COLUMN Wat is er mis met een psychische diagnose?

Met enige regelmaat komen ze voorbij: artikelen van psychiaters of journalisten die vinden dat er sprake is van een ‘epidemie’ of wildgroei aan kinderen en volwassenen met een diagnose als ADHD en autisme. In De Volkskrant schrijft Sanne Bloemink over ‘diagnosedrift’, naar haar gelijknamige onlangs verschenen boek. Laat die diagnoses nou eens zitten, schrijft ze, en kijk gewoon wat een kind nodig heeft. Enige jaren geleden stelde psychologe Laura Batstra iets soortgelijks, namelijk dat je ADHD kon voorkomen door de diagnose niet te stellen.

Psychiater Damian Denys maakte het een paar weken geleden in NRC nog iets bonter door ronduit te stellen dat mensen tegenwoordig om het minste of geringste een burnout, depressie of PTSS hebben: ‘Onze weerbaarheid is zo laag. Als je hier een ongeluk ziet langs de snelweg, heb je al “PTSS”.’

Volgens psycho-analyticus Paul Verhaeghe in De Volkskrant is een psychisch label een welkom excuus voor maatschappelijk falen: ‘logisch dat je die promotie niet kreeg, je hersens zijn gewoon te druk om te kunnen focussen. En wil je vrouw na twintig jaar scheiden? Niet jouw schuld, je kunt je door je autisme gewoon niet zo goed inleven in haar gevoelsleven.’ Psychiater Bram Bakker stelt in hetzelfde artikel dat jonge vrouwen tegenwoordig een modeziekte bij elkaar shoppen om maar niet verantwoordelijk te hoeven zijn: ‘ze moeten gewoon niet zeiken.’

Meerdere redenen voor toename diagnoses

Inderdaad is het aantal diagnoses zoals ADHD en autisme enorm toegenomen. Autisme werd in de jaren zeventig in de VS bij 1 op de 2500 kinderen vastgesteld, nu is dat bij 1 op de 68. Voor een deel wordt dat verklaard doordat de definitie verschillende keren is bijgesteld, waardoor ook de ‘lichtere’ verschijnselen nu onder de paraplu van de ‘autisme spectrum stoornis’ vallen. Voor een ander deel heeft de enorm toegenomen kennis van autisme geleid tot eerdere en betere herkenning.

Nog andere verklaringen wijzen op de hogere eisen in samenleving en onderwijs en met name de vereisten van een diagnose om in aanmerking te komen voor extra hulp. Wetenschapshistoricus Trudy Dehue stelt in Trouw dat de psychiatrie een hechte band is aangegaan met de farmaceutische industrie. ‘Die komt het goed uit als gedragsproblemen het imago van een ziekte hebben.’

Zowel mensen als de samenleving deugen niet

Een toename van diagnoses dus, om heel veel redenen. Het is daarom belangrijk om goed te kijken wat er mis is (jawel, een diagnose te stellen) om te zien waar we de zaken in een door ons gewenste richting kunnen bijsturen. Er zijn eigenlijk twee typen verklaringen te ontdekken. De eerste is dat de samenleving niet deugt: er is een te hoge druk op slagen, het primaat van Eigen Verantwoordelijkheid leidt er al snel toe dat falen gezien wordt als eigen schuld; de klassieke vangnetten van religie (je lot is voorbestemd dus je kunt er niet veel aan doen) en sociale verbanden (je hoort bij ons, wij troosten je wel) verdwijnen meer naar de achtergrond, het individu staat alleen en is daar niet op gemaakt.

De tweede type verklaring is dat mensen niet deugen. Ouders eisen op hoge poten een diagnose zodat hun lieveling extra tijd en aandacht krijgt, mensen gebruiken hun diagnose als excuus om zich vooral niet meer te hoeven inspannen of zich te verantwoorden voor hun falen in het leven of ten opzichte van anderen, mensen zijn niet meer tegen het leven opgewassen, mensen zijn watjes en kopen met een dure diagnose een excuuslabel of een oneerlijke voorsprong op anderen.

Stoppen met diagnosticeren?

Het vreemde is dat deze stromen vaak in hetzelfde betoog voorkomen, zoals bij Bloemink en Batstra: de samenleving deugt niet, er is een te hoge druk op het onderwijs en dus zetten leerkrachten en ouders een diagnose in om geld te krijgen. De oplossing is dat we dan vooral geen diagnoses meer moeten stellen maar kijken wat elk individu, zónder diagnose, nodig heeft om optimaal te kunnen functioneren.

Dat klinkt ontzettend mooi, maar we hadden net vastgesteld dat de druk juist enorm is toegenomen. De gevolgen zijn dat steeds meer mensen in de knel komen. Kunnen we dat oplossen door de diagnose niet te stellen? Daarmee is de druk op het onderwijs en op de arbeidsmarkt echt niet vanzelf minder. En zelfs wanneer we enorm zouden inzetten op drukverlaging in de samenleving - wat ik vooralsnog niet zie gebeuren - dan nóg blijft er verschil in de mate waarin individuen daarvan profiteren. De uitval zal wellicht minder zijn, maar niet verdwijnen.

Daarbij komt dat het juist voor aangepaste individuele omstandigheden handig is om vast te stellen wát iemand nodig heeft en waarom. Een diagnose kan daarbij enorm helpen, het is een hulpmiddel om vast te stellen wat er aan de hand is. Dat doen we in het ziekenhuis, dat doen we in de autogarage en dat doen we als we zodanig vastlopen dat ons dagelijks functioneren zwaar belemmerd wordt.

Diagnoses worden misbruikt

Volgens Bloemink is een gevaar van diagnoses dat kinderen zich ernaar gaan gedragen: ‘Als bepaald gedrag eenmaal is geclassificeerd als een officieel erkend “hersenprobleem”, zal het kind zich gaan aanpassen aan deze definitie: “Nee, ik kan niet zo goed met anderen rekening houden, want ik heb autisme”.’ Ook de omgeving stelt zijn verwachtingen bij, aldus Bloemink, wat ertoe leidt (dat beweert ze echt) dat jongeren arbeidsongeschikt thuis komen te zitten.

‘Secundaire ziektewinst’, aldus deskundigen zoals hoogleraar klinische psychologie Jan Derksen, volgens wie de diagnose borderline een soort geuzennaam geworden is, wat mensen ervan weerhoudt nog hun best te doen om hun emoties te reguleren: ‘Maar ik vind het niet gezond om je identiteit te versterken met een aandoening. Je sterke kanten worden dan niet meer ontwikkeld, je blijft hangen in je onvermogen.’

Dus nog los van de mensen die eigenlijk geen recht hebben op een diagnose, maar die op deze manier de bochten afsnijden, doen diagnoses meer kwaad dan goed, ze leiden tot luiheid bij zowel degene met de diagnose als zijn omgeving.

Moraliserende toon vergroot stigma

Er rust een zwaar stigma op psychische ziekte, nog steeds. Mensen met een psychische aandoening hebben een grotere kans op sociale uitsluiting, armoede, pesterijen en vooroordelen. Dat maakt hun leven, bovenop de problemen die uit de psychische aandoening zelf voortkomen, enorm zwaar. Het is daarom zorgelijk dat de genoemde psychiaters, hoogleraren en deskundige journalisten de door hen genoemde ontwikkelingen in een moraliserend jasje hijsen.

Het is mooi dat je primaire doel is om meer begrip te kweken voor individuele noden van mensen (en wat kan daar nou op tegen zijn), maar gaat dat lukken als je tegelijkertijd mensen met een diagnose verdacht maakt? Waarom geen degelijk onderzoek naar effecten van het wel of niet krijgen van een diagnose? Word je echt lui en gemakzuchtig van een diagnose of is dat een lui en gemakzuchtig oordeel van je psychiater?

Hoe verhoudt misbruik van een ‘labeltje’ zich tot mensen die juist hulp tekort komen of zonder diagnose niet krijgen? En dat je omgeving verkeerd reageert op je diagnose door je niet langer te stimuleren in je mogelijkheden, ligt dat aan je diagnose of ligt dat aan je omgeving? Wie is er dan geholpen met het niet stellen van de diagnose?

Diagnose is juist een hulpmiddel

Dat de hoeveelheid diagnoses is toegenomen hoeft echt nog niet te betekenen dat er sprake is van een epidemie, het kan ook inhouden dat vele volwassenen in hun kindertijd en vroege volwassenheid ernstige problemen ondervonden en daar nu pas een verklaring voor krijgen.

Sterker nog: door een tekort aan aandacht voor autisme bij meisjes en vrouwen lopen er nu nog steeds duizenden rond zónder diagnose, maar mét problemen. En juist de pleidooien tegen diagnoses laten deze groepen in de kou staan. Waar Derksen en Bakker beweren dat mensen zo graag pronken met hun diagnoses, zijn er anderen die daardoor juist niet ‘uit de kast’ durven te komen.

De socioloog Erving Goffmann omschreef Stigma als een ‘spoiled identity’ een bezoedelde, aangetaste identiteit. Juist een psychische aandoening heeft een stigma van zwak, onbetrouwbaar, onvolwaardig. En het akelige is dat pleidooien tégen diagnoses op deze manier helemaal niets bijdragen aan de oplossing. Mensen met een diagnose hebben er bovenop hun psychische kwetsbaarheid nog een moreel tekort bij gekregen, de samenleving blijft onveranderd of is nog een tandje bijgezet in het stigmatiseren van mensen met een label.

Het is niet makkelijk om aan een diagnose te komen, wachtlijsten zijn lang en zoektochten zijn intens. Het is ook niet makkelijk om voor een diagnose uit te komen, zeker niet met deze stroom aan afkeurende artikelen. Het is ook niet makkelijk om een diagnose te hebben. Het is een inzicht, een hulpmiddel. Laten we dat alsjeblieft zo houden.

Mieke van Stigt is socioloog en pedagoog en columnist van Sociale Vraagstukken.

Foto: Ambernectar 13 (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 4528 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (16)

  1. Punt is dat een psychiatrische diagnose, anders dan een gebroken been, heel erg samenhangt met een oordeel dat de samenleving of wetenschappers als uitvloeisel van de samenleving hebben. Jarenlang stond homoseksualiteit in de DSM. Dat kan de gemiddelde Nederlander zich niet meer voorstellen. Autisme wordt veel ruimer gedefinieerd dan vroeger; ook een maatschappelijk ‘oordeel’. En dan nog iets: het feit dat je een bepaald hokje aangemeten krijgt wil bovendien niet zeggen dat dit hokje passend is en je daar de beste hulp door krijgt. Bij veel psychiatrische ziektebeelden is nog lang niet bekend wat het best helpt. Ik ben voorstander voor één of een beperkt aantal benamingen, bijvoorbeeld “special needs”. Per individu met psychische problemen moet gekeken worden welke speciale behoeften er zijn en hoe de hulp het best ingezet kan worden. Dat heeft niks met druk van de samenleving of aanstellerij te maken, dat is toegeven dat we het allemaal nog niet zo goed weten en er dus goed per individu en met de sociale omgeving van dat individu naar oplossingen gezocht moet worden.

  2. Bij diagnose gaat het vooral om de machtsaanspraken van (sociale) wetenschap. Hieraan ontleent zij haar monopolie relevante uitspraken (diagnose) over ‘sociale systemen’ te doen.
    In de praktijk blijk al deze ‘wetenschappelijke’ kennis een beperkt aantal handvatten te bieden bovendien is er ook geen sprake van eensgezindheid bij diagnose.
    Voor de praktijk bieden dergelijke diagnoses weinig tot niets. Gebakken lucht blijkt het domein van veel diagnoses te zijn.

  3. Dit is een nogal slordig stuk van Mieke van Stigt. Het geeft het denken van een reeks mensen verkeerd weer. Bloemink heeft ze duidelijk niet gelezen en bij mijn naam zit zelfs een link naar een artikel van heel andere mensen.

    Dat ik soms ook farmaceutische bedrijven noem, wil nog niet zeggen dat ik alle elementen waar Van Stigt het over heeft, over het hoofd zie. Mijn werk gaat ik er stuk voor stuk op in.

    Als een psychiatrische diagnose voor zoveel mensen een verontschuldiging biedt voor hoe ze zijn, moeten we nadenken over een samenleving waarin zoveel mensen een verontschuldiging nodig hebben voor hoe ze zijn.

    En dat nadenken moet dan niet op allerlei ongerichte en zelfs woedende verwijten stuiten, zoals Bloemink momenteel overkomt.

    Het is vooral weinig behulpzaam als mensen in dit debat maar wat rondstrooien met verwijten zonder zich te verdiepen in wat een ander nu eigenlijk schreef of zei..

    Uiteindelijjk willen we immers allemaal hetzelfde: goede hulp voor wie deze nodig heeft en een samenleving die meer variatie tussen mensen tolereert.

    Trudy Dehue

  4. Na ruim 40 jaar gevochten te hebben tegen mij zelf is men er eindelijk achter gekomen waardoor ik die strijd steeds verloor.
    Nu ik de oorzaak ken, ga ik de strijd met mijzelf niet meer aan.
    Het onbereikbare is mijn doel niet meer. Ook al is er soms nog het verlangen.
    Mijn leven is weer van mij.
    En ik bereik zoveel meer dan voorheen.

  5. Steeds weer feiten onder ogen krijgen via tijdschriften, of via andere media, schuif ik opzij. Ik heb 59 jaar geleefd zonder diagnose. In 1949 werd ik in Haarlem geboren en in 2008 werd pas hier in Groningen bekend dat ik het Asperger syndroom heb. Waarna ieder jaar wel een diagnose volgde. Tot in dit jaar bekend werd, dat er nog een oorzaak was. Neurotransmitters. Altijd heb ik de boot gemist. Geen uitkering, wel bijstand. Kortom geen extra geld, Maar wel steeds de confrontatie wel te willen ontwikkelen en willen werken. Maar wegens beperkte energie steeds keer op keer op mijn plaats terug gedrukt. En in de communicatie valt het ook niet mee. In feite wordt er van ons verlangd, dat we anderen begrijpen. Maar zelf schijnen ze geen moeite te doen, ons te begrijpen. Daarom heb ik het blad van de NVA niet meer, maar wel steunend lidmaatschap. Ik wil leven zonder etiket.

  6. Beste Trudy Dehue, dank voor je reactie. Ik wil jou ook vragen heel zorgvuldig te lezen, ik noem je naam waar het gaat om verklaringen van de toename van diagnoses, waar jij (terecht!!) wijst op de rol van de industrie. Ik suggereer op geen enkele manier dat jij al mijn stellingen of alle complexe problemen rondom diagnoses over het hoofd ziet. Ik reageer in mijn column op het artikel van Bloemink in De Volkskrant. Dat is een zeer slordig stuk, waarin zij maatschappelijke problemen en problemen rondom diagnostiek uiteindelijk op het bordje van ouders (makkelijk beïnvloedbaar of zelfs stiekem hun kind aan het mishandelen) legt en het stigma van mensen met een psychische diagnose versterkt (“Als bepaald gedrag eenmaal is geclassificeerd als een officieel erkend ‘hersenprobleem’, zal het kind zich gaan aanpassen aan deze definitie: ‘Nee, ik kan niet zo goed met anderen rekening houden, want ik heb autisme.’”). Jouw doelstelling: laten we kijken wat er mis is met de samenleving dat zoveel mensen het niet meer redden (ik parafraseer even), deel ik ten volle. Laten we daarbij vooral proberen om deze problemen zodanig te onderzoeken dat we niet bijdragen aan verdere stigmatisering en beschadiging van de meest kwetsbaren. Ten slotte: die woedende reacties hebben een reden. Mensen met een psychische diagnose hebben al te maken met stigma. Dit soort onzorgvuldige artikelen dragen – hoe goed bedoeld ook- daaraan bij. En als je elke keer opnieuw klappen krijgt op een blauwe plek dan doet dat extra zeer.

  7. Beste Mieke van Stigt,
    Ik leg juist niet de verantwoordelijkheid neer bij ouders, maar schrijf in mijn stuk letterlijk dat het gaat om een collectief probleem waar geen enkele partij schuldig aan is. Dat zijn niet slechts ‘goede bedoelingen’ can mij; dat is de insteek van mijn hele boek en essay. Daarom vermoed ik toch een niet erg nauwkeurige lezing van mijn stuk.

    Overigens kreeg ik naast een aantal kwetsende reacties ook onvoorstelbaar veel bijval, juist óók van ouders met gediagnosticeerde kinderen. Kennelijk is er een grote groep die zich zorgen maakt over de manier waarop we op dit moment kinderen in onze maatschappij benaderen. Juist die ouders vrezen inflatie van de diagnose waardoor hun eigen kind niet of niet op tijd goede zorg krijgt.
    Mijn ervaring is dat zich onder deze groep talloze ouders bevinden die er volstrekt geen moeite mee hebben om het onderscheid te maken tussen mijn kritiek op een zeer complex systeem en hun eigen, individuele situatie.

    Self fulfilling prophecy en het Pygmalion effect (het door u zo gewraakte zinnetje: ‘dat kan ik niet, want ik heb autisme’, dat overigens gewoon uit het dagelijks leven gegrepen is) zijn goed onderzochte gevolgen van een diagnose en niemand ontkent volgens mij dat een diagnose een grote impact heeft op de identiteitsvorming van kinderen. Het is dus altijd zaak om een goede afweging te maken en te kijken of de voordelen van een diagnose opwegen tegen de nadelen. Mijn indruk na het doen van research voor mijn boek is dat dit niet altijd (soms dus ook wel!) goed wordt afgewogen.

    Als we iedereen de mond snoeren die erachter probeert te komen hoe dit complexe systeem zou kunnen veranderen, met als reden dat er ook mensen zijn die wél baat hebben bij een diagnose (wat ik overigens volledig onderschrijf; ik stel echt nergens in mijn boek of essay dat dit niet zo is), dan is een open debat niet meer mogelijk.

    En ten slotte: ja, er zijn voorbeelden uit de kinderpsychiatrische praktijk van ouders die hun kind mishandelen of verwaarlozen, maar blijven‘shoppen’ voor een diagnose voor hun kind. Nare voorbeelden. En nee, natuurlijk niet álle ouders, maar ook dat zeg ik nergens. Dit zijn geen ‘verdachtmakingen’ noch moraliserende standpunten. Dit zijn signalen uit de maatschappij waar we iets mee moeten.

    Ten slotte: de cijfers over de onderrapportage van kindermishandeling zijn schokkend en vanuit die hoek heb ik regelmatig gehoord dat één van de oorzaken ligt in de nadruk op de diagnose ipv tijd, ruimte en geld voor uitgebreid onderzoek naar de omgeving van het kind. Juist ook psychiaters signaleren dit gebrek aan tijd en geld. Is dat niet de moeite van het onderzoeken waard? Of mag dit niet gezegd worden, omdat de meeste ouders hun kind niet mishandelen of verwaarlozen?

    Tot zover. Ik word liever niet weggezet in een rits van mensen, maar gewoon als persoon beoordeeld. Of liever nog ga ik in gesprek!

    Hartelijke groet,
    Sanne Bloemink

  8. Beste Sanne Bloemink,

    Uit jouw reactie hier lees ik dat je juist een nuance aan wil brengen en dat je dit alles niet zwart/wit ziet. Fijn om te lezen. Echter, zo komt dat niet naar voren in je stuk in de Volkskrant. Het kan zijn dat je het niet zo bedoeld hebt, maar wanneer je een artikel schrijf voor een openbaar medium als de VK, dan gaat het in mijn ogen niet meer om wat je bedoelt, maar om hoe het overkomt. Met je artikel voedde je het beeld dat veel psychische diagnoses ‘overdreven’ zijn, en niet terecht. Dat ouders graag zo’n diagnose voor hun kinderen willen, zodat ze een excuus hebben voor het gedrag. Nogmaals, uit je reactie hier lees ik dat dit jouw doel niet geweest is, maar omdat dit beeld al wel bestaat in de maatschappij, voedde je dit met dit artikel wel.

