Burn out-samenleving of lief communisme?

De verzorgingsstaat ontaardde in een hangmatsamenleving. Daar hebben we korte metten mee gemaakt en nu draait het steeds meer om actieve solidariteit. Wordt dat een burn out-samenleving of lief communisme, vraagt Margo Trappenburg zich af.

Een paar weken geleden had ik een gesprekje met Tim, een van mijn studenten. Tim vertelde dat hij mij had gezien op Utrecht Centraal. Maar hoewel Tim mij wel zag, had ik hem niet gezien en dat was ook begrijpelijk, vond Tim, want hij liep toen net even op met een zwerver om een kop koffie te gaan drinken. Ik hoorde natuurlijk tot de groep treinreizigers die zwervers negeren, die de andere kant uitkijken als ze worden aangesproken door een junk die een kleinigheid wil hebben voor de nachtopvang. Aldus Tim, een aardige jongen met een flinke dosis mensenkennis.

Ik werd ter plekke bevangen door een emotie die zich het best laat omschrijven als acute heimwee naar de verzorgingsstaat. Meegaan met een zwerver om een kop koffie te drinken! Mijn hart bloedde voor mijn jonge student.

Een van de vele voordelen van de verzorgingsstaat was dat je zwervers op het station met een gerust hart voorbij kon lopen. Daar waren immers voorzieningen voor: de geestelijke gezondheidszorg. De dak- en thuislozenopvang. Daar betaalde je als weerbare burger belasting voor en daar kon je als kwetsbare burger terecht, zonder dat je daar moeilijke gesprekken over hoefde te voeren bij een kop koffie. Solidariteit via het belastingbiljet. Een forse hap uit je inkomen natuurlijk, maar daar werden verzorgingshuizen en verpleeghuizen van betaald, en psychiatrische instellingen en groepswoonvormen voor mensen met verstandelijke beperkingen. Ik had dat er allemaal ruim voor over. Mensen met beperkingen, zwervers en dementerende bejaarden waren heel veel beter af met gespecialiseerde hulpverleners dan met mij.

Hangmatsamenleving

De klassieke verzorgingsstaat was gebaseerd op vier pijlers:

  • Passieve solidariteit via het belastingbiljet.
  • Een vergaande vorm van arbeidsdeling met betaalde leidsters in de kinderopvang, betaalde bejaardenverzorgers, activiteitenbegeleiders, wijkverpleegkundigen, maatschappelijk werkers, schuldhulpverleners enzovoort.
  • Een breed gedeeld arbeidsethos: mensen moeten in beginsel aan het werk.
  • Ten slotte was de klassieke verzorgingsstaat gebaseerd op soberheid: Collectief gefinancierde verpleeghuizen, ziekenhuizen, woonvormen, scholen en universiteiten mogen geen marmeren ontvangsthallen hebben, geen wc’s met gouden kranen en geen dik betaalde managers met dure kantoren. Drees gold als de verpersoonlijking van dat principe.

In de loop van de jaren zeventig is de klassieke verzorgingsstaat ontaard en verworden tot een hangmatsamenleving (zie tabel). In de jaren zeventig kreeg je veel te makkelijk een uitkering voor ziekte, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. De hangmatsamenleving is echter al jaren geleden teruggedrongen. De WAO is vervangen door de WIA en de criteria daarin zijn veel strenger. Voor zover er nog uitkeringen zijn met milde criteria wordt er actie ondernomen om ook die aan te scherpen. De AOW-leeftijd gaat omhoog en vervroegd met pensioen gaan is niet meer de bedoeling. Jong gehandicapten worden zo veel mogelijk aan het werk gezet en krijgen veel minder makkelijk een Wajong-uitkering. De criteria voor passend werk zijn verruimd: mensen met een WW of een bijstandsuitkering mogen niet thuis blijven wachten tot hun ideale baan voorbij komt: ze moeten genoegen nemen met wat er beschikbaar is. Als er te weinig werk is in hun beroep moeten ze aanvullende scholing en trainingen volgen.

Burn out-samenleving of lief communisme?
Met het schrappen van de hangmat-elementen zou je eenvoudig weer terecht kunnen komen in het linker bovenvakje van de tabel. Maar dat is te simpel gedacht. De politiek heeft besloten dat de verzorgingsstaat moet worden vervangen door een participatiesamenleving, gebaseerd op actieve solidariteit. In die participatiesamenleving nemen we zo veel mogelijk afscheid van gespecialiseerde instellingen waarin mensen werden verzorgd.

Verzorgingshuizen worden opgedoekt. Ouderen moeten zo lang mogelijk thuis blijven wonen en moeten daar worden verzorgd door hun volwassen kinderen, neven of nichten, buren en eventueel vrijwilligers. Pas in laatste instantie kan een beroep worden gedaan op betaalde hulpverlening aan huis.

Mensen een chronische psychiatrische aandoening worden zo min mogelijk opgenomen in een psychiatrische instelling. Ze wonen in gewone huizen, in gewone buurten en moeten zoveel mogelijk worden geholpen door hun ouders of andere familieleden en door medebewoners in hun buurt. Voor mensen met verstandelijke beperkingen geldt hetzelfde. Als het netwerk van kwetsbare burgers niet spontaan te hulp schiet kan er een eigen-kracht-conferentie worden belegd om dat netwerk te mobiliseren: buurvrouw doet dit, tante doet dat, moeder kan zus, oudere broer zo, schooljuffrouw dat en zo verder. Als er te weinig buurvrouwen, ouders en tantes beschikbaar zijn wordt er gezocht naar vrijwilligers: maatjes, of buddy’s die onbetaald willen optrekken met of omzien naar kwetsbare groepen.

De participatiesamenleving: iedereen moet aan het werk en zorgen

De overgang van hangmat- naar participatiesamenleving confronteert burgers met een tweeledige opgave. Ten eerste moet iedereen aan het werk. Ziek, zwak, misselijk, gehandicapt of in de war? Geen gezeur, geen uitkering, gewoon de handen uit de mouwen. En ten tweede moet iedereen levenslang zorgen. Voor z’n kinderen, voor z’n ouders, voor kwetsbare familieleden, voor oudere of zieke buren of buurtbewoners, voor mensen met beperkingen in de eigen wijk en voor de dak- en thuislozen op Utrecht Centraal.

We komen terecht in een burn out-samenleving

We komen aldus terecht in een burn out-samenleving. Zo’n burn out-samenleving betekent voor veel reguliere instellingen een forse verzwaring van de werkdruk. Reguliere bedrijven worden geacht werknemers aan te stellen die vroeger zouden zijn geplaatst op een sociale werkplaats. Dergelijke werknemers hebben vaak coaching en begeleiding nodig. Veel organisaties zullen worden geconfronteerd met werknemers die mantelzorgtaken moeten vervullen. We kunnen ons afvragen of de klanten, partners of opdrachtgevers van die organisaties begrip zullen opbrengen voor de verminderde dienstverlening die het gevolg kan zijn van de toegenomen zorgverplichtingen.

Het is belangrijk dat we ons realiseren dat de burn out-samenleving niet iedereen zal treffen. Sommige mensen hebben geluk. Hun ouders en schoonouders worden probleemloos oud of gaan dood voordat ze de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Ze hebben gezonde kinderen. Ze wonen niet in de buurt van mensen met verstandelijke of psychiatrische beperkingen. De participatiesamenleving gaat goeddeels aan hen voorbij. Andere mensen hebben wel hulpbehoevende familie en buren maar zijn zo assertief dat ze heel goed nee kunnen zeggen. De participatiesamenleving treft vooral mensen die geen nee durven zeggen, omdat ze daar te aardig voor zijn. Van die mensen waar je ‘nooit tevergeefs een beroep op doet’: steunpilaren in de buurt, lieve buurmannen, lieve schoondochters met een heel groot hart.

De burn out-samenleving zal ook druk zetten op ons euthanasie-regime. In het boekje Moeder, wanneer ga je nu eens dood? beschrijft de Duitse schrijfster Martina Rosenberg haar ervaringen als mantelzorgster. Van lieverlee worden haar ouders steeds hulpbehoevender. De zorg wordt steeds zwaarder en leidt tot verzuchtingen als die uit de titel: wanneer komt hier een einde aan? In Duitsland is dat een tamelijk gratuite opmerking, maar in Nederland, met z’n coulante euthanasieregime zou dat wel eens anders kunnen liggen. Hoeveel ouderen zullen zich van lieverlee een veel te zware last gaan voelen voor hun kinderen? Of zullen, anticiperend daarop, nog voordat ze echt hulpbehoevend zijn zich melden bij de levenseinde-kliniek?

Hulpverleners worden ontslagen

Wat betekent de burn out-samenleving voor hulpverleners? Allereerst is de kans reëel dat hulpverleners worden ontslagen. Als de activiteitenbegeleiding en de dagbesteding voor demente bejaarden wordt overgenomen door vrijwilligers, buurtbewoners en mantelzorgers moet de betaalde hulpverlener op zoek naar ander werk. Als hulpverlening aan moeilijke gezinnen wordt georganiseerd via een eigen kracht-conferentie kan de betaalde hulpverlener de laan uit. Als de voorheen betaalde hulpverlener erg gesteld was op haar eigen werk en een partner heeft met een betaalde baan kan ze waarschijnlijk haar werk in het buurthuis, het verzorgingshuis of met kwetsbare gezinnen voortzetten, maar dan op onbetaalde basis als vrijwilliger.

Voor degenen die wel aan de slag blijven als betaalde hulpverlener zijn er nieuwe uitdagingen. Aan de praktische kant zullen hulpverleners zich gaan inzetten om mantelzorgers te helpen om het vol te houden. Cursussen omgaan met lastige bejaarden, respijtzorg organiseren, vakanties regelen, verwendagjes en wat al niet. Voor de meer psychologisch geschoolde hulpverlener biedt de participatiesamenleving een scala aan moeilijke gevoelens waarmee mensen in het reine moeten komen.

Mensen die zich schamen voor hun problemen en toch gedwongen worden om die openlijk te bespreken met hun familie of hun buren. Mensen die zich schuldig voelen omdat ze een hekel krijgen aan hun ouders door de intensieve mantelzorg. Mensen die zich schuldig voelen omdat hun broer of zus veel meer doet dan zij zelf. Zussen die boos zijn op hun autistische broer voor wie zij moeten zorgen na de dood van hun beide ouders. Mensen die boos zijn op zichzelf omdat zij ja hebben gezegd tegen zorgtaken die ze eigenlijk met tegenzin doen.

Cursus: hoe zeg ik nee tegen de professional?

Ik zie zelfs een heel mooie taak voor hulpverleners die een cursus kunnen ontwikkelen voor burgers: hoe zeg ik nee tegen een sociale professional die mij wil inschakelen voor familie of burenhulp?

U doet open en daar staat een sociale professional van de gemeente. Hij of zij komt met een vraag. Of u een paar keer per week boodschappen kunt doen voor uw bejaarde buurvrouw. Of u nog wat vaker langs kunt gaan bij uw oude moeder. Of u een oogje kunt houden op buurtbewoner Bert die een beetje in de war is.

U zegt: ‘Nee, daar heb ik helemaal geen tijd voor.’
De sociale professional speelt de bal naar u terug en zegt: heeft u echt Helemaal Geen Tijd?
Het is zaak om nu hard te blijven. U zegt dus niet: ‘Nou ja, helemaal geen tijd, dat is ook weer een beetje overdreven’. Want dan bent u voor u het weet met de sociale professional aan het kijken hoe u de zorg kunt gaan organiseren.
U zegt dus: ‘het is niet alleen geen tijd bij mij, het is ook geen zin. Ik ben de hele dag aardig voor – afhankelijk van uw baan - de kinderen in mijn klas, voor mijn klanten aan de kassa of voor de medewerkers in mijn bedrijf. Als ik thuis ben doe ik nog een beetje aardig tegen mijn partner en mijn kinderen en dan is het wel op. Dan moet ik daarna duf tv kijken, twee kilometer hard lopen, een boek lezen of wat ronddollen met de playstation.’ U kaatst de bal vervolgens terug naar de sociaal hulpverlener door te zeggen: ‘ja, ik zie u kijken; dat kunt u zich niet voorstellen. U bent een ontzettend aardig iemand, dat zit in u en u wordt daarvoor betaald. Ik ben lang zo aardig niet.’

Heel hardnekkige hulpverleners zullen vervolgens nog een moreel appel op u doen. Die zeggen: ja, maar mevrouw, we gaan toe naar een participatiesamenleving, waarin van burgers wordt verwacht dat ze naar elkaar omzien. Bent u niet met me eens dat we allemaal wat aardiger voor elkaar moeten zijn?

Hulpverleners die deze kaart trekken gaat u op een lijn scharen met jehova’s getuigen of Mormonen die langs de deur komen met hun evangelie. U zegt: ‘nee sorry, ik ben heel erg van de verzorgingsstaat. Ik ben graag solidair via mijn belastingbiljet. Een fijne avond nog.’

De burn out samenleving is in veel opzichten een recept voor ellende. Dat zien ook politici en gemeentelijke beleidsmakers en dus is er – naast de burn out samenleving – nog een tweede type participatiesamenleving dat we zien ontstaan in sommige gemeenten. Dat tweede type kunnen we aanduiden als ‘lief communisme’.

Lief communisme: opschuiven naar de ruileconomie

Dat type samenleving begint met de erkenning dat er steeds minder betaald werk beschikbaar is. Heel veel dingen waar we vroeger voor betaalden vinden we tegenwoordig gratis op internet. Informatie. Muziek. Adviezen. Daar kun je je tegen verzetten – door alsnog te proberen om een verdienmodel te verzinnen voor internet-diensten – maar je kunt ook toegeven aan die tendens en opschuiven in de richting van een ruileconomie. Er is geen betaalde baan voor jou maar je kunt wel goed koken. Oké, dan kook je een heel grote pan en laat daar mensen uit mee-eten tegen een kleine vergoeding. Of mensen mogen mee-eten als ze in ruil daarvoor oud meubilair meenemen waar jij weer wat aan hebt.

Je kunt als gezin makkelijk toe met één inkomen als je je eisen naar beneden bijstelt. Dat kan betekenen dat je kiest voor de klassieke man-vrouw-rolverdeling. Maar dat kan natuurlijk ook andersom. Of je kunt allebei een beetje betaald werk doen en je verder nuttig en geliefd maken op onbetaalde basis. Je kunt nieuwe woonvormen verzinnen: ouder wordende burgers die bij elkaar gaan wonen in een doe-het-zelf verzorgingshuis en elkaar helpen om de kwalen van de oude dag te lijf te gaan. Of oudere burgers in een flat laten wonen met studenten die daar dan gratis mogen wonen op voorwaarde dat ze hand- en spandiensten verzinnen voor hun buren. Als je die kant uitdenkt ligt het voor de hand dat je werklozen en andere uitkeringsgerechtigden niet gaat lastig vallen met een uitzichtloze sollicitatieplicht. Er is zat te doen voor uitkeringsgerechtigden, maar ze zullen er geen baan aan over houden. Heel logisch dat in diverse Nederlandse gemeenten wordt geëxperimenteerd met een basisinkomen.

Als we deze kant uitdenken zien de uitdagingen voor hulpverleners er ook weer anders uit. Dan zijn zij bij uitstek degenen die die nieuwe woonvormen, betaling in natura en matching sites op internet kunnen bedenken of helpen ondersteunen. En ook dan zal het nodig zijn om mensen te helpen na te denken over hun eigen gevoelens. Leren leven met minder luxe. Accepteren dat er nooit een moment zal komen waarop je geen geldzorgen zult hebben; dat het altijd ingewikkeld zal zijn als de wasmachine kapot gaat of je telefoon wordt gestolen. Daar tegenover dan durven vertrouwen dat er altijd aardige andere mensen om je heen zullen zijn die bereid zijn je te helpen als er iets mis gaat.

Ik zou gek zou worden van de permanente afhankelijkheid

Lief communisme. Het lijkt mij hanteerbaarder en beter verdedigbaar dan de burn out samenleving, maar als ik heel eerlijk ben: ik denk dat ik – en veel mensen met mij – gek zou worden van de permanente afhankelijkheid. Van het altijd op elkaar aangewezen zijn, van de directe persoonlijke hulp en de daarbij horende dankbaarheid. Lief communisme. Nee, dank u wel. Ik ben heel erg van de verzorgingsstaat. Ik ben graag solidair via mijn belastingbiljet.

Margo Trappenburg is bijzonder hoogleraar Grondslagen van het Maatschappelijk Werk (vanwege de Marie Kamphuis Stichting) aan de universiteit voor Humanistiek, en hoofddocent bij Bestuurs- en Organisatiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Dit artikel is gebaseerd op de lezing die zij hield tijdens het jaarcongres van de nieuw gevormde Beroepsorganisatie van Professionals in het Sociaal Werk (BPSW) op 19 november jl, en verscheen eerder in het winternummer van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.

Afbeeldingsbron: Mel Schmidt (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (9)

  1. Margo Trappenburg geeft in haar beschrijving van de burnout samenleving precies aan wat er gebeurt wanneer we de doodlopende route (zie meer info over de routes naar de zorg op datishelder.com) naar zorg kiezen, zoals veel gemeenten dat nu doen. Het is echter ontzettend jammer dat hierin de Eigen Kracht conferentie zo mee wordt genomen. Een Eigen Kracht conferentie is een besluitvormingsmodel dat is ontwikkeld om regie te geven aan de leefwereld, waardoor deze niet afhankelijk is van de macht van de systeemwereld. Het is nooit bedacht om mensen dingen voor elkaar te laten doen, maar wordt daar tegenwoordig wel voor ingezet omdat bleek dat mensen uit zichzelf graag bijdragen aan het verbeteren van een situatie. Dat leverde dus een mogelijkheid tot bezuiniging op. Inzetten op het activeren van de omgeving (mensen dingen voor elkaar laten doen) ipv inzetten op het teruggeven van eigenaarschap leidt tot een burnoutsamenleving omdat regie en verantwoordelijkheid uit elkaar zijn getrokken. Mensen raken in een burnout wanneer ze enkel verantwoordelijkheid opgelegd krijgen en hier niet over bepalen.

  2. “Ik ben graag solidair via mijn belastingbiljet” naar de ‘Participatiesamenleving’….
    Meer belasting betalen en een terugtrekkende overheid die daar steeds minder voor doet en dat allemaal om de ‘markt’ voor bepaalde belanghebbenden te laten functioneren.
    Participatiesamenleving is de neoliberale invulling van de ‘welzijnsstaat’ en waarbij de sociale zekerheid als een belemmering voor het vrijmaken van de ‘kapitaalstromen’ wordt gezien.
    VVD, CDA, PvdA en d ’66 zijn de belangrijkste politieke vertegenwoordigers van deze neoliberale economische stroming. Een samenleving die opbrandt is het gevolg.

  3. Trots op Tim!

    Jammer dat Margo Trappenburg dit sociale vraagstuk vooral vanuit materieel perspectief bekijkt. Terwijl het veel meer gaat om zaken als ‘deel uitmaken van een netwerk’ en ‘ergens bij horen’. Dat kunnen professionals nooit verzorgen, hoe goed hun opleiding ook is geweest. Zij kunnen wel het ontstaan van sociale structuren bevorderen en faciliteren; volgens mij een van de belangrijkste (en moeilijkste) taken van sociale professionals. Zeker als we overeenstemming hebben over de definitie van de participatiesamenleving in de ruimste zin des woords: een samenleving waarbinnen het ‘samen’ geen holle frsae is of slechts tot uitdrukking komt via de belastingen, maar waar dit betekent dat we oog hebben voor het mee kunnen en mogen doen binnen sociale verbanden en structuren. Een participatiesamenleving veronderstelt sociale wederkerigheid en dat is iets heel anders dan communisme met een sterke centrale sturing. En is ook iets anders dan het afkopen van het geweten middels het betalen van belastingen om vervolgens zonder schuldgevoel degenen die sociaal maatschappelijk uitgesloten zijn voorbij te kunnen lopen. Het kopje koffie van Tim is van veel grotere waarde dan de duizenden euro’s belasting die Margo Trappenburg jaarlijks voldoet.

  4. Compleet eens met Mark Rakers.

    Laat ik er nog een schepje bovenop doen: wat een zuur stuk!

    Ten eerste, de connotatie die gegeven wordt aan de drie hokjes die kennelijk niet binnen Margo Trappenburgs straatje thuishoren: hangmat-, burnout- dan wel lief communisme samenleving. Laten we vooral doorgaan met anonimisering en vervreemding van het leed van mensen om ons heen door als een aflaatbriefje aan onze belastingverplichten (indirecte solidariteit) te voldoen. Luther had het wel geweten in de ‘calvinistische klassieke verzorgingsstaat’ die mw Trappenburg voor ogen heeft!

    Ten tweede, de kennelijke veronderstelling dat we maar kunnen blijven doorgaan met het financiëren van een verzorgingsstaat die op barsten staat. Doe eens iets aan het arrangeren van voorzieningen aan mensen met te milde problematiek die door marktwerkingsmechanismen allerlei vormen van therapietjes zijn gaan claimen en waar zwervers die door Tim een kop koffie worden aangeboden de dupe van zijn omdat kennelijk de zorgkosten te hoog zijn opgelopen en dan maar gesneden moet worden in budgetten voor langdurige zorg. ‘Just a matter of preferences’ waar geld in wordt gestoken.

    Ten derde, de categorische weigering van mw Trappenburg om in te zien dat de Eigen Kracht-conferentie juist een middel is om sociale structuren te versterken en geïsoleerde mensen weer onderdeel van netwerken te kunnen laten uitmaken. Spijtig dat het voortdurend in de neoliberale hoek wordt gedrukt door degenen die maar niet willen inzien dat het een recht van mensen is om zelf sturing aan hun leven te geven voordat professionals ingrijpen en ze (wederom) onteigend worden – iets wat zo fundamenteel is voor mensen in geïsoleerde omstandigheden. Maar ja, mw Trappenburg weet zelf niet hoe een kop koffie aan te bieden aan een zwerver, laat staan hoe als professional in dit weerbarstige werkveld vooruitgang met deze doelgroep te boeken.

    Ben benieuwd wat onze ‘lieve, communistische’ student Tim zelf van dit stuk vindt…

  5. Wat een cynisch geschreven stuk! Ik heb het bijna te doen met mensen die zo verstokt kunnen blijven hangen op het verleden, waarin alles zo mooi en goed geregeld was. Die student van jou is nou precies het voorbeeld waarin (denk ik) de nieuwe generatie zich onderscheidt van de oude denkwijze. Weg met al die moeilijke wegen, weg met het wegkijken.

    Dat kopje koffie drinken met de zwerver (dakloze?) moet een gewoonte worden. Niet meer je schuld afkopen met die euro (of het belastingbiljet, serieus, zijn er mensen die zo redeneren?), maar verder denken en menselijk contact opzoeken.

    Precies wat Marc ook omschrijft. Het gaat niet om het snijden in professionals, maar om het terugvinden van de menselijke maat. Dat daarbij veel mensen opzoek moeten naar een nieuwe baan is dan een indirect (en op lange termijn positief) gevolg. Stop eens met die bevestigingen zoeken door het verleden aan te halen. Kijk eens vooruit. Ga eens koffie drinken met Tim!

    Dit stuk heeft mijn ogen doen openen hoe kennelijk de babyboom-generatie denkt over de verzorgingsstaat. Het bekrachtigt mijn visie het doorvoeren van de participatiesamenleving. Jammer dat dit voor sommigen top-down ingevoerd moet worden (en het dan nog niet inzien).

  6. De kern van bovenstaande discussie is wellicht terug te voeren op deze zin in het artikel: “De politiek heeft besloten dat de verzorgingsstaat moet worden vervangen door een participatiesamenleving, gebaseerd op actieve solidariteit.” Het politieke ideaal van de participatiesamenleving maakt er dus een óf/óf zaak van. Óf anonieme solidariteit via de verzorgingsstaat óf directe persoonlijke solidariteit. Terwijl vergelijkend onderzoek aantoont dat burgers zich het meest voor hun medeburgers inzetten in landen met uitgebreide collectieve regelingen. In de praktijk is er dus eerder sprake van én-én.

  7. “….Terwijl vergelijkend onderzoek aantoont dat burgers zich het meest voor hun medeburgers inzetten in landen met uitgebreide collectieve regelingen.”

    Met de bezuinigingen op de sociale voorzieningen komt de ‘participatiesamenleving’ dan ook onder druk te staan…Directe persoonlijk solidariteit heeft blijkbaar ook een sociale structuur middels de verzorgingsstaat nodig. Zij zijn complementair van aard.
    In werkelijkheid is dit niet datgene wat het neoliberale VVD/PvdA kabinet voor ogen heeft. Zij wil zo veel mogelijk bezuinigen op de verzorgingsstaat en denkt dat de burger de participatiesamenleving zelf wel kan organiseren.
    Het inzicht in het dialectisch verband tussen verzorgingsstaat en persoonlijke solidariteit ontbreekt haar volledig.

  8. Ik verbaas me enigszins over de reacties die doen alsof er geen bereidheid tot ‘elkaar helpen’ zou bestaan bij degenen die kritisch zijn op ‘de participatie-samenleving’. Wanneer helpen een must wordt gaat het sociale er vaak af en is het gewoon een taak erbij in het toch al overbelaste leven van velen (spijtig genoeg zijn dat meestal vrouwen, wellicht verklaart dat de reacties op het stuk wat door enkele vrouwen onderschreven wordt en door enkele mannen anders gezien wordt) . Arm of rijk zijn zal vergaande gevolgen hebben voor de mogelijkheden van een mens om onafhankelijk te zijn en blijven en daarmee regie over eigen leven te houden. En over die regie zou het hele vraagstuk moeten gaan. Daarin was de verzorgingsstaat nl doorgeschoten en de ombuiging naar sociale professionals die niet overnemen maar ondersteunen lijkt mij daarom de ideale middenweg .. Het is niet of/of maar dat wordt het idd wel wanneer eenzijdig wordt ingezet op ‘zelf doen en regelen’ en is in mijn ogen wederom de regie niet bij de mensen zelf , maar verschoven van sociale / medische professionals naar ambtenaren die beschikkingen al dan niet afgeven naar gelang budget het toelaat . Dat spijt mij erg voor de mensen die hulp nodig hebben.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *