ANALYSE XL Investeren in fundamenten en kwaliteit van onze samenleving is hard nodig

De coronacrisis toont nog weer eens aan dat economie en volksgezondheid nauw met elkaar zijn verbonden. Dat besef was er al in de 19de eeuw, toen overheden grootschalig investeerden in riolering en andere publieke hygiëne. Tweehonderd jaar later gloort het inzicht dat alleen een duurzame economie toekomstige pandemieën kan beheersen of voorkomen, betoogt voormalig voorzitter van de WRR André Knottnerus.

Voortgaande stagnatie van economie en samenleving zou veel grotere schade aan de volksgezondheid kunnen veroorzaken dan het coronavirus zelf. Het IMF vreest voor de ernstigste economische crisis sinds de jaren 1930. Daarmee dreigen grote werkloosheid, dalende belastinginkomsten, internationale kredietcrisis, stijgende rentes en een enorme druk op overheidsbegrotingen, en kunnen  sociale-zekerheidsnetwerken en cruciale publieke voorzieningen als gezondheidszorg en onderwijs ernstig in de knel komen.

Dit alles kan leiden tot een teruggang in de volksgezondheid, een versterkte inkomens- en kansenongelijkheid, toenemende spanningen binnen en tussen samenlevingen en een terugval in ecologische verduurzaming.

Dit zijn patronen die we ook na eerdere crises zagen, maar ze kunnen nu veel steviger uitpakken en onze samenleving extra kwetsbaar maken voor toekomstige, al dan niet pandemische crises. Dit is geen doemscenario, maar een beeld van serieuze risico’s waarop we urgent een antwoord moeten formuleren.

Economie en volksgezondheid verbonden

Als effectieve vaccins of geneesmiddelen lang uitblijven, is het voor een sociale en economische herstart van onze samenleving het wellicht nodig om, daarop vooruitlopend, belemmerende maatregelen - zoals ‘afstand houden’ – toch verregaand te versoepelen. Dat kan ook inhouden dat we misschien een hoger aantal IC-opnames en corona-gerelateerde sterfgevallen moeten accepteren, om grotere gezondheidsschade op langere termijn tegen te gaan.

Aan het begin van de pandemie klonk het zo vanzelfsprekend: we zetten primair alle aandacht en middelen in voor de volksgezondheid en de gezondheidszorg, en als beide weer op orde zijn, mag het economisch belang weer tellen. Die fasering was, gezien de acute ernst van de pandemie begrijpelijk, en gaf uiting aan de breed gedragen opvatting dat economische en commerciële belangen de agenda van de gezondheidszorg niet mogen dicteren.

Punt is echter dat de belangen van economie en volksgezondheid helemaal niet tegenover elkaar staan en al evenmin in tijd zijn te faseren. In werkelijkheid zijn beiden onlosmakelijk met elkaar verbonden, en voor zover er historisch een fasering is aan te geven, ligt de volgorde eerder andersom.

Omgekeerde ontwikkeling is ook mogelijk

De geschiedenis leert ons dat de sterke toename van de levensverwachting in de westerse landen vanaf medio negentiende eeuw allereerst het gevolg was van maatschappelijke en economische ontwikkelingen die een betere algemene welzijns- en voedingstoestand met zich meebrachten. Grote stappen werden vervolgens gezet dankzij indrukwekkende infrastructurele verbeteringen van de openbare hygiëne, zoals riolering en waterleiding.

Ook de totstandkoming van sociale en zorgverzekeringen en brede zorgvoorzieningen als jeugd- en eerstelijnsgezondheidszorg droegen bij aan een betere volksgezondheid. Op die verstevigde ondergrond konden vaccinatieprogramma’s en een zich steeds verder specialiserende ziekenhuiszorg hun potentie waarmaken, profiterend van exponentieel toenemende medisch-wetenschappelijke kennis.

Economie, samenleving en volksgezondheid ontwikkelen zich in een nauwe en gelaagde verbondenheid. Oftewel, een fundament van algemene welvaart en welzijn is onmisbaar om de vruchten van de gezondheidszorg te kunnen oogsten. Na eerdere crises zagen we echter dat de geschetste ontwikkelingsgang ook omkeerbaar is. Zo leidde de val van de Berlijnse Muur in diverse Oost-Europese landen tot nieuwe kansen voor ‘oude’ infectieziekten, zoals tuberculose, en tot een tijdelijke afname van de levensverwachting.[6]

Gelaagde strategie voor lange termijn

Een gelaagde en parallelle aanpak op de drie niveaus – gezondheid, samenleving en economie – past het beste bij de uitdaging waarvoor we ons thans geplaatst zien. Gelet op de onvoorspelbare duur van de coronacrisis en de kans op herhaling moet dat een lange-termijn-strategie zijn.

Het lijkt verstandig om voorlopig te blijven sturen op afremming van de pandemie totdat curatieve behandeling of vaccinatie mogelijk is. De verwachting daarbij is dat de versterkte publiek-private samenwerking binnen afzienbare tijd tot een effectief vaccin en mogelijk al eerder tot een werkzame geneesmiddelen leidt. Maar als dat onverhoopt te lang zou duren of onvoldoende effectief is, moet de politiek een nieuwe weging maken, gericht op maatschappelijk herstel, in de context van een ‘non-vaccinatiesamenleving.

Wat ‘te lang’ is, moet het kabinet – in het kader van zijn ‘dashboardbenadering’ - bepalen en verantwoorden op basis van nauwgezette monitoring van gezondheids-, sociale en economische ontwikkelingen. Er kan een moment komen waarop faillissementen en werkloosheid, spanning onder jongeren, culturele verarming, teloorgang van sport, en ook bredere gezondheidsbelangen - zoals ontwrichting van reguliere zorg en preventie - zwaarder gaan wegen dan pandemiebestrijding sec. Niettemin moet de inzet zijn om beide doelen in balans te houden door beleid op maat voor kwetsbare groepen, bedrijfstakken en regio’s.

Een blijvend restrictieve benadering - primair gericht op wat niét kan – is maatschappelijk en grondrechtelijk onhoudbaar. De regering moet weloverwogen sturen op wat wél kan: in onderwijs, arbeid, vrije tijd, cultuur en sport. Dit vereist dat ze doorlopend afwegingen maakt op alle beleidsterreinen, op geleide van niet alleen medische maar ook gedrags- en maatschappijwetenschappelijke advisering.

Slimme en draaglijke maatregelen geboden

Totdat effectieve vaccins of geneesmiddelen beschikbaar komen, of tot herziene politieke weging, moeten we als samenleving doorgaan met corona-gerelateerde preventie, bron- en contactopsporing, en waar nodig quarantaine- of isolatiemaatregelen. Dat moet steeds draaglijker gemaakt worden door slim en gericht maatwerk en met steeds meer kennis over besmettingsrisico’s en immuniteit.

Daarbij moet  – in lijn met het WRR-rapport Vertrouwen in burgers – ingespeeld worden op de verrassend creatieve oplossingen die de samenleving zelf ontwikkelt: uiteenlopend van de bevordering van sociale contacten met verpleeghuisbewoners tot het gezondheidskundig verantwoord herstarten van bedrijven. Dat inspelen vraagt om nauwgezet maatwerk in de pandemiemonitoring door het RIVM, met de mogelijkheid van tijdige en tijdelijke terugschakeling qua anti-besmettingsmaatregelen en (her-) opschaling van intensive care capaciteit.

Politiek en beleid moeten hun verantwoordelijkheid nemen voor essentiële randvoorwaarden, zoals voldoende capaciteit voor contactopsporing en voor zorgverlening in alle echelons. Met dat laatste kan ook - altijd ethisch omstreden - behandelprioritering op intensive care afdelingen voorkomen worden. Hoe dan ook mag cruciale reguliere zorg niet meer in het gedrang komen en verdient de ouderenzorg, vooral in de verpleeghuizen, een beter gecoördineerde aanpak en een veel hogere beleidsprioriteit.

Verplichte vaccinatie?

Tot slot moeten er binnen en buiten de zorg structureel voldoende persoonlijke beschermingsmaterialen beschikbaar zijn. Dat geldt eveneens voor testmogelijkheden en monitoring van het versoepelingsbeleid.

Het voortvarend en verantwoord realiseren van geschikte tests, vaccins en medicijnen vereist effectieve publieke aansturing met internationale afstemming, ook om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van de noodzakelijke middelen wereldwijd te garanderen. In Nederland kunnen de Gezondheidsraad en het RIVM nu al scenario’s voorbereiden voor risicogroep-gerichte vaccinatiestrategieën met monitoring op veiligheid en immuniteit.

Brede vaccinatiebereidheid is cruciaal om groepsimmuniteit te kunnen bereiken. Daarbij past geen afwachtende houding, want de geschiedenis leert dat de anti-vaccinatiebeweging op cruciale momenten extra actief wordt in het verspreiden van wetenschappelijk ongefundeerde en misleidende boodschappen. Een belangrijke politieke vraag is of vaccinatie verplicht moet worden gesteld. Dat is echter een indringende interventie die schuurt met wat van mondige burgers verwacht wordt en waarvan de effectiviteit nog niet is aangetoond.

….en wat verder nodig is

Verder vooruitkijkend zijn er aanzienlijke inspanningen nodig om pandemische crises als deze in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen of beter op te vangen. Dat vraagt om investeringen in preventie van en anticipatie op opkomende zoönosen en pandemische dreigingen en versterking van daarop gericht wetenschappelijk onderzoek, zoals al in 2013 door de Gezondheidsraad is aanbevolen.

De impact van pandemische uitbraken op de volksgezondheid kan worden beperkt door veerkrachtige zorgcapaciteit en effectieve preventie van risicofactoren als diabetes, hartvaatziekten en luchtwegaandoeningen.

Verduurzaming van economie en samenleving is essentieel om de kans op toekomstige pandemische crises te verkleinen. Immers, bij voortgaande exploitatie van niet-duurzame voedselketens, opwarming van de aarde en ongebreidelde globalisering wordt het ontstaan van wereldwijde epidemieën en pandemieën - mogelijk zelfs meerdere tegelijk - met grote sociaaleconomische impact alleen maar waarschijnlijker.

Door de coronacrisis zijn de grote ongelijkheden in samenlevingen en de risico’s daarvan, pijnlijk duidelijk geworden. Evident is ook dat er bredere maatschappelijke solidariteit nodig is om de sociaaleconomisch bepaalde gezondheidsachterstanden en daaraan verbonden kwetsbaarheden terug te dringen.

Om volgende crises beter te kunnen opvangen, zijn tevens gerichte beleidsinterventies nodig, zoals gezondheidsbevordering op en rond scholen, het voorkomen en inhalen van achterblijvende gezondheidsvaardigheden, betaalbaarheid van gezonde voeding en sport, en meer groen en schone lucht in alle woonwijken. Dit in aanvulling op algemeen beleid gericht op inclusief onderwijs, kans op werk voor iedereen en herverdeling van inkomen.

Extra investeren in publieke voorzieningen is urgent

De coronacrisis heeft het gelijk laten zien van degenen die al jaren wijzen op de kwetsbare positie van de steeds grotere groep die is aangewezen op flexibele arbeid. In aansluiting op de tijdelijke steunmaatregelen moet, om langdurige sociale rampspoed te voorkomen, de arbeidsmarkt structureel anders ingericht worden.

Als de samenleving en de economie van mensen verlangen dat zij flexibel inzetbaar zijn, moet daar een voldoende en zekere inkomensbasis tegenover staan. Dat thema moet hoog op de agenda, want waar eerdere crises al leidden tot meer werkloosheid, inkomensongelijkheid, sociale onzekerheid, gezondheidsproblemen en geestelijke nood, vooral ten koste van sociaal kwetsbare burgers, dreigen deze effecten nu aanzienlijk ernstiger uit te pakken.

In het afgelopen decennium heeft Nederland baat gehad van beleid dat concurrentievermogen en groei bevorderde, maar er is te weinig geïnvesteerd in vitale voorzieningen zoals onderwijs en gezondheidszorg. Gezien de cruciale betekenis van schokbestendige publieke voorzieningen verdient dat versneld correctie. Kwaliteits- en salarisverbetering in basis-, middelbaar en beroepsonderwijs, betere omscholingsmogelijkheden en extra investeringen in volksgezondheid en zorg zijn urgent.

Investeren in de fundamenten en de kwaliteit van onze samenleving is nodig omdat het afzien daarvan uiteindelijk tot veel hogere kosten of zelfs onomkeerbare maatschappelijke schade zal leiden.

Schokbestendige publieke voorzieningen en krachtige overheidssturing op duurzaamheid moeten gefinancierd worden via de belastingheffing. Een Europa-brede belastingheffing op multinationale bedrijven en kapitaalbewegingen is gerechtvaardigd en voor het maatschappelijk draagvlak van belastingstelsels essentieel. Mondiaal moet ons land net als andere rijke landen bijspringen. Uit solidariteit, maar ook in ons eigen belang, ter voorkoming van toenemende migratiestromen en oplopende geopolitieke spanning.

André Knottnerus is arts-epidemioloog, oud-voorzitter Gezondheidsraad en Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, emeritus-hoogleraar huisartsgeneeskunde Universiteit Maastricht. Dit artikel is een voor deze site ingekorte en bewerkte versie van Knottnerus’ oorspronkelijke artikel ‘Zet economie en volksgezondheid niet tegenover elkaar’, gepubliceerd in S&D van 10 juni 2020. S&D is een uitgave van de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA.

 

Foto: Tim Dennell (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 1004 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Het is toch bijzonder wat voor vergezichten, inclusief de bijkans verplichte overpeinzingen over verplichte vaccinatie, een virus allemaal kan losmaken. En elke keer wordt het belangrijkste vergeten: ieder van ons heeft een immuunsysteem. Een complex systeem waar we nog lang niet alles van weten. Maar wat we wel weten – en wat er hier zeer toe doet, is dat je zelf – afgezien van aangeboren pathologie – dat systeem kunt versterken of in de prak kunt helpen: leefstijl, (borst)voeding en supplementen, rust, beweging, stress management, alcohol, tabak – al of niet, en al of niet in de juiste dosering. Daar horen we niets over. Daar investeert de overheid nul euro in. Niet in brede bewustwording, niet in maatregelen. Wel in controle, afstand, angst, gedwongen vereenzaming, handen kapot wassen, coronaboetes, eenzijdige voorlichting, uitgestelde ‘normale’ zorg met alle schade van dien en honderden miljoenen uitgeven aan een niet bestaand vaccin van een dubieus bedrijf dat wordt gepusht als de enige weg terug naar normaal. Ook de voorzitter van de WRR komt niet verder dan dat. Wat een armoede in zo’n rijk land.

  2. Als beta man ben ik nieuwsgierig , en ga op zoek en lees:
    in deze volgorde :
    sociaal ondernemen van Muhamad Yunus
    er zijn 17 miljoen wachtenden voor U van Sander Heijne
    onzichtbare hand van Bas van Bavel
    De meeste mensen deugen Rutger Bregman
    hoe de economie de wereld kan redden van abhijit Banerjee en Esther Duflo(nog mee bezig)

    Het grote stilzwijgen rondom de wereld handel zonder normen vanaf de 16e eeuw op zeer grote schaal gepleegd door ons, blanke mensen, wordt hopelijk doorbroken door de beelden van de vanzelfsprekende extreme, niets ontziende gevolgen, die dit nog steeds heeft en door woekert.
    Dan weer in handelsverdragen, in het te snelle open gooien van beschermde constructies(europa), in het te pas en onpas dicht gooien van grenzen(vgl 2e wereld oorlog en joden), optreden tegen armere (soms zwart, vrouwen, toelagen genietende ) medebewoners.
    Net als corona zijn de machtigen nog steeds onder ons met :
    Verdeel en heers , zondebokken aanwijzen, foute theorieën verkondigen, woorden(oneliners) gebruiken, als : Wiegel over den Uyl, “Sinterklaas”, steuntrekkers, profiteurs, meelopers,
    dat zijn de manieren om alle hoop op eerlijker wereld de grond in te boren.
    De machtsblokken op de wereld moeten aangepakt worden, hoe machteloos kan je je voelen !
    Laat Nederland beginnen met herstel betalingen voor de intussen opgesoupeerde rijkdommen van de afgelopen eeuwen : een actie via de VN starten , een OMT op wereld schaal initiëren.
    Zonder dit besef zal de revolutie (niet vanuit de jeugd, zoals Rutte “wil “) zeker verder gaan woekeren.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *