COLUMN Ophef om een traplift

Mieke van Stigt zag hoe haar schoonmoeder de traplift moest inleveren nadat haar schoonvader overleed. Die zou worden weggegooid, want haar schoonmoeder had er nu eenmaal geen recht op. Een tweet had onvoorziene gevolgen.

Eind september overleed mijn schoonvader, na een lang ziekbed thuis en een kort ziekbed in het ziekenhuis. Hij was al jaren hartpatiënt, en mijn schoonmoeder had een zware klus aan de mantelzorg. Gelukkig had ze de laatste tijd wel meer hulp, maar zwaar bleef het. Voor mijn schoonvader was het erg fijn dat hij thuis kon blijven wonen, ook dankzij een traplift en een invalidenparkeerkaart zodat mijn schoonmoeder hem af en toe eens mee kon nemen voor een boodschap of bezoekje. Al kon dat de laatste tijd ook niet meer.

Al binnen de kortste keren na het overlijden werd de parkeerkaart door de gemeente teruggevorderd. Want daar had hij, dood en wel, natuurlijk geen recht meer op. Mijn schoonmoeder overlegde nog met de huisarts, zou de traplift mogen blijven? Nu ging het voor haar nog wel, maar hoe moest dat straks? Ze bleef immers alleen achter en was ook de tachtig al ruim gepasseerd en niet heel erg vast ter been. De huisarts kon niet anders dan haar antwoorden: tja, op dit moment kan ik niet hardmaken dat je hem echt nodig hebt, ik kan er niet om liegen. En dat wilde mijn schoonmoeder natuurlijk ook niet. Er waren tenslotte mensen die hem harder nodig hadden dan zij.

Maar toch hoopten we dat het over zou vliegen, die traplift was er immers al zoveel jaar en onderhoudsmonteurs hadden ze ook niet meer gezien, wie zou er nog om malen? Dat bleek een misrekening. Op dinsdagmiddag werd mijn schoonmoeder gebeld: “de traplift wordt vrijdag opgehaald”. En op vrijdagmiddag verschenen twee monteurs en die verwijderden zonder omhaal de traplift. Mijn schoonmoeder keek naar hun busje vol met onderdelen en vroeg wat ermee zou gebeuren. Het antwoord was kort: “oh, misschien wordt het stoeltje nog hergebruikt, maar de rest wordt weggegooid.”

`s Avonds belde ik om te vragen hoe het gegaan was en haar relaas schoot me in het verkeerde keelgat. Op Twitter schreef ik:

En oh ja:

Viral

Ik moest gewoon even mijn ei kwijt op Twitter, dacht ik. Maar wat deze tweet teweegbracht had ik totaal niet voorzien: binnen de kortste keren werd het bericht meer dan duizend keer gedeeld en gelezen door meer dan honderdvijftigduizend mensen. Ik belandde in een totale mediahype: er kwamen aanvragen binnen van televisie, radio en kranten en berichten van Kamerleden en het ministerie van VWS. En alles wat ik dacht was: oh help, mijn schoonmoeder weet van niks. Ik wilde haar niet belasten, ze was immers pas net weduwe, alles was (en is) nog zo vers… We gingen zondag de trapleuning ophangen en ik zei niks. Ik reageerde niet meer op mails en later op de dag verwijderde ik nog de tweet, maar die ging inmiddels alweer viral op Facebook. De doos van Pandora liet zich niet meer sluiten.

Toen dinsdag tegen mijn uitdrukkelijke verzoek in toch een levensgroot artikel in De Telegraaf verscheen (die er natuurlijk wat details bij verzonnen), moest ik haar wel bellen. Ze nam het gelukkig goed op en zei: “Maar zo is het toch ook? Dit is toch ook raar?”

Verspilling , willekeur en kapitaalvernietiging

Haar verhaal had inmiddels half Nederland bereikt en de herkenning bleek groot. Talloze mensen reageerden met vergelijkbare ervaringen. Hun boosheid is begrijpelijk: het gaat om gemeenschapsgeld, verspilling en willekeur. De een krijgt tegen haar zin een traplift omdat de gemeente nu eenmaal alle huizen in die wijk levensloopbestendig wil maken, bij de ander wordt de traplift juist tegen haar zin weggehaald. Iemand verhuist naar een andere gemeente en moet daar een nieuwe, speciaal aangepaste, rolstoel aanvragen omdat de oude, prima rolstoel niet mee mag. Pure kapitaalvernietiging, nog afgezien van de akelige rompslomp voor zieke mensen. En wat gebeurt er met scootmobiels van mensen die zijn overleden? Bij het CDA, D66 en de PvdA partijen kwamen zoveel reacties binnen dat ze besloten tot een meldpunt. Met de binnengekomen klachten hebben ze inmiddels Minister de Jonge (Volksgezondheid) om actie gevraagd. En zelfs in mijn eigen gemeente benadrukte de plaatselijke CDA-fractie dat ze er alles aan deden om verspilling van gemeenschapsgeld tegen te gaan.

Zelfs de leverancier van de traplift belde mij, vooral om zijn kant van het verhaal te belichten. Zoals de scherpe (dus eigenlijk te lage) prijzen die ze moeten hanteren om nog concurrerend te kunnen zijn in de dans om de aanbestedingen van gemeentes, die nu eenmaal grote opdrachtgevers zijn. Maar ook dat ze steeds meer streven naar hergebruik van onderdelen. Ik vroeg hem wat zo’n traplift nou eigenlijk kostte, waar hebben we het over? Een nieuwe traplift kost volgens hem zo’n 3 tot 5 duizend euro, maar gemeenten betalen de laagste prijs. De restwaarde van deze traplift schatte hij in op hooguit duizend euro. Waarom was mijn schoonmoeder niet voorgesteld om hem over te nemen? Wellicht had ze het verschil graag zelf bijgelegd. En stel dat ze volgend jaar wél in aanmerking komt voor een nieuwe traplift, dan kost deze opnieuw minimaal drieduizend euro. Laten zitten lijkt me vele malen voordeliger, dit is weggegooid geld.

Levensloopbestendig denken

Zo’n heet hangijzer vraagt om actie, en gelukkig nemen de betrokkenen het onderwerp heel serieus. Het ministerie belde me, om toelichting te vragen en te geven, ging vervolgens in overleg met de betreffende gemeente, die op haar beurt ook weer contact met mij opnam.

Het verhaal dat de traplift zou worden vernietigd, blijkt niet of nauwelijks te kloppen: de meeste onderdelen worden hergebruikt, alleen afgekeurde en onveilige systemen worden vernietigd. Vervolgens hadden we een goed gesprek over theorie en praktijk van hulpmiddelen. Het is namelijk vreemd om enerzijds te verwachten dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen (met als voordeel hun zorgende netwerk in de buurt, zoals buren die bij glad weer een boodschap voor je doen) en anderzijds bij een vrouw van over de tachtig jaar een traplift weg te halen. Juist de wens om mensen zolang mogelijk thuis te laten wonen vraagt om een levensloopbestendig beleid. En het is logisch dat de monteurs van een traplift niet verantwoordelijk zijn voor een ingewikkelde leuning, maar juist daardoor ontstond een loeigevaarlijke situatie.

De dame van de gemeente benadrukte dat zij ook een lerende organisatie willen zijn. De huidige praktijk is dat de leverancier van bijvoorbeeld trapliften na overlijden van een bewoner automatisch bericht krijgt. De achtergebleven bewoner had volgens haar zelf bezwaar kunnen maken, maar op geen enkele manier was duidelijk dát dat mogelijk was, bij wie en hoe. De huisarts is hier (logisch) niet van op de hoogte. Dat moet duidelijk anders en dat willen ze dus ook gaan veranderen: het wijkteam kan de situatie met de achtergebleven bewoner bekijken en overleggen of de traplift moet blijven. De eis tot herstel van de trapleuning komt voortaan in de contracten met de leveranciers.

De decentralisatie van zorg heeft de afstand tussen overheid en burgers (wederzijds!) verkleind en die situatie behoeft duidelijk nog wat bijstelling, zo hier en daar. Gelukkig nemen gemeenten deze taak serieus. Maar tussen gemeenten blijken juist schotten te zijn ontstaan, waardoor dubbel werk ontstaat en dus dubbele kosten gemaakt worden. Of er ontstaat willekeur, waardoor mensen in de ene gemeente de voorziening wel krijgen terwijl hun lotgenoten in een andere gemeente bot vangen. Dat is iets waar het Ministerie aan kan werken. Gelukkig blijkt men door mijn bericht flink wakker geworden en is de goodwill aanwezig. Waar Twitter al niet goed voor is.

Mieke van Stigt is socioloog en pedagoog en columnist van Sociale Vraagstukken.

Foto: Freaktography (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 2445 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (4)

  1. Goede, inhoudelijke column, naar aanleiding van een absurde gebeurtenis. De verontwaardiging zoals geformuleerd in de tweet (overigens gebruik ik zelf twitter niet meer) was terecht. En het blijft schrijnen, ook al probeert de desbetreffende gemeente ervan te leren. Het pleidooi dat Jos van der Lans al jaren geleden hield voor ‘ontregelen’, en het OMdenken van Bernt Gunster blijft nodig.

    Ik heb de column gedeeld via LinkedIn.

  2. Wij hebben het zelfde gehad bij het overlijden van mijn vader. Ook toen kon de traplift niet blijven zitten. Mijn broers hebben toen de gemeente aangeklaagd en bedongen dat mijn moeder (na 2 heup operaties) de lift hard nodig had om boven te komen. Gemeente heeft toen toegestemd om lift te laten zitten vanwege alle “rompslomp” die het teweeg zou brengen. Gekke is dat nadat mijn moeder was overleden ze erg moeilijk deden om traplift weg te halen. Konden we zelf wel doen het ging toch naar de stort. Nou vraag ik je. ……?

  3. Vraag: Wat helaas niet is gebeurd als ik het zo lees is dat er geen overleg met de gemeente is geweest vanuit mw (of familie) om te bespreken of de traplift moch overgenomen worden of blijven, klopt dit?

  4. echt triest zoiets, heb zelf ook traplift gelukkig maar weet van een bekende haar buren hun traplift moest weg, zelf is ze slecht ter been ook en vroeg of zij hem dan over mocht nemen, nee hij werd zo in een container gegooid, absurd gewoon dit.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *