Emoties verdienen het om recht te worden gedaan

Jan Willem Duyvendak stelt dat we onterecht alarmistisch zijn over kloven in de samenleving. Feiten zouden leren dat kloven eerder zijn verkleind dan vergroot. Volgens Saskia Keuzenkamp en Christa Anbeek verhult te veel nadruk op cijfers de werkelijkheid.

Duyvendak spreekt in zijn boek Spookkloven van emotionele polarisatie. Er is volgens hem een grote mismatch tussen de objectieve kloven en de perceptie daarvan. Interessant in dit verband is een recente column van wetenschapshistoricus Sjang ten Hagen, waarin hij erop wijst dat wat in de sociale wetenschappen als feit wordt gepresenteerd nogal eens tot verwarring leidt. Met het presenteren van feiten lijken wetenschappers zekerheid te bieden, zo stelt hij. Maar vaak worden alleen cijfers als feiten gezien en als enige juiste weergave van de werkelijkheid.

Werkelijkheid gereduceerd

Het is nuttig dat Duyvendak aan de hand van cijfers beschrijft dat er minder sprake is van polarisatie en toenemende kloven dan vaak wordt beweerd. Door cijfers als de maat der dingen te nemen, doet hij echter onrecht aan de werkelijkheid. Hij betoont zich in die zin een positivist, die alleen wat met wetenschappelijke methoden meetbaar is als geldige en ware kennis bestempelt.

De toegenomen waardering van ervaringskennis in beleid en politiek is in de ogen van Duyvendak een reflectie van de laatste fase van de emancipatie van burgers. Mondige burgers eisen dat er meer naar hen geluisterd wordt. Alleen zij zouden de echte kenners van het leven zijn, waar politici en ambtenaren nog veel van kunnen leren.

Duyvendak lijkt amper bekend met de wetenschappelijke literatuur over ervaringskennis

Met zijn betoog draagt Duyvendak bij aan de instandhouding en wellicht zelfs aan de vergroting van een kloof die hij niet noemt, namelijk die tussen wetenschappelijke kennis en ervaringskennis. Empirisch-wetenschappelijke kennis moet wat hem betreft het zwaarst wegen.

Duyvendak lijkt amper bekend met de wetenschappelijke literatuur over ervaringskennis. Ook negeert hij de relevantie van andere stromingen, zoals de fenomenologie, en disciplines, zoals de geesteswetenschappen, in zijn analyse.

Wie de samenleving wil begrijpen, moet meer doen dan statistieken lezen. Er is niet één waarheid. Cijfers zijn een reductie van de werkelijkheid. Nuttig, maar niet zaligmakend. De grotere aandacht en dito waardering voor ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid zouden sociale wetenschappers moeten stimuleren de literatuur over de relevantie van emoties en ervaringen onder de loep te nemen. En het zou goed zijn met elkaar na te denken over wanneer welke kennis en welke stem gehoord moet worden.

Bedenkelijk argument

Sociaal wetenschapper en ervaringswerker Ed van Hoorn plaatste in zijn reactie op het interview met Duyvendak op socialevraagstukken.nl enkele belangrijke kanttekeningen. Zo betwist Van Hoorn de stelling dat ervaringskennis tegenwoordig omarmd zou worden als belangrijkste bron van kennis. Duyvendak maakt de waardering voor ervaringskennis, aldus Van Hoorn, veel groter dan ook wij in de praktijk constateren. Het zou al heel mooi zijn als ervaringskennis als gelijkwaardige kennisbron zou worden bezien, maar dat is nog lang niet het geval.

Goede professionals zullen vast leren van de ervaringen van hun klanten, maar ervaringskennis is toch echt wat anders.

Ook wijst Van Hoorn op het bedenkelijke argument dat ervaringskennis niet nodig zou zijn omdat de professionele kennis al geaccumuleerde ervaringskennis van de klanten omvat. Professionele kennis is echter primair verworven tijdens opleiding en gedurende de beroepsuitvoering. Goede professionals zullen vast leren van de ervaringen van hun klanten, maar ervaringskennis is toch echt wat anders.

Om de emeritus-hoogleraar Sociologie Thomasina Borkman te citeren: ‘Experiential knowledge is truth learned from personal experience with a phenomenon, rather than truth acquired by discursive reasoning, observation, or reflection on information provided by others.’ Zie ook het artikel van Van Hoorn en Saskia Keuzenkamp over het onderscheid tussen ervaringskennis en professionele kennis.

Meer artikelen over het boek Spookkloven van Jan Willem Duyvendak

Jan Willem Duyvendak: ‘Te weinig oog voor echte problemen’ – Sociale Vraagstukken

We zijn niet zo gepolariseerd als we denken — Migratiesamenleving @ Sociale Vraagstukken

De opleidingsscheidslijn is echt – en ze doet ertoe – Sociale Vraagstukken

De Sociologie Show – Podcast #11: ‘Zo gepolariseerd zijn we helemaal niet’ – Sociale Vraagstukken

Jan Willem Duyvendak ziet gebrekkig gevoel voor verhoudingen – Sociale Vraagstukken

Kloof tussen stad en platteland is geen spook – Sociale Vraagstukken

 

Persoonlijk en politiek

Wij willen nog twee andere punten bespreken in de hoop bij te dragen aan betere waardering en benutting van ervaringskennis in het publieke en politieke debat. Niet om wetenschappelijke kennis en professionele kennis af te serveren, maar om te bevorderen dat er meer precisie ontstaat over wanneer en hoe welke kennis(bron) aangeboord moet worden.

Ervaringen, emoties en ervaringskennis kunnen ieder voor zich nuttig zijn in beleid en politiek

Allereerst iets over emoties, ervaringen en ervaringskennis, begrippen die Duyvendak wat losjes door elkaar gebruikt. Er is een relatie tussen ervaringen en emoties, want ervaringen wekken vaak emoties op. Bij ervaringskennis gaat het echter om kennis die is ontstaan door op die ervaringen en emoties te reflecteren, bijvoorbeeld in dialogische gemeenschappen van lotgenoten en peers. Ervaringen, emoties en ervaringskennis kunnen ieder voor zich nuttig zijn in beleid en politiek. Zo vervullen emoties vaak een eerste signaal als reactie op een gebeurtenis. Reflectie daarop leidt tot duiding van wat er plaatsvindt en wat dat mogelijk voor consequenties heeft of zou moeten hebben.

De Amerikaanse filosoof Judith Butler heeft laten zien dat emoties als verdriet en kwetsbaarheid niet alleen persoonlijk zijn, maar ook politiek. Denk aan de publieke rouw om slachtoffers van terrorisme in onze nabije omgeving versus de stilte rond vluchtelingen die verdrinken in de Middellandse zee. Emotie onthult hier een morele hiërarchie: wiens leven telt, krijgt aandacht en wiens leven niet telt weinig of niet.

Morele dialoog

Ervaringen en emoties verdienen ruimte in het publieke en politieke debat, allereerst om te attenderen op (on)gewenste situaties en ontwikkelingen die aandacht verdienen. Vervolgens is weging nodig van de ernst en omvang van dat waarop de aandacht is gevestigd. Dat kan deels door empirisch waarneembare aspecten van die gebeurtenissen te onderzoeken, maar daarnaast is een morele dialoog nodig. Het voeren van een diepgaande morele dialoog aan de hand van ervaringen, emoties én cijfers is een kunst en ambacht op zich. Cijfers alleen zijn niet voldoende. De verschillende stemmen, van verschillende groepen betrokkenen, in al hun diversiteit zijn daarvoor onontbeerlijk. Evenals dialogische reflecties over wat wij als samenleving onder het goede en rechtvaardige verstaan.

Bronnen van transformatie

Als tweede een opmerking over de epistemologische relevantie van emoties en ervaringen. Zo beschrijft de Amerikaanse filosoof Susan Brison haar eigen ervaring met seksueel geweld en hoe die ervaring haar identiteit, haar taal en haar wereldbeeld fundamenteel veranderde. Ze laat zien dat trauma niet alleen een psychologisch fenomeen is, maar ook epistemologisch: het verandert hoe iemand de wereld kent.

Emoties vormen een signaal en verdienen het om recht te worden gedaan

Christa Anbeek sluit daar in haar boek Kwetsbaarheid omhelzen naadloos bij aan. Anbeek stelt dat ontregelende ervaringen, zoals verlies, ziekte of existentiële breuken, niet alleen destructief zijn, maar ook bronnen van transformatie. Ze spreekt over grensmomenten waarin het vanzelfsprekende wegvalt en mensen gedwongen worden tot heroriëntatie. Dat is relevant voor mensen zelf, maar ook voor omgeving, beleid en ondersteuning. De inbreng van ervaringskennis kan een waardevolle aanvulling vormen voor kennis over interventies vanuit wetenschappelijke en professionele kennis, en deze soms zelfs op z’n kop zetten.

Signaal voor wetenschappers

Als er alarmistisch wordt gesproken, zou dat een signaal moeten zijn voor wetenschappers. Niet uitsluitend om, zoals Duyvendak doet, de feiten op een rij te zetten, maar ook om ervaringskennis als kennisbron beter te benutten in de analyse en het denken over wat wie te doen staat. Ervaringskennis kan moreel richting bieden, waarbij van belang is op te merken dat er altijd meerstemmigheid zal zijn. Immers, niet iedereen ervaart eenzelfde gebeurtenis hetzelfde. Emoties vormen een signaal en verdienen het om recht te worden gedaan. Ervaringsdeskundigen zijn bij uitstek personen die daarin een rol kunnen vervullen.

Saskia Keuzenkamp is vanuit Movisie bijzonder hoogleraar Participatie en effectiviteit bij de afdeling Sociologie van de Vrije Universiteit. Christa Anbeek is bijzonder hoogleraar Tekstuele, historische en systematische studies van het Jodendom en Christendom aan de Radboud Universiteit Nijmegen en coördinator kennisfundament bij Movisie.

 

Foto: Erich Kaukomieli (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 516 keer bekeken.

Reacties 1

  1. De reactie van Keuzenkamp en Anbeek spitst zich toe op de rol van ervaringskennis naast die van feitenkennis. Maar ook de feiten waarop Duyvendak zich beroept rammelen. Dat is vanuit zijn eigen wetenschapsopvatting (als empirist) gezien kwalijk. De eerste socioloog – Durkheim- wist al beter: sociale feiten zijn dingen. Harde feiten. Van alle kloven dicht hij alleen de vermogenskloof een realiteitsgehalte toe. Daarmee verwaarloost hij de doorwerking die vermogensongelijkheid heeft in andere bereiken en die wel degelijk bestaan. Ook zijn cijfers masseren ongelijkheid weg. Bijvoorbeeld-rond inkomensverschillen gebruikt hij de antieke Gini-coefficient. Ik acht hem op economisch terrein niet competent. Zo haalt hij de rechtse Zweedse econoom Waldenström aan die een verdediger is van belastingparadijzen. Op andere tegenstellingen zoals opleidingsverschillen wrijft hij collega’s gebrek aan empirisch bewijs aan (zie TsV Willens en Bovens van 30-10-25).Wat armoe betreft heeft Tim s’Jongers in de Correspondent Duyvendak weerlegd.
    Het komt erop neer dat Duyvendak de burgerlijke sociologie vertegenwoordigt zoals we die kennen van van Doorn een halve eeuw geleden.. Die sprak van de proletarische achterhoede; Duyvendak spreekt van nog resterende verschillen. We zijn er bijna!
    De verzorgingsstaat heeft scherpe kanten wat weggeslepen maar dat we er bijna zijn slaat nergens op. Duyvendak zou er goed aan hebben gedaan om aan te geven hoe de in zijn ogen enige tegenstelling die ons verdeelt weggewerkt kan worden. Daarover lees je niks bij hem.
    Ik ken reeksen jonge economen die daar helder over weten te informeren. En geen mist verspreiden over maatschappelijke tegenstellingen.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *