INTERVIEW Carsten de Dreu: Coördinatie is een antwoord op polarisatie

Eerst was er kuddegedrag. Nu vallen we weer uiteen. Maar scheidslijnen van voor corona kunnen wel eens definitief geslecht zijn, analyseert psycholoog Carsten de Dreu. ‘Etniciteit en cultuur zijn slechts symbolen om snel te kunnen inschatten of er wederkerigheid is. Is die oké, dan ga je ervoor.’

Lotsverbondenheid. Carsten de Dreu, hoogleraar sociale en organisatiepsychologie aan de universiteit van Leiden, kiest dat woord om uiteen te zetten waarom de Nederlandse samenleving in de eerste maanden van de coronacrisis reageerde zoals zij reageerde. Acute dreiging, legt De Dreu uit, leidt tot solidariteit tussen degenen die bedreigd worden. Maar met wie je tijdens die dreiging solidair bent, en met wie niet, wie tot jouw groep behoort en wie niet, wordt bepaald door lotsverbondenheid.

‘Wat wij als onze groep zien, zijn de mensen met wie we een zekere mate van wederzijdse afhankelijkheid ervaren. Wat ik doe heeft implicaties voor wat zij doen, voelen, kunnen en omgekeerd. Die lotsverbondenheid is op een heel laag niveau heel helder. Denk aan een gezin, aan een buurt, het wordt al vager in een stad, in een land. Maar iedereen in Nederland kent als je even nadenkt wel iemand die echt geraakt is door het virus. Die verbondenheid is al veel zwakker met iemand in Italië of China.’

Die groepsvorming, het herkennen van de lotsverbondenheid, hoe gaat dat in z’n werk?

‘We hebben allemaal in ons hoofd vuistregels om heel snel te bepalen of die verbondenheid er is of niet. Dat komt door onze socialisatie. Brabant, Nederland, dan klikt het gelijk, daar herken je je verbondenheid mee. Mensen die veel over de wereld reizen, ervaren lotsverbondenheid anders dan mensen die bij wijze van spreken nauwelijks hun dorp uit komen. Je ziet het ook in het gebruik van het woord “samen”. Samen verwijst dan naar dat we dezelfde gezondheidszorg gebruiken, dat we dezelfde taal spreken, dat we dezelfde minister-president hebben. Dat zijn allemaal cues die aangeven dat wij als groep in hetzelfde schuitje zitten.’

En dat idee geeft veiligheid?

‘Mensen zijn groepsdieren. We vertonen kuddegedrag. Door bij elkaar te blijven, denken we veilig te zijn. In een groep samen klitten heeft evolutionair heel veel voordelen gehad. Daarom moeten we nu die anderhalve meter voortdurend herhalen. Het virus is een dreiging waardoor we iets moeten doen wat tegen onze natuurlijke reactie ingaat: bij elkaar kruipen. De schapen gaan bij elkaar staan omdat de wolf dan niet aanvalt. Safety and numbers, maar precies die diep natuurlijke reactie herbergt nu gevaar.’

Is het opvallend dat anno 2020 bij een crisis als deze nationaliteit zo’n belangrijke factor is?

‘Het is nu in ons belang die verbondenheid naar voren te halen. De natiestaat is overzichtelijk, het is helder, je bent er bekend mee, je kunt er beslissingen door nemen. Je denkt bovendien zo te weten op wie je kunt rekenen. Dat is heel belangrijk, want dat besef stelt gerust. Dat is volgens collega’s uit andere vakgebieden ook één van de redenen waarom er überhaupt natiestaten zijn. Landen met grenzen waarin dezelfde taal gesproken wordt, waarin sprake is van een sterke mate van dezelfde gewoontes en praktijken. Op zo’n construct kunnen we rekenen en dat idee kunnen we bij onszelf heel snel activeren.’

Betekent dat automatisch ook polarisatie? Er horen veel mensen op deze wereld niet bij jouw natiestaat.

‘Ja. Je zou het als je het plat wil slaan “eigen volk eerst” kunnen noemen. Maar het is belangrijk dat duidelijk is hoe dit werkt. Deze pandemie is een externe dreiging die je als groep het hoofd moet bieden. Het virus bedreigt jou, maar ook je familie, je buren, je vrienden, je landgenoten. Het leidt tot de vraag wie bij ’ons’, bij ’samen’ hoort, op wie je kunt rekenen. Dan ben je niet meer bezig met de andere groep. De polarisatie komt voort uit de behoefte goed voor jou en de jouwen te zorgen. De intrinsieke motivatie is positief. Polarisatie is een soort collateral damage. De wereld buiten de groep raakt dan buiten beeld. Kijk naar Europa. De solidariteit tussen landen zie je nu onder druk staan.’

Meerderheid

Nu de dreiging van het virus is afgenomen, de gezondheidszorg weer op adem komt, treedt in de ogen van Carsten de Dreu de volgende ‘logische’ fase op. De angst die het ’samen’ bond, neemt af, andere belangen worden weer belangrijk. Er ontstaan nieuwe groepen binnen de groep die er eerst was. Het is wat er nu, begin juni 2020, gebeurt.

Je noemt deze fase logisch. Waarom?

‘Omdat die andere belangen, meer individueel, meer lokaal, er ook zijn. We streven naar individuele welvaart en welzijn. Zo zijn we gesocialiseerd. We zijn bereid die welvaart en dat welzijn op te offeren voor het collectief, maar tot beperkte hoogte. We houden het niet lang vol.’

Omdat er in onszelf voortdurend strijd is tussen verschillende belangen?

‘Nu de dreiging van het virus voor heel veel mensen minder blijkt te zijn, ga je aandacht besteden aan je eigen situatie, aan de positieve ontwikkeling daarvan. Mensen maken in het dagelijks leven constant de afweging tussen het je schikken voor een algemener belang en het, daarmee strijdige, eigen belang.’

Is dat een puur individuele afweging?

‘Nee. Het is heel moeilijk voortdurend individueel in te schatten wat de feiten zijn, wat verstandig is of niet. We kijken heel erg naar wat anderen doen. Als de meerderheid iets doet, dan hebben we de neiging te denken dat dat wel goed zal zijn. Als iedereen keurig afstand houdt, dan is dat blijkbaar goed, dan doe jij dat ook. Maar als steeds meer mensen dat niet doen, dan wil jij ’gekke henkie’ niet zijn.’

Of we meer voor ons eigen belang kiezen en hoe we dat doen, bepalen we mede op basis van het kijken naar anderen?

‘Ja. Daar zit dus iets paradoxaals in. We gebruiken de vergelijking met anderen om in te schatten wat we moeten doen. Straks willen we op vakantie. Dat is een eigen belang. Maar dat heel veel mensen in Nederland op vakantie gaan, terwijl dat niet hoeft, heeft te maken met dat we voortdurend vergelijken.’

Balans

Carsten de Dreu toonde zich een jaar geleden, april 2019, in de Volkskrant bezorgd over de toenemende polarisatie in Nederland. Hij zei onder meer: ‘Er is breed gedeelde onzekerheid, al verschijnt ze in steeds andere vormen. Je ziet dat mensen zich roepende voelen maar niet gehoord voelen, dat ze geen controle voelen over hun bestaan’. Nu is de vraag hoe die voorheen al gespannen Nederlandse samenleving gaat reageren op de impact van de coronacrisis. De Dreu bepleit ‘coördinatie’, juist ook in het vinden van balans tussen het individuele belang en het algemene doel: het niet doen oplaaien van het virus.

Coördinatie?

‘Je ziet het in de samenleving al gebeuren. Iedereen wil nu naar het terras, iedereen wil de zaak open doen. Dat geeft een probleem. We lopen dan met onze individuele belangen tegen elkaar op. Coördinatie betekent dat je al die wensen op elkaar afstemt. Je ziet restaurants en cafés waar je een tijdsslot kunt reserveren. We discussiëren over dat we niet allemaal op dezelfde tijd moeten gaan reizen. Dat is coördinatie.’

Er wordt een nieuwe vaardigheid van ons gevraagd?

‘Mensen zijn daar goed in. Maar je kunt ze als overheid wel helpen. Niet alleen maar zeggen wat je als burger niet moet doen. Als je niet wil dat iedereen op dezelfde dag naar het strand, dan kun je dat als overheid of als NS proberen te coördineren. Dat is niet ’we gooien het strand dicht’ of ’de trein rijdt niet’, maar bijvoorbeeld wel vertellen waar je nog meer naar toe kunt gaan of de schaarste die nu ontstaan is, beter verdelen. Breid het perspectief aan mogelijkheden uit.’

Coördinatie is dan een antwoord op polarisatie die voortvloeit uit de gevolgen van de corona-aanpak, maar is dat ook een antwoord op de spanningen die er voor het virus al waren en die er nu nog zijn?

‘Ik ben vooral benieuwd in hoeverre die spanningen er nog zijn. De cohesie die we zagen toen het virus rondwaarde, kan vooroordelen weggenomen hebben en op langere termijn tot meer verbinding leiden. Er waren scheidslijnen waardoor we niet meer interacteerden en we zijn door het virus gedwongen daar, hoe tijdelijk ook, overheen te stappen. Dat zou tot een integratie kunnen leiden die er voorheen niet was.’

Kan dat zo snel gaan?

‘Onder druk wordt alles vloeibaar. Mensen zijn er op gericht te overleven en we weten als individu goed dat als jouw groep het overleeft, jij het waarschijnlijk ook overleeft. We kunnen heel snel van groep wisselen. Etniciteit en cultuur zijn slechts symbolen om snel te kunnen inschatten op wie je kunt vertrouwen, of er wederkerigheid is. Is die oké, helpt het jou, dan ga je ervoor, zo niet, dan ga je er niet voor. Mensen zijn daar flexibel en pragmatisch in.’

Piet-Hein Peeters is journalist.

Dit artikel is 1833 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (4)

  1. Zeer interessante en creatieve gedachten over polarisatie als “collateral damage” van zorgzaamheid. Iedereen is positief over intrinsieke motivatie (en dus saamhorigheid), maar je hoort eigenlijk nooit dat deze intrinsieke motivatie ook kan samenhangen met polarisatie. Inderdaad, coördinatie is een intelligent antwoord op polarisatie, ook al zeg je dan eigenlijk dat hier extrinsieke motivatie (coördinatie) beter is dan intrinsieke motivatie. Dat is zo`n beetje vloeken in de motivatiepsychologie-kerk (die dan ook hier en daar te ideologisch-humanistisch is)

  2. Machtsverhoudingen laten zich moeilijk maatschappelijk coördineren. De machtsverhoudingen in de samenleving zijn vooral economisch bepaald. De corona crises brengt dit duidelijk aan het licht. Een miljoen ZZP-ers zonder sociale voorzieningen, Oost-Europese gastarbeiders zonder arbeidsrechten, honderdduizend zwartwerkers in de huishouding en oppas die zonder inkomen zitten en 5000 miljonairs in een jaar erbij die prima in de maatschappij floreren.
    Juist degenen die bijzonder belangrijk waren bij het oplossen van de Corona crises zoals verpleegkundigen, thuiszorgers, politie en onderwijzers worden onderbetaald.
    De corona crises zal een enorme bezuinigingsgolf van de overheid in de economie en maatschappij teweegbrengen.
    Een volgende (financiële) crises zal zich aandienen en zich niet laten coördineren.

  3. Misschien een open deur, maar ik werk al vele jaren met storytelling als een middel in coaching, training,erfgoed en levensverhalen. Ruimte scheppen om samen ‘er mogen zijn met je verhaal’ en je gehoord weten en samen als het ware een nieuwe verhaallijn ontdekken heft polarisatie op. Maar meestal is er geen geld voor om verhalen serieus te nemen. B.v. in de zorg is er gewoon geen geld en tijd om iemand ‘op verhaal te laten komen’. Ook collectief niet, ik denk aan kolonialisme. Ik ken geen boeven om me heen die nu een lekker anderen willen uitbuiten of dat als eigen collectieve geschiedenis voor zichzelf accepteren. Begrip krijgen voor tijd en (sus) cultuur bepaalde (vaak wisselende) perspectieven en inlevingsvermogen in ‘de ander’ heft polarisatie op en zet uiteindelijk aan tot concrete verbinding in actuele situatie waar een nieuw handelen mogelijk is. Overigens daar waar in de cultuursector nauwelijks meer geld is, blijft het delen van verhalen (de oudste kunst van de mensheid) gratis. Een vertelkring vraagt niet meer dan een datum en een inspirerende locatie dat kan ook een museum, kampvuur of bedrijf zijn, als het maar niet gaat om een soort bezigheidstherapie zijn. Samen komen kan leuk zijn, maar in deze tijd bijvoorbeeld ook over de dood. Doden zijn meer dan statistieken. Je kunt daar in intieme kring kwetsbaarheden over delen, maar in collectieve zin ook bijvoorbeeld verhalen over corona en pest-edepidemie aan de hand van oude verhalen in bij voorbeeld een museum door in personages in te leven (veiliger)

  4. De Corona crisis heeft tot meer lotsverbondenheid geleid, een heldere en duidelijke constatering van de Dreu. De geschiedenis laat ons zien dat ernstige rampen, oorlogen, hongersnoden, na afloop, ook tot een sterke toename van lotsverbondenheid leiden. Maar de geschiedenis laat ons ook zien dat hoe verder de herinnering aan die rampen en oorlogen van ons af staan, die lotsverbondenheid taant en stukje bij beetje verloren gaat. Privaat belang gaat weer domineren boven verbonden belang. De samenleving groeit uit elkaar.

    De geschiedenis laat ons ook zien dat er altijd individuen en bewegingen zijn geweest die lotsverbondenheid predikten. Het Joods volk heeft altijd predikers gekend die, met beroep op een hogere macht, God, mensen tot nabijheid met elkaar brachten. De Islam en het Christendom hebben daarvoor een verbindende sociale leer ontwikkeld, al dan niet in reactie op andere ontwikkelingen. Die lotsverbondenheid is de laatste 50 jaar meer en meer afgebroken. Gaan we nu, na de Corona opleving weer dezelfde kant uit? Corona was een milde crisis, het antwoord is ja.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *