Jongeren gebaat bij minder druk ouders en scholen

Jongeren vormen de minst gelukkige leeftijdsgroep. Volgens onderzoek van het SCP kunnen vooral ouders een belangrijke steunpilaar zijn. Minder druk van ouders én scholen gaat samen met meer welbevinden bij jongeren, schrijven Simone de Roos, Mariska Kromhout en Willem Huijnk.

Hoewel het met Nederlandse jongeren in vergelijking met hun Europese leeftijdgenoten goed gaat, zijn er steeds meer signalen dat het mentaal welbevinden van jongeren in Nederland achteruitgaat.

Nederlandse jongeren zijn momenteel het minst gelukkig en tevreden, vergeleken met andere leeftijdsgroepen

Uit recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt bijvoorbeeld dat Nederlandse jongeren momenteel het minst gelukkig en tevreden zijn, vergeleken met andere leeftijdsgroepen, terwijl ze vijftien tot twintig jaar geleden het meest gelukkig waren (Maslowski et al., 2025).
Voor het verbeteren van het welbevinden van jongeren is er in het landelijk jeugdbeleid aandacht voor het versterken van hun veerkracht. Daarbij ligt de focus sterk op het vergroten van steun vanuit het brede netwerk van jongeren. Het SCP-onderzoek Jong en veerkrachtig onder jongeren van 12 tot 18 jaar laat zien dat de rol van ouders daarbij niet vergeten mag worden (De Roos et al., 2025).

Veerkracht

De beleidsaanname dat veerkracht bijdraagt aan mentaal welbevinden wordt door dit SCP-onderzoek ondersteund: veerkracht is sterk en eigenstandig gerelateerd aan het welbevinden van jongeren.
Onder veerkracht verstaan we hier het goed omgaan met en herstellen van tegenslag en stress. Daarbij kan het gaan om dagelijkse en niet-alledaagse stressoren die alle jongeren in mindere of meerdere mate meemaken, zoals stress van de turbulente leeftijdsfase, de prestatiemaatschappij, toegenomen kans op sociale daling, woningnood, klimaatverandering, oorlogsdreiging, en eerder de coronacrisis.

Veerkracht borgt of versterkt zelfs het welbevinden

Zo blijkt uit ons onderzoek dat jongeren met meer veerkracht relatief weinig negatieve gevolgen voor hun leven ervaren hebben van de beperkende coronamaatregelen. Veerkracht kan bijdragen aan het huidige en latere welbevinden doordat het ervoor kan zorgen dat jongeren minder in beslag worden genomen of uit evenwicht raken door dergelijke crises en stressfactoren.
Ook kan veerkracht bewerkstelligen dat jongeren actief de uitdagingen van het leven aangaan en daarbij passende hulpbronnen kunnen inzetten, zoals de steun van ouders. Veerkracht borgt of versterkt zelfs hun welbevinden, omdat het adequaat om kunnen gaan met tegenslag een gevoel geeft van competentie, controle en vertrouwen in de toekomst.

Emotionele steun van ouders belangrijk

Het gezin en de ouders van jongeren spelen een centrale rol bij veerkracht en welbevinden: veel steun van ouders en het gezin draagt in positieve zin bij aan zowel de veerkracht als het welbevinden van jongeren. Dit geldt ook voor het beperkt druk opleggen met hoge verwachtingen. Die steun en weinig druk hangen dus niet alleen direct samen met welbevinden, maar ook indirect via de bijdrage aan veerkracht.

Het is belangrijk meer oog te hebben voor het versterken van de relaties thuis

In de landelijke beleidsaanpak Mentale gezondheid: van ons allemaal, die eind 2025 afliep werden ouders wel genoemd, maar hun rol was onderbelicht. De focus lag meer op steun van personen in het brede netwerk van jongeren, zoals sportcoaches, leraren, buren en vrienden. Hoewel de steun van leraren, klasgenoten en vrienden volgens ons onderzoek ook samenhangt met veerkracht en welbevinden van jongeren, lijken de ouders er het meest toe te doen.
Wil beleid veerkracht verhogen, dan is het belangrijk meer oog te hebben voor het versterken van de relaties thuis. Het is daarom positief dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het vervolgprogramma Versterkingsagenda mentale gezondheid & ggz meer aandacht wil geven aan de gezinssituatie en de rol van ouders, onder de noemer ‘mentaal gezonde gezinnen’ (Ministerie van VWS 2025).

Hoe ouders kunnen helpen

Bij de uitwerking hiervan moet in het achterhoofd gehouden worden dat de steun van ouders (en andere actoren) verder gaat dan het bespreken van de mentale gezondheid, hetgeen in de eerdere beleidsaanpak werd benadrukt. Het gaat bijvoorbeeld om oprechte interesse tonen in hun kinderen, ook in hun onlinewereld; goed luisteren naar hun kinderen; signalen oppikken en daarop sensitief reageren; hun kinderen aanmoedigen en bevestigen; en ze helpen waar nodig.

Hoge verwachtingen van ouders vormen een aanzienlijke stressor

Ook moeten ouders hun kinderen niet te veel opjagen en onder druk zetten en realistische verwachtingen ten aanzien van prestaties hanteren. Druk van (te) hoge verwachtingen van ouders vormt een aanzienlijke stressor: meer druk gaat gepaard met minder veerkracht en een lager welbevinden van jongeren.

Dit alles houdt niet in dat ouders hun kinderen moeten overbeschermen en alles uit handen moeten nemen. Leed, mislukkingen, fouten en onverwachte situaties zijn niet te voorkomen en horen tot op zekere hoogte bij het leven.
Kinderen kunnen veerkracht, zelfvertrouwen en probleemoplossingsvaardigheden ontwikkelen als ze de confrontatie daarmee aangaan (o.a. Wolbert, 2020). In deze situaties helpen ouders hun kinderen door empathisch te zijn en hen te bemoedigen en bevestigen. Het omgaan met dergelijke moeilijke situaties hoeft niet meteen geproblematiseerd en gemedicaliseerd te worden.

Informatie en steun voor ouders

Om het belang van steun in de adolescentiefase meer onder de aandacht van ouders te brengen, kunnen contactmomenten tussen scholen en ouders worden benut. Zo kunnen scholen tienminutengesprekken met ouders en informatieavonden inzetten om ouders te informeren over het belang van hun steun voor hun kind en van realistische verwachtingen.
Informatiebijeenkomsten kunnen ook bij laagdrempelige ontmoetingsplekken voor ouders plaatsvinden, zoals bij bibliotheken, wijkcentra of ouderkamers van het voortgezet onderwijs. Een ouderkamer is een gezamenlijke plek in de wijk of op school waar ouders samen komen voor voorlichting en uitwisseling over onderwijs en opvoeding. Er zijn veel meer ouderkamers in het primair onderwijs dan in het voortgezet onderwijs, waar ouders meestal meer op afstand staan.

Ouders van jongeren in het voortgezet onderwijs krijgen weinig informele en formele ondersteuning

Dat neemt niet weg dat ook deze ouders behoefte kunnen hebben aan ontmoetingen met andere ouders; voor gezelligheid en verbinding (Kesselring, 2019), maar ook om dagelijkse zorgen en vragen over de opvoeding en het ouderschap te bespreken. Uit eerder SCP-onderzoek is bekend dat ouders van jongeren in het voortgezet onderwijs veel minder informele en formele ondersteuning krijgen dan ouders van jongere kinderen. Dit terwijl ze meer problemen bij het opgroeien en opvoeden van hun kind ervaren en hier dus mogelijk wel behoefte aan hebben (De Roos et al., 2021). Op dit vlak kunnen gemeenten en andere lokale partijen nog winst behalen.

Discussie prestatiemaatschappij

Het onderzoek laat zien dat behalve de druk van hoge verwachtingen van ouders ook druk vanuit school samengaat met minder veerkracht en een lager welbevinden van jongeren. Dit sluit aan bij de discussie over de vraag of de huidige prestatiesamenleving kinderen wel een omgeving biedt waarin zij veerkracht en een optimaal welbevinden kunnen ontwikkelen.

Jongeren afschermen van te grote maatschappelijke druk vergt een brede cultuurverandering

Ouders geven hun opvoeding gestalte in een maatschappij die sterk gericht is op presteren en excelleren en dat kan het lastig maken om optimaal steunend voor hun kinderen te zijn. De Onderwijsraad (2026) stelt in een recent advies dat scholen samen met ouders leerlingen moeten afschermen van te grote maatschappelijke druk, maar dat de politiek en ouders zelf de scholen daar dan wel in moeten steunen.
In feite vraagt dit om een brede cultuurverandering. Dit is een ingewikkeld proces dat een lange adem vergt en betrokkenheid vraagt van verschillende maatschappelijke actoren zoals overheden, onderwijsinstellingen, bedrijven en belangenorganisaties (Van Yperen et al., 2023).

Simone de Roos en Willem Huijnk zijn wetenschappelijk medewerkers bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Mariska Kromhout is voormalig medewerker van het SCP en nu vrijwilliger in het sociaal domein.

 

Foto: Kampus Production via Pexels.com