COLUMN Hervormen financiële sector begint bij de basis

We schrijven zaterdag 16 juni. In het onvolprezen radioprogramma Tros Nieuwsshow spreekt presentator Peter de Bie met econoom Arnoud Boot in diens hoedanigheid van lid van Het Sustainable Finance Lab (SFL), een groep van prominente kritische onderzoekers van het financiële systeem.

De leden van het SFL hadden de dag ervoor hun rapport werk in uitvoering gepresenteerd en gingen daarover in discussie met onder meer Klaas Knot (DNB) en Wiebe Draijer (Rabobank). Tien jaar na de crisis vragen critici zich af wanneer de volgende crisis komt. Waarom eigenlijk? Er zijn zonnige cijfers te melden over economische groei, aantrekkende winstcijfers en de stabiliteit van banken.

Huidige economische groei te sterk schulgedreven

Toch zijn de critici niet gek. De onderliggende economie is kwetsbaar. De groei is teveel schuldgedreven, investeringsbanken als Goldman Sachs lijken weinig opgestoken te hebben van de crisis, Brexit en Italië maken financiële markten en economische verhoudingen fragiel en dan is er ook die ‘stable genius’ in het Witte huis. Geen nood, we steven niet onherroepelijk af op een afgrond maar de combinatie van factoren is ongemakkelijk.

Dan vraagt Peter de Bie, die niet zo van doemdenken houdt, aan Arnoud Boot wat er eigenlijk moet gebeuren om de zaak vlot te trekken en dan valt Boot stil. Hij claimt dat het niet de taak van academici is om oplossingen aan te dragen, want het is allemaal heel ingewikkeld. Peter de Bie trekt dat niet. Ik ook niet. Ik gun iedereen zijn opvattingen over de rol van academici, maar hier slaat Boot de plank volledig mis.

Economen moeten ook oplossingen aandragen

Niet zelden zijn het immers de economen die vanaf de zijlijn politici beschimpen. U kent ze wel, goed gebekt en bevlogen leggen ze in de media nog een keer uit waarom die politici er wederom weer niets van begrepen hebben. Moeten ze vooral blijven doen als die politici daar aanleiding toe geven, maar mag ik ook graag wat meer oplossingen zien? Of maakt dat de economen kwetsbaar voor kritiek en kunnen ze dan niet meer in hun gerieflijke academische leunstoelen blijven zitten?

Ik heb liever dat onze topeconomen hun talenten ook inzetten voor oplossingen. En in het eerder genoemde rapport van SFL staan genoeg zinnige dingen om een constructief discours te voeren.

Financiële wereld staat te veel los van reële economie

In de geest van dat rapport geef ik u één principiële en één praktische oplossing. Eerst de principiële. De financiële wereld staat ten principale in dienst van de reële economie. Alles wat er misgaat in de financiële wereld kan teruggeleid worden tot verleidingen om van dat beginsel af te wijken.

Een andere manier om dat aan te geven is dat allerlei producten in de financiële wereld teveel ten dienste staan aan de financiële wereld en onvoldoende rekening houden met de gevolgen op de reële economie. Met een lelijk woord wordt dit de financialisering van de economie genoemd.

Goede doorlichting financiële wereld is nodig

Nu is dit op inzicht beslist niet nieuw, maar voor een systematische doorlichting in de hele financiële wereld van alle schadelijke vormen van financialisering heb ik nog niet zien pleiten. Hoe zorgen we ervoor dat prijskaartjes van financiële producten niet bij anderen neergelegd worden? Het lijkt me een zinvolle en constructieve manier voor toezichthouders en financiële instellingen om met elkaar om te gaan. En ook zinvoller dan alles dichtreguleren, want we weten waartoe dat leidt.

Neem als voorbeeld het gebruik van allerlei financiële producten zoals derivaten op de mondiale voedselmarkt. Vooral investeringsbanken - de Morgan Stanley en JP Morgan van deze wereld - zijn heel actief in het handelen in derivaten in deze markt.

Nu is er een traditie die al teruggrijpt tot vele eeuwen geleden om risico’s af te dekken in de fundamenteel onzekere voedselmarkten. Er is dan geen reden tot een algemeen negatief oordeel over deze producten. Maar een recent boek Speculative Harvests van Jennifer Clapp en S. Ryan Isakson toont aan waar het massaal handelen in deze producten toe leidt.

Omdat derivaten een prikkel bevatten om gehanteerd te worden als speculatie-object, leidt het massaal handelen in derivaten op de voedselmarkt tot grote prijsschommelingen. Die schommelingen zijn leuk speelgoed voor financiële instellingen, maar pakken niet zelden flink negatief uit voor boeren en –breder – voor de reële economie.

Een ander fenomeen is dat investeringsbanken massaal land opkopen in bijvoorbeeld landen als Oekraïne. Omdat dit vooral voor speculatieve doeleinden gebeurt, leidt het tot ernstige verstoringen op de grondmarkt, een groeiende ongelijkheid en aantasting van het sociale ecosysteem in die landen. Deze voorbeelden staan niet op zichzelf en illustreren de noodzaak voor toezichthouders en overheden om vol op het orgel te gaan om financialisering terug te dringen.

Begin bij het onderwijs

Er is ook nog een hele praktische manier om voortgang te boeken. Begin aan de basis en dat is het onderwijs. Of all places laten ze bij een Business School zien hoe het moet. Huh, een Business School? Dat zijn toch die oorden waar mensen peperdure MBA’s doen waar ze juist de verkeerde dingen aanleren? Om ze vervolgens vol enthousiasme in de praktijk toe te passen met ruïneuze gevolgen? Precies, en daarom is het zo goed dat het ook anders kan. Christophe Revelli, een hoogleraar aan de KEDGE Business School en Directeur van de Master of Science in Corporate & Sustainable Finance in Parijs, laat zien hoe het moet.

In de opleiding van Revelli leren de studenten ook over derivaten, maar dan vooral ook de schaduwkanten ervan. Er is volop ruimte voor wetenschapsfilosofie en ethiek, duurzaamheid en sociale cohesie. Revelli laat hiermee zien dat het ambitieuze Europese progamma voor Sustainable Finance niet blijft steken in goede bedoelingen. Aanvankelijk had Revelli maar een handvol studenten maar het programma loopt nu goed. Opdat veel business schools en universiteiten maar mogen volgen.

Het wachten is tot het moment dat dit soort opleidingen geen niches zijn van vooruitstrevende docenten, maar dat het the only show in town wordt. Laten de mensen van het Sustainable Finance Lab het goede voorbeeld geven door in alle opleidingen waar ze bij betrokken zijn niet alleen modules business ethics and sustainability er tussendoor te gooien, maar dit gewoon verplicht te maken voor alle studenten. Dan hoor je mij niet meer zeuren over het gratuite commentaar van Arnoud Boot.

Marcel Canoy is distinguished lecturer Erasmus School of Accounting and Assurance, en columnist voor www.socialevraagstukken.nl.

Foto: David Shankbone (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 833 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. “Er zijn zonnige cijfers te melden over economische groei, aantrekkende winstcijfers en de stabiliteit van banken.”

    Deel van het hier geschetste probleem is dat de economische ‘wetenschap’ over een te beperkt wetenschappelijk instrumentarium beschikt.
    Zo zijn economische groei en winstcijfers te beperkt om de stand en de kwaliteit van de economie vast te stellen.
    Over de milieukosten die hiermee verband houden wordt helemaal niet gesproken.
    De economische wetenschap blijkt teveel de dienstmaagd van het bedrijfsleven en financiële instellingen te zijn.
    Economische wetenschap is vrijwel volledig geïnjecteerd door neoliberaal economisch denken.
    Van een wetenschap die deze economische ideologie propagandeert hoeven we dan ook geen oplossingen te verwachten.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *