COLUMN Wat ‘Verdacht’ ons leert: discriminatie aanpakken met gevoel

De documentaire ‘Verdacht’ al gezien? Als je net als ik vaak geloofd wordt op je grote blauwe ogen, geeft deze documentaire een heel ander perspectief: een inkijkje in hoe het is om structureel als verdachte te worden aangemerkt vanwege je uiterlijk. Tijdens het kijken kon ik mij inleven en was ik plaatsvervangend boos, bedroefd en ontzet over het onrecht wat deze mannen wordt aangedaan. Interessant is dat uit diverse onderzoeken blijkt dat deze emoties juist cruciaal zijn om je eigen vooroordelen te verminderen: meeleven met iemand die gediscrimineerd wordt en empathie ervaren zijn de sleutel tot verandering. Toch proberen we vooroordelen vaak nog te bestrijden met rationele argumenten.

Empathie zorgt voor positieve gevoelens

Vooroordelen zijn volgens de huidige wetenschappelijke inzichten negatieve gevoelens ten aanzien van een persoon vanwege onder meer huidskleur, religie en afkomst. Het goede nieuws is dat die negatieve gevoelens verminderd kunnen worden door het ervaren van meer positieve gevoelens. Een beroemd onderzoek uit de Verenigde Staten van onder meer Vesico liet deelnemers luisteren naar het verhaal van een man die vanwege zijn donkere huidskleur diverse onrechtvaardige situaties meemaakte.

De deelnemers, allen met een lichte of ‘witte’ huidskleur, kregen de opdracht om heel objectief te kijken óf zich juist proberen in te leven in het verhaal. Wat gebeurde was dat de deelnemers die zich gingen inleven in het verhaal van de man hun vooroordelen aantoonbaar verminderden. De deelnemers waren geraakt door het verhaal, vonden het onrechtvaardig en hadden empathie gekregen voor de man.

‘Mohammed is een uitzondering’

Vooroordelen aanpakken door rationele argumenten is bijzonder moeilijk gebleken. Onderzoekers hebben bijvoorbeeld uitgeprobeerd of het helpt om te beargumenteren dat een stereotype niet klopt. Deelnemers krijgen dan informatie over bijvoorbeeld Mohammed die helemaal niet van scooters houdt, bij een bank werkt en in zijn vrije tijd huiswerkbegeleiding geeft aan kinderen. Maar wat gebeurt er? Deelnemers zien Mohammed als uitzondering: ‘Hij is oké want hij is niet zoals al die andere Marokkanen.’ 1-0 dus voor de vooroordelen.

Ook een lastige: mensen proberen bewust te maken van hun vooroordelen zodat zij zichzelf leren te corrigeren. Dat kan alleen bij mensen die hier echt gemotiveerd voor zijn. Om mijzelf als voorbeeld te nemen: als iemand mij er op wijst dat in onbewust vooroordelen laat zien, schrik ik, vind ik dat supervervelend en kan ik wel door de grond zakken. Dat gevoel zorgt er voor dat ik de volgende keer wel uitkijk om nog eens als ‘biased’ uit de hoek te komen.

Ik leer mezelf dus goed op te letten en te corrigeren op mijn vooroordelen voordat ze ‘eruit komen’. Maar als je zo’n zelfde aanpak hanteert bij mijn buurman die niets heeft met dit onderwerp, dan roept het vaak alleen maar weerstand op. Mensen bewust proberen te maken van hun vooroordelen heeft dus alleen zin als mensen het ook écht erg vinden om vooroordelen te hebben. Het is zeg maar de laatste stap voor degene die al goed op weg zijn.

Sociale norm creëren

De eerste stap is een klimaat creëren waarin het niet normaal is om te discrimineren: een klimaat waarin er nationale verontwaardiging uitbreekt wanneer blijkt dat er gediscrimineerd wordt door instanties of door wie dan ook. Want stevig onderbouwd door de wetenschap is dat mensen vooral discrimineren wanneer zij denken dat anderen mensen ook discrimineren. Dat heet de sociale norm; dat we denken dat iets normaal is – ‘hoe het hoort’ – en dit blijkt sterk van invloed op hoe we ons gedragen. Vergelijk het met roken: je kunt rokers individueel afhelpen van hun verslaving maar je kunt ook klimaat creëren waarin roken gewoon ‘echt niet cool’ is.

Voor de politie is dit een belangrijke stap. Mogelijk dat al in verschillende politieteams discriminatie streng afgekeurd wordt maar in de teams waar dat dit nog zo is, wordt het hoog tijd om de sociale norm daarop te versterken. Dat kan onder meer door leidinggevenden die het goede voorbeeld geven en teamleden die elkaar aanspreken wanneer iemand zich niet houdt aan de norm.

De ‘ander’ lijkt best wel op jezelf

Wanneer er sterke sociale normen tegen discriminatie zijn, is er vaak ook meer bereidheid om écht te luisteren naar de verhalen van mensen die gediscrimineerd worden. Om je in te leven en je af te vragen hoe je zou voelen. En dat is uiteindelijk de manier om écht vooroordelen te verminderen: die ‘ander’ blijkt eigenlijk niet zo anders maar lijkt best wel op jezelf.

Daarmee waren de ervaringsverhalen van de twee politiemensen in de documentaire ‘Verdacht’ ook een schot in de roos. Ik verwacht dat veel politieagenten zich konden inleven in hen en net als ik een knoop in een maag kregen wanneer ze hoorde hoe een onschuldige man (zelf ook politie) in de cel werd gegooid en zijn broek van zijn lijf werd gescheurd. De ervaringsverhalen over discriminatie geven namelijk niet alleen kennis over hóe het is om gediscrimineerd te worden maar belangrijker nog: deze verhalen laten ons vóelen dat discriminatie afschuwelijk is en nooit maar dan ook nooit oké is.

Hanneke Felten is projectleider en onderzoeker effectiviteit en diversiteit bij Movisie.

Wat werkt bij het verminderen van discriminatie? Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) heeft een nieuw ‘Wat werkt’-dossier uitgebracht. In deze publicatie zetten de KIS-onderzoekers (waaronder Hanneke Felten) op basis van honderden wetenschappelijke studies alles op een wat effectief kan zijn: van inleven en empathie tot sociale normen tot uiteindelijk bewustwording.

Foto: Still uit Verdacht