Erik en Nicolien hebben een plan. Ze zijn gepensioneerd, gezond en actief. Nicolien was werkzaam in de zorg als verpleegkundige en Erik is bestuurder geweest bij de gemeente. Ze zien dat er enorme mogelijkheden liggen in de buurt als burgers zelf zaken aanpakken in de (lichte) zorg en het sociaal domein. Ze kunnen haast niet wachten.
Ze kennen het klappen van de zweep. Ze hebben een uitgewerkt plan inclusief een maatschappelijke business case, er is veel energie in de buurt en zelfs sommige lokale ondernemers hebben steun toegezegd. En toen liep het helemaal leeg.
IZA
Erik meende zijn ervaring bij de gemeente in te kunnen zetten om daar binnen te komen. En inderdaad, er volgde een keurig gesprek waaruit bleek dat de gemeente voor dat jaar alle middelen had aanbesteed aan professionele partijen. Heel veel geld had het echtpaar niet nodig, maar toch wel wat. Een bevlogen ambtenaar opperde dat het echtpaar beter een aanvraag bij het Integraal Zorg Akkoord (IZA) zou kunnen doen, want daar zou geld zat zijn. Plechtig las de ambtenaar een passage voor uit het akkoord: ‘Passende zorg begint bij zelfzorg en informele zorg. Pas als dit onvoldoende bijdraagt, sluit formele zorg aan.’ Minder druk op de arbeidsmarkt is een speerpunt van het kabinet. Wat wil je nog meer?
Nachtmerrie
De IZA-aanvraag eindigde in een nachtmerrie voor Erik en Nicolien. De zorgverzekeraars wilden harde garanties dat hun initiatief de zorguitgaven in de hele regio zou doen dalen binnen een jaar, maar die garantie kon het sympathieke echtpaar natuurlijk nooit geven. De regio was helemaal niet de schaal waarop zij actief wensten te zijn en binnen een jaar de zorguitgaven laten dalen, dat was niet waar het initiatief over ging. Als Erik voor de zoveelste keer een lijzige medewerker het woord KPI hoort uitspreken, kan hij zich niet langer bedwingen en gooit hij een theekopje tegen de muur kapot.
Jaarlijkse cyclus
Dit fictieve voorbeeld is helaas niet zo fictief als het lijkt. Het voorbeeld is de harde realiteit in veel delen van het land. Op deze manier dreigt de energie weg te vloeien uit de Erikken en de Nicoliens. Het probleem van zorgverzekeraars en gemeenten is complex, maar één ding is eigenlijk vrij simpel: de volgorde klopt niet.
Gemeenten en zorgverzekeraars zitten gevangen in een jaarlijkse cyclus
Gemeenten en zorgverzekeraars zitten gevangen in een jaarlijkse cyclus. De zorgverzekeraars bepalen aan het eind van het jaar de premie en dienen hun contractering op orde te hebben om aan de zorgplicht te voldoen. De gemeente maakt een jaarlijkse begroting waarover ze verantwoording aflegt aan de gemeenteraad en besteedt middelen in het sociaal domein aan allerlei professionele partijen. Burgerinitiatieven fietsen daar ‘hinderlijk’ tussendoor. Die cyclus maakt het heel lastig voor de gemeenten en de verzekeraars om gedurende het jaar flexibel te handelen, zelfs als men welwillend is.
Omdraaien
Er is geen enkele wet die deze onhandige volgorde noodzakelijk maakt. Het is gewoon hoe het in de praktijk gaat. Maar dat biedt ook kansen, want het kan ook anders. Stel je nu voor dat de zomermaanden benut worden voor burgers om plannen in te dienen bij gemeenten, zorgkantoren en verzekeraars. Ze bepalen in gezamenlijkheid wat er door kan en wat niet. Dit doen ze met een (ik zeg dit niet voor niets met HOOFDLETTERS) LICHTE toets die ook kwalitatieve componenten mag hebben. Vervolgens kijken ze wat er overblijft voor de professionele inkoop.
Voor burgers betekent het dat ze niet langer in naargeestige carrousels belanden
De baten van deze omdraaiing zijn enorm. Voor burgers betekent het dat ze niet langer in naargeestige carrousels belanden, maar op een voorspelbare manier als eerste aan de beurt zijn. De financiering van initiatieven komt niet tot stand door te schrapen in de donkere hoekjes van gemeentelijke begrotingen, maar is gegarandeerd aan de voorkant. De professionals komen pas in de beeld als er wat overblijft. Dat is precies wat er in het IZA staat, maar geheel niet wat er in de praktijk gebeurt.
Baten
Voor gemeenten betekent de omdraaiing winst, omdat burgerinitiatieven bijna altijd goedkoper zijn dan professionele aanbestedingen. Er wordt immers vooral gewerkt met vrijwilligers en de aanbestedingen zelf zijn ook kostbaar. Zorgkantoren en verzekeraars cashen gewoon mee. Een deel van de baten kan al in jaar 1 geoogst worden. Denk aan alle diensten waar de burgers daadwerkelijk professionele uitvoering vervangen.
De baten mogen diffuus en langere termijn zijn, ze kunnen wel heel groot zijn
Voor andere baten zal men enig geduld moeten betrachten, omdat de kosten soms voor de baat uitgaan. Zo leidt minder eenzaamheid tot stevig lagere zorgkosten en minder uitgaven aan de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), maar dat zal niet in jaar 1 blijken.
Ondernemen
Gemeenten en zorgverzekeraars vinden het vaak lastig om te investeren in versnipperde kleinschalige projecten met diffuse baten die deels op de langere termijn materialiseren. Maar de baten mogen diffuus en langere termijn zijn, ze kunnen wel heel groot zijn.
Van burgers mag verwacht worden dat ze de plannen in de buurt goed afstemmen en waar mogelijk zelfs buurtoverstijgend aanbieden. Partijen als Nederland zorgt voor elkaar, Stadmakers, KBO en LOC kunnen burgers helpen deze nieuwe cyclus te begeleiden en te ondersteunen.
Het enige risico is dat zorgkantoren, gemeenten en zorgverzekeraars eindeloos gaan steggelen
Gemeenten en zorgverzekeraars kunnen inspiratie opdoen bij ondernemers. Die moeten ook vaak aan de voorkant investeren om later te cashen. En anders dan bij veel bedrijven gaat het hier niet om heel risicovolle investeringen. Ten eerste gaat het per initiatief niet om veel geld en hoewel succes nooit een garantie is, kan er ook niet heel veel misgaan.
Weinig risico’s
Ik zie heel weinig risico’s. We kunnen de omkering morgen starten, liefst in regio’s waar een zorgverzekeraar een groot marktaandeel heeft, dan is het makkelijker te investeren. Het enige risico dat ik zie is dat zorgkantoren, gemeenten en zorgverzekeraars eindeloos gaan steggelen over de verdeling van de investeringen en de eisen voor burgerinitiatieven toch weer veel te ingewikkeld en gedetailleerd maken.
Gelukkig hebben we de ervaringen met het IZA. Alle partijen weten heus wel dat het niet zo moet en er wordt dan ook actief gezocht naar manieren om dit slimmer te organiseren. Gebruik het Instituut voor Publieke Waarden om een format te maken om plannen te beoordelen. Die hebben een hekel aan complexiteit en ervaring met schotten, dus dat komt goed.
Erik en Nicolien
De nieuwe cyclus pakte heel goed uit voor het plan van Erik en Nicolien. Ondanks de lichte toets en verantwoording is Nicolien druk met het in kaart brengen van de baten. Niet om de gemeente te overtuigen, want de wethouder schept in het hele land op over hoe goed het hier gaat en hoe hij dat toch maar mooi geregeld heeft. Nicolien wil gewoon zelf zien wat er in de buurt gebeurt en waar ze aandacht aan moeten schenken het volgend jaar. Erik heeft ondertussen een nieuwe theekop met het logo van het buurtinitiatief; heel lief dat verjaardagscadeautje van de wethouder.
Marcel Canoy is hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de VU. Hij is daarnaast adviseur van de Autoriteit Consument & Markt (ACM)