    Voor mensen met psychische aandoeningen, die al dagelijks met dit stigma te maken krijgen, is dit heel pijnlijk. Zoals Mieke al zegt: het is alsof je schopt tegen een plek die al blauw is. Door het verkeerde beeld van een psychische aandoening te voeden, voed je ook het stigma. En dat terwijl wij dat juist proberen te verhelpen.

    Als je een (zeer terechte!!) discussie wil uitlokken, wat ik begrijp uit je reactie hier, dan had ik liever duidelijke argumenten van beide kanten gezien: onderdiagnose, overdiagnose en hoe overdiagnose ook mensen met psychische aandoeningen schaadt. Wat het mag duidelijk zijn dat dit het geval is en dat daar iets aan moet gebeuren. Maar verder stigmatiseren -bedoeld of niet- helpt daar niet bij.

    Mvg,
    Laura Beljaars

  9. Beste Sanne. Hoe kom je er nou bij dat ik jou de mond wil snoeren of dat ik er überhaupt op uit zou zijn om jou weg te zetten in plaats van als persoon te beoordelen? Om bij het laatste te beginnen, ik wil jou als persoon eigenlijk helemaal niet betrekken en volgens mij doe ik dat ook niet. Ik stel iets aan de orde wat jij schrijft en wat volgens mij problematisch is. Dat plaats ik in een door mij gesignaleerde trend. Dat is een goede wetenschappelijke traditie en volgens mij doe ik dat netjes (en niet slordig). Ja, je benoemt dat er sprake is van een complex collectief probleem en ook dat ben ik met je eens. Toch denk ik dat de manier waarop jij het formuleert niet zo onschuldig is. Om te beginnen vraag ik me af hoé je precies vaststelt of en wanneer er sprake is van overdiagnose. Je suggereert dat een diagnose `makkelijk’ is en een oplossing, maar dan blijft de vraag voor wié dit geldt. Welke diagnose is terecht en welke niet? Je schrijft dat ook ouders zich zorgen maken, omdat hun kind geen hulp krijgt doordat anderen te snel en te vaak hulp vragen. Maar wie beoordeelt dat? Andere deskundigen wijzen immers op het belang van vroegsignalering voor vroege interventie en het vermijden van schade? Een van de grote problemen voor ouders in deze tijd is de voortdurende argwaan en kritiek van de omgeving. Juist ouders met een kind dat het moeilijk heeft, krijgen al gauw scheve blikken uit hun omgeving en ook van deskundigen. Het schrijnende verhaal van de psychiater die vond dat er sprake is van kindermishandeling is daar een voorbeeld van. Het kan oprecht dat zij dat vond, maar blijkbaar had ze geen bewijs en vonden haar collega’s dat niet. Moet ze dan op deze manier haar gram halen? Het kan terecht zijn dat er sprake is van onderrapportage van kindermishandeling, maar tegelijk is er ook sprake van onterechte meldingen Veilig Thuis, door kwaadwillende professionals. Ik weet niet hoe deze trends zich tot elkaar verhouden, maar ook dit gebeurt.
    Waar het op neerkomt is dat ik van harte onderschrijf dat een toename van diagnoses en eventueel het voorkomen van onterechte diagnoses onderzocht worden, net als de schade van het niét of niet op tijd krijgen van diagnoses. Laten we dat allemaal grondig onderzoeken, met een open blik: welke verklaringen zijn er mogelijk, zien we niets over het hoofd? Maar vooral: laten we dat onderzoeken op een manier die zo min mogelijk schade berokkent aan de meest kwetsbare groep. Het is al moeilijk om met je diagnose voor de dag te komen, zeker als sommige (!) psychiaters en psychologen blijven beweren dat je die tegenwoordig maar al te makkelijk krijgt en dat mensen die als excuus gebruiken voor hun falen. Ik blijf erbij dat dat enorm pijnlijk is, ook al doelt het wellicht niet op mij persoonlijk. Maar zo lang dergelijke uitspraken zo ontzettend generaliserend, moraliserend en vaag zijn, is niet duidelijk wie precies ze dan wel bedoelen.

  10. Volgens mij nemen velen DSM-diagnoses veel te serieus. Ze moeten bestaan voor verzekeraars en andere administratieve redenen, maar verder heb je er niet heel veel aan wat mij betreft. Het ís namelijk ook niet eens echte diagnostiek (hoe we die kennen vanuit de somatische geneeskunde zeg maar), het is het plakken van een label op een set aan symptomen (helemaal eens met mevr. Dehue wat dat betreft dus!) maar biedt geen inzicht in oorzakelijkheid. Het zou net zoiets zijn als dat een huisarts tegen patiënt met misselijkheid zou zeggen dat ‘ie een misselijkheidsstoornis heeft, dat is ook niet erg inzichtgevend. Meeste hulpverleners weten dat trouwens ook wel hoor (dat het én niet inzichtgevend is, én ook niet allemaal zo keurig afgebakend bestaat, wat uiteraard niet betekent dat klachten niet bestaan!), maar goed om praktische redenen dus toch vaak nodig/handig (maar niet iets waar met patiënt per se veel over gepraat hoeft te worden). Bestónd er trouwens maar echte diagnostiek en objectieve ernst-meting in de psychiatrie, ik zou dat soms wel wensen hoor (al weet ik ook vrijwel zeker dat wij dat geen van allen nog zullen meemaken). Ik vermoed bijvoorbeeld dat dan zou blijken dat er op dit moment een sterke ‘over-diagnosticering’ is bij mensen uit hogere milieus en een sterke ‘onder-diagnosticering’ bij mensen uit lagere milieus. Mensen uit hogere milieus zetten naar mijn idee veel eerder die stap naar de hulpverlening, mensen van alcoholistische ouders met bijstandsuitkering weten niet beter dan dat het leven zwaar en een gevecht is.

    Ik betwijfel net als Sanne Bloemink dan ook ten zeerste of al dat diagnosticeren bij kinderen nou zo zinvol is (en dat er steeds meer kinderen aan de medicijnen zijn vind ik ronduit schandalig). Dat betekent niet ontkennen dat er problemen zijn (ik geloof namelijk wel dat die de afgelopen decennia zijn toegenomen (maar niet zo erg als de toename in het aantal diagnoses doet vermoeden haha)). Maar, kijk dáár dan gewoon naar: laat het kind ontdekken wie hij is, wat zijn beperkingen/gevoelens/etc. zijn en hoe hij daar mee om kan gaan. En, belangrijker nog: creëer (bv. m.b.v. het basisinkomen) een samenleving waarin mensen geen ‘excuus’ nodig hebben als ze niet mee kunnen komen, maar streef naar een samenleving waarin mensen de vrijheid hebben om hun leven naar hun zin/voorkeuren/mogelijkheden/beperkingen in te richten. Dat voorkomt een hoop onnodig gemedicaliseer. En, in die vrijere en minder dwingende samenleving zullen de omstandigheden waaronder onze breinen en persoonlijkheden zich ontwikkelen (baarmoeder, eerste levensjaren) ook als vanzelf verbeteren (want: minder stress in zwangerschap en ook na geboorte meer tijd en aandacht voor het kind). Want dáár, in die allervroegste ontwikkeling, ligt natuurlijk de echte bron van psychisch lijden!

  11. Beste Aafke,

    Je doet in jouw reactie nogal wat ongenuanceerde uitspraken, waarbij je mijn inziens over één groot ding heen stapt: de lijdenslast van de kinderen. Ik ken zóveel kinderen (incl ikzelf) die blij waren met hun diagnose, omdat dit verklaarde waarom ze anders waren dan anderen. Het is prima om anders te zijn, maar in de huidige maatschappij wordt dat niet zo gezien. Plus dat dit in de ontwikkeling van kinderen niet zo wordt ervaren. Kinderen willen er gewoon bij horen en als ze anders zijn, ervaren ze een grote lijdenslast. Daarbij komt dan de lijdenslast van de daadwerkelijke symptomen, bijv het niet kunnen concentreren op school (en wel willen leren), of tics, zoals bij het syndroom van Gilles de la Tourette, wat ik heb. Niet weten waarom je je lichaam niet stil kan houden etc. Bij ADHD ook de continue chaos in je hoofd. Zo kan ik nog wel 100 voorbeelden geven. Die lijdenslast is cruciaal in het helpen van kinderen. Kinderen anders benaderen alleen, is dan niet genoeg. Ook zonder hun omgeving zou die lijdenslast bestaan. Net als dat een kind met somatische pijn ook hulp nodig heeft. En zolang wij psychische aandoeningen niet op een somatisch niveau kunnen diagnosticeren, zal het op dit niveau moeten. Want kinderen hebben die hulp wel nodig, en hebben daar ook recht op. Daarin moeten we ook luisteren naar volwassenen die pas veel te laat gediagnosticeerd zijn, die geven vaak aan het veel eerder te hebben gewild. Want dan kunnen ze hulp krijgen. Dáár is een diagnose voor.

    Mvg,
    Laura Beljaars

  12. Ik vind het vooral erg bijzonder dat een diagnose blijkbaar gelijk moet staan aan medicatie en aan het “ach, ik kan het niet, want ik heb…” Volgens mij ligt dat JUIST bij de ouders, die hun kinderen op dat punt echt eens een schop onder de kont zouden moeten geven. Dat dat gebeurt, heeft overigens niets met de diagnose te maken, maar vele malen meer met het karakter van iemand…

  13. Wauw. Je stelt vast in dit artikel dat de maatschappij op hol is geslagen en mensen, dus ook kinderen, dit vaak niet aankunnen. En dat het dan prima is om een diagnose te zoeken zodat er hulp komt. Dus je vindt het een goed idee om iemand wijs te maken dat hem of haar iets mankeert voor de hulpverlening binnen deze dolle maatschappij? Met de gedachte dat dat helpt. Of je richt je op deze groep en leert ze zich staande te houden binnen deze maatschappij. Zonder diagnose maar gewoon, in een coachingstraject. Binnen scholen ligt de norm inderdaad veel te hoog. Mag dat misschien wat minder zijn? Dat de norm weer normaal wordt zeg maar. Kan iemand mij dan uitleggen waarom de norm HAVO is? Wie helpen we daar mee? In ieder geval niet de kinderen. Ik zou niet weten wat er mis is met het streven naar een normale balans. Ook voor volwassenen. En Frederique, je maakt een erg pijnlijke opmerking. Je moest eens weten hoeveel strijd ik geleverd heb op school omdat ik geen diagnose wilde voor mijn kind. En hoeveel tijd ik heb gestoken in zelf oefenen, zelf methodes zoeken. Ik nodig jullie van harte uit om mijn website hierover te lezen. En ik ben echt niet de enige ouder met deze ervaring maar ik heb het lef om dit onder woorden te brengen
    Dus namens alle ouders, veel leesplezier.
    http://Www.heksenketel.eu

  14. Prestatie beoordeling op leraren is iets nieuws sinds 2007. SWV’s houden hun lippen stijf dicht dat dit ‘nodig’ is om een excellente school te worden. Ook is onbelend dat 30 jaar geleden onderwijs inspecteurs nog wisten dat prestatie beoordeling op leraren bij kids terecht zou komen. Onderwijs is smal, leerlijnen onregelmatig en breder dan aanbod school. En sinds de eerste wereld oorlog en uit alle oorlogen weten we, stress op kleine kinderen geeft psycho somatische klachten bij kids en levenslange ontwikkelings issues. De Nederlandse politiek echter zo bleu en onervaren. Zij konden dat toch. Het overmoedige Rutte 1 2 en 3 richt een slachting onder onze scholieren aan. En iedereen stond erbij en keek ernaar. Sinds de jaren ‘70 wil onderwijs niet weten dat bij erg slimme kids standaard onderwijs niet past. Weet je wat een ferrari motor in een vw kever. Remmen aanpassen? Nooit van gehoord. Deze overgekookte onderwijs situatie zonder dat onderwijs inspectie, regering of GGZ ooit weten waar het aan ligt. Stoppen met prestatie beoordeling op leraren, bredere creatieve scholing voor 20% en met een klein team onderwijs maatwerk voor 8% van de leerlingen. Oh ja, en professoren die op de werkvloer komen.

  15. ‘Frederique’, ‘schop onder de kont’ hallo school NSB hallo Veilig thuis’. Iets met school wil verandering op school en thuis is thuis. En het is nooit goed!

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *