawson’s essay: “Personal Privacy, Letter Mail, and the Post Office Espionage Scandal, 1844”.

Dit artikel is 609 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Transparantie is niet gewenst in dit soort besprekingen, anders moeten ze hier ook de dubbele moraal aanhouden en naar de mond van het volk lullen en andere achterkamertjes zoeken om hun “werkelijke” mening te ventileren.

    Ik heb al lang niet meer de illusie dat deze mensen het volk vertegenwoordigen. Derhalve is het noodzaak voor deze mensen in het geheim te opereren zodat ze de schijn naar het volk hoog kunnen houden. Het volks is echter dom genoeg iedere vier jaar weer voor dezelfde partijen te kiezen die ons al decennia voor de gek houden samen met de media die doen alsof er naast de gevestigde partijen niets bestaat.

    Helaas bestaat het grootste gedeelte van het volk uit hersenloze schapen die zich dag in dag uit laten indoctrineren door dat kastje in hun huiskamer dat beelden laat zien en hier nog een heilig geloof aan hechten ook. Zolang deze massa mensen te dom is om in te zien dat ze als schapen naar de slachtbank worden gebracht ten faveure van het grootkapitaal werkt zelfs democratie niet. De meerderheid bepaald en dit zijn heden ten dage voor het overgrote deel domme makke schapen die zich alles laten wijsmaken.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *