Voorzorg werkt, dus waar blijft de landelijke opschaling?

Beleidsmakers spreken veel over preventie en het belang van een kansrijke start. Onderzoeker Frouke Sondeijker vindt het een gemiste kans dat dezelfde beleidsmakers nog niet hebben besloten tot opschaling van VoorZorg, een intensief huisbezoekenprogramma voor (aanstaande) ouders in kwetsbare situaties.

De afgelopen jaren zijn twee grote ZonMw-projecten afgerond: VoorZorg Late Start en VoorZorg 2. Beide onderzoeken hadden hetzelfde doel: nagaan of VoorZorg geschikt kan worden gemaakt voor andere dan de bestaande doelgroep. De bevindingen tonen positieve resultaten op (kosten)effectiviteit en een brede bestuurlijke bereidheid om door te pakken en tochblijft landelijke inbedding uit.

VoorZorg Late Start

VoorZorg was bedoeld voor vrouwen in een zeer kwetsbare positie die voor de eerste keer zwanger zijn en al vroeg in de zwangerschap in beeld komen.

De doelgroep waarvoor VoorZorg effectief is, wordt er aanzienlijk groter door

Het Late Start-onderzoek toont aan dat VoorZorg ook werkt wanneer vrouwen pas later, tussen 28 weken zwangerschap en zes weken postpartum, in beeld komen. De resultaten zijn helder:

  • geen uithuisplaatsingen of ondertoezichtstellingen tijdens de interventie
  • geen nieuwe gevallen van kindermishandeling of partnergeweld in het merendeel van de gezinnen
  • verbeteringen in welzijn, opvoedvaardigheden, leefstijl en steunnetwerken

De doelgroep waarvoor VoorZorg effectief is, wordt er aanzienlijk groter door. Er ontstaat een unieke kans om gezinnen effectief te ondersteunen die nu nog tussen wal en schip vallen.

VoorZorg 2

Bij VoorZorg 2, gericht op gezinnen met eerdere kinderen en complexe opvoedproblemen, zijn de onderzoeksresultaten gevarieerder. Een deel van de gezinnen profiteert duidelijk van VoorZorg; een ander deel niet. Uit verdiepende analyses blijkt dat factoren zoals motivatie, continuïteit van de verpleegkundige, lvb-problematiek, taalbarrières en de aanwezigheid van veel andere hulpverleners sterke invloed hebben op het effect. De uitkomsten vragen om groei in professionalisering, oftewel een steeds nauwkeurigere afstemming van het aanbod op de behoeften van gezinnen. Dit kan bijvoorbeeld door het aanscherpen van selectiecriteria, het toepassen van motiverende gespreksvoering tijdens aanmeldproces, betere triage met betrokkenheid van VoorZorg Consult en vervolgonderzoek om de interventie verder te differentieren.

Gemeenten willen wel

Meer dan veertig gemeenten, verspreid over Noord-Holland, Flevoland, Utrecht, Friesland en Limburg, willen meewerken aan de landelijke inbedding van VoorZorg als integraal onderdeel van het landelijke actieprogramma Kansrijke start.

VoorZorg blijft afhankelijk van gemeentelijke inkoop, met grote verschillen per regio en in continuïteit

Ondanks de vraag naar landelijke dekking, werd recent een onderzoeks- en implementatievoorstel daartoe afgewezen.

VoorZorg blijft afhankelijk van gemeentelijke inkoop, met grote verschillen per regio en in continuïteit. Dit roept een fundamentele vraag op. Willen beleidsmakers preventie wel structureel versterken, of blijven ze liever afhankelijk van lokale toevalligheden?

Drie systeemfouten

  • Innovatie krijgt prioriteit, implementatie niet

Het beleid richt zich sterk op nieuwe pilots en experimenten. Maar interventies die hun effectiviteit al meerdere keren hebben bewezen, zoals VoorZorg, krijgen onvoldoende structurele financiering. Hierdoor blijven bewezen interventies versnipperd en kwetsbaar.

  • Gemeentelijke inkoop remt continuïteit

Intensieve preventieve interventies passen slecht in jaarlijkse aanbestedingscycli. VoorZorg vraagt om meerjarige stabiliteit en investeringen die pas later renderen. Gemeenten zien dat wel, maar kunnen het budgettair vaak niet dragen.

  • Preventie afgerekend op jaarlijkse begrotingen

De maatschappelijke winst van VoorZorg zit vooral in het voorkomen van ernstige en kostbare problematiek: kindermishandeling, partnergeweld, uithuisplaatsing, gezondheidsproblemen. Die baten vallen verspreid over domeinen en over meerdere jaren. Zolang de bekostigingsstructuur niet aansluit op deze realiteit, wordt investeren in bewezen preventie strategisch ontmoedigd.

Versnipperde inzet

De systeemfouten staan niet op zichzelf. Jeugdzorgexperts, onder wie Adri van Montfoort, wijzen er al jaren op dat gemeenten veel geld besteden aan interventies waarvan de effectiviteit niet bewezen is, terwijl gezinnen met complexe problemen juist gebaat zijn bij aanpakken die wel onderbouwd zijn.

Ons land zet bewezen interventies nog te weinig en versnipperd in

Hoogleraar Geertjan Overbeek op zijn beurt wijst erop dat preventieve jeugdhulp aantoonbaar effectief is wanneer gebruik wordt gemaakt van evidence‑based methodieken. Ons land zet bewezen interventies nog te weinig en versnipperd in.

De centrale boodschap van Van Montfoort en Overbeek, en daar sluit ik me graag bij aan, is: borg wat werkt, voorkom versnippering en organiseer structurele continuïteit. Ook een recente kennissynthese van het Nederlands Implementatie Collectief laat zien dat Nederland moeite heeft met het opschalen van bewezen preventieve interventies; precies wat er speelt rond VoorZorg.

Wat nodig is

De beleidsvraag is niet of VoorZorg werkt, dat weten we. Om deze interventie duurzaam onderdeel te maken van de zorg, is landelijke dekking en structurele borging nodig.

Maak gebruik van het momentum

Wij hebben drie concrete aanbevelingen voor VWS, VNG en Kennisnetwerk Kansrijke Start. Ten eerste, neem VoorZorg op in landelijk fundament. Net als bijvoorbeeld Nu Niet Zwanger hoort VoorZorg onderdeel te zijn van een landelijk kader. Niet afhankelijk van jaarlijkse aanbestedingen, maar structureel geborgd.

Ten tweede, richt landelijk implementatie- en lerend netwerk in. Combineer implementatie van VoorZorg Late Start, vervolgonderzoek voor VoorZorg 2, en regionale pilots die aanmelding, selectie en triage aanscherpen. Gemeenten staan klaar. Maak gebruik van het momentum.

Ten slotte: ontwikkel landelijk financieringsmodel. Dit vraagt om domeinoverstijgende afspraken en meerjarige financiering. De huidige inkoopstructuur is onvoldoende passend voor interventies met bewezen effect op veiligheid, gezondheid en ontwikkelkansen.

Durf te kiezen

We weten wat werkt. We hebben dankzij de recente onderzoeken een fundament dat sterker is dan ooit. Er ligt een brede bestuurlijke bereidheid om verder te gaan. Maar durven we te kiezen voor landelijke borging van wat werkt, of blijven we steken in het telkens opnieuw uitvinden van het wiel?

VoorZorg voorkomt schadelijke en kostbare problemen, ondersteunt gezinnen in kwetsbare situaties, en doet precies wat we met Kansrijke Start beogen. Dit is het moment om te zorgen dat elk gezin dat VoorZorg nodig heeft, het ook daadwerkelijk kan krijgen, waar ook in Nederland.

Frouke Sondeijker is senior-onderzoeker en hoofd van de onderzoeksgroep Jeugd bij het Verwey-Jonker Instituut.

 

Foto: Vitaly Gariev via Unsplash