#10 – Ervaringsdeskundigen zijn antiserum voor fictief beleid

Serie

Nabij is beter. Decentraal denken en doen

In samenwerking met KING (Kwaliteits Instituut Nederlandse Gemeenten) en de VNG halen Pieter Hilhorst en Jos van der Lans verhalen en ervaringen op over de vraag of de decentralisaties op de werkvloeren van de samenleving daadwerkelijk de vernieuwing op gang brengen die ze hebben beloofd. Elke twee weken rapporteren zij daarover op socialevraagstukken.nl en nodigen zij mensen uit om mee te denken.
Ervaringsdeskundigen kunnen hulpverleners helpen om de kloof met hun cliënten te overbruggen. Maar de grootste klus voor ervaringsdeskundigen ligt op beleidsmatig niveau: het dichten van de kloof tussen leefwereld en systeemwereld, betogen Pieter Hilhorst en Jos van der Lans.

Het zijn voor hulpverleners verboden gevoelens. Het gevoel van teleurstelling in de cliënt. Het wantrouwen in de motieven van de bewoner, en de opborrelende boosheid over het gedrag van hulpvrager. Dan doe je als hulpverlener nog zo je best en dan laat de betrokkene het afweten, of erger: hij verprutst de kansen die hij krijgt. In onderzoeken naar de oorzaak van stukgelopen schuldverlening wordt een verzuurde relatie tussen hulpverlener en hulpvrager als een van de oorzaken genoemd.

In het onderzoek Systeem in beeld ontdekte men hierin zelfs een steeds terugkerende logica. De onderzoekers brachten de hulp aan gezinnen met gestapelde problemen over een periode van een aantal jaar in kaart. Soms waren hele behangrollen nodig om te laten zien wie er allemaal bij een gezin betrokken waren geweest. In de relatie tussen gezin en hulpverleners viel een vast patroon te constateren. Een nieuwe hulpverlener probeerde eerst het vertrouwen te winnen van het gezin. Als dat enigszins lukte, dan werden er afspraken gemaakt. Die afspraken konden vervolgens om wat voor reden dan ook niet worden nagekomen (soms niet door de hulpverlener, maar vaker niet door het gezin). Daarop verloor de hulpverlener het vertrouwen in het gezin en werd de hulpverlening gestaakt, waarna een nieuwe cyclus kon beginnen.

De verleiding van morele afkeer

De Canadese schrijver Michael Ignatieff heeft voor dat gevoel waar hulpverleners tegen vechten een mooie term gemunt: de verleiding van morele afkeer. De verleiding om een afkeer te krijgen van mensen die je juist wilde helpen. Volgens hem is dat ook de verleiding waar mensen die werkzaam zijn in de ontwikkelingshulp tegen vechten. Te vaak gedijt het goede werk slecht. De waterputten die met veel pijn en moeite zijn aangelegd, zijn binnen de kortste keren kapot. De kippen die eieren voor de verkoop moeten gaan produceren worden opgegeten. En dat is de schuld van de mensen die we juist kwamen helpen: de ondankbaren. Het is een verboden gevoel dat ook opduikt bij vredessoldaten. Komen we vrede brengen in Kunduz en scholen bouwen en wat doen die duivelse Afghanen? Ze branden de scholen plat en werken stiekem samen met de Taliban.

Ignatieff voert de verleiding van morele afkeer terug op het romanpersonage Kurtz uit Heart of Darkness van Joseph Conrad. Hij trok de jungle van Congo in om de ‘inboorlingen’ te beschaven. Over zijn beschavingsmissie schrijft hij een deftig verslag, maar op het einde van zijn leven, kalkt hij doorgedraaid in de kantlijn: ‘Kill the brutes’. Hij geeft zich volledig over aan de verleiding van morele afkeer. Hij schreef zijn essay naar aanleiding van Rwanda, maar het heeft net zo goed betrekking op Afghanistan of Syrië.

Ervaringsdeskundigen: antiserum tegen het verboden gevoel

Onlangs was Lut Goossens van De Link uit Vlaanderen in Nederland voor een bijeenkomst over ervaringsdeskundigheid onder de titel ‘Armoede in de uitverkoop’ (Zie hieronder voor een videoverslag). Zij vertelde eerlijk dat zij vroeger ook moest vechten tegen het verboden gevoel van teleurstelling in de cliënt. Dat veranderde toen ze 25 jaar geleden begon te werken met mensen die een leven lang ervaring hadden met armoede. Het confronteerde haar met de mate waarin ze toch impliciet haar eigen wereldbeeld als norm nam in de contacten met cliënten. Zolang het idee is dat de hulpverlener helpt, verwacht die impliciet dankbaarheid terug voor deze charitas. Als die dankbaarheid uitblijft ligt verzuring op de loer.

In België zijn inmiddels meer dan 130 ervaringsdeskundigen werkzaam op het gebied van armoedebestrijding om de kloof tussen de leefwereld van de hulpverlener en de betrokkenen te overbruggen. Of zoals een deelnemer zegt: ‘Het is makkelijker om je verhaal te doen tegen iemand die uit eigen ervaring weet wat je doormaakt.’ In Nederland is nu ook een opleiding gestart voor ervaringsdeskundigen die een leven in armoe hebben gekend. De eerste zeven hebben de opleiding afgerond. Op andere terreinen vooral in de geestelijke gezondheidszorg en mensen met een lichamelijke beperking wordt al veel langer gewerkt met ervaringsdeskundigen.

Verplaatsen in het perspectief van de cliënt

Ervaringsdeskundigen zijn een antiserum voor de verleiding van morele afkeer. Het dwingt mensen om zich nog meer te verplaatsen in het perspectief van cliënten. Zo vertelden sommige ervaringsdeskundigen op de bijeenkomst over hun levenslange training in wantrouwen tegen de hele wereld en instanties in het bijzonder. Binnen dit wereldbeeld is een afspraak geen afspraak, maar iets dat je moet beloven om het spel mee te spelen. ‘Jij doet of je me helpt met een werkervaringsplaats en ik doe alsof ik blij ben met deze kans om kleerhangers te sorteren.’ Nu is het zo dat de meeste hulpverleners flink getraind zijn in empathie en zich goed kunnen verplaatsen in hun cliënten. Maar zolang cliënten niet de regie in handen hebben, ligt de verleiding van paternalisme op de loer. En wat begint als paternalisme slaat snel om in afkeer.

Met verkeerde aannames organiseren we teleurstellingen

Het is mooi als hulpverleners en ervaringsdeskundigen samenwerken. Maar de kennis van de ervaringsdeskundigen komt nog beter tot zijn recht in de wisselwerking met beleidsmakers. Een van de beloften van de decentralisatie is dat de kloof tussen systeemwereld en leefwereld kleiner wordt. De systeemwereld is daarentegen volledige gebaseerd op het wereldbeeld van mensen die zelf geen armoede hebben meegemaakt. De systeemwereld denkt dat financiële prikkels werken. En dat als we een boete uitdelen aan mensen die hun ziektekosten niet betalen (de bestuursrechtelijke premie) mensen wel gedwee zullen gaan betalen.

De werkelijkheid is anders. Het aantal wanbetalers is van 2010 tot 2014 gestegen van 267.000 tot 329.000. Het onderscheid tussen niet-willers en niet-kunners is ook zo’n beleidsmatig onderscheid dat niet aansluit bij de leefwereld. Wie niet begrijpt waarom mensen doen wat ze doen, denkt al snel dat ze niet–willers zijn. Het onderscheid schept zo ruimte om toe te geven aan de verleiding van morele afkeer. Juist de kennis van ervaringsdeskundigen kan voorkomen dat beleidsmakers teruggrijpen op zulke simplistische categorieën. Juist daar hebben ze een wereld te winnen. En de beleidsmakers ook, want door de leefwereld te negeren creëren we beleid gebaseerd op fictieve aannames over het gedrag van mensen in de knel. En door die verkeerde aannames organiseren we onze eigen teleurstellingen en nieuwe aanleidingen voor de verleiding van morele afkeer.

Pieter Hilhorst is politicoloog en publicist, tot maart 2014 was hij wethouder in Amsterdam; Jos van der Lans is cultuurpsycholoog en publicist. De grondslag voor deze rubriek vormt hun essaybundel Nabij is beter. Essays over de beloften van de 3 decentralisaties. (Den Haag: KING/VNG, 2013).

Videoverslag van de conferentie 'Armoede in de uitverkoop', gemaakt door Hugo Meijer en Cas van de Pas, van Eropaf! & CO.

Foto: Tim Abott (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (5)

  1. Zeer herkenbaar stuk. Wij werken vanuit het gedachtengoed van Chris Argyris. Hij is gespecialiseerd in leren leren. En in waarom we niet meer leren van elkaar door onze eigen defensiviteit. Gedachten censureren en niet bespreekbaar maken en vanuit je eigen wereldbeeld oordelen en conclusies trekken over en voor de ander, gebaseerd op je eigen aannames die je niet toetsbaar maakt door ze niet te bespreken staat centraal in zijn werk. Hij heeft een aantal tools ontwikkeld, waarmee je op een goede manier kan leren reflecteren. Die je helpen zien hoe jouw gedachten over de ander in het contact gaan werken als self fullfilling prophecy omdat de ander voelt/opmerkt aan jouw non-verbale signalen dat je iets negatiefs verborgen houdt, de ander krijgt daardoor ook onuitgesproken gedachten over jou en voor je het weet zit je in een gesprek waar je allebei net doet alsof je niet merkt dat de ander het helemaal niet meer ziet zitten. De vaardigheden om als hulpverlener in actie, dus tijdens het gesprek te reflecteren en dit bespreekbaar te maken zijn in mijn ogen cruciaal om van de transformatie een succes te maken. Dit kan naast het werken met ervaringsdeskundigen een mooie ingang zijn om ieder die in het sociale domein werkzaam is op een betere manier in dialoog te laten gaan met de cliënten en als hulpverleners onderling. Iedereen die hierover een goed gesprek met ons wil voeren is van harte welkom!

  2. Mee eens als professioneel ervaringsdeskundigheid ben ik al jaren actief. Afgestudeerd als maatschappelijk werker en ervaringsdeskundigheid in de zorg en samenleving als rolstoegebruiker. Prachtig om te zien dat dit een belangrijke meerwaarde heeft in hulpverlening en beleid. Maar waarom wordt hier niet gewoon betaald en wel salaris. Voor niks gaar de zo’n op.

  3. Hallo

    Ik ben zelf een familie ervaringsdeskundige met een zoon van nu 24 jaar. Hier bij hebben wij als gezin alles mee gemaakt wat je als ouders niet wilt mee maken. Maar we hebben er zelf een positieve draag aan weten tegeven met heel veel ups en dounds . Het resultaat is dat hij diploma’s heeft en nu in juli vast contract heeft getekend. Als ouders is het heel belangrijk dat je achter je kind blijft staan, en blijft stimuleren hoe zwaar het ook allemaal zal zijn.Wij hebben zelf alles aan steun en therapie echt samen gedaan hij was nooit alleen. Dit puur om hem over al in tebegelijden zo als , school , vrienden , werk. Ik wil heel graag de jongeren en hun ouders graag helpen om samen te blijven praten en elkaar niet te verliezen . Zelf hebben wij veel gemist in deze hele zware periode .

    Vriendelijke Groet Jikke van der Wal

  4. Wat leerzaam dit en zo waar. Wij hebben een vriend Maatje, hij is onze mantelzorger. Wij zij een gezin dat erge dingen meemaakte en armoe kent. Onze Mantelzorger is uniek,zes jaar geleden ontmoet,en hij heeft steeds met ons gepraat, ons geholpen om de weg naar de weg naar de instanties te vinden. Hij heeft échte ervaring met hulpverlenen.Lieve groet, Anna.

  5. Wat een intrigerend artikel.
    “In de relatie tussen hulpverleners en client(systemen) zijn patronen te herkennen.” Lijkt me goed om daar eens goed over na te denken. In dit artikel worden niet die patronen aangepakt, maar er wordt via een omweg een ervaringsdeskundige ingefoeteld.
    Kennelijk zijn zij in staat echt te luisteren naar waar mensen behoefte aan hebben, leggen geen dictaten op maar kijken in overleg naar haalbare stappen, of gaat het misschien over de aansluiting van een vergelijkbare sociaal economische status die gesprekken makkelijker maakt (“je bent een van ons en spreekt de taal”). Ervaringsdeskundigheid is geen remedie tegen slechte hulp of instellingen als ze daar deel van gaan uitmaken. Zorgverzekeraars of gemeenten die bepalen naar welke zorgverlener je verplicht toe moet gaan -en die volgens protocollen of voorgeschreven behandelingen moeten gaan werken- krijg je niet veranderd door ervaringsdeskundigheid.
    Dat de ervaringsdeskundige een remedie is tegen al deze problemen verrast me dus, en ik mis een verklaring of verband. Word je door financiële problemen vanzelf iemand die “het eigen wereldbeeld” niet centraal stelt? Als de gemeente Amsterdam een bezuiniging oplegt zou de gemeente dan ineens wel luisteren naar ervaringsdeskundigen? Als de zorgverzekeraar een diagnose voorwaarde maakt voor een vergoeding, helpt een ervaringsdeskundige dan beter? En waarom hebben ervaringsdeskundigen een opleiding nodig ? Wie kan er iets zinnigs zeggen over de link tussen ervaringsdeskundigen en hulpverleners (want de ene werkt overal goed voor, en de andere snapt het niet, kennelijk). Of gaat het om respectvol, gelijkwaardig en zorgvuldig kijken en luisteren naar mensen? (Er zijn bijvoorbeeld hautaine artsen en zorgvuldige respectvolle en luisterende beroepsgenoten. Zelf kanker gehad hebben maakt je niet per definitie een betere arts).

    Dank voor het nieuwsgierig makende artikel,
    Maarten Steverink,
    Hulpverlener. (zonder protocollen of voorgeschreven methodiek)

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *