Tijd voor generalistische wijkteams: zes modellen van outreachend werken

Gemeenten zetten massaal in op outreachende wijkteams, zonder dat ze scherp hebben welke doelen die wijkteams moeten realiseren. Jurriaan Omlo ziet zes interventierepertoires voor outreachend werken.

Outreachend werken kent in Nederland een lange en rijke geschiedenis in het sociaal werk. Tegenwoordig wordt het opgevat als een werkwijze waarbij sociale professionals niet achter hun bureau blijven, maar zelf het initiatief nemen door mensen op te zoeken.

Outreachend werken is een effectieve benadering om sociaal geïsoleerde groepen te bereiken. Door vroegtijdig in te grijpen weten professionals escalatie van de problematiek te voorkomen. Bovendien blijkt uit onderzoek dat outreachend werk veel kosten kan besparen (Omlo, 2017).

Moeizame uitvoeringspraktijk bij de wijkteams

Verontrustend is het dan ook dat veel wijkteams door enorme bureaucratie en veel papierwerk onvoldoende toekomen aan outreachend werk. De wijkteams reageren bovendien vooral op directe en enkelvoudige hulpvragen van cliënten en richten zich vooral op het blussen van brandjes om verdere escalatie te voorkomen. Ondertussen blijven kwetsbare huishoudens met meervoudige problematiek buiten beeld en is er geen tijd voor samenlevingsopbouw.

Het gebrek aan visie bij gemeenten vormt eveneens een probleem. Van Arum en Lub (2014) constateren dat gemeenten nauwelijks onderbouwen waarom ze wijkteams hebben. Outreachend werk lijkt daarmee soms een doel op zich te zijn, zonder dat beleidsmakers expliciet maken welke baat burgers hierbij hebben. Dit is een serieus probleem, want zolang de legitimatie voor ingrijpen niet helder is voor burgers, zullen outreachende professionals op hevig protest en wantrouwen stuiten.

Gemeenten moeten daarom veel scherper formuleren waarom, waarvoor en hoe ze wijkteams willen inzetten. Dat begint bij een duidelijke visie op outreachend werken. Nog te vaak wordt het voorgesteld als een eenduidige benadering, maar in de praktijk kent outreachend werk verschillende doelen, doelgroepen en methoden.

Zes modellen van outreachend werken

Op basis van de literatuur en gesprekken met diverse deskundigen onderscheid ik zes modellen van outreachend werken (Omlo, 2017).

  1. Hulpmodel

Het hulpmodel is een van de bekendste vormen. Hierin gaat de aandacht uit naar kwetsbare mensen die zorg uit de weg gaan (zorgmijders) en mensen die niet de juiste hulp ontvangen (zorgmissers). Het doel is om vroegtijdig problemen te signaleren om vervolgens de kansen op herstel, maatschappelijke participatie en individuele zelfredzaamheid te vergroten.

  1. Dwang- en drangmodel

Het hulpmodel probeert door vroegtijdig ingrijpen dwang- en drangmaatregelen te voorkomen, het dwang- en drangmodel zet hier juist op in. De situatie is namelijk al te zeer geëscaleerd. En waar bij het hulpmodel de noden van het kwetsbare individu aanleiding zijn voor interventie, zijn dit bij het dwang- en drangmodel signalen uit de omgeving over schade en overlast. De doelgroep bestaat uit mensen met meervoudige en ernstige problematiek. In tegenstelling tot het hulpmodel is het doel niet het bevorderen van positieve idealen zoals ontplooiing en participatie, maar het voorkomen en bestrijden van overlast. Dit model is een repressieve en autoritaire variant van outreachend werken. De nadruk ligt op controle, handhaving, sancties en straffen. Het doel is dat mensen hun levensstijl aanpassen, ook als dit tegen hun eigen wens ingaat.

  1. Politiserend model

Outreachend werken heeft in de voorgaande modellen een sterk individualistisch karakter. Het politiserende model dat kenmerkend is voor het klassieke opbouwwerk neemt met haar collectieve benadering juist de lokale gemeenschap van bewoners als uitgangspunt. Het kent een sterk politieke dimensie: het verbeteren van de leefomstandigheden en weerbaarheid van groepen mensen.

Het doel is om ongelijkheid en uitsluiting weg te nemen of te verminderen door burgers te mobiliseren. Door te investeren in de kennis, houding en vaardigheden vergroten professionals de collectieve zelfredzaamheid en politieke emancipatie van groepen burgers om gezamenlijk veranderingen te realiseren. Dit alles vraagt om een activistische houding van de professional.

  1. Verbindend model

Een meer recente benadering vanuit het opbouwwerk is het verbindende model. Dit is eerder pragmatisch dan politiek van aard. Het draait hier niet zozeer om het veranderen van systemen die mensen beperken, maar om het stimuleren van sociale samenhang, het activeren van informele steun- en hulpbronnen en het bevorderen van de participatie en emancipatie van bewoners.

De focus ligt op het aanspreken van aanwezige, maar nog onvoldoende benutte, krachtbronnen in en rondom een lokale gemeenschap zonder daarbij al te zeer de aandacht te vestigen op sociale ongelijkheid en sociale uitsluiting. De professional spreekt mensen aan op straat en komt ongevraagd bij mensen thuis om ze te vragen wat zij voor de wijk kunnen betekenen. Hij probeert mensen met een hulp- of ondersteuningsvraag te verbinden aan bewoners die beschikken over de benodigde capaciteiten.

  1. Kwartiermakersmodel

Kenmerkend voor het kwartiermakersmodel is dat het uitdrukkelijk niet gaat om het aanpassen van kwetsbare groepen aan de samenleving, maar om het versterken van acceptatie en waardering voor verschillen in de maatschappij. De aandacht gaat uit naar mensen die structureel niet mee kunnen doen, omdat anderen ze als onaangenaam of onaangepast beschouwen. Denk aan dak- en thuislozen, mensen met verslavingsproblematiek en mensen met een verstandelijke beperking of psychische problematiek. Kwartiermakers doen daarom een beroep op maatschappelijke organisaties en op burgers om relaties met kwetsbare individuen aan te gaan.

  1. Presentiemodel

Het presentiemodel tot slot is afkomstig van de door de filosoof Andries Baart ontwikkelde presentiebenadering. Uitgangspunt is dat sociale professionals door hun aandachtige aanwezigheid in de wijk vertrouwd raken met de wijk(bewoners) en signalen opvangen over burgers in kwetsbare situaties. De bewoners gaan de outreachende professional door zijn trouwe aanwezigheid steeds meer zien als een natuurlijk aanspreekpunt. Het contact is niet aan een maximum aantal gesprekken of een vooraf bepaalde termijn gebonden. Hierdoor hebben presentiewerkers meer tijd, ruimte en geduld om te investeren in een goede vertrouwensrelatie en hoeven zij niet direct bovenop de problematiek te springen. Presentiewerkers bieden hulp en ondersteuning en verbinden zo nodig met andere voorzieningen. Ze bewegen mee met de hulpvrager in plaats van professionele doelen voorop te stellen.

Generalistische wijkteams

De modellen van outreachend werken zijn geen blauwdrukken. In de praktijk combineren professionals elementen van verschillende modellen. De toenemende vraag naar generalistische professionals maakt bovendien dat het onderscheid tussen de focus op individuen en groepen vervaagt.

Dit neemt niet weg dat sommige situaties heel nadrukkelijk vragen om een specifiek handelingsrepertoire. Crisissituaties lenen zich niet voor geduldige interventies die inzetten op verbinding of politisering, maar vragen om snel en kordaat optreden. In andere gevallen verdient het inschakelen van het sociale netwerk de voorkeur boven individuele hulpverlening.

Idealiter kenmerkt outreachend werk zich door professionals die de verschillende benaderingen beheersen, maar het is niet realistisch om dit van individuele professionals te verwachten. In plaats van te dromen van individuele supergeneralisten ligt het meer voor de hand om in te zetten op generalistische wijkteams die dankzij de inzet van verschillende type professionals als collectief beschikken over een breed interventierepertoire. Op deze manier kunnen de teams afhankelijk van de concrete situatie een geschikt interventiemodel toepassen.

Jurriaan Omlo is eigenaar van Bureau Omlo. Het bureau verricht evaluatiestudies en onderzoek naar diverse sociale vraagstukken.

Het nieuwste dossier in de serie Wat Werkt bij Outreachend Werken, een uitgave van kennisinstituut Movisie, vermeldt de meest recente inzichten vanuit onderzoek en praktijk naar werkzame factoren van outreachend werk. 

Bronnen:

Arum, S. van & Lub, V. (2014) 'Wat gemeenten van sociale wijkteams verwachten', Beleidsonderzoek Online, DOI: 10.5553/Beleidsonderzoek.000037.

Doorn, L. van. (2009) Dringen bij de voordeur. Outreachend werken in de wijk. in Tonkens, E. (red.) Tussen onderschatten en overschatten. Actief burgerschap en activerende organisaties in de wijk. Amsterdam: SUN.

Kruiter, A.J. & Klokman, S. (2016) Multiprobleemgezinnen beter geholpen, in Kruiter, A.J., Bredewold, F. & Ham, M. (red.) Hoe de verzorgingsstaat verbouwd wordt. Kroniek van een verandering. Amsterdam: Van Gennep.

Lans, J. van der (2010) Erop af! De nieuwe start van het sociaal werk. Amsterdam: Augustus.

Linde, M. van der (2013) Historisch overzicht van outreachend werken, in Doorn, L, van, Huber, M., Kemmeren, C. Linde, M., van der, Räkers, M. & Uden, T., van (red.) Outreachend werkt!, Utrecht: Movisie.

Omlo, J. (2017) Wat werkt bij outreachend werken. Kansen en dilemma’s voor sociale wijkteams. Utrecht: Movisie.

 

Foto: Leticia Berlin (Flickr Creative Commons)

Reageer

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *