Middeninkomens profiteren het minst van overheidsuitgaven

De sterkste schouders dragen in Nederland de zwaarste lasten, concludeert SCP-onderzoeker Martin Olsthoorn op basis van een analyse van overheidsprofijt. Maar voor de middeninkomens zijn er aandachtspunten.

Burgers en beleidsmakers onderschrijven doorgaans het idee dat de sterkste schouders ook de zwaarste lasten dragen: huishoudens met een laag inkomen ontvangen meer van de overheid, terwijl huishoudens met een hoog inkomen meer betalen.

Wanneer we alle ontvangsten van en betalingen aan de overheid bekijken die op huishoudens terug te voeren zijn, zien we inderdaad dat de voor- en nadelen gemiddeld genomen naar draagkracht verdeeld zijn. Maar er zijn wel aandachtspunten.

Herverdeling in Nederland

De overheid draagt zorg voor de bestaanszekerheid van de bevolking, de spreiding van de welvaart, de volksgezondheid, en de toegang tot werkgelegenheid, sociale zekerheid, woongelegenheid, onderwijs en rechtsbijstand. Zo lezen we in de Grondwet.

Om te grote terugvallen in inkomen te voorkomen, bestaanszekerheid te bieden en de welvaart te spreiden, worden er uitkeringen verstrekt in het kader van de sociale zekerheid. Deze worden gefinancierd uit premies en belastingen die huishoudens uit hun inkomen moeten betalen.

Wanneer we dit hele stelsel bekijken, zien we dat hoge inkomens het meest betalen. Zij dragen veel sociale premies en inkomstenbelasting af en maken vrijwel geen gebruik van de hieruit bekostigde uitkeringen. Lage inkomens ontvangen juist uitkeringen vanwege bestaansondersteuning, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom.

Alle toegerekende overdrachten naar tien stukken van het primaire inkomen in 2014, in gemiddeld aantal euro’s per huishouden*.

 

 

 

 

 

 

Bron: SCP (IAH 2014), zoals weergegeven in Olsthoorn et al (2017).

* De secundaire overdrachten betreffen de ontvangen uitkeringen, verminderd met betaalde sociale premies en inkomstenbelasting. De tertiaire overdrachten betreffen de financiële waarde van ontvangen of gebruikte zorg, ondersteuning, onderwijs, wonen, sport, cultuur en recreatie en vervoer, verminderd met de eigen bijdragen aan langdurige zorg, ondersteuning en onderwijs en verminderd met de betaalde btw, accijnzen, woonbelastingen en vervoersbelastingen. Het profijt betreft het saldo van de secundaire en tertiaire overdrachten.

Ook bekostigt de overheid een breed scala aan publieke voorzieningen: zorg (genezend en verzorgend), ondersteuning, onderwijs, wonen, sport, cultuur en recreatie, en vervoer. Zorg, ondersteuning en de financiële compensatie voor hoge huren op de huurmarkt komen vooral lage inkomens ten goede. Hoge inkomens maken vooral gebruik van onderwijs, sport, cultuur en recreatie, en de fiscale bevoordeling van de eigen woning.

De middeninkomens - grofweg huishoudens met netto een jaarinkomen tussen de 25 en 45 duizend euro -  hebben het minst profijt van de overheidsuitgaven aan de genoemde voorzieningen: met 30 procent van de huishoudens ontvangen zij 21 procent van het profijt van publieke voorzieningen (Olsthoorn et al. 2017).

De woningmarkt is een aandachtspunt

Een belangrijke factor is het feit dat middeninkomens het minst profijt hebben van het overheidsingrijpen op de woningmarkt. Al mag dit niet geheel onverwacht zijn (Groot et al 2016), het onderstreept de – vanuit rechtvaardigheidsmotieven – vreemde situatie dat middeninkomens naar verhouding meer kosten maken dan hogere inkomens wanneer zij een woning bezitten.

Dit komt doordat de fiscale behandeling van de eigen woning meer profijt oplevert naarmate de woning duurder is en het inkomen hoger. Daarnaast hebben zij een minder goede toegang tot de huurmarkt dan lage inkomens, omdat zij in veel gevallen geen recht hebben op een sociale huurwoning en de huurtoeslag.

Ook valt op dat middeninkomens minder dan verwacht, op basis van het aantal kinderen dat zij hebben, gebruik maken van hoger onderwijs, en minder van voorzieningen op het gebied van sport en cultuur. In tegenstelling tot de woningmarkt is het hier echter onduidelijk of deze lagere deelname een gevolg is van de manier waarop het beleid is vormgegeven. Het is hiermee de vraag of middeninkomens minder deelnemen aan hoger onderwijs en sport, cultuur en recreatie omdat ze het niet kunnen betalen, of omdat zij hier minder waarde aan hechten.

Herverdeling naar draagkracht

Middeninkomens hebben dus het minst profijt van de overheidsuitgaven aan publieke voorzieningen. Al lijkt dit in strijd met het draagkrachtprincipe dat ten grondslag ligt aan de inkomenspolitiek in Nederland, we kunnen niet stellen dat dit principe nu geheel faalt voor de verdeling van het profijt van de overheid.

Ten eerste is het herverdelen van inkomen slechts zijdelings een doel van publieke voorzieningen. Belangrijker is de doelstelling van toegankelijkheid: publieke voorzieningen moeten toegankelijk zijn voor de burgers die deze voorzieningen nodig hebben en/of willen gebruiken (Olsthoorn et al. 2017). Zo moeten mensen met gezondheidsproblematiek bijvoorbeeld toegang hebben tot zorg en moeten kinderen toegang hebben tot onderwijs. Huishoudens met een hoog inkomen hebben nu eenmaal vaak meer kinderen, waardoor zij meer onderwijs gebruiken, en huishoudens met een laag inkomen hebben vaker gezondheidsproblematiek, waardoor zij meer zorg gebruiken. Middeninkomens zijn simpelweg gezonder dan lage inkomens en hebben minder kinderen dan hoge inkomens. Door een samenloop van dergelijke factoren ontvangen zij uiteindelijk minder profijt van publieke voorzieningen.

Ten tweede hebben middeninkomens weliswaar minder profijt van de overheidsuitgaven aan publieke voorzieningen dan hogere inkomens, maar hier tegenover staan lagere belasting- en premieafdrachten en een groter beroep op uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid.  Als we al deze zaken bij elkaar optellen, zien we dat middeninkomens weliswaar minder profijt van de overheid hebben dan lage inkomens, maar wel meer dan hoge inkomens. Sterker nog, waar hoge inkomens in bijna alle gevallen netto betalen aan de overheid zijn middeninkomens zeer dikwijls netto-ontvangers (Olsthoorn et al. 2017).

Het profijt van de overheid als geheel is in Nederland dus naar draagkracht verdeeld: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.  Veel burgers onderschrijven dit principe. Onder meer de woningmarkt lijkt echter een uitzondering te vormen, met minder aandacht voor de middeninkomens.

Martin Olsthoorn is socioloog en als onderzoeker verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau, waar hij zich bezighoudt met inkomenseffecten van overheidsbeleid.

Dit artikel is gebaseerd op het rapport: Voorzieningen verdeeld: het profijt van de overheid in 2017, een gezamenlijk werk van Martin Olsthoorn, Evert Pommer, Michiel Ras, Ab van der Torre en Jean Marie Wildeboer Schut, allen werkzaam bij het SCP in de sector Arbeid en Publieke Voorzieningen.

 

Overige literatuur

Groot, S. en J. Möhlmann, A. Lejour (2016) De positie van middeninkomens op de woningmarkt . Den Haag: Centraal Planbureau.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Vergeet niet dat er nu een grote besteedbaar-inkomen- /vermogensverschuiving gaande is die buiten deze vergelijking valt. Als je nu studeert moet je alles terugbetalen. Helaas is de vraag of iedereen die gestudeerd heeft alsnog de studie volledig terug moet betalen nooit gesteld. De door deze groep niet-meebetalers veroorzaakte staatsschuld wordt doorgeschoven naar volgende generaties. Ook betalen de mensen die al gestudeerd hebben niet mee aan de mensen die nu (gaan) studeren. Er is dus een dubbel ‘over de schutting gooien van lasten naar volgende generaties’.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *