De aandacht voor het thema weerbaarheid is volkomen terecht. Er huist niet alleen een gevaarlijk sujet in het Kremlin, maar ook in het Witte Huis. Het gedrag van Trump is zowel onvoorspelbaar als voorspelbaar. Onvoorspelbaar omdat elke dag nieuwe dwaasheden over de wereld worden uitgestort die zo extravagant zijn, dat je ze zelf niet kunt bedenken.
Tarieven voor Canada omdat China het ijshockey zou willen afschaffen, het promoten van dubieuze producten als de pesticide glyfosaat, het dreigen met afschaffen van tussentijdse verkiezingen, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Tegelijkertijd is Trump voorspelbaar, omdat hij altijd en uitsluitend aan één belang denkt: zijn eigen (Nobelprijs, iemand?).
Er is niets mis met noodpakketten, maar we gaan er de oorlog niet mee winnen
En hoe reageert ons land op deze zorgwekkende geopolitieke ontwikkelingen? Met oproepen tot de aanschaf van noodpakketten, veiligheidsprotocollen en digitale weerbaarheid. Nu is daar niets mis mee, maar we gaan er de ‘oorlog’ echt niet mee winnen. Weerbaarheid gaat over veel meer dan veiligheid. In een eerdere column besprak ik al de economische aspecten ervan. In deze column is het de beurt aan de sociale invalshoek.
Sociaal weefsel
De beste manier om in weerbaarheid te investeren is namelijk om het sociaal weefsel in de samenleving te versterken. Daarvoor zijn veel argumenten te geven. Ik begin met een negatieve. Alles wat je doet op het gebied van noodpakketten en veiligheid is minder effectief als het sociaal weefsel in buurten niet goed is.
Weerbaarheid gaat over het vermogen van een samenleving om schokken op te vangen
Allicht vergeten mensen om een noodpakket aan te schaffen, anderen zullen zich niet aan de veiligheidsinstructies houden. Dan is het fijn als de buurtbewoners dit zelf oplossen en de hulp van de op dat moment toch al overvraagde overheid niet nodig is.
Weerbaarheid gaat over het vermogen van een samenleving om schokken op te vangen, desinformatie te weerstaan en om onder druk collectief te kunnen handelen. Alleen weet je nooit van tevoren welke schokken zich zullen voordoen. Dat kan uitval van elektriciteit zijn, een voedseltekort of pandemische besmetting. In alle gevallen is het fijn dat mensen een beroep kunnen doen op steun in de buurt.
Betekenisvolle gemeenschappen
In haar boek Perseverance betoogt Margaret Wheatley dat we – in tijden van toenemende chaos, instabiliteit en systeemverval – niet moeten proberen de wereld te redden via grootschalige hervormingen of nationale masterplannen, maar via leiderschap dat geworteld is in kleine, betekenisvolle gemeenschappen.
‘Whatever the problem, community is the answer’
Perseverance (doorzettingsvermogen) betekent niet koppig vasthouden aan controle, maar trouw blijven aan menselijke waarden. In lijn met haar bekende uitspraak ‘Whatever the problem, community is the answer’ gelooft Wheatley niet in systemen, maar in menselijke relaties.
Een bekend voorbeeld van een bottom-up en uit nood ontstane gemeenschapsbeweging is het Baskische Mondragon, waar in de crisis van de jaren vijftig de bevolking zelf coöperaties startte. Inmiddels is het ‘wonder van Baskenland’ een coöperatie met 14,7 miljard omzet, meer dan 83.000 medewerkers en vestigingen in 17 landen.
Vertrouwen is essentieel
Een sterke sociale basis vergroot het onderlinge vertrouwen, zowel tussen burgers onderling als tussen burgers en overheid. Vertrouwen vergt moed om dingen los te laten en te accepteren dat het wel eens anders kan lopen dan gepland.
Samenlevingen met meer institutioneel vertrouwen gaan beter om met crises
Vertrouwen vraagt eveneens om voorzichtigheid, opdat het geen blind vertrouwen wordt, waar anderen misbruik van kunnen maken. Een sterke sociale basis voedt het vertrouwen, omdat – in termen van machtsverhoudingen – de relaties tussen burgers onderling beter in balans zijn dan de burger-overheid relaties.
Onderzoek van de OESO laat bovendien zien dat samenlevingen met meer institutioneel vertrouwen beter omgaan met crises, omdat burgers overheidsmaatregelen sneller accepteren en minder vatbaar zijn voor polarisatie. Essentieel in deze tijd.
Collectieve offers
Tegelijkertijd verarmt een stevige sociale infrastructuur de voedingsbodem voor radicalisering. Investeren in bestaanszekerheid, onderwijs en lokale gemeenschappen maakt de kans op extremisme kleiner en is daarmee ook een investering in nationale veiligheid.
Democratische vernieuwing wordt de laatste jaren veel te veel gezocht in institutionele oplossingen
Wanneer burgers zich gehoord voelen en het gevoel hebben dat ze zelf dingen kunnen doen in plaats van te moeten wachten op de overheid, neemt de bereidheid toe om collectieve offers te brengen. Denk aan hogere burgerbijdragen voor defensie of duurzaamheid.
Democratische vernieuwing wordt de laatste jaren veel te veel gezocht in institutionele oplossingen zoals referenda, gekozen burgemeesters of een Constitutioneel Hof. Die gaan de redding niet brengen. Het versterken van de lokale basis wel.
Coalitieakkoord
In het Coalitieakkoord wordt weerbaarheid vooral genoemd in de paragrafen over veiligheid en digitale weerbaarheid. Er valt ook wel van alles te lezen over zorgzame gemeenschappen, alleen worden die vooral genoemd in de context van ouderenzorg.
Helemaal gerust ben ik er niet op
Nu zal ik de laatste zijn die daarover klaagt. Het is pure winst dat dit kabinet – anders dan vorige kabinetten – bereid is te investeren in zorgzame gemeenschappen, bijvoorbeeld met een gemeenschapsfonds om voorzieningen zoals buurthuizen, verenigingsgebouwen en dorpswinkels te realiseren en behouden.
Hoe blij ik ook ben met dit soort passages in het coalitieakkoord, helemaal gerust ben ik er niet op. De overheid vindt het in de praktijk heel moeilijk om dingen los te laten. Het gevolg is vaak dat systeempartijen gaan bedenken hoe het geld verdeeld moet worden, met verantwoordingscircussen als gevolg. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) is daarvan een uiterst pijnlijk voorbeeld. Een instrument bedoeld als aanjager van transitie liet de gemeenschapskracht en preventie in zijn hemd staan en bleek daardoor juist een rem.
Begin met wat er al is
De reden dat de overheid loslaten moeilijk vindt, is politiek. Geen Kamerlid wordt afgerekend op regels of wetten die ze afschaft of bevoegdheden die ze loslaat. Het helpt daarbij ook niet dat burgers bij het minste of geringste de middelvinger heffen, waardoor de drang naar controle verder toeneemt.
Het is toch frappant. De meest gestelde vragen bij lezingen over zorgzame gemeenschappen zijn ‘Wat gebeurt er als er iets misgaat?’ en ‘Is zo’n zorgzame gemeenschap wel stabiel?’ Twee vragen die alleen in de top-down-denkwereld spelen, maar die in de praktijk niet of nauwelijks relevant zijn.
Accepteer dat er wel eens iets anders loopt dan van tevoren bedacht
Neem het verhaal van twee consultants die in Schiedam de burgers kwamen vertellen dat ze een subsidie van het ministerie hadden gekregen om een buurtcoöperatie op te richten. ‘Goh, wat leuk,’ was de reactie, ‘zo’n coöperatie hebben we hier al tien jaar. Zullen we vertellen hoe het werkt?’
Het is typerend voor het top-down denken. Mijn advies: begin met wat er al is. Je zult verbaasd staan over hoeveel er lokaal al gebeurt. Kijk wat er nog nodig is en versterk het. Geef burgers de ruimte om gemeenschapskracht op hun manier in te vullen en accepteer dat er wel eens iets anders loopt dan van tevoren bedacht. Gebruik weerbaarheid als aanleiding om te investeren in krachtige gemeenschappen: iets wat allang had gemoeten.
Marcel Canoy is hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de VU. Hij is daarnaast werkzaam bij VitaValley en bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM).