COLUMN Omhelzen met de ogen

Hoe moet het nu in de anderhalve-meter-samenleving, waar we zelfs ziek kunnen worden van nabijheid? Elkaar aanraken, al is het nog zo subtiel, is zo belangrijk voor menselijk contact, en cruciaal in zorg en hulpverlening.

Met een omhelzing en twee dikke kussen werd Aicha, de wijkverpleegkundige, begroet. De wat oudere vrouw was door een leeg nest in een venijnige depressie geraakt. In stilte ving haar man alles op. Hij deed het huishouden, kookte, maar ook hij begon te wankelen. Aicha zorgde ervoor dat er werd bijgesprongen en nu gaat het al veel beter. De kussen waren een uitdrukking van pure dankbaarheid.

Hoe moet het nu in de anderhalve-meter-samenleving, waar we zelfs ziek kunnen worden van nabijheid? Elkaar aanraken, al is het nog zo subtiel, is zo belangrijk voor menselijk contact.

Als iemand je aanraakt, word je als vanzelf geraakt. Het biedt troost, een veilig gevoel en erkenning van het lichaam, met al zijn gebreken. De huid is ons grootste en meest sociale orgaan, zeggen psychologen. We lezen ook steeds vaker een lofzang op aanraken, zoals die van schrijfster Maartje Wortel. Nadat ze zich in haar eentje (met kat) had teruggetrokken toen ze ziek bleek, schreef ze hunkerend: ‘Ik laat me graag aaien door de wind, al heb ik dan liever dat het gaat stormen; een zeiknat gezicht, dat lijkt me wel wat.’

Ook in de zorg wordt veel aangeraakt

Aanraken is ook cruciaal in de zorg en de hulpverlening; je komt dicht bij elkaar, je erkent de ander als mens, niet als patiënt of cliënt. Op stap met een Haagse thuiszorgorganisatie die hoge ogen gooit bij haar cliënten, viel me op hoeveel er werd aangeraakt. Natuurlijk is er ook altijd fysiek contact als je steunkousen aantrekt of iemand doucht – dat gaat niet met anderhalve meter ertussen.

Maar dat kan je met of zonder warmte doen; sommige professionals hebben echt ijskoude handen. Hier niet. Het tafereel waarbij een medewerker zorgvuldig de haren kamt, de ogen opmaakt en de lippen stift van een jonge meervoudig gehandicapte vrouw met wie nauwelijks een woord gewisseld kon worden, staat me nog steeds bij.

Er waren ook heel wat meer aanrakingen dan strikt noodzakelijk en declarabel voor de zorgverzekeraar. Een aai hier, een hand daar – vooral tussen vrouwen. Daardoor voelen mensen zich nabij. En het bleek een cruciale vorm van communicatie, zeker als je elkaars taal niet spreekt.

Met je handen kan je meer bereiken dan met je mond, zag ik toen een oudere Turkse man bij zijn pillen instructies kreeg van een Nederlandse van Marokkaanse afkomst.

Afstand is ook een zegen

De fysieke afstand in de anderhalve-meter-samenleving is in andere opzichten ook een zegen. Wie weet kan het tot meer respect leiden. Bijvoorbeeld voor Sara, geboren op Curacao, die vertelt dat er cliënten zijn die graag haar donkere huid en kroeshaar willen betasten ‘omdat ze willen weten hoe dat voelt’. Onschuldig? Misschien, maar evengoed vernederend; ongepaste aanrakingen zijn een teken van disrespect. Onze helden hebben daar vaak mee te maken. Van een ‘verdwaalde huidhongerige hand’ die ‘per ongeluk’ een bil of een borst aanraakt tot regelrecht duwen, slaan, schoppen. Werknemers met een zorg- of welzijnsberoep hebben van iedereen het vaakst te maken met ongewenst fysiek gedrag op het werk, aldus het CBS.

Waar blijft de #metoo in zorg en welzijn? Laten we hopen op een corona-reset die leidt tot meer respect en warm contact. Maar hoe? Maartje Wortel haalt een kunstenares aan, Sanne van Balen, die schreef: ‘We moeten ons nu tot elkaar verhouden zoals we ons normaal gesproken tot kunst in een museum verhouden – voorzichtig, met respect en gepaste afstand, met besef van waarde en schoonheid.’

We zouden dan, in plaats van voelen, beter naar elkaar moeten kijken, zoals naar een schilderij. Aanraken met de ogen in plaats van met de handen. Dat je uit dankbaarheid de wijkverpleegkundige met je ogen omhelst. Zou dat ook kunnen?

Monique Kremer is hoogleraar Actief Burgerschap en voorzitter bij de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken.

Dit artikel verschijnt als column in het komende Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.

Monique Kremer verzorgt op 19 november het Nederlandse deel van de Marie Kamphuislezing.

 

Foto: Huub Zeeman (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 967 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Om je eigen ervaringen te verbeteren als beroepsmens, het verzoek om een keer De Vijf Ritmes of Open Floor te dansen. Internationale dansvormen voor expressie en emotie. Zelf dans ik deze bewegingsvormen al meer dan 20 jaar. Iedere teacher is gespecialiseerd in het innerlijke contact en in het subtiele van aanraking, ook zonder aanraking. We bevorderen overal de fantasie en creativiteit van mensen door ritme, ruimte en rust. Geef het jezelf een keer cadeau, je bent welkom.

    Voor beroepsmensen in het sociale domein is het een avontuur aan ervaringen als je een keer een workshop durft te doen. Onderdeel van de psychomotorische wetenschap en zo leuk dat je het zelf een keer mag ervaren. Een combinatie van dans, beweging, improvisatie, muziek uit ieder genre maar vooral het genieten van jezelf en elkaar. En wereldwijd bevorderen we overal verbinding en verandering, want dansen is de leukste manier van ademhalen die er is. So let’s make the world a dancefloor and dance!

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *