Populist maakt in democratie misbruik van waarheid

De huidige ‘post-truth’ samenleving dwingt ons om opnieuw na te denken over de relatie tussen waarheid, democratie en vrij spreken. Het vrijmoedig spreken van de waarheid, zegt filosofe Martine Prange, heeft regels nodig om populistisch misbruik te voorkomen.

‘Alternatieve feiten’ verdringen de waarheid, alleen theater blijft over,’ kopte Het Parool naar aanleiding van Trumps inauguratie. Volgens het Nederlandse journaille werd met de introductie van de term ‘alternative facts’ de crisis van waarheid en democratie definitief. We leven in een ‘post-truth’ samenleving, waarin waarheid irrelevant geworden is en de onderbuik belangrijker dan het intellect, zo wordt gezegd. Ik zou het liever iets anders definiëren. We leven niet in een ‘post-truth’ samenleving omdat de waarheid irrelevant is geworden, maar omdat de suggestie wordt gewekt dat iedereen de waarheid kan spreken.

Iedereen kan zijn eigen waarheid fabriceren

De populistische politiek in deze ‘post-truth’ samenleving draait niet zozeer om de verdraaiing van feiten of het idee dat de waarheid weleens een leugen zou kunnen zijn. Zij draait om het idee dat er meerdere waarheden zijn en dat iedereen zijn eigen waarheid kan fabriceren. Er zijn geen feiten of ‘alternatieve feiten’, er zijn alleen nog maar ‘alternatieve feiten’. Er is dus niet zozeer een gebrek aan waarheid; er is zo bezien eerder een te veel aan waarheid. En zo is de Westerse democratie, behalve in een financiële en vluchtelingencrisis, in een waarheidscrisis beland.

De democratie bevindt zich echter naar haar aard in een waarheidscrisis, omdat ze samenvalt met het afschaffen van het geloof in één waarheid. Door dit ‘waarheidspluralisme’ is de democratie afgrondelijk en tragisch van aard, want ze bestaat bij de gratie van het feit dat ze zich niet kan verankeren in één waarheid. Precies hierdoor wordt de democratie bedreigd door het mogelijke misbruik van wat Michel Foucault noemt het vrijmoedig spreken (het Griekse parrèsia) van de waarheid, door onder meer de populist. Om dit te voorkomen, heeft parrèsia een stevig juridisch, politiek en moreel fundament nodig om haar juiste gebruik te garanderen.

Misbruik kan leiden tot ‘vleierij van het volk’

De media schreeuwen vandaag de dag dan wel moord en brand over het populistische misbruik van het begrip ‘waarheid’. Maar de oude Grieken wisten al dat populistisch misbruik van het vrije woord een gevaarlijk neveneffect kan zijn van de democratie. Als niet is vast te stellen wie de waarheid spreekt, wie wel of niet ware kennis bezit, wie in staat is en het recht heeft tot het spreken van de waarheid, kan misbruik van parrèsia ontstaan. Dit zal dan leiden tot populisme, tot ‘vleierij van het volk’, zoals de Grieken het omschreven. Een correct gebruik van parrèsia daarentegen leidt tot een herschikking en een restrictie van de politieke en sociale macht. Dat schept dus orde en harmonie, waar populistisch misbruik leidt tot chaos en polarisatie.

Wie is die kritische waarheidsspreker?

De Grieken hanteerden voor het correcte gebruik van ‘parrèsia’ vier criteria. De ‘parrèsiastès’, de kritische waarheidsspreker, moest burgerrechten hebben; toestemming hebben om te mogen spreken (het vrije spreken is een kritisch tegen- of weerspreken van degene met macht); in bezit zijn van de juiste morele kwalificaties en achtergrond; en hij moest vriendschappelijke bedoelingen hebben, dat wil zeggen, het goed voor hebben met degene tegen wie hij de waarheid sprak, dus spreken in het algemeen belang

De ‘parrèsiastès’ is ook een moedig iemand. Hij spreekt namelijk de waarheid tegen iemand die de macht heeft hem te straffen en zet daarmee zijn maatschappelijke reputatie op het spel. Hij spreekt de waarheid vanuit het gevoel van verplichting, dat gepaard gaat met kennis van de waarheid.

De populist komt in de gedaante van de kritische waarheidsspreker

We kunnen parrèsiastès en populist van elkaar onderscheiden op basis van morele integriteit, vriendschap en de waarheidsgrond. Waar de populist spreekt uit effectbejag en om het volk te vleien, spreekt de parrèsiastès uit streven naar de waarheid. Waar de populist moreel onbetrouwbaar is, is de parrèsiastès moreel integer. En waar de populist kritiek uit om verdeling te zaaien en te provoceren, doet de parrèsiastès dat om harmonie te bewerkstelligen en het algemeen belang te dienen.

Voor het publiek is het niet altijd even gemakkelijk om populist en parrèsiastès uit elkaar te houden. De populist komt namelijk in de gedaante van de parrèsiastès. Hij doet of hij als enige de waarheid spreekt, als enige betrouwbaar is en als enige het volk, bij wijze van algemeen belang, dient. De populist dient echter niet het algemeen belang, omdat hij velen (de ‘elite’, migranten, vluchtelingen) uitsluit van ‘het volk’ dat hij zegt te vertegenwoordigen.

De parrèsiastès is hoeder van de democratie

Het parrèsiastische waarheidsspreken gaat het geheel van de samenleving aan. Ook al lijkt het alsof iemand ‘slechts’ zijn ‘mening’ geeft, hij spreekt waarheid in het algemeen belang. Het doel is daarbij niet zomaar de waarheid spreken, maar de waarheid spreken om hegemonische politieke macht te breken. De parrèsiastès is daarmee hoeder van de democratie.

Parrèsia gebruiken is zo te beschouwen als een daad van verzet gericht op de herschikking van de macht. De parrèsiastès staat als een minderheid op tegen de meerderheid met als doel meer sociale gelijkheid te verkrijgen. Hij functioneert als moreel geweten en herinnert de politieke leider eraan dat hij om een goed politiek leider te zijn ook een moreel leider moet zijn. Dat morele en politieke leiderschap bestaat er precies in dat de leider politieke moed toont door anderen vrijheden toe te staan die in potentie zijn autoriteit en macht bedreigen.

Vatbaar voor populisme en autocratie

Dit betekent dat democratie wordt gekenmerkt door een ‘parrèsiastische paradox’. Het democratische gehalte van een democratie hangt af van haar vermogen parrèsia te vergroten en dus naar kritiek te luisteren. En het hangt af van de politieke moed om het gevaar te lopen van strijd en ondermijning. Dit maakt democratie, samen met de haar kenmerkende waarheidscrisis, vatbaar voor populisme en autocratie. Maar zonder waarheidscrisis en parrèsiastische paradox is er helemaal geen democratie.

Martine Prange is filosoof. Dit artikel is gebaseerd op haar inaugurele rede ‘In het theater van de waarheid: parrèsia, vrijheid en verzet’, uitgesproken bij de aanvaarding van de leerstoel Filosofie van Mens, Cultuur en Samenleving aan de Universiteit Tilburg op 21 april 2017.

Foto: Carole Raddato (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (1)

  1. Onze Klassieke Grieken kenden de (ideale) figuur van de ‘parrèsiastès’, i.e. iemand die vrijmoedig in het openbaar de waarheid spreekt, dit met het oog op en in het belang van de (zijn) samenleving als geheel. Dit ongeveer naar Prange.
    Tegenover de voortreffelijke ‘parrèsiastès’ staat de populist. Maar die vertelt óók mooie verhalen, en hoe houd je ze dan uit elkaar? Prange weet het:

    ‘De populist dient echter niet het algemeen belang, omdat hij velen (de ‘elite’, migranten, vluchtelingen) uitsluit van ‘het volk’ dat hij zegt te vertegenwoordigen.’
    Maar dan heeft de ‘parrèsiastès’ in Hellas nooit bestaan, of hij was altijd een verklede populist. In het oude Griekenland immers was slavernij een keihard, uitgebreid verschijnsel en diende de ‘parrèsiastès’ zeker niet het belang van de slaven. Lees voor ‘slaven’ Pranges: ‘vluchtelingen, migranten.’

    Of zijn slaven e.d. niet/nooit in ‘het algemeen belang’ begrepen, toen niet, en nu ook weer niet door Prange? Maar vandaag vluchtelingen en migranten door haar weer wel!
    Prange, als zoveel van haar filosofische collegae, dweept met de ‘Oude Grieken’ en dicht de praatjes & plaatjes van Plato c. s. een onmogelijke graad van werkelijkheid toe.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *