COLUMN Lijfsbehoud

Na de zomer mogen hbo’s en universiteiten weer studenten gaan ontvangen. Om overvolle treinen te voorkomen mag maar 20 procent van het onderwijs op school plaatsvinden. Het aantal eerstejaars wordt hoger dan ooit, ook voor de sociale studies. Weten die wel waar ze aan beginnen? Kan je een sociaal beroep leren kennen via het beeldscherm? En is dat wel nodig?

Toen de coronacrisis net was uitgebroken waren sommige hogescholen en universiteiten net iets sneller met reageren dan anderen. Dat leidde tot flinke irritaties bij collega’s die wat minder bij de tijd waren. Tijd voor crisisberaad, dat minder ging over wat de crisis met studenten en cliënten doet dan over de crisis in het onderling vertrouwen. Besloten werd dat iedereen zich voortaan keurig aan de richtlijnen zouden gaan houden. En die richtlijn was op twee hoofdpunten samen te vatten: toetsing is belangrijker dan coaching, en het openbaar vervoer mag niet te vol zijn.

Dat toetsing belangrijker is dan coaching was al een tijdje bekend. Sinds de InHolland-affaire is het hoger onderwijs totaal verkrampt over toetskwaliteit. Terwijl het maar de vraag was of dat nu de essentie van die affaire zelf was. Als studenten een voldoende krijgen voor onvoldoende werk, kan je verontwaardigd doen over dat onterechte cijfer, of je kan je er boos over maken dat studenten na vier jaar opleiding niet het niveau hebben dat zij, hun toekomstige cliënten en de belastingbetaler mogen verwachten.

In Japan worden studenten nooit beoordeeld door de eigen docenten, maar zijn er onafhankelijke toetsorganisaties. Mij lijkt het geen verkeerd idee als zulke toetscommissies vooral bestaan uit vertegenwoordigers van cliënten en belastingbetalers. Nu laten we nog wel af en toe vertegenwoordigers uit het beroepenveld aanschuiven, maar gezien de deplorabele staat van sociaal werk in Nederland is het maar zeer de vraag of de nieuwe lichting afstudeerders dan mag laten zien wat er nodig is om de klus te klaren.

Jeukwoorden

Niet dat er geen goede sociaal werkers zijn, die zijn er wel, maar of die het beste van zichzelf mogen laten zien als ze studenten moeten beoordelen op de competenties die eerder door branche-organisaties en kenniscentra zijn vastgesteld (natuurlijk zonder overleg met cliënten en belastingbetalers), dat lijkt me zeer de vraag. Voor een mooie collectie jeukwoorden over de kern van ons vak, zie het Landelijk Opleidingsdocument.

Ik kan het niet bewijzen, maar ik heb stevige aanwijzingen dat we de uitval in het eerste jaar een stuk hoger is sinds we dit stuk op de boekenlijst hebben gezet. We proberen de zaak nog een beetje te redden door het jargon te vertalen in spreektaal. In het boekje staat het zo:

Professionals sociaal werk bevorderen sociaal functioneren van mensen en hun netwerken op methodische wijze, evidence based of practice based. Zij doen dit wederkerig en in samenspraak. Zij nemen daarbij het eigen karakter en handelingsvermogen van mensen en netwerken in acht.

Wij maken er samen zinnen van die de doelgroep zelf ook kan begrijpen:

Ik help je op weg in je buurt.

Ik weet wat werkt, uit een boek of door het vaak te doen.

Ik ben er voor jou, jij bent er voor mij. Zeg maar wat je wilt.

Ik weet wat er bij jou op zit en wat niet. Ik vraag niet te veel van je.

Maar ik doe niet voor je wat je heel goed zelf kan, want je kan meer dan je denkt.

Op die manier blijven goede jonge mensen nog wel behouden voor de opleiding.

Tijd maken

Sociaal werk is een moeilijk vak. We werken voor mensen die nooit ‘gemiddeld’ zijn, en de werkers zelf zijn dat ook niet. Meer dan de helft van de studenten heeft zelf ervaring als ontvanger van hulp of als naaste van mensen die hulp nodig hebben of hadden. Om waardevol te kunnen zijn voor anderen heb je effectief onderwijs nodig, waarin je samen moeilijke kwesties ontrafelt en steeds kijkt wat dat doet met je hoofd en je lijf. Je moet er tijd voor maken.

Maar al voor de crisis lag het aantal contacturen erg laag. Een voltijds eerstejaars student heeft er in de meeste gevallen niet meer dan zo’n 300 per jaar. Ook dat is een reden om zoveel te toetsen, want dat is de enige manier om te weten of ze thuis ook nog iets leren. Sommige studenten, zoals deze fietskoerier , maken er geen geheim van dat ze af en toe snel een werkstuk in elkaar flansen maar verder totaal geen tijd vrij maken om goed te worden in dit vak. En ze komen er mee weg. Ik had zelfs een manager – ze is nu doorgepromoveerd naar een collega-instelling - die met enige trots vertelde dat ze in haar opleiding eigenlijk alleen af en toe een werkstuk inleverde en verder met andere dingen bezig was. De Nationale Studentenenquête liegt niet …

Contactverbod

En nu gaat er straks een nieuwe lichting beginnen aan een opleiding waarvoor de hogescholen afspraken met de openbaar vervoersbedrijven gemaakt hebben: alleen onderwijs van 11.00 tot 20.00, en maximaal 20% van de lessen wordt live gegeven. Omdat meer studenten dan vroeger hun Havo- of Mbo-diploma hebben gekregen en een tussenjaar (reizen en werken) niet zo’n aantrekkelijke optie is, zullen we meer eerstejaars hebben dan in het ‘oude normaal’.

Veel scholen hebben de keuze gemaakt om de contacturen vooral te gebruiken voor practicums, voor eerstejaars, voor afstudeerders en voor kwetsbare studenten. Dat andere groepen studenten ook collegegeld betalen geeft hun blijkbaar geen rechten; die sneuvelen in de triage.

Over de beoogde resultaten van de regels kunnen we het snel eens worden: geen nieuwe uitbraak van corona door groepsbijeenkomsten. Maar dan gaan we bij die regels toch een aanpak verzinnen die recht doet aan de kern van sociaal werk: samen verkennen wat nodig is in wijken, buurten en instellingen. Het hele idee van een Campus op een terrein buiten de stad stond altijd al heel ver van de kernwaarden van sociaal werk, dus laten we daarmee ophouden en studenten gewoon gaan opzoeken in hun eigen omgeving.

De trein wordt er niet voller van als Hogeschool Utrecht een jaartje ook Hogeschool Woerden of Hogeschool Nijkerk mag wezen. Technisch is het heel gemakkelijk om leerteams te vormen op basis van de postcodes van studenten. Geef de docenten toestemming om studenten op te zoeken op locaties in hun eigen omgeving (wat nu nog verboden wordt). Laat sowieso veel meer opdrachten in de buitenlucht uitvoeren.

Present zijn

Dit is het moment om te laten zien dat sociaal werk een fysiek en mentaal beroep is, waar kennis betekenis krijgt in het contact tussen mensen. Je moet er niet aan denken dat al die eerstejaars het na een paar maanden voor gezien houden omdat ze vooral naar beeldschermen hebben zitten turen. Of erger nog, dat degenen die overblijven precies degenen zijn die wel kunnen wennen aan onderwijs op afstand en af en toe een toetsje maken.

Sociaal werk moet zich profileren als een contactstudie. Uit lijfsbehoud van de opleidingen, maar vooral ook omdat je het de cliënt van morgen niet aan wil doen dat de student van vandaag niet present hoefde te zijn.

Klaas Mulder is zelfstandig adviseur en docent aan Hogeschool Utrecht.

 

Foto: Bas Bogers (Straatfotografie.com)

Reacties op dit artikel (3)

  1. Geweldig artikel! Dit is ook een kwestie in de opleidingen tot en de waardring van het vakmanschap bij professionals bij sociale diensten (de hulp- en dienstverleners die we ‘klantmanagers’ en ‘arbeidscoaches’ zijn gaan noemen). Omdat de “cliënten” blijkbaar gecoached en gemanaged moeten worden. Alsof ze niet zelf uit de problemen willen komen, natuurlijk wel maar niet op de bevoogdende en dwingende manier zoals in de huidige #participatiewet (zie de artikelen over dat positieve aandacht wel helpt).

    Opleiding tot sociaal werker op de ‘werkplek’, een goed idee. Wijkcentrum Kersenboogerd is zo’n plek: evidence based heb ik daar als wijkbewoner ervaring met bevlogen sociaal werkers en effectieve projecten. Mede omdat bureaucratie en targets er minder belangrijk gevonden worden. En omdat er zo’n mooie bar is. De opleiders van Hogeschool InHolland en Hogeschool Windesheim zijn van harte welkom. 😉

  2. Een behartigenswaardig pleidooi voor sociaal werk als contactstudie, met concrete suggesties voor een creatieve en innovatieve aanpak binnen de anderhalvemetersamenleving.

  3. Bijschrift:
    Hogeschool Utrecht heeft inmiddels besloten dat studenten en docenten de wijk in mogen om daar opdrachten te doen en bijeenkomsten te houden bij partners in projecten.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *