Geen afstandelijk, maar betrokken onderzoek

Dossier

Werkplaatsen Sociaal Domein

Voor onderzoek is afstand nodig, zo luidt het heersende paradigma, maar dat is niet altijd effectief. De methode van het ‘actieleren’ heft de geforceerde scheiding tussen onderzoek en uitvoering op, zo betoogt Kitty Jurrius van de Hogeschool Windesheim.

De meeste gangbare onderzoeksparadigma’s schrijven voor dat onderzoekers met afstand naar hun onderzoeksonderwerp kijken. Nu is die afstand vaak nuttig, bijvoorbeeld als je gebeurtenissen die al plaats hebben gehad, wilt evalueren. Maar in lopende zaken is die afstand niet altijd effectief. Het zou kunnen leiden tot onderzoeken waarin professionals zich niet herkennen en waarmee ze uiteindelijk ook niets doen.

Het idee dat een onafhankelijke onderzoeker, los van welk belang dan ook, naar een situatie kijkt en daar dan een rapport over schrijft, hoort bij een onderzoeksparadigma dat niet altijd goed bij het sociaal domein past. Het gaat namelijk voorbij aan het belang van partijen om zelf kennis te vergaren, die ze vervolgens in de praktijk toepassen en verder ontwikkelen.

Wisselwerking tussen theorie en praktijk

De Engelsman Reg Evans ontwierp een methode waarin onderzoekers en professionals samen onderzoek vormgeven en uitvoeren. De premisse van Evans’ methode – actieleren – is dat leren iets is dat plaatsvindt in de praktijk, en dat professionals zelf een belangrijke rol spelen in het vergaren van kennis over nieuwe praktijken. Een nauwe samenwerking tussen onderzoekers en professionals levert daarbij informatie op die alle betrokkenen ten goede komt.

Bij actieleren geven onderzoekers en professionals het leerproces gezamenlijk vorm en voeren de praktijkverbetering ook gezamenlijk uit. Ze komen regelmatig bijeen om te reflecteren op de stand van het leerproces en op de acties die daaruit voortvloeien.

Een voorbeeld waarbij de Werkplaats Sociaal Domein Flevoland het actieleren als methode inzette, was in 2015 bij een onderzoek naar de in-, door- en uitstroom van jongeren uit de 24-uurs jeugdzorg in Flevoland (Vissenberg, Tempel, Jurrius, 2017).

Voor het onderzoek stelden we diverse teams van onderzoekers, gedragsdeskundigen en professionals samen, die bij elk dossier steeds vragen stelden over waarom jongeren überhaupt waren opgenomen en waarom zij er nog steeds zaten.

Uit onze bevindingen kwam naar voren dat meerdere jongeren weliswaar ondersteuning behoefden, maar niet in de residentiële jeugdzorg thuishoorden. Het onderzoek gaf uiteindelijk aanleiding tot aanpassing van procedures en vermindering van de residentiële capaciteit in Flevoland.

Beweging op gang gebracht

Door te kiezen voor actieleren is er in de jeugdzorg in Flevoland een beweging op gang gebracht die er mogelijk niet zou zijn geweest als onderzoekers van buitenaf zich over de problemen in de residentiële jeugdzorg hadden gebogen. Omdat alle bij de residentiële jeugdzorg betrokken organisaties – financiers, uitvoerders, gemeenten en onderzoekers – actief aan het onderzoek meededen, was er draagvlak voor verandering.

In situaties waarin je een diversiteit aan professionals wilt betrekken in het realiseren van veranderingen en verbeteringen, kan actieleren bijdragen aan het verkrijgen van ondersteuning en instemming voor de gekozen route.

Als externe deskundigen onderzoek doen, bestaat het gevaar dat ze een net rapport maken met een keur aan adviezen en aanbevelingen, die echter in bepaalde situaties onvoldoende zijn om het veld mee te krijgen teneinde een omslag te maken. Want, zullen professionals zeggen: we zijn niet gekend in het onderzoek, we herkennen ons er niet in, dus waarom zouden we meedoen om de adviezen ervan uit te werken?

Werken aan kritische houding

Actieleren is behalve als onderzoeksmethode ook geschikt als onderwijsmethode, met name voor hogescholen die hun studenten opleiden voor een beroep in het sociale domein. Door hun studenten tot theoretisch goed onderlegde, en kritische en onderzoekende professionals te maken, kunnen ze visies, procedures en werkwijzen veranderen die onveranderlijk lijken.

Ook de Werkplaatsen Sociaal Domein en de hogescholen hebben baat bij actieleren. De methode genereert kennis die de opleidingen up to date houdt en in de curricula kan worden verwerkt. Als docenten deelnemen aan het actieleren, geeft dat hen ook de kans om nieuwe kennis en inzichten uit het veld in het onderwijs te verwerken. Het actieleren vraagt wel wat van docent en onderzoeker: Zij moeten soms een stap op zij doen, van ‘alwetende deskundige’ naar procesbegeleider.

Hoewel er nog wat hobbels zijn te overwinnen, slagen de hogescholen en de werkplaatsen sociaal domein er steeds meer in om actieleren tot een van hun standaard onderzoeks- en onderwijsmethode te maken. Dit draagt bij aan het afleveren van kritische en zelfbewuste professionals die hun weg weten in complexe situaties en aan een goede profilering van onderzoek en praktijkontwikkeling door hogescholen.

Kitty Jurrius is lector (a.i) Klantenperspectief in Ondersteuning en Zorg aan Hogeschool Windesheim en tevens trekker van de Werkplaats Sociaal Domein Flevoland.

Foto: Penn State (Flickr Creative Commons)