Mensen die zwart werken voelen schaamte

Waarom werken mensen ‘zwart’? En hoe voelt men zich daarbij? Praten over zwartwerken is een groot taboe, blijkt uit interviews. En Marokkaanse Nederlanders ervaren veel meer schaamte en angst dan autochtonen. Hoe zouden mensen de overstap van zwart naar wit werk kunnen maken?

‘Mensen zijn echt heel bang (…) zelfs in families wordt het stilgehouden. Je kan niemand vertrouwen’, zegt een respondent.* Angst is het meest opvallende gevoel dat naar voren komt uit de interviews met zwartwerkers. Angst om verklikt te worden. Angst om betrapt en gestraft te worden. Het was daarom erg moeilijk om respondenten te vinden en te benaderen. De ‘systeemwereld’ categoriseert werk in wit en zwart. Zwartwerkers zijn zich hiervan sterk bewust, evenals van het feit dat de overheid werk maakt van bestrijding van zwart werk. Vooral bij Marokkaans-Nederlandse respondenten komt angst als een negatieve factor naar voren: de angst dat men verraden wordt, gepakt wordt door UWV en zo de uitkering verliest of een boete moet betalen.

Naast angst is er schaamte: ‘Je draagt een laag sociaal imago met je mee’, zegt een geïnterviewde. Zwart werk wordt door de omgeving vaak beschouwd als stelen en als oneerlijke concurrentie. Het is goedkoper, en dat ontneemt mensen die wel eerlijk willen werken een baan. Mensen die zelf wit werken, kijken vaak neer op deze manier van je brood verdienen. Ze beschouwen zwart werk ook als een gevaar voor het socialezekerheidsstelsel. ‘God, hoelang blijf ik in de zwarte economie?’ verzucht een van hen. Bijna de helft van de respondenten noemt het ontbreken van rechten als nadeel van zwartwerken, bijvoorbeeld geen (adequate) zorgverzekering, en op de lange termijn het ontbreken van sociale zekerheid zoals opbouw van pensioen. Opmerkelijk is dat er een verschil bestaat tussen allochtonen en autochtonen wat betreft de angst en schaamte voor de omgeving. Allochtonen (Marokkaanse Nederlanders) ervaren veel meer schaamte en angst dan autochtonen (witte Nederlanders).

Economische nood is de drijfveer om zwart te werken

Maar waarom werken mensen dan zwart? Een respondent: ‘Mensen werken zwart om weer tot die honderd procent te komen, die zeventig procent is niet genoeg.’ Men ervaart met alleen een WW- of bijstandsuitkering een materieel tekort. Er is niet genoeg geld in huis om de volledige basisbehoeften zoals wonen, eten en medische zorg te vervullen. Voor de meeste respondenten is zwartwerken dan ook een bijverdienste om de kloof tussen de ‘zeventig procent’ en de ‘honderd procent’ te overbruggen.Vooral gezinnen met kinderen kunnen vaak moeilijk rondkomen, maar ook zijn er nogal eens problemen door ziekte in de familie waardoor men ook voor anderen geld verdient.

Zwart werk verdient goed, volgens een aantal respondenten. Je hoeft geen belasting af te dragen en al het geld komt direct in de eigen portemonnee terecht. Opvallend is dat de Marokkaans-Nederlandse geïnterviewden vrijwel alleen over de economische bijverdienste spreken. De overige respondenten vinden het werk ook leuk en hebben daardoor sociale contacten. Maar over het algemeen genomen wordt zwartwerken toch op eerste plaats als louter economische noodzaak gezien. Slechts enkelen doen het als hobby of zien het als een makkelijke manier om de reis naar Marokko te bekostigen.

Het krijgen van zwart werk lijkt een sociale aangelegenheid: mensen komen veelal door anderen aan dit soort werk. Hoe meer sociaal kapitaal, des te meer zwart werk. Via vrienden, familie of kennissen komen de zwartwerkers bij hun werkgever. Zwart werk bestaat omdat er een sterke vraag naar is. Een respondent zegt: ‘Ik werkte bij de thuiszorg en toen ik daar moest stoppen, wilden verschillende cliënten mij toch behouden. Zij zeiden dat zij mij echt niet wilden missen en namen me toen in dienst (...) zij hebben op mij ingepraat om het als iets goeds te zien.’

Kwetsbare mensen in kwetsbare omstandigheden

Zwart werk is veelal een uitdrukking van onmacht, de onmacht van kwetsbare mensen op de arbeidsmarkt. Onze respondenten horen bij achtergestelde groepen die wonen in achterstandswijken. Omdat de sociale zekerheid (bijstandsuitkering) of wit werken niet genoeg geld oplevert, gaat men zwartwerken. Het is een reactie op (dreigende) armoede.

Uit de interviews blijkt dat langdurig zwartwerken psychologische gevolgen heeft. Op den duur is men alleen met zwart werk bezig en heeft men geen tijd om iets anders te doen. Een huishoudelijke hulp rent constant van de ene klant naar de andere om financieel minimaal rond te komen. Het zwarte werk wordt het leven zelf, zonder andere toekomst. Dit geldt met name voor de ‘nuggers’, niet-uitkeringsgerechtigden oftewel werkzoekenden zonder uitkering. Men voelt zich gestigmatiseerd en ondervindt zogenoemde dubbele binding: men wordt gezien als fraudeur en beleeft zichzelf als zodanig, met een negatief (zelf)beeld tot gevolg.

Opvallend is dat onze zwartwerkende respondenten niets weten over de komst van de Participatiewet, terwijl zij voor een deel toch tot de doelgroepen van deze wet behoren. Als wij hun uitleggen dat zij straks als tegenprestatie gedwongen vrijwilligerswerk moeten verrichten, zien ze dat niet als een kans, maar eerder als een bedreiging van hun bestaan. Zij zijn bang dat ze door de Participatiewet juist verder van maatschappelijke participatie afraken doordat ze dieper in de armoede wegzakken.

Angst en controle blokkeren de mogelijkheid tot verandering

Opmerkelijk veel zwartwerkers streven actief naar wit werk, en vaak ervaren zij daarbij een gebrek aan adequate begeleiding. Daardoor ontstaan schuld- en angstgevoelens en moedeloosheid. Angst voor repressie, angst om toe te geven, waardoor weer een ander taboe ontstaat: praten over zwart werk met professionals. Daardoor is het bijna onmogelijk om te werken aan trajecten van zwart naar wit werk. Professionele organisaties houden het taboe in stand: zij zijn vooral gericht op controle, opsporen en bestraffen van zwartwerk-fraude. Zij zien zwart werk in de eerste plaats als een bedreiging voor de juiste uitvoering door bestuursorganen en het behoud van het draagvlak voor de socialezekerheidsregelingen.

De zwartwerkers ervaren contacten met de uitkeringsverstrekker UWV dan ook als verhoren en zijn bang de uitkering te verliezen als ze zich zouden uitlaten over bijverdiensten of werk. UWV kijkt in hun ogen alleen naar wat de klant niet mag – zwartwerken – en niet naar wat men wel kan, zoals gedeeltelijk groeien van zwart naar wit werk via de weg van vertrouwen, bewustwording en opleiding.

Om deze angst en dit taboe te doorbreken, zouden professionals uit de beperkende cirkel van fraudebestrijding moeten stappen en open in gesprek moeten gaan met de mensen over hun kansen op de arbeidsmarkt. Dit vereist dat zij hun cliënten vooral zien als werkers, en niet als fraudeurs. Van professionals vergt dat vertrouwen en empathie, en kennis van en interesse in de achtergrond van de klant.

Als de angst eenmaal is weggenomen, kan de professional inzetten op verbetering van de sociale positie en begeleiding, via bijvoorbeeld studie of scholing. Zo krijgen mensen een eerlijke kans om de negatieve spiraal van uitkeringen en zwartwerken achter zich te laten.

Jamila Achahchah en Mellouki Cadat werken als respectievelijk projectleider en senior adviseur bij het team Sociale zorg in de wijk van Movisie. Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Janneke Zerner, en verscheen eerder in het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Neem een abonnement op dit tijdschrift en ontvangt gratis het boek De stille krachten van de verzorgingsstaat van Marcel Spierts. Mail daarvoor naar tsv@hexspoor en maak daarbij gebruik van de code van de actiecode TSV01.

Noot
* Voor dit onderzoekje zijn achttien mensen geïnterviewd: twaalf vrouwen en zes mannen. Vijf vrouwen waren van Marokkaanse komaf. De meesten waren tussen de 20 en 40 jaar. Het soort zwart werk dat men doet loopt uiteen, maar het gaat vooral om schoonmaakwerk.

Dit artikel is 1900 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. De spanning tussen handhaven en investeren in ontwikkeling is één van de kernthema’s bij publieke organisaties die uitkeringen verstrekken. Die spanning loopt alleen maar verder op als de economie slecht draait of zelfs in recessie is.

    De druk op handhaving neemt de laatste jaren toe. Er is een tendens tot criminalisering van de armoede. Voor professionals wordt het er niet makkelijker op. Zij stuiten op diverse grenzen van de rechtstaat. aan de ene kant is er sprake van rechtmatigheid en doelmatigheid. Alle Nederlanders hebben gelijke rechten en plichten. Zwart werken is onrechtmatig. Daar aan mee werken als professional in dienst van de overheid, ook als er voor de betrokken burger sprake is van een reëel ontwikkelperspectief is een schaduwgebied.
    Ik ben oprecht nieuwsgierig naar goede ideeën en aanpakken om het dilemma dat in het artikel wordt benoemd te doorbreken.

  2. Beste Tom de Haas,

    Hartelijke dank voor je reactie. In afwachting van een systeemverandering helpt het als professionals meer beseffen dat zwartwerkers mensen zijn? Mensen die rechten hebben. De economische en sociale grondrechten die in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn vastgelegd hebben een grote betekenis als algemene morele en juridische standaard die ervoor zorgt dat een mens in waardigheid kan leven. Zo heb je bijvoorbeeld recht op een vrije mening, onderwijs, genoeg te eten en een dak boven je hoofd. In armoede leven betekent minder toegang tot het recht op wonen, op medische zorg en op gezond eten. Zo’n achtergestelde positie betekent dat je niet volwaardig aan de samenleving kunt meedoen en dat je sociale positie te wensen overlaat. Mensenrechten als referentiekader om prioriteiten te stellen en z’n gedrag te bepalen naar de klant zou dat de competenties van professionals vergroten? Zou het burgers bewust maken van hun eigen rechten en verantwoordelijkheden? Kortom: wat vind je van het idee om mensenrechten te gebruiken als gemeenschappelijke basis voor de relatie tussen cliënt en professional?

  3. Mensen die zwart werken zijn de moderne slaven van deze tijd, die een extra zakcentje heel erg nodig hebben, en die dit meestal doen bij hen die geld zat hebben, omdat zij voor een dubbeltje op de eerste rang willen!

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *