Pleidooi voor een zorgzame samenleving

Zorg vormt de kern van ons bestaan. Opkomend nieuw economisch denken, aangevoerd door vrouwelijke economen, en burgercollectieven zoeken naar een samenleving die niet winst en groei centraal stelt, maar zorgzaamheid. Hierin zijn mensen coöperatieve, zorgzame gemeenschapswezens, in plaats van vooral competitief, calculerend en individualistisch.

Zonder zorgzaamheid geen leven. We zorgen voor ons gezin, voor onze buren, voor onszelf en voor de natuur. We hebben een rijke, wederkerige band met anderen nodig om te voorzien in een diepgewortelde behoefte om ergens bij te horen. Het erkennen van onze verbondenheid met elkaar en met de levende wereld waar wij deel van zijn, betekent het omarmen van gemeenschap en zorgzaamheid.

Helaas is er weinig ruimte voor zorgzaamheid in onze huidige maatschappij. De druk van werk is hoger geworden terwijl zekerheden zijn weggevallen. Veel mensen, zeker vrouwen, houden het combineren van zorg met betaald werk nauwelijks meer vol. Tegelijkertijd is de moderne mens ‘alleenig’ en leeft steeds meer op zichzelf. We zijn gestrest, overbelast en steeds vaker depressief. Veel van deze problemen worden gepresenteerd als individueel probleem waarbij het individu de verantwoordelijkheid draagt. Maar het zijn collectieve problemen die we collectief moeten oplossen, mentale gezondheidsproblemen trekken een gigantische wissel op samenleving.

Het tij moet gekeerd

In de moderne kapitalistische maatschappij dringt marktdynamiek door tot in de haarvaten van onze privésfeer: zorg koop je in, kinderopvang is van Amerikaanse private equity bedrijven, onze woning is een belegging. Zorgwerk is dan ook, behalve als het winstgevend gemaakt kan worden, iets dat vanuit de neoliberale logica moet worden geminimaliseerd. Hoe kunnen we het tij keren?

We hebben ongetwijfeld nieuwe politieke leiders nodig. Maar we hebben ook een culturele omslag nodig, een verandering in onszelf. Want de ideologie van het neoliberalisme is ook in ons hoofd gaan zitten. Voor verbondenheid, wederkerigheid en het besef dat we onderling van elkaar afhankelijk zijn is een radicaal ander perspectief nodig op wat van waarde is.

‘Reproductieve arbeid’ is onzichtbaar in economische modellen

Als we de economie zien als een sociaal systeem om in elkaars behoeften en wensen te kunnen voorzien, realiseren we ons dat de economie uit véél meer bestaat dan de markt alleen, ook de staat, het huishouden en de gemeenschap spelen een rol. Veel van onze zorgtaken vinden plaats in de laatste twee sectoren. Wij noemen dat de zorgzame economie (de care economy). Deze vormt het fundament van onze maatschappij.

Feministische economen noemen dat wat nodig is om het gezin, de familie en de gemeenschap draaiend te houden ‘reproductieve’ arbeid. Het bedrijfsleven, met z’n streven naar productiviteit en efficiëntie, kan niet bestaan zonder deze voortdurende zorgzaamheid. Binnen onze huidige economische modellen is deze vorm van arbeid echter onzichtbaar.

Naar een economie die welzijn van mens en planeet centraal stelt

Al vanaf de jaren zeventig wordt er gepleit voor het erkennen van zorgarbeid. Maar zorgzaamheid centraal zetten heeft implicaties voor de inrichting van onze samenleving en economie als geheel. Dit zou een culturele verandering betekenen waarin solidariteit, gemeenschap, ecologie, wederkerigheid, samenwerking en onderlinge afhankelijkheid centraal staan. Het zou bijdragen aan het afscheid van het neoliberalisme.

Stel je voor: zorg dragen voor onze kinderen, vrienden, buren of de tuin wordt cool én gepromoot door de politiek. Individuele prestatie zoals carrière maken zakt wat op ons lijstje van persoonlijke prioriteiten. Er is aandacht voor de lokale economie, de buurt en de wijk en een focus op sociale en ecologische waardecreatie. We richten ons op alternatieven voor kapitalistische productie, bijvoorbeeld in de vorm van een grotere rol voor de publieke sector, coöperaties, mutualisme en circulaire productie.

De afgelopen jaren zijn er veel nieuwe inzichten bijgekomen over hoe we de economie anders kunnen vormgeven. Vooral vrouwelijke economen, zoals Elinor Ostrom, Kate Raworth, Katrina Trebeck en Marianna Mazzucato nemen hierin het voortouw: zij schetsen de contouren van een economie die het welzijn van mens en planeet centraal zet, waarin bbp-groei een middel is en geen doel op zich, en waar ruimte is voor waarden die zich niet in geld laten uitdrukken. Voorbeelden van deze economisch denkrichtingen zijn de ideeën van een donuteconomie, een welzijnseconomie en een degrowth economie.

Lokale vooroplopers: de commons

Ook burgers nemen het heft zelf in handen. De culturele verandering is al aan de gang. Zeker bij de honderdduizenden actieve burgers die zich verenigen in gemeenschapsinitiatieven en buurtnetwerken. Deze burgerinitiatieven spelen in op onze intrinsieke behoefte naar gemeenschap en stellen zorgzaamheid en duurzaamheid centraal. Door het gemeenschapsleven en de binding met de buurt te versterken vormen ze de fundering van het lokale economische leven.

Veel van deze burgerinitiatieven zijn commons, dat wil zeggen gemeenschappen waarin men gezamenlijk zorg draagt voor een gedeelde hulpbron of voorziening zonder veel inmenging van de markt of staat (Ostrom, 1990). Burgers hebben hier zelf zeggenschap over het beheer van de hulpbronnen of voorzieningen, zoals energie, voedsel en onderdak, maar ook zorg, internet en kennis. Concrete voorbeelden zijn voedselcoöperaties, stadsmoestuinen, informele zorginitiatieven, maar ook buurtcoöperaties, internetplatform-coöps en creatieve producties en technologieën.

Overheid moet actief ondersteunen en stimuleren

Om zorgwerk meer te ondersteunen én eerlijker te verdelen is een actieve overheid nodig. Een overheid die toeziet op de verzekering van en gelijke toegang tot basisvoorzieningen zoals huisvesting, kinderopvang en onderwijs. Een overheid die zorgwerk niet marginaliseert, maar juist erkent dat dit de basis vormt van onze economie en erop toeziet dat zowel vrouwen als mannen hier tijd voor hebben. Dit betekent ook dat de overheid de commons sector waar zorgzaamheid de ruimte heeft om te floreren, actief ondersteunt en stimuleert.

Naast de nationale overheid spelen publieke instanties op lokaal niveau een cruciale rol in de transitie naar een zorgzame samenleving. Zo werkt in publiek-collectieve partnerschappen een collectief van burgers op gelijke voet samen met publieke instellingen zoals de gemeente aan het beheer of levering van lokale voorzieningen. Voorbeelden zijn het Duitse Wolfhagen waar een burgercoöperatie mede-eigenaar is van het gemeentelijk energiebedrijf en coöperatieve schoonmaakservices in Valparaiso en Recoleta in Chili. Deze steden ondersteunen de creatie van coöperaties, onder meer door aanbestedingscontracten voor het schoonmaken van publieke ruimten aan nieuwe coöperaties te vergeven. En zoals er nu wordt geïnvesteerd in commerciële start-ups kan een stad ook in de commons en daarmee in de zorgzame, economie investeren.

Zorgzaamheid omarmen

De roep om een andere, meer solidaire en duurzame economie, waar de gemeenschap en wijk centraal staan, klinkt steeds harder. Laten we recht doen aan de menselijke behoefte aan wederkerigheid, verbondenheid en gemeenschap. Laten we zorgzaamheid omarmen als antithese voor het neoliberale gedachtegoed van eigen verantwoordelijkheid, individuele verdiensten en competitie. Laten we zorgzaamheid centraal stellen door daadwerkelijk te investeren in zorgzame gemeenschappen die de fundering vormen van de lokale economie. Niet halfslachtig, maar vanuit de overtuiging dat een transformatie naar een zorgzame samenleving de enige weg vooruit is.

Sophie Bloemen, politiek econome en filosofe en Winne van Woerden, degrowth onderzoekster zijn deel van Stichting Commons Network, werkplaats voor de sociaal-ecologische transitie en nieuwe economie. Dit artikel is gebaseerd op hun ‘Manifest voor een Zorgzame Samenleving’.

 

Foto: Jakob Owens via Unsplash