Gedragswetenschappen bieden inzicht, maar geen definitief antwoord op de schuldproblematiek

Ondanks inkomensondersteuning en schuldhulpverlening hebben meer dan een half miljoen huishoudens onbetaalbare schulden. Ligt dat aan het systeem of aan de mensen zelf? De WRR geeft de richting aan van een gedeeltelijke oplossing.

Eén van de dingen die hulpverleners vaak zeggen over mensen met schulden, is dat zij ‘hun kop in het zand’ steken. Ze ontkennen dat ze een probleem hebben of sluiten zich er voor af. Hiermee komen we op de twee fundamentele kenmerken van persoonlijkheid, namelijk:

1. de mate waarin iemand extravert, energiek, sociaal georiënteerd en assertief is, en gericht op positieve stimuli (zoals beloning). Deze dimensie wordt wel aangeduid als extraversie, positieve emotionaliteit of approach temperament;

en…

2. de mate waarin iemand nerveus, angstig en onzeker is, gemakkelijk emotioneel uit evenwicht te brengen, en gericht op vermijden van negatieve stimuli (zoals bestraffing). Deze dimensie wordt wel aangeduid als neuroticisme, negatieve emotionaliteit of avoidance temperament.

Weinig zelfcontrole: vaker financiële problemen

Er bestaat een samenhang tussen de positie van mensen op beide dimensies - die deels erfelijk zijn bepaald - en de manier waarop zij omgaan met moeilijkheden en tegenslagen (‘stressoren’). Mensen die hoog scoren op de eerste dimensie, neigen wat vaker naar een stijl gericht op het onder ogen zien en aanpakken van de stressor en de daaruit voortvloeiende emoties, bijvoorbeeld door actief oplossingen te bedenken en plannen te maken, die ook uit te voeren, en door advies, hulp en steun te zoeken.

Daarentegen neigen mensen die hoog scoren op de tweede dimensie vaker naar een stijl die gericht is op het ontsnappen aan de stressor en de daaruit voortvloeiende emoties, bijvoorbeeld door ontkennen en terugtrekken, gevoelens onderdrukken en hopen dat het probleem vanzelf verdwijnt.

Voor deze Verkenning hebben we een eigen survey gedaan naar het verband tussen deze persoonlijkheidskenmerken en financiële problemen. Er blijkt inderdaad een verband. Mensen die hoog scoren op avoidance temperament melden significant vaker financiële problemen. Een andere relevante karaktertrek die veel hulpverleners in dit verband noemen, is zelfcontrole. In het survey voor deze publicatie, melden mensen met weinig zelfcontrole beduidend vaker financiële problemen en betalingsachterstanden dan mensen met veel zelfcontrole.

Mensen hebben van nature verschillende kansen op financiële problemen

Mensen verschillen dus in de mate waarin zij persoonlijkheidskenmerken hebben die risico geven op financiële problemen. Nagenoeg elke menselijke eigenschap is het resultaat van nurture én nature, dus ook persoonlijkheid. De erfelijkheid van veel persoonlijkheidskenmerken wordt geschat op 40 tot 50 procent. Dat betekent dat de invloed van erfelijkheid op persoonlijkheid bijna even groot is als de invloed van omgevingsfactoren.

Je zou kunnen concluderen dat net zoals mensen van nature verschillen in intelligentie, zij ook van nature verschillen in hun kansen op financiële problemen. Dat betekent niet dat omgeving of eigen inzet geen enkel verschil zouden maken. Die spelen wel degelijk een rol, net zoals schoolsucces niet alleen afhangt van intelligentie, maar ook van omgeving en inzet. Het betekent wél dat de één een gunstiger uitgangspositie heeft dan de ander. Voor iemand met een avoidance temperament en weinig zelfcontrole, zal financiële zelfredzaamheid een grotere opgave zijn dan voor iemand met een approach temperament en veel zelfcontrole. Kortom: persoonlijkheidskenmerken doen er toe!

Aangeleerde hulpeloosheid versus meester zijn over

De opvattingen die mensen over zichzelf en de wereld hebben, hangen niet alleen samen met persoonlijkheid, maar ook met ervaringen. Als het iemand meermalen achtereen lukt om een bepaalde opgave tot een goed einde te brengen, bijvoorbeeld een lastig telefoontje voeren met een incassobureau of overheidsinstantie, kan bij hem het geloof groeien dat hij dit kan. De drempel om in de toekomst dit soort telefoontjes te voeren wordt daardoor lager en er kan een zelfversterkend effect ontstaan. Omgekeerd kan een reeks mislukkingen leiden tot een gevoel van onvermogen, en dat werkt vermijdingsgedrag en passiviteit in de hand. Deze neergaande spiraal lijkt op wat in de wetenschap ‘aangeleerde hulpeloosheid’ wordt genoemd.

Het tegenovergestelde van aangeleerde hulpeloosheid is het gevoel van ‘mastery’, ofwel het geloof dat je beschikt over het vermogen, de middelen of de kansen om door middel van eigen handelen positieve uitkomsten te verkrijgen en negatieve uitkomsten te vermijden. Veroorzaakt het geloof in eigen kunnen nu die goede maatschappelijke uitkomsten, of is het andersom? Hier blijkt een duidelijk verband te bestaan, maar de causaliteit is niet duidelijk.

Ook grote levensgebeurtenissen kunnen leiden tot financiële warboel

Financiële problemen hangen vaak direct of indirect samen met life events. Direct doordat ze kunnen leiden tot een flinke inkomensterugval - denk aan ontslag of arbeidsongeschiktheid - indirect doordat ze iemand zozeer in beslag kunnen nemen dat hij geen aandacht meer overhoudt voor zijn financiën. Zulke life events kunnen ook leiden tot psychosociale problematiek, zoals depressie, wat evenmin bijdraagt aan goed financieel beheer. Tegen de tijd dat de situatie is genormaliseerd en men weer oog krijgt voor de financiën, kan de financiële situatie al flink uit de hand zijn gelopen.

Er is ons geen onderzoek bekend waarin rechtstreeks is onderzocht of meer aandacht voor het ene levensdomein inderdaad leidt tot minder aandacht voor het ander levensdomein, zoals persoonlijke financiën. Dat lijkt echter uitermate waarschijnlijk. Een mens kan zich immers maar op één ding tegelijk concentreren en er gaan maar 24 uur in een dag. Onderzoek laat zien dat er grenzen zijn aan iemands capaciteit voor aandacht en geestelijke inspanning. Toch is het opvallend hoe weinig de wetenschap eigenlijk weet over een alledaags verschijnsel als mentale vermoeidheid en over de oorzaken daarvan. Eén ding is in ieder geval zeker: vroeg of laat slaat onvermijdelijk het gevoel van mentale vermoeidheid toe en groeit de kans op onoplettendheid of fouten.

Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de effecten van acute stress op de hier relevante aspecten van mentaal functioneren. Het onderzoek dat er wél is, ligt echter in lijn met het bovenstaande en laat zien dat mensen door acute stress minder geneigd zijn tot weloverwogen keuzes op basis van alle beschikbare informatie. Stress kan zo dus bijdragen aan financiële problemen.

Schuldhulpverlening moet mensen weer in beweging krijgen

Eén van de grote raadsels bij het onderwerp van deze Verkenning is waarom mensen met financiële problemen soms zulke onverantwoorde keuzes lijken te maken. Waarom stellen zij hun prioriteiten soms zo verkeerd, en waarom maken ze, als het verkeerd is gelopen, geen gebruik van alle regelingen die er zijn en leveren ze niet de vereiste informatie aan? Het definitieve antwoord op deze vragen kunnen de gedragswetenschappen niet geven, maar ze geven wel een deel van de oplossing voor de grote schuldenproblematiek in ons land aan.

Ten eerste moet worden voorkomen dat mensen nodeloos in financiële problemen komen door keuzes zo in te richten dat mensen relatief gemakkelijk zullen uitkomen bij de optie die voor hun financiële situatie waarschijnlijk het beste is. Ten tweede, als mensen toch problematische schulden (dreigen te) ontwikkelen, zorg dan dat sneller dan nu contact wordt gelegd tussen schuldenaar en hulpverlener. Dat kan door de drempel voor schuldhulpverlening te verlagen en door meer werk te maken van vroegsignalering.

En ten slotte zou de overheid haar bevoegdheden om het geld voor achterstallige belastingen, zorgpremies en verkeersboetes direct van iemands rekening te halen, pas moeten gebruiken nádat is vastgesteld dat de betreffende schuldenaren daadwerkelijk kunnen betalen. Dit om te voorkomen dat de laatsten onder het bestaansminimum terecht komen.

Will Tiemeijer is onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Dit artikel is gebaseerd op de WRR-verkenning ‘Eigen schuld, een gedragswetenschappelijk perspectief of problematische schulden’ dat op 30 juni 2016 in Den Haag is gepresenteerd.

Foto: Paul Sahner (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 904 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. In de onordelijke samenleving Nederland ,waar het grootste gedeelte van de bevolking afhankelijk is van het infuus van de overheid,ontbreekt eenheid in het aanbieden daarvan,vooral tussen de locale overheden.Denk daarbij aan de WMO of de bijzondere bijstand.Een vraagverlegenheid,door onkunde bijv.,lijkt te worden toegejuicht.Van bemoeizorg of -zucht is al helemaal geen sprake.Veel gemeenten stellen zich zelfs a-sociaal op.Het maatwerk wil nog wel eens op uitsluiting lijken.Het al of niet maatschappelijk teloor(dreigen te)gaan, afhankelijk van de gemeente waar je woont, siert een land dat zichzelf economisch sterk en beschaafd noemt,niet. Gek genoeg kun je dan wel weer heel gemakkelijk geestelijke bijstand (opgedrongen)krijgen.In de voorrondes van de verkiezingen zouden politieke partijen wel eens meer aandacht kunnen besteden hoe ze deze verwarring in de samenleving weer op orde kunnen krijgen.Vertrouwen gaat te paard en keert terug te voet.

  2. Misschien is het een idee om een gelijksoortig ‘persoonlijkheidsonderzoek’ te doen naar beleidsmakers, schuldeisers en hulpverleners. Die starre ‘regels zijn regels’ personen die weigeren de paarse krokodil niet teruggeven, die bestaan écht. Misschien is het wel zo dat de starre persoonlijkheid aan deze kant van het verhaal een veel groter effect heeft op de grootte van schuldproblemen, dan de persoonlijkheid /’life events’ van de mensen die in de schulden zitten.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *