Ambtenaren, bekijk wereld vanuit ander perspectief

Het is cruciaal bewustwording en scholing te bieden aan gemeenteambtenaren, zodat ze de leefwereld beter begrijpen en vanuit dat perspectief kunnen denken. Lector Maja Ročak pleit voor een fundamentele heroverweging van de denk- en handelwijze van ambtenaren.

De kloof tussen de systeem- en de leefwereld is een hardnekkig probleem dat de samenleving al lange tijd teistert. Het is een bron van frustratie en vermoeidheid, zowel voor degenen die in de systeemwereld werken, zoals gemeenteambtenaren, als voor de mensen in kwetsbare posities die met die systeemwereld in aanraking komen.

In dit betoog ga ik eerst in op een aantal diepgewortelde problemen en uitdagingen die maken dat deze kloof er is. Daarna pleit ik voor een fundamentele heroverweging van de denkwijze en handelwijze van ambtenaren.

Goede bedoelingen

Laten we beginnen met een belangrijke constatering: ambtenaren hebben goede bedoelingen. Ik ben nog geen enkele ambtenaar tegengekomen die niet het beste voor de inwoners wilde. Het is echter de manier waarop deze goede bedoelingen in de praktijk worden gebracht, die problematisch is. Te vaak benaderen ambtenaren mensen in kwetsbare posities en de problemen waarmee zij te maken hebben vanuit het perspectief van de ambtenaar als expert. De professionele en persoonlijke ervaringen van ambtenaren leggen daarbij meer gewicht in de schaal dan de persoonlijke ervaringen van de inwoners.

Verborgen paternalisme geeft ambtenaren zowel het gevoel van moreel gelijk als een schijn van controle

Ambtenaren menen te weten wat het beste is voor de inwoners, handelen daar vervolgens naar en vergeten daarin te luisteren naar de mensen. Dit is een verleidelijk proces, want dit verborgen paternalisme geeft ambtenaren zowel het gevoel van moreel gelijk als een schijn van controle. In de praktijk gaan zij daarmee voorbij aan de diverse vormen van agency die mensen bezitten om te overleven, vaak in zware omstandigheden. Hierdoor wordt de kloof tussen leef- en systeemwereld die bewoners en ook veel ambtenaren ervaren, in stand gehouden.

Anderslevenden

De kern van dit probleem ligt in de discrepantie tussen de wereld van de ambtenaren en die van de inwoners die ze dienen. Het zijn verschillende werelden, met hun eigen normen, waarden en levenservaringen. Omgaan met anderslevenden gaat dan gepaard met allerlei morele normen die de kloof alleen maar versterken.

Deze kloof wordt verder benadrukt door onderzoeken, zoals het recente Gezien, gehoord en geholpen willen worden van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), die laten zien hoe ingewikkeld het voor sommige mensen kan zijn om de juiste ondersteuning te krijgen. Wat telkens weer naar voren komt in deze verhalen, is de behoefte van mensen om gezien, gehoord en geholpen te worden.

Weerstand tegen verandering

Veelgehoorde kritiek over de kloof tussen de leefwereld en de systeemwereld is dat de systeemwereld, bijvoorbeeld gemeenten, te bureaucratisch is en dat de regels voor inwoners moeilijk te begrijpen zijn. De dominante positie van de systeemwereld is toe te schrijven aan diepgewortelde structuren en beleidsmechanismen die vaak gericht zijn op efficiëntie en standaardisatie, eerder dan op individuele én op collectieve rechten en behoeften van de inwoners. Bovendien kunnen bureaucratie en administratieve protocollen belemmerend werken voor een meer rechtvaardige, op erkenning gebaseerde empathische benadering.

Daarnaast blijven de systeemwereld en gemeenteambtenaren soms vasthouden aan traditionele denkwijzen en praktijken, die het moeilijk maken om radicale veranderingen te omarmen. De weerstand tegen verandering kan de dominantie van de systeemwereld versterken.

Maar: het is een wrede manier om met veranderingen om te gaan wanneer je te lang wacht met actie ondernemen en vervolgens pas reageert wanneer een crisis zich voordoet. Vasthouden aan rigide regels en weerstand tegen verandering zijn verbonden met de bereidheid van de lokale overheid om beslissingsbevoegdheid te delen met de inwoners, en deze te erkennen als politieke actoren wier stem ertoe doet. Dit hangt echter af van (willekeur in de) politieke wil en de vaardigheden van betrokken ambtenaren.

Gebruik van quasi-wetenschap

Een ander probleem is het gebruik van quasi-wetenschappelijke inzichten om beleidsbeslissingen te rechtvaardigen. Onderzoek en beleid maken in feite regelmatig deel uit van hetzelfde systeem. Ze hanteren dezelfde methoden (doelrationaliteit) en delen vergelijkbare waarden (zoals gezondheid, theoretische scholing, zelfredzaamheid) als positief. Beide benaderingen vertegenwoordigen een dominante levenswijze die slechts één specifieke leefwereld weerspiegelt: hun eigen.

Onderzoek wordt ingezet om in gang gezet beleid en de resultaten aantrekkelijk(er) te maken

Bovendien wordt onderzoek soms selectief en zonder context gebruikt om een bepaald standpunt te ondersteunen. Daarnaast wordt onderzoek nogal eens ingezet om het al in gang gezette beleid of beleidsvisie en de resultaten aantrekkelijk(er) te maken.

Tot slot kan het resultaat van onderzoek zijn dat het tegenstellingen produceert tussen verschillende groepen, zoals hoogopgeleid en laagopgeleid, gezond en ongezond, werkend en niet-werkend. Dit creëert verwachtingen dat de ene groep het recht heeft om te oordelen over de andere en hun levenswijze te dicteren.

Complexe problemen vereisen grondig onderzoek die deze complexiteit erkent en de levens van mensen in kwetsbare posities begrijpt en respecteert. Maar vaak ontbreekt zowel de tijd hiervoor als de bereidheid hiertoe. Dit komt onder andere doordat zulke onderzoeken zelden directe oplossingen opleveren. Een kant-en-klaar antwoord, dat ook in lijn is met een voorbedachte strategie, blijkt dan een aanlokkelijk alternatief.

Usual suspects

Het is belangrijk om op te merken dat ambtenaren vaak te maken hebben met de leefwereld via usual suspects, mensen die regelmatig betrokken zijn bij gemeenschapsactiviteiten en hun weg naar de gemeente weten te vinden. Hoewel deze mensen waardevol zijn voor de gemeenschap, legitimeren ze vaak de bestaande opvattingen van ambtenaren over wat goed is voor inwoners. Bijvoorbeeld door de taal van het beleid te gebruiken en zich aan te passen aan de kaders die door de gemeente zijn gegeven.

In contact zijn met alleen usual suspects kan bovendien het beeld nog versterken van de ‘zielige inwoner’ die niet weet wat het beste voor hem of haar is en hulp nodig heeft, en kan zo verborgen paternalisme in hand werken.

Samenwerking tussen ambtenaren en de usual suspects kan waardevolle resultaten opleveren, zoals de creatie van gemeenschapsvoorzieningen. Maar het mag er niet toe leiden dat er voorbij wordt gegaan aan andere bewoners en hun inbreng. Ook mag het niet afleiden van de structurele problemen die aanpak behoeven. Een subsidie hier, een buurttuin daar ‒ het is niet genoeg om complexe problemen in de gemeente aan te pakken. Het is als het ware dweilen met de kraan open als we de echte geleefde ervaringen van vele inwoners niet erkennen en er niet naar handelen.

Erken inwoner als politieke actor

Het herhaaldelijk benadrukken van de noodzaak om de systeemwereld dichter bij de leefwereld te brengen, zal ons niet vooruithelpen. We moeten een andere aanpak overwegen. Maar hoe kunnen we deze diepgewortelde problemen aanpakken en de kloof tussen de systeem- en de leefwereld overbruggen?

Het is essentieel dat ambtenaren voorbij de eerste indruk en moraliserende standpunten kijken

Allereerst is er behoefte aan een andere benadering door ambtenaren. Dit vereist een verschuiving van verborgen paternalisme naar erkenning van inwoners als experts in hun eigen leven. In een samenleving waarin diversiteit en complexiteit de boventoon voeren, is het essentieel dat ambtenaren voorbij de eerste indruk en moraliserende standpunten kijken om rechtvaardige en inclusieve beleidsbeslissingen te waarborgen. Bovendien kunnen inwoners en ambtenaren uiteenlopende standpunten hebben.

Het koesteren van diverse meningen is inherent aan een democratische samenleving, waarbij inwoners als politieke actoren erkend moeten worden.

Scholing aanbieden

Het is cruciaal om bewustwording en scholing te bieden aan gemeenteambtenaren, zodat ze de leefwereld beter begrijpen en vanuit dat perspectief kunnen denken. Toch zijn trainingen, kennisdeling, wijksafari’s en dergelijke onvoldoende om deze twee werelden samen te brengen.

Voor de ambtenaar staat er weinig op het spel. Voor de gemarginaliseerde inwoner in een kwetsbare positie is dat echter anders. Daarom moeten we mechanismen opzetten die de belangen van inwoners in kwetsbare posities effectiever vertegenwoordigen en integreren in het beleidsvormingsproces, om zo de dominantie van de systeemwereld te doorbreken en inclusievere benaderingen te bevorderen.

Maja Ročak is lector Sociale Veerkracht aan Fontys Hogescholen en onderzoeker aan Zuyd Hogeschool.

 

Foto: Waanzinnige Waldecktuin (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 3642 keer bekeken.

Reacties 3

  1. In het slot bepleit de auteur het opzetten van mechanismen waardoor belangen van kwetsbare bewoners beter zijn vertegenwoordigd. Je zou verwachten dat er dan een opsomming van mogelijheden komt. Die blijft helaas uit. Daardoor is het betoog nogal abstract en afstandelijk.

    Te denken valt aan structurele inzet van mensen die armoe en uitsluiting hebben ervaren. Het personeelsbeleid moet hierop worden aangepast zodat niet alleen wordt gekeken naar de diploma’s en de verbale boekenkennis van ‘ons soort mensen’ maar ook naar de sociale herkomst van sollicitanten. Ook actief uitnodigen van mensen die een lange weg hebben moeten afleggen tot ze het benodigde papiertje hebben. En vervolgens zorgen dat ze niet aan de heersende bedrijfscultuur ten onder gaan.
    Zo zijn er meer mechanismen denkbaar.
    Die vereisen inzicht en moed van de managers en wethouders personeelszaken. Die zeggen nog al te vaak ‘het beste uit de arbeidsmarkt’ te willen halen.

  2. Belangrijk pleidooi om kennis en praktijkervaring op niveau van de leefwereld van de doelgroep te versterken. Scholing niet alleen belangrijk voor ambtenaren, ook voor managers, bestuurders en politici die uiteindelijk ambtenaren aansturen en de kaders voor de werkuitvoering bepalen. Geef vooral ook aandacht aan de veerkracht van mensen en factoren die deze veerkracht belemmeren.

  3. De analyse is me uit het hart gegrepen. Alleen, de vraag blijft, hoe dan? Daarom heb ik eerder gepleit voor aanwezigheid van beleidsambtenaren in de wijken waar de overheid het hardst nodig is. Verplaats je jantoor voor een paar dagen in de wijk, bijvoorbeeldeen buurthuis, doe daar de dingen doe je normaal ook doet, maar krijg op deze manier de look and feel van zo’n wijk te pakken. Hou dat een half jaar vol en kijk wat het je aan realiteitsbesef oplevert.

    http://www.pedeng.nl/gericht

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *