Gevoelens van discriminatie: hoe serieus moet je die nemen?

Is Nederland nou wel of geen racistisch land? Wordt hier structureel gediscrimineerd? Als we voorbij die welles-nietes discussie kijken naar de gevolgen van discriminatie en racisme, dan wordt duidelijk hoe schadelijk deze praktijken zijn voor individuen, maar ook voor de samenleving als geheel.

Al zolang er groepen zijn die hun achtergestelde positie in de maatschappij aan de kaak stellen zijn er ook tegengeluiden en tegenbewegingen die stellen dat het met die achterstelling wel meevalt. En dat mensen uit die zogenaamd achtergestelde groepen gewoon beter hun best moeten doen of harder moeten werken. Wat ervaren Nederlanders nu?

Is dat tegenwoordig ook al discriminatie?

Recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) laat zien dat ruim een kwart van de Nederlanders discriminatie ervaart (Andriessen et al. 2020). Eerder onderzoek van het SCP (Den Ridder et al 2017) laat zien dat 72 procent van de inwoners van Nederland vindt dat er tegenwoordig te snel wordt geroepen dat iets discriminatie is.

Dat heeft er onder meer mee te maken dat er in de samenleving verschillende opvattingen leven over wat er wel en niet onder valt. Voor sommigen is discriminatie het opzettelijk ongelijk behandelen van mensen vanwege een persoonskenmerk als geslacht of etnische achtergrond; voor anderen is het concept complexer en omvat het ook allerlei vormen van (onbedoelde) negatieve bejegening zoals micro-agressies.

Mensen die zelf weinig te maken hebben met discriminatie zijn vaak minder sensitief voor de kleinerende, achterstellende, stereotypebevestigende of stigmatiserende boodschap die in bepaald gedrag of bepaalde grapjes verpakt zit, en hebben daardoor het gevoel dat er wel erg snel op lange tenen getrapt wordt. Als individu uit een emanciperende groep is het vaak lastig duidelijk te maken waar het hem er nu precies in zit. Veel van de uitingsvormen zijn vaak impliciet of verborgen. Hoe weet je dat je een positie niet hebt gekregen omdat je een vrouw bent of een niet-Nederlands klinkende achternaam hebt?

De gevolgen van ervaren discriminatie

Dus hoe serieus moet je die gevoelens van discriminatie nu nemen? Ons recente onderzoek ‘Ervaren discriminatie in Nederland II’ (Andriessen et al. 2020) laat zien dat het antwoord is: behoorlijk serieus. Volgens de studie heeft 27 procent van de inwoners van Nederland in 2018 discriminatie ervaren, in uiteenlopende vormen.

Het is aannemelijk dat de feitelijke omvang van discriminatie echter hoger ligt: wetenschappelijke literatuur laat zien dat het waarschijnlijker is dat mensen situaties van discriminatie niet als zodanig herkennen dan dat ze discriminatie zien waar dat niet is. Mensen geloven namelijk graag dat ze in een rechtvaardige wereld leven waar ieder krijgt wat ie verdient en verdient wat ie krijgt (Lerner 1970). Discriminatie vanwege kenmerken waar je niets aan kan doen is in strijd met die gedachte.

Situaties waarin sprake is van subtiele discriminatie kunnen, om de mythe van de rechtvaardige wereld in stand te houden, bedekt worden met de mantel der liefde (‘die persoon bedoelt het niet zo’, ‘het was maar een (onhandig) grapje’ of ‘hij/zij weet niet beter’). Het idee dat persoonskenmerken jouw kansen in het leven bepalen voelt niet alleen onrechtvaardig, maar betekent ook dat je eigen invloed op die kansen beperkt is. En mensen houden nu eenmaal graag vast aan het idee dat ze zelf in control zijn, wat nog een extra motivatie kan zijn om discriminatie niet als zodanig te zien.

Daarnaast moeten discriminatie-ervaringen van mensen serieus genomen worden vanwege de gevolgen die die ervaringen hebben. Er is veel onderzoek gedaan naar de effecten van ervaren discriminatie op de gezondheid en het welzijn van mensen. Mensen kunnen letterlijk ziek worden van het ervaren van discriminatie: zo tonen eerdere studies een verband aan tussen het ervaren van discriminatie en depressie (Liebkind en Jasinskaja-Lahti 2000).

Mensen die discriminatie ervaren, kampen met een lager zelfbeeld (Branscombe et al. 1999) en voelen zich onveiliger in bepaalde situaties (Andriessen et al. 2014). In ons nieuwe onderzoek laten we ook zien hoe het ervaren van discriminatie de deelname aan en de houding ten opzichte van de samenleving beïnvloedt.

Afhaken, vermijden en terugtrekken

Discriminatie is een pijnlijke ervaring. Om te voorkomen dat de pijn opnieuw wordt ervaren trekken sommige mensen zich terug uit situaties waar zij de ervaring hadden of waar ze verwachten dat ze opnieuw met discriminatie te maken kunnen krijgen. Zo zien we dat mensen contact vermijden met degenen die hen discrimineerden of daar op lijken, en risicovolle plekken en situaties uit de weg gaan.

Dat heeft ook betrekking op participatie van mensen met discriminatie-ervaringen: 9 procent van de studenten en scholieren met een discriminatie-ervaring is gestopt met de opleiding, een op de vijf werkzoekenden is vanwege de discriminatie die zij daarbij hebben ervaren gestopt met het zoeken naar werk en van de werkenden met een discriminatie-ervaring heeft 15 procent ander werk gezocht en is 23 procent gestopt met werken.

Door het gevoel uitgesloten te worden, er niet bij te mogen horen of niet voor vol te worden aangezien haakt een deel van de mensen dus af uit kerninstituties van de samenleving. Dat heeft niet alleen gevolgen voor henzelf en eventuele anderen in hun directe omgeving, zoals kinderen. Onderwijs en arbeid bieden toegang tot inkomen, sociale contacten en dagelijkse structuur.

Terugtrekken uit het onderwijs en van de arbeidsmarkt kan leiden tot een laag inkomen, een kleiner netwerk en een ander dagritme, wat weer tot andere negatieve gevolgen kan leiden. Maar een samenleving loopt ook talent en potentieel mis van mensen die een bijdrage hadden kunnen leveren.

Minder betrokken bij de samenleving

Wanneer mensen discriminatie op meerdere terreinen ervaren (zoals op straat en op het werk), kan het terugtrekgedrag zich uitbreiden, zodat men niet alleen interacties met mensen vermijdt die betrokken waren bij de discriminatie of afwijzing, maar ook met andere mensen. Dit kan ertoe leiden dat mensen zich zelfs terugtrekken uit de samenleving (Stroebe et al. 2010).

In ons onderzoek zien we dat terug: de mate van terugtrekken wordt sterker naarmate mensen op meer terreinen discriminatie hebben ervaren. Terugtrekken uit de samenleving gebeurt als mensen het gevoel hebben dat wat zij ook doen, de samenleving hen niet volgens de principes van gelijkheid en eerlijkheid zal behandelen (Hafer 2000). De sociale cohesie van een samenleving kan bedreigd worden wanneer mensen zich gemarginaliseerd en systematisch uitgesloten voelen van de samenleving (Otten et al. 2010).

Het ervaren van discriminatie tast ook het institutioneel vertrouwen aan. Mensen zonder een discriminatie-ervaring hebben meer vertrouwen in instituties (zoals de regering, de politie en de rechterlijke macht) dan mensen met een discriminatie-ervaring. Daarbij hebben mensen die een situatie nog het voordeel van de twijfel gaven iets meer vertrouwen dan mensen die er zeker van waren dat een situatie te maken had met discriminatie. Het vertrouwen in instituties daalt naarmate discriminatie op meerdere maatschappelijke terreinen wordt ervaren.

Discriminatiegevoelens moeten heel serieus genomen worden

Slachtofferschap van discriminatie en racisme wordt – gelukkig – zelden zo zichtbaar als de dood van George Floyd in de VS. Maar ook als de discriminatie subtieler is en zich sluipenderwijs een weg in het leven van mensen baant kunnen de  gevolgen ernstig zijn. Continue tegenslag ervaren vanwege wie je bent, kan ertoe leiden dat individuen maatschappelijk afhaken en zich terugtrekken. Dat soort gevolgen blijven veelal buiten beeld.

Onze studie maakt duidelijk dat ervaringen met discriminatie serieus genomen moeten worden. Het heeft niet alleen een impact op de mensen die dat overkomt, maar – als mensen zich terugtrekken - mist de samenleving hun bijdrage. Wanneer het terugtrekken uit arbeid en onderwijs als gevolg van discriminatie gecombineerd wordt met wantrouwen jegens de rechtsstaat, zou dat ertoe kunnen leiden dat mensen zich minder gebonden voelen aan wet- en regelgeving.

Tot slot staat het idee van discriminatie haaks op onderlinge verbondenheid binnen een natie. Wanneer groepen burgers aan de kant komen te staan, zijn er minder dwarsverbanden waar perspectieven en ervaringen gedeeld kunnen worden, met als uiterste gevaar dat groepen geen gedeeld begrip meer hebben van de wereld waarin zij samen leven (Bovens et al. 2014).

Iris Andriessen werkt bij het Verwey-Jonker Instituut en Justin Hoegen Dijkhof  bij het College voor de Rechten van de Mens. Beide auteurs zijn betrokken bij het genoemde SCP-onderzoek: beide waren werkzaam voor het SCP en hebben in die periode het onderzoek opgezet en uitgevoerd.

 

Foto: Cortney White via Unsplash

Bronnen

Referenties

Andriessen, I., J. Hoegen Dijkhof, A. van der Torre, E. van den Berg, I. Pulles, J. Iedema en M. de Voogd-Hamelink (2020). Ervaren discriminatie in Nederland II. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Andriessen, I., H. Fernee en K. Wittebrood (2014). Ervaren discriminatie in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau

Barreto, M. en N. Ellemers (2015). Detecting and Experiencing Prejudice. New Answers to Old Questions. In: J.M. Olson en M.P. Zanna (red.), Advances in Experimental Social Psychology (p. 139-219). Burlington: Academic Press.

Bovens, M., W. Tiemeijer en P. Dekker (2014). Gescheiden werelden? Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau / Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Branscombe, N.R., M.T. Schmitt en R.D. Harvey (1999). Perceiving pervasive discrimination among African Americans: Implications for group identification and well-being. In: Journal of Personality and Social Psychology, jg. 77, nr. 1, p. 135.

Hafer, C.L. (2000). Investment and long-term commitment to just means drives the need to believe in a just world. In: Personality and Social Psychology Bulletin, jg. 26, nr. 9, p. 1059–1073.

Lerner, M.J. (1970). The desire for justice and reactions to victims. In: J. Macaulay en L. Berkowitz (red.), Altruism and helping behavior. New York: Academic Press.

Liebkind, K. en I. Jasinskaja-Lahti (2000). The influence of experiences of discrimination on psychological stress: A comparison of seven immigrant groups. In: Journal of Community & Applied Social Psychology, jg. 10, nr. 1, p. 1-16.

Otten, S., K. van der Zee en J. Tanghe (2010). Werkt diversiteit? Groningen: Instituut voor integratie en sociale weerbaarheid.

Ridder, J. den, I. Andriessen en P. Dekker (2017). Burgerperspectieven 2017|2. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Stroebe, K., M. Barreto en N. Ellemers (2010). Experiencing discrimination: How members of disadvantaged groups can be helped to cope with discrimination. In: Social Issues and Policy Review, jg. 4, nr. 1, p. 181-213.

Dit artikel is 2402 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (4)

  1. “Mensen die discriminatie ervaren, kampen met een lager zelfbeeld”

    En een lager zelfbeeld leidt weer tot discriminatie ervaringen…
    Het gaat dus inderdaad om gevoelens van discriminatie. Het wetenschappelijk objectiveren blijkt een moeilijke zaak zoals dit artikel aantoont. Het vertrouwen in instituties blijkt niet erg significant te zijn bij mensen die discriminatie ervaren aangezien het resultaat weinig onderscheid laat zien.
    Discriminatie op de arbeidsmarkt leidt tot uitsluiting maar hoeft niet tot het ervaren van discriminatie te leiden. Begeleidende psychologische reacties kunnen wel tot die ervaring leiden gediscrimineerd te worden.

  2. Ik analyseerde het vorige jaar een concept nota van de gemeente Utrecht over geluidsoverlast.

    Er stonden 2 kaarten in het rapport. De 1e kaart gaf een overzicht van de gemeten geluidssterkte. De 2e was een kaart van de ervaren geluidssterkte.

    Tussen de 2 kaarten bestond nauwelijks overlap. Ervaringen gebruiken om beleid te beinvloeden of beleid te maken is volstrekt onwetenschappelijk. Slechts als een wetenschapper beschikt over een genormeerd vergelijkingsobject is interpretatie van ervaringen toelaatbaar.

    Voor discriminatie is dat volstrekt onmogelijk.

  3. Natuurlijk moeten we deze geluiden serieus nemen, toch vind ik dit onderzoek enigszins eenzijdig. Niet iedereen ziet zichzelf als slachtoffer. Men vergeet een grote groep die coping strategieën heeft ingezet om in de maatschappij verder te komen. Dat bewijst dat ze niet bij de pakken zijn gaan zitten.

  4. Het zou fijn zijn als discriminatie niet langer als gevoel of beleving zou worden omschreven, maar gewoon als feit. Als iemand jou -al dan niet onbewust- uitsluit op basis van etniciteit, gender of geaardheid etc. dan ís dat discriminatie. Discriminatie wegzetten als gevoelens maakt het subjectief en doet daarmee niet-meetbaar overkomen. Bovendien legt het de verantwoordelijkheid volledig bij de slachtoffers in plaats van bij degene die het aanrichten.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *