De recente aandacht voor bestaanszekerheid valt – in Google-zoektermen – nog steeds in het niet ten opzichte van armoede en schulden (figuur 1). Bestaans(on)zekerheid lijkt vooral een beleidsterm, niet iets waar mensen geregeld aan denken. Armoede en schulden is iets wat mensen dagelijks beleven, en dus ook online naar lijken te zoeken. Terwijl aandacht voor schuldenproblematiek de afgelopen vijf jaar onverminderd hoog bleef, nam de aandacht voor armoede toe sinds de oorlog in Oekraïne en de economische gevolgen ervan.
Figuur 1: Google-zoektrends naar bestaanszekerheid, armoede en schulden

Armoedecijfers
De toenemende belangstelling voor armoede sinds 2022 valt ook samen met het moment waarop het Centraal Planbureau (CPB) voor het eerst armoedecijfers is gaan publiceren in hun Macro Economische Verkenningen (MEV). De pieken rondom de zoekterm armoede in figuur 1 vallen precies samen met de ramingen van het CPB en de daaropvolgende media- en politieke aandacht tijdens Prinsjesdagen en de verkiezingen van vorig jaar.
Verhoging van huurtoeslag helpt meer mensen net over armoedegrens heen dan vergelijkbare verhoging van de bijstand
De recente aandacht voor armoedecijfers is terecht en onderstreept het signaal van hulpverleners dat steeds meer inkomensgroepen moeite hebben met rondkomen. Er zit echter ook een risico aan, namelijk dat de focus op een armoedegrens (tijdelijk) beleid in de hand werkt dat mensen nét over de armoedegrens heen tilt, in plaats van diepgewortelde oorzaken van armoede aanpakt.
Koopkracht is leidend
Tijn Croon, promovendus verbonden aan de TU Delft, laat bijvoorbeeld zien hoe een beleidsfocus op een hoofdelijke telling van mensen in armoede kan leiden tot het verhogen van de huurtoeslag in plaats van de bijstand, met wezenlijk andere effecten. Een verhoging van de huurtoeslag helpt meer mensen net over de armoedegrens heen dan een vergelijkbare investering in de verhoging van de bijstand. Het laatste helpt het inkomen voor mensen in armoede weliswaar structureel omhoog, maar zou minder mensen over de armoedegrens heen tillen.
Er is een beter begrip noodzakelijk van de intensiteit van armoede – en de beleving daarvan
Dit werpt de vraag op welke beleidsvisie leidend zou moeten zijn voor armoedebeleid. Nu is koopkracht, op basis van armoederamingen, leidend. Het is echter aannemelijk dat het verschil tussen ver onder de armoedegrens of minder ver onder de armoedegrens leven meer levenskwaliteitswinst oplevert dan het verschil tussen net onder en net boven de armoedegrens leven. Om tot een andere visie voor armoedebeleid te komen, is een beter begrip noodzakelijk van de spreiding rondom de armoedegrens – oftewel de intensiteit van armoede – en de beleving daarvan.
Intensiteit van armoede
Er leven minder huishoudens ver onder de armoedegrens en juist meer huishoudens rond de lage-inkomensgrens
Hoe zit het eigenlijk met de intensiteit van armoede in Nederland? Het CBS rapporteert hierover. Het verschilt hoe ver een huishouden precies onder de armoedegrens leeft. Van de 335.000 huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens – 1200 euro netto per maand voor een alleenstaande, 1590 euro netto per maand voor een alleenstaande ouder met één kind en 2300 euro netto per maand voor een stel met twee kinderen – leeft een substantieel aantal mensen (een derde) 15 of meer procent onder de armoedegrens. Zo’n kwart van de huishoudens zit op 85 tot 95 procent van het sociaal minimum. En iets meer dan een derde van de huishoudens heeft een inkomen tussen de 95 en 100 procent van het sociaal minimum (figuur 2).
Gevolg van koopkrachtbeleid
De spreiding van huishoudens rondom de armoedegrens is het gevolg van het koopkrachtbeleid de afgelopen jaren. Ten opzichte van voorgaande jaren leven er minder huishoudens ver onder de armoedegrens en leven er juist meer huishoudens rond de lage-inkomensgrens. Andere beleidskeuzen hadden er echter toe kunnen leiden dat bijvoorbeeld niemand 15 procent of meer onder armoedegrens hoeft te leven.
Figuur 2: Huishoudens tot 120 procent van de lage-inkomensgrens

Verhaal achter de cijfers
De intensiteit van armoede heeft niet alleen te maken met hoe ver een inkomen onder de armoedegrens valt. Het heeft ook te maken met hoe het leven van iemand er daadwerkelijk uitziet. Het gaat om het verhaal achter de cijfers. Leven met schimmel, de verwarming laag en de gordijnen dicht. Kinderen zonder bed of als er al een bed is, een matras van het grofvuil. Ongedocumenteerden die ondervoed zijn. Mondzorg die vermeden wordt. Dit zijn allemaal zaken die invloed hebben op de (langdurige) gezondheid van mensen.
Met welke combinatie van problematiek verschillende gezinnen onder de armoedegrens kampen, is onbekend
Armoede verschuift voor een groep in Nederland van een mentale naar een fysieke aard. Waar voorheen de aandacht lag op zaken als eenzaamheid en sociale uitsluiting, gaat het steeds vaker over de toegang tot basisvoorzieningen. Met welke combinatie van problematiek verschillende gezinnen onder de armoedegrens kampen, is echter onbekend. Inzicht in dit soort (oor)zaken is van groot belang om effectief armoedebeleid te voeren.
Doelmatig armoedebeleid vraagt om visie
Wat het pakket aan koopkracht ondersteunende maatregelen de afgelopen twee jaar heeft laten zien, is enerzijds dat beleid ertoe doet: het armoederisico in Nederland is nog nooit zo laag geweest. Ja, de armoedegrens is te laag, zoals de commissie Sociaal minimum voorrekende. Maar alle inkomensgroepen zijn een stukje op de ladder naar boven geschoven.
Het gevoerde beleid heeft laten zien dat koopkrachtsteun geen structureel, bewust armoedebeleid is
Anderzijds heeft het gevoerde beleid ook laten zien dat koopkrachtsteun geen structureel, bewust armoedebeleid is. Veel van de maatregelen waren tijdelijk (energieprijsplafond, energietoeslag, verhoging zorgtoeslag) en niet erop gericht om de laagste inkomens structureel te verhogen (bijvoorbeeld huurtoeslag versus extra verhoging bijstandsuitkering).
Doelmatig armoedebeleid vraagt om een visie gestoeld op ethische afwegingen. Een voorbeeld van zo’n afweging is of we beperkte middelen inzetten om zo min mogelijk mensen onder de armoedegrens te tellen, of dat we toewerken naar een socialer minimum voor iedereen. Zolang koopkrachtverbetering en armoedegrenzen leidend zijn, riskeren we alternatieve beleidsopties over het hoofd te zien. Een startpunt van wat het zou vragen om een waardig leven voor iedereen te garanderen zou tot andere keuzen leiden.
Anna Custers is lector Armoede Interventies aan de Hogeschool van Amsterdam. Ze schrijft op deze plek over alles wat opvalt rondom armoede en schuldenproblematiek.
Bovenstaande is een verdere uitwerking van haar lectorale rede, Armoede in een rijk land en een eerder artikel van haar in ESB.
Symposium 'Systeemverandering in een nieuwe politieke realiteit'Op 25 april 2024 organiseert het lectoraat Armoede Interventies het symposium Systeemverandering in een nieuwe politieke realiteit. Experts, professionals en beleidsmakers komen samen om te zoeken naar een nieuwe aanpak van armoedebestrijding. Hier kun je je aanmelden. |
Foto: Lin Woldendorp