Moeilijke kindertijd hindert overgang van school naar werk

Ingrijpende gebeurtenissen in de kindertijd bemoeilijken bij één op de tien jongvolwassenen de overgang van school naar werk. Dit is niet alleen een individuele gezinsverantwoordelijkheid, beargumenteert sociaal wetenschapper René de Vries, maar een maatschappelijk probleem dat een dienovereenkomstige aanpak verdient.

De jongvolwassenheid is een turbulente fase in het leven, waarin jongvolwassenen verschillende belangrijke transities doormaken, waaronder die van school naar werk. Voor één op de tien Nederlandse jongvolwassenen verloopt deze overgang problematisch (Luijkx & Wolbers, 2009).

Ze verlaten de arbeidsmarkt vroegtijdig vanwege psychische problemen of ontvangen vroeg in hun werkleven een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Een van de factoren die deze groep onderscheidt van leeftijdsgenoten, is dat zij tijdens de kindertijd vaker blootgesteld zijn geweest aan ingrijpende gebeurtenissen.

Opgroeien in armoede en mishandeling

In de wetenschappelijke literatuur bestaat vooralsnog geen eenduidige definitie, maar met ingrijpende gebeurtenissen worden vandaag de dag veelal ervaringen zoals kindermishandeling, verwaarlozing, pesten, maar ook bijvoorbeeld echtscheidingen van ouders, opgroeien in armoede of met ouders met verslavingsproblematiek of psychische problemen bedoeld.

De helft van de volwassen Nederlanders heeft in de kindertijd minstens één ingrijpende gebeurtenis meegemaakt

Ingrijpende gebeurtenissen komen vaak voor. Ongeveer de helft van de volwassen Nederlanders heeft in de kindertijd minstens één ingrijpende gebeurtenis meegemaakt. Eén op de tien volwassenen heeft zelfs vier of meer van dit soort gebeurtenissen ervaren.

Ingrijpende gebeurtenissen tijdens de kindertijd worden in verband gebracht met talloze negatieve uitkomsten in de adolescentie, waaronder een verslechterde fysieke- en mentale gezondheid, onderwijsachterstanden, en overmatig middelengebruik (De Venter, Demyttenaere, & Bruffaerts, 2013).

Hoewel in de afgelopen jaren steeds meer bekend werd over de impact van ingrijpende gebeurtenissen in de kindertijd op gezondheid en sociaal functioneren, weten wij nog relatief weinig over hoe het deze kinderen vergaat tijdens de jongvolwassenheid.

Ingrijpende gebeurtenissen

Wij onderzochten hoe ingrijpende gebeurtenissen verband houden met de transitie van school naar werk tijdens de jongvolwassenheid. Eerst hebben wij een groep van 1524 jongvolwassenen (gemiddeld 22 jaar) onderverdeeld in vier groepen: studenten met een bijbaan (42 procent), jongvolwassenen met een baan (27 procent), studenten zonder bijbaan (25 procent) en jongvolwassenen met een uitkering (6 procent).

Jongvolwassenen met een uitkering bleken in hogere mate blootgesteld aan reeks ingrijpende gebeurtenissen in hun kindertijd

Vervolgens werd binnen deze vier groepen naar het voorkomen van ingrijpende gebeurtenissen in de kindertijd gekeken. Hieruit bleek dat jongvolwassenen met een uitkering, in vergelijking met de andere drie groepen, in hogere mate blootgesteld waren aan ingrijpende gebeurtenissen in hun kindertijd. Dit betrof zowel gebeurtenissen als kindermishandeling en pesten, alsook financiële problemen, verslavingsproblematiek bij ouders, langdurige conflicten binnen het gezin en echtscheidingen.

Ingrijpende gebeurtenissen kunnen ook samenhangen met een relatief vroege toetreding tot de arbeidsmarkt

Ook bleek dat jongvolwassenen met een baan vaker echtscheidingen hadden meegemaakt in vergelijking met studenten met bijbanen. Dit suggereert dat ingrijpende gebeurtenissen niet alleen samenhangen met ernstig verminderde arbeidsmarktparticipatie, maar ook met een relatief vroege toetreding tot de arbeidsmarkt in vergelijk met leeftijdsgenoten.

Psychische problemen en arbeidsmarktparticipatie

De ontwikkeling van psychische problemen zou een potentiële verklaring kunnen zijn voor de gevonden resultaten, met name voor ernstig verminderde arbeidsmarktparticipatie. Zo is bekend dat ingrijpende gebeurtenissen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van psychische problemen (Baldwin et al., 2022). Ook eerder Europees onderzoek wees uit dat psychische problemen een belangrijke voorspeller zijn van verminderde arbeidsmarktparticipatie onder jongvolwassenen. Het verband tussen ingrijpende gebeurtenissen, psychische problemen en arbeidsmarktparticipatie was echter nog niet eerder onderzocht.

Werkloosheid van ouders en conflicten binnen het gezin hingen alleen indirect samen met psychische problemen

Uit ons onderzoek kwam naar voren dat ingrijpende gebeurtenissen, psychische problemen en verminderde arbeidsmarktparticipatie nauw en op complexe wijze met elkaar samenhangen. Zo was er een verhoogd risico op psychische problemen voor kinderen die gebeurtenissen hadden meegemaakt die gekenmerkt worden door directe psychologische of fysieke schade, zoals mishandeling en pesten. Andere gebeurtenissen, zoals werkloosheid van ouders en conflicten binnen het gezin, hingen alleen indirect samen met psychische problemen, bijvoorbeeld via een mogelijk verhoogd risico op kindermisbruik.

Kindermishandeling en pesten kunnen niet los gezien worden van de bredere context van andere ingrijpende gebeurtenissen

Dit suggereert dat gebeurtenissen zoals kindermishandeling en pesten de drijvende kracht zijn achter verbanden tussen ingrijpende gebeurtenissen en psychische problemen, maar dat zij niet los gezien kunnen worden van de bredere context van andere ingrijpende gebeurtenissen waarin zij plaatsvinden.

Tot slot bleek dat psychische problemen in de adolescentie inderdaad leiden tot een lastiger transitie van school naar werk, oftewel tot minder arbeidsmarktparticipatie.

Onvoldoende en onrechtvaardig

Ingrijpende gebeurtenissen in de kindertijd kunnen het begin zijn van een reeks tegenslagen die zich tot in de jongvolwassenheid voortzetten. Kinderen die opgroeien in een sociale context waarin ingrijpende gebeurtenissen de norm zijn, kunnen zich in de vroege jongvolwassenheid vaker te maken hebben met werkloosheid en afhankelijkheid van uitkering. Dit schept een context waarin de volgende generatie van kinderen mogelijk wederom een hoger risico loopt op ingrijpende gebeurtenissen.

De verantwoordelijkheid voor het doorbreken van deze problemen rust nu veelal op het individuele gezin

De context waarin ingrijpende gebeurtenissen plaatsvinden en potentieel worden overgedragen is complex. Ingrijpende gebeurtenissen raken aan tal van problemen in verschillende domeinen, waaronder economische, sociale, en psychologische problemen. Vandaag de dag rust de verantwoordelijkheid voor het doorbreken van deze problemen veelal op het individuele gezin. Gezien de complexiteit van ingrijpende gebeurtenissen lijkt dat echter onvoldoende en niet gerechtvaardigd.

Aanpakken als maatschappelijk probleem

Preventie en interventie kunnen ook gericht worden op factoren die niet direct met individuele gezinnen te maken hebben, maar wel degelijk een impact kunnen maken. Zo zouden overheidsinstanties schuldverlichting kunnen bieden aan gezinnen met financiële problemen, en zouden werkgevers vaste arbeidscontracten kunnen aanbieden aan diegenen die daar vanwege hun geschiedenis wellicht minder snel voor in aanmerking komen.

Ingrijpende gebeurtenissen in de kindertijd zijn een maatschappelijk probleem waarbij ondersteuning op verschillende momenten tijdens de levensloop noodzakelijk kan zijn. Door met name overheidsinstanties en werkgevers te betrekken en medeverantwoordelijk te maken voor deze problematiek, wordt bovendien duidelijk dat ingrijpende gebeurtenissen meer zijn dan het probleem van individuele gezinnen.

René de Vries is sociaal wetenschapper. Hij werkt als postdoctoraal onderzoeker bij het Copenhagen Health Complexity Center aan de Universiteit van Kopenhagen, Denemarken. Dit artikel is gebaseerd op zijn proefschrift The long arm of adversity: an epidemiological study on childhood adversity, adolescent psychopathology and labour market outcomes in young adulthood, RUG, 2024.

 

Foto: Mikhail Nilov via Pexels.com

Reacties 1

  1. Ik kan uit eigen ervaring vertellen dat dit al kan beginnen met opleiding zoeken die je wil. Ik werd afgewezen omdat ik een sociale fobie had en de andere keer ook afgewezen omdat ik achterliep in ontwikkeling. Ik heb zo’n ingrijpende gebeurtenis meegemaakt, namelijk kindermishandeling en had inderdaad concentratiegebrek en geheugenproblemen maar dat kwam ook door CPTSS. Doordat je thuis ook al niet tot bloei mag komen en bij opleidingen ook niet mag laten zien wat je in je hebt, heeft dit een groot impact en had het bij mij grote gevolgen voor ook weer thuissituatie en prestaties, tot dat ik ergens gezet werd wat mijn intelligentie ondermijnde, tot gevolg depressiviteit.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *