#27 De transformatie dreigt te stranden in verkokering

Serie

Nabij is beter. Decentraal denken en doen

In samenwerking met KING (Kwaliteits Instituut Nederlandse Gemeenten) en de VNG halen Pieter Hilhorst en Jos van der Lans verhalen en ervaringen op over de vraag of de decentralisaties op de werkvloeren van de samenleving daadwerkelijk de vernieuwing op gang brengen die ze hebben beloofd. Elke twee weken rapporteren zij daarover op socialevraagstukken.nl en nodigen zij mensen uit om mee te denken.
Twee jaar heeft de Transitiecommissie Sociaal Domein de vinger aan de pols gehouden van de decentralisaties. Vandaag rondt de commissie haar werk af met een laatste boodschap: neem sociale wijkteams als gegeven en ga nu eens echt samenwerken.

Vandaag rondt de Transitiecommissie Sociaal Domein (TSD) haar werkzaamheden af als nationale waakhond van de decentralisaties. Twee jaar lang heeft de commissie onder leiding van de burgemeester van Dalfsen, Han Noten, stad en land afgelopen om te kijken of de decentralisaties in de dagelijkse praktijk hun beloften ook konden waarmaken. Wordt er integraal gewerkt? Waar lopen professionals in wijkteams tegenaan? Kan het echt een tandje minder met specialistische hulp in de jeugdzorg? Werkt de gebiedsgerichte aanpak?

In vijf voortgangsreportages heeft de commissie zich opbouwend-kritisch getoond. Ze slaagde er wonderwel in om de vinger steeds op de zere plek te leggen, waarbij ook de nogal eens contraproductieve houding van de verschillende ministeries op de hak werd genomen. Reden waarom de commissie naar verluid niet erg populair was in Haagse departementale kringen. Daar hadden ze liever een commissie aan het werk gezien die een bestraffend vingertje had opgestoken tegenover gemeenten die er een potje van zouden maken. Van meet af aan heeft de commissie echter geweigerd de rol van Haagse scheidsrechter op zich te nemen. Dat zou, aldus Han Noten c.s., volkomen in strijd zijn geweest met de grondgedachten van de decentralisaties die immers Den Haag juist het monopolie van het laatste woord ontnemen.

Opgesloten innovaties

Ook de laatste Vijfde Voortgangsreportage, waarmee de TSD haar werkzaamheden afsluit, getuigt van deze eigenzinnigheid. De commissie constateert dat er onomkeerbare processen op gang zijn gekomen, waarbij iedereen op zoek is gegaan naar nieuwe rollen. Dat is een goed teken, maar tegelijkertijd niet meer dan een begin. Vrijwel alle partijen op het terrein van zorg en welzijn zijn mee gaan bewegen en proberen er het beste van te maken. Maar veelal is dat vooral binnen de grenzen van de eigen organisatie gegaan. De jeugdzorgaanbieder gaat ook wijkgericht werken. De welzijnsorganisatie verkavelt zich over buurten. Maar van echte samenwerking over de grenzen van de organisaties is eigenlijk nog nauwelijks sprake, zo constateert de TSD. En dus blijft de innovatie opgesloten; er zijn te weinig grensverleggende innovaties die door lokale professionele gemeenschappen worden gedragen.

Die conclusie valt ook te verbinden aan het vakmagazine Als alles verandert… Vakmanschap in tijden van decentralisaties dat de TSD tegelijkertijd met haar slotrapportage heeft gepubliceerd. Voor dat magazine hebben wij een twintigtal professionals geïnterviewd over de vraag hoe zij hun professionele vakmanschap vormgeven als de omstandigheden ingrijpend veranderen. Wat is de winst? Waar loopt men tegen aan? We spraken onder meer een opbouwwerker, een kinder- en jeugdpsychiater, een wijkverpleegkundige, een huisarts, een directeur van een speciaal-onderwijsschool, een bestuurder van een grote verslavingszorginstelling, een wethouder, twee generalisten uit een wijkteam, een JIM (Jouw Ingebrachte Mentor) en een ambulant jeugdhulpverlener, gesprekleiders van netwerkberaden, een gemeenteraadslid, een bestuurder van een sociaal werkbedrijf. Kortom, een zeer divers palet van professionals die dag in dag uit op zoek zijn naar de beste wijze om hun vak uit te voeren in een nieuwe werkelijkheid.

Professionals zitten elkaar in de weg

Het resultaat is intrigerend. Wat al die professionals gemeen hebben is dat ze stuk voor stuk drukdoende zijn om zich een weg te banen door nieuwe omstandigheden. Met alle moeilijkheden van dien: er moet meer met minder geld, voor creatieve oplossingen ontbreekt vaak financiering. En er zijn volop tegenstrijdigheden.

Want hoe kan de generalist maatwerk leveren als de gemeente alles onder controle houdt? Hoe kan de kinderpsychiater meer betekenen voor wijkteams als die geen tijd hebben om naar haar te luisteren of als er geen budget is om snelle consultatie mogelijk te maken? Hoe kan de huisarts meedenken als het sociale wijkteam hem niet ziet staan? Of andersom? Hoe kan de opbouwwerker individuele problemen collectief maken als het buurtteam hem daarover niet informeert? Hoe kan een bestuurder de zorg innoveren als hij gedwongen wordt om steeds meer capaciteit vrij te maken voor verantwoordingsverplichtingen?

Anders gezegd: er is een enorme drive om te vernieuwen, binnenskamers is men daar ook volop mee in de weer, maar professionals en hun organisaties zitten elkaar in de weg. Om tal van redenen: soms vertrouwen ze andere professionals niet; soms zien ze elkaar als concurrenten; dan weer zetten ze zichzelf schrap vanwege privacy-problemen; of ze formuleren allerhande bedenkingen tegen (de kwaliteit) van het sociaal wijkteam, dan weer menen ze dat iets niet mag, vaak hebben ze geen tijd, of is er geen geld. Zo sluit de transformatie zich op in, soms zelfs nieuwe, kokers die de transformatie juist zou moeten laten verdwijnen.

De Transitiecommissie ziet daarom in grensverleggend samenwerken en verder innoveren als de noodzakelijke volgende stap in de transformatie van het sociale domein. De verkokerde vernieuwing is in haar ogen een alleszins begrijpelijke kinderziekte, maar het is nu zaak dat professionals, organisaties en gemeenten echt gaan doorpakken. De commissie zegt: neem de nieuwe werkelijkheid van sociale wijkteams als uitgangspunt en vlecht daar effectieve vormen van samenwerking en kennisdeling omheen.

Niet ieder voor zich

Hoe dat precies moet is minder duidelijk. De TSD is – terecht – niet van het uitschrijven van recepten. Die tijden zijn voorbij. Duidelijk is wel dat het niet vanzelf gaat. De TSD roept partijen regionaal en lokaal op om met elkaar een visie te maken op waar men naar toe wil, en hoe en op welke punten organisaties met elkaar willen innoveren.  Samenwerking kan immers niet een kwestie zijn van ieder voor zich. Het is juist die moeilijke samenwerking vanuit kokers, die voortkomt uit een verknipt sociaal domein, die veel professionals - zo blijkt uit onze interviews – dagelijks frustreren.

Dat is allemaal mooi gezegd en reuze waar, maar daarmee nog niet zomaar gedaan. Want dat vraagt heel veel. Dat vraagt om een actieve en inspirerende rol van gemeenten; dat vraagt om langjarige financiële zekerheden (want waarom samenwerken als je elk jaar voor je overleving moet vechten); dat vraagt om een reëel investeringsbudget om innovatie dwars door verkokerde grenzen mogelijk te maken; dat vraagt vormen van financiering, zoals wijk- of populatiegebonden budgetten, die niet het belang van instellingen bedienen, maar lokale samenwerking bevorderen.

Want als de TSD in haar twee jaar iets duidelijk heeft gemaakt is dat in het praktische en oplossende vermogen van praktiserende professionals de zuurstof van de nieuwe verzorgingsstaat gevonden moet worden. Het wordt, zo kan je het dringende advies van de TSD samenvatten, de hoogste tijd dat we die zuurstof nu ook echt gaan ademen.

Pieter Hilhorst is politicoloog en publicist, tot maart 2014 was hij wethouder in Amsterdam; Jos van der Lans is cultuurpsycholoog en publicist. In januari verscheen Nabij is beter II. Over het inlossen van de beloften van de decentralisaties, te downloaden of te bestellen op: www.kinggemeenten.nl.

Het vakmagazine Als alles verandert… Vakmanschap in tijden van decentralisaties is te downloaden en te bestellen via de site van de TSD: https://www.transitiecommissiesociaaldomein.nl/ Daar zijn ook alle vijf voortgangsreportages te downloaden.

Foto: oddharmonic (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (1)

  1. Gemeenten zijn in de fuik van de sociale wijkteams gezwommen omdat ze dachten dat verkokering het grootste probleem in het sociale domein was. Andere kandidaten voor die toppositie zijn nooit goed onderzocht (bijv. de dominantie van witte boordenonderwijs maakt jongeren die daar nooit goed in zullen worden ziek, dus we moeten ingrijpen in dat onderwijs). Wijkteams moesten ‘half ontkokerd’ aan de slag met vraagstukken die helemaal niet met verkokering te maken hebben. Je krijgt geen ‘maatwerk’ door vergaderingen tussen professionals, je krijgt er geen preventie door en je krijgt er geen sterker vrijwilligersleven door. En ‘samen werken’ rond enkelvoudige hulpvragen, dat is ook niet de best bestede tijd. Het antwoord zou volgens Hilhorst en Van der Lans zijn, om nog verder de fuik van ‘alles moet samen en iedereen moet alles kunnen’ in te zwemmen. Het lijkt mij beter als we eens een lijstje gaan maken van de tien problemen die je daar niet mee oplost, en dan voor elk daarvan een oplossing zoeken die wel werkt. Die wijkteams, die gedogen we dan nog maar een paar jaar of we zetten ze in waar ze wel werken. Meer dan 30% van de hulpvragen lossen we er niet mee op, maar goed, niemand zal er zin in hebben om er nu al de stekker uit te trekken.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *