Mensenrechten aan de keukentafel

Op deze site keert de vraag of het sociaal werk moet politiseren regelmatig terug. Politiseren gaat over allerlei praktijken waarbij sociaal werkers als democratische professionals (Spierts, 2017) mensen steunen om voor zichzelf te spreken of namens hen te spreken (Van Pelt, 2020). In Vlaanderen is politiseren een speerpunt. In Nederland is discussie over het belang ervan en de rol van mensenrechten.

Mensenrechten zijn de backbone van het sociaal werk, omdat ze verankerd zijn in een internationale rechtsorde die tot op gemeentelijk niveau van invloed is. Eleanor Roosevelt, de initiator van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, benadrukte al in 1948 dat mensenrechten pas echt betekenis krijgen aan de keukentafel bij mensen thuis.

Tegenwoordig zijn gemeenten medeverantwoordelijk voor het naleven van mensenrechten. Meer dan 83 procent (Van Arum, Broekroelofs & Van Xanten, 2020) werkt met wijkteams die als poortwachter tot gemeentelijke zorg en voorzieningen een cruciale rol spelen bij de realisatie van sociaaleconomische mensenrechten, zoals het recht op gezondheid, het recht op sociale zekerheid en op een behoorlijke levensstandaard (Dibbets, Claessen, Eijkman & Lamkaddem, 2018). De vraag of mensenrechten daarbij een rol hebben is geen vraag: sociaal werkers hebben in hun dagelijkse werk al invloed op mensenrechten. Zich committeren aan mensenrechten is tegelijkertijd nodig om trouw te zijn aan de beroepscode en om fundamentele rechtsnormen uit te dragen.

Gemiste kans: professionals richten zich vooral op individuele cliënt

In ons lopend onderzoek naar de uitdagingen van professionals in wijkteams en Wmo-teams om mensenrechten te realiseren, spreken wij regelmatig professionals die mensenrechtenkwesties signaleren, zoals de verregaande nadruk op zelfredzaamheid, maar de link met het recht slechts in beperkte mate leggen (Claessen, Eijkman & Lamkaddem, 2019). Professionals lijken geneigd om voor individuele cliënten problemen zo goed mogelijk op te lossen, maar de structurele drempels die mensen ervaren te weinig op het bord van een gemeentelijke beleidsmaker of bij een belangenorganisatie te leggen.

Dat is een gemiste kans, want zulke signalen kunnen bijdragen aan goed gemeentelijk beleid ter bevordering van participatie, anti-discriminatie en inclusie van kwetsbare groepen. Met kennis van mensenrechtenverdragen – bijvoorbeeld het VN-Verdrag voor mensen met een beperking – kunnen sociaal werkers de ervaringen die zij opdoen in de leefwereld van mensen op de kaart zetten bij gemeenten. Dit doen zij nog te weinig: hun expertise wordt nog te weinig gevraagd, maar ook nog te weinig geprofileerd.

Mensenrechten als houvast voor beleid

Met knowhow van een mensenrechtenverdrag kunnen sociaal werkers voor en met hun cliënten een brug slaan tussen de leefwereld thuis, in de wijk en de stad. Doordat onze grondwet bepaalt dat internationale bepalingen uit geratificeerde mensenrechtenverdragen voor gaan op nationale wetten zijn mensenrechtenverdragen leidend. Mensenrechten kunnen dus een buffer zijn tegen nationale bezuinigingen als mensen daardoor buiten de boot vallen.

Mensenrechten worden op gemeentelijk niveau belangrijk gevonden en kunnen houvast bieden bij het maken van beleid. Utrecht bijvoorbeeld neemt mensenrechten als een verbindend ideaal om partijen samen te brengen. Den Haag verwijst naar het Kinderrechtenverdrag als leidraad voor het jeugdbeleid en Middelburg heeft de rechten van personen met een handicap genomen als uitgangspunt voor het Wmo-beleid (Van den Berg & Oomen, 2014).

Sociaal werkers moeten meer van zich laten horen

Sociaal werkers zouden vaker een stem moeten krijgen bij de implementatie van mensenrechtenverdragen en zelf vaker van zich laten horen – zij hebben immers inzicht in problemen van mensen die anders verborgen blijven. Zij komen in hun dagelijkse werk mensen tegen wiens rechten geschonden worden als gevolg van regelgeving of beleid. Denk bijvoorbeeld aan mensen die een tegenprestatie moeten leveren voor een bijstandsuitkering: dat gaat onder andere in tegen het recht op sociale voorzieningen.

De gemeentelijke dynamiek vergt een actieve verbinding met mensenrechten op alle niveaus van het sociaal werk: als houvast om zorgbehoeften te analyseren; als inspiratie om de noodzaak van zorg te beargumenteren; als moreel kader bij dilemma’s; en als referentiekader om beleidsdoelen te definiëren.

Mensenrechten kunnen, ondanks vele betwistingen over het hoe en waarom, bijdragen aan een goede toegankelijkheid van zorg en ondersteuning als sociaal werkers de betekenis van mensenrechten leren in hun context en gerelateerd aan hun vak. Mensenrechten zijn open normen – er is ruimte om uit te vinden hoe mensenrechten kunnen dienen als referentiekader voor sociaal werk en de profilering ervan op lokaal niveau. Dat kan in Nederland anders zijn dan in Vlaanderen: mensenrechten hebben de beste werking als ze betekenis krijgen in de lokale context door met en voor mensen problemen te vertalen naar mensenrechtenkwesties (Merry, 2006).

Juist nu gemeenten kampen met grote tekorten, onder andere in de jeugdzorg, is een samenspel tussen sociaal werkers en gemeentelijke professionals cruciaal. De vraag voor het sociaal werk is dus niet wel of niet politiseren, maar hoe zich te profileren.

Dorien Claessen is docent-onderzoeker bij het Lectoraat Toegang tot het Recht (Hogeschool Utrecht). Alicia Dibbets is zelfstandig mensenrechtenonderzoeker. Quirine Eijkman is lector Toegang tot het Recht en Ondervoorzitter van het College voor de Rechten van de Mens (haar bijdrage is op persoonlijke titel). Majda Lamkaddem is senior-onderzoeker bij het lectoraat Toegang tot het Recht van de Hogeschool Utrecht.

 

Foto: craftivism collective / Tom Price (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 1749 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. “Mensenrechten kunnen dus een buffer zijn tegen nationale bezuinigingen als mensen daardoor buiten de boot vallen”

    Iedere overheid heeft vrije marges om zelf beleid te kunnen maken. Het internationale recht geeft daartoe ook de ruimte. Bezuinigingen ongedaan maken middels een beroep op de ‘mensenrechten’ is dan ook onmogelijk. Er bestaat hoogstens een visie op mensenrechten maar die is in de praktijk m.n. in de politiek vrijblijvend. Aan de Grondwet worden trouwens in Nederland geen wetten getoetst.

  2. Pleidooi voor onafhankelijk opbouwwerk

    De historie van vijftig jaar Rotterdams opbouwwerk is gedocumenteerd op de website https://opbouwwerkinrotterdam.nl. Ter gelegenheid van het voltooien van de site vond op 5 oktober een reünie plaats van opbouwwerkers van verschillende jaargangen. Ze hielden een pleidooi voor onafhankelijk opbouwwerk dat werkt met het oog op het zwakste belang, dat spel en tegenspel bevordert tussen bewoners en instanties en dat verbindingen kan leggen tussen meer en minder zelfredzame burgers. Hier de tekst van het statement.

    Van onderop, opbouwwerk forever

    Er is nu, in 2021, opnieuw grote behoefte aan opbouwwerk in onze stad. Aan professionals die werken van onderop, met bewoners, vanuit een onafhankelijke positie.

    Rotterdam kan daarbij teruggrijpen op een traditie van ruim vijftig jaar.

    In het sociale domein is een gat gevallen. Sociaal werkers richten zich vooral op het verhelpen en voorkomen van individuele problemen van mensen. Daarnaast staan de sociaal ondernemers en de zelfredzame bewoners. Het ontbreekt aan ondersteuning door opbouwwerkers van gezamenlijke initiatieven, het creëren van ontmoetingsplaatsen, het organiseren van verbindingen tussen verschillende groepen en collectieve belangenbehartiging.

    Welzijnswerkers, ook aangeduid als ‘sociaal makelaars’ of ‘buurtcoaches’, proberen aan de onderste onderkant mensen uit de schulden te krijgen, bewoners met grote afstand tot de arbeidsmarkt voorzichtig naar vrijwilligerswerk te begeleiden, jongeren bij de les en weg van criminaliteit te houden. Enzovoort. Deze sociaal werkers worden daarbij gestuurd vanuit de overheid met programma’s en prestatieafspraken. Harde kpi’s (ofwel: kritieke prestatie-indicatoren).

    De welzijnswerkers van nu zijn geen opbouwwerkers. Ze dweilen daar waar het overstroomt. Werken aan voorwaarden die nodig zijn om mensen volgende stappen te laten zetten. Omdat je pas community kan gaan builden als je je eigen leven een beetje op orde gebuild hebt.

    Dan zijn er de bewoners die het heft in eigen hand nemen. Corporaties opzetten, bewonersinitiatieven ontwikkelen, meedoen aan de Right to challenge, kansen zien in de energietransitie. Deze bewoners worden door de overheid gefaciliteerd en warm gekoesterd. Zij zijn het nieuwe elan.

    Het zijn vaak hoogopgeleide mensen, die in deze wijkprojecten participeren. Ze zien vaak ook een ‘verdienmodel’ in ‘sociale uitdagingen’. Sociaal ondernemers. Soms zijn het ook vrijwilligers die opeens betaald worden voor activiteiten die ze voorheen om niet deden, om anderen te helpen, samen met anderen iets te doen of bij te dragen aan een leefbare straat en buurt.

    Een grote groep bewoners valt in buurten tussen wal en schip. Omdat ze de taal nog niet goed genoeg spreken, niet hoogopgeleid zijn, nog niet voldoende vaardigheden en apparatuur hebben om op allerlei fronten digitaal mee te doen, Het onderspit delven. Right to challenge is voor hen een ver-van-mijn-bed show.

    Er bestaat anno 2021 grote behoefte aan opbouwwerk met oog en aandacht voor het gezamenlijke zwakste belang en de zwakste stem bij het beleid voor huisvesting, duurzaamheid en zorg. Organiserend, ondersteunend, belangenbehartigend en verbindend.

    Opbouwwerkers als professionals die werken vanuit een onafhankelijke positie, van onderop, tussen straat en staat. Die verbindingen leggen tussen al die verschillende mensen die Rotterdam rijk is. Tussen mensen die voor zichzelf kunnen opkomen en bewoners die minder zelfredzaam zijn. Tussen de boze bewoners en de mensen die voorzichtig verantwoordelijkheid proberen te nemen voor hun straat en hun buurt.

    Het opbouwwerk kent een rijke geschiedenis in Rotterdam. Het is tijd daar een nieuw hoofdstuk aan toe te voegen.

    Rotterdam oktober 2021

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *