Ook subtiele vormen van impact verdienen erkenning, stellen Radboud Engbersen en Roos Pijpers in het artikel: Impact sociaal werk nauwelijks vertaalbaar in klinkende statistiek. Volgens hen moet impact niet als statisch eindresultaat gezien worden. Een genuanceerd betoog, waar wij ons volledig bij aansluiten. Helaas nemen opdrachtgevers en financiers hier niet altijd genoegen mee.
Uitdagingen voor het sociaal werk
Veerkrachtige gemeenschappen en omzien naar elkaar worden door beleid en politiek gezien als (deel van) het antwoord op veel hedendaagse maatschappelijke opgaven. Denk aan de stijgende zorgkosten, het vergroten van draagvlak voor de energietransitie, het dalende veiligheidsgevoel in buurten of de ervaren polarisatie in de samenleving. Hierdoor stijgen de verwachtingen van sociaal professionals die een verbindende rol vervullen, zoals opbouwwerkers.
In beleidsstukken staan ronkende volzinnen over de gewenste verschuiving van middelen van zorg naar welzijn
Voor het sociaal werk brengt dit twee grote uitdagingen met zich mee. Ten eerste beweegt de financiering onvoldoende mee met deze stijgende verwachtingen. In beleidsstukken staan ronkende volzinnen over het belang van gemeenschappen en inwonerinitiatieven en over de gewenste verschuiving van middelen van zorg naar welzijn. Maar die verschuiving laat vooralsnog op zich wachten. En dat terwijl preventief en collectief aanbod niet gratis is. Het vraagt inzet van deskundige professionals die mensen verbinden en vrijwillige inzet kunnen ondersteunen.
De tweede uitdaging is dat de financierings- en verantwoordingsframes geregeld botsen met de aard van het opbouwwerk. Overheden en zorgverzekeraars vragen vaak om verantwoording op basis van vooraf bepaalde kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s), gedreven door een behoefte aan controle en de wens naar bewijs van het financiële rendement van de investering. Hoewel de vraag naar de impact van publieke middelen legitiem is, leiden verantwoordingseisen vanuit frames die niet passen bij het sociaal werk tot tijdrovende vormen van verantwoording, waarover niemand echt tevreden is.
Loswrikken van een gepolariseerd debat
Omdat opbouwwerk gericht is op het aanjagen van processen, blijven sommige wetenschappers en experts benadrukken dat de impact nauwelijks meetbaar is – en al helemaal niet kwantificeerbaar.
Bij opbouwwerk verloopt de relatie tussen inzet en impact niet lineair
De stem en de inzet van inwoners bepaalt mede waartoe een proces leidt en welk resultaat het oplevert. Omdat opbouwwerk zich afspeelt in de sociale werkelijkheid van een straat, buurt of gemeenschap, kunnen allerlei ongeplande factoren optreden. Maar als verantwoording gericht is op ‘gewenste uitkomst A’ wordt aan de aandacht onttrokken hoe ‘proces B’ bijdraagt aan ‘positieve uitkomst C’.
Om deze patstelling te doorbreken hebben we, op basis van literatuuronderzoek en interviews, een nieuw perspectief ontwikkeld op de relatie tussen inzet en impact van opbouwwerk en collectief sociaal werk. Een perspectief dat wél recht doet aan de waarde van het werk en dat gezamenlijk leren, sturen en verantwoorden stimuleert.
Kansvergrotend werken rendeert
Uitgangspunt van dit nieuwe perspectief is dat de impact van het opbouwwerk het resultaat is van een proces waarin de sociaal werker, volgens onderbouwde methoden en gebruikmakend van het juiste vakmanschap en professionaliteit, keer op keer kansvergrotend optreedt. Omdat opbouwwerk zich afspeelt in een open systeem (de straat of buurt), verloopt de relatie tussen inzet en impact echter niet lineair. Dit wordt spiraling up genoemd.
Kansvergrotend werken rendeert en investeringen in opbouwwerk betalen zich (meer dan) terug. In de literatuur is een breed palet aan directe en indirecte effecten van sociaalwerkpraktijken gevonden, die gelijktijdig kunnen optreden en elkaar versterken.
Effecten doen zich voor bovenop, naast, of in plaats van, wat autonoom zou hebben plaatsgevonden
Grofweg zijn de effecten te verdelen in de volgende clusters: gezondheid (mentaal en fysiek), empowerment en veerkracht, kapitaal (sociaal, cultureel, academisch), sociale cohesie en verbondenheid. De effecten treden op tijdens of na de uitvoeringspraktijk en doen zich voor bovenop, naast, of in plaats van, wat autonoom zou hebben plaatsgevonden.
Samen op reis
Hoe opbouwwerkers kansvergrotend werken aan impact, illustreren we met een lijnennetkaart (zie hieronder). De kaart laat verschillende mogelijke routes naar impact zien, gebaseerd op de interacties tussen sociaal werker en inwoner(s), waarbij de onderliggende mechanismen zichtbaar zijn gemaakt. De lijnennetkaart beschrijft mogelijkheden, maar dicteert niet waar de reiziger (de inwoner) heengaat of in- of uitstapt. De sociaal werker sluit diens inzet aan op de reis die de inwoner aflegt.

Waar we het vreemd zouden vinden als een OV-bedrijf pas als succesvol wordt gezien als alle reizigers meereizen naar de eindhalte, wordt dit vaak wél verwacht van sociaal werkers. In werkelijkheid is er echter ook al impact als de inwoner een of twee spreekwoordelijke haltes dichter bij diens bestemming komt.
Samen sturen en verantwoorden
In hun rol als opdrachtgever kunnen gemeenten, sámen met sociaalwerkorganisaties invulling geven aan betekenisvolle verantwoording van maatschappelijke impact. Van gemeenten vraagt dit een orkestrerende rol: partijen bepalen gezamenlijk bepalen welke opgaven prioriteit hebben, wat daarbij de rol is van de betrokken partijen en welke randvoorwaarden nodig zijn. Cyclische, participatieve vormen van lerend evalueren kunnen daarbij helpen.
Er ontstaat ruimte voor een gesprek over het vakmanschap van sociaal werkers
Wanneer opdrachtgevers en financiers meer vertrouwen stellen in de maatschappelijke impact van sociaal werk, ontstaat ruimte voor een gesprek dat meer gaat over het vakmanschap en de methoden van sociaal werkers, dan over het bewijs voor de hoeveelheid impact. Dit is een cruciale stap om de torenhoge beleidsverwachtingen te kunnen inlossen.
Matthijs Uyterlinde en Andrew Britt werken als senior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut. In opdracht van Sociaal Werk Nederland schreven ze het rapport Kansvergrotend werken aan impact. Lerend sturen en verantwoorden in het opbouwwerk en collectief sociaal werk.
Foto: Mehmet Turgut Kirkgoz via Pexels.com