Vooral niet opgeven! Mensen in de bijstand krijgen wrede hoop

Bijstandsgerechtigden met een ‘korte afstand tot de arbeidsmarkt’ leren van klantmanagers de moed erin te houden ondanks belabberde baanperspectieven. Zo wordt er een ‘wrede’ hoop op een betere toekomst gecreëerd.

Een belangrijk onderdeel van gemeentelijke re-integratiedienstverlening bestaat uit het cultiveren van hoop op een baan en een betere toekomst. In mijn dertien maanden durende onderzoek bij drie Nederlandse gemeenten zag ik veel ‘pedagogieken van optimisme’: technieken waarmee geoefend werd om optimistisch te zijn over de toekomst en tegelijkertijd de huidige precaire arbeidsmarktsituatie te accepteren (Arts & Van den Berg 2018).

Aangezien re-integratiedienstverlening bijstandsgerechtigden nauwelijks duurzaam werk te bieden heeft, geven deze pedagogieken hun ‘wrede hoop’ – cruel optimism, zoals Lauren Berlant (2011) dat noemt – en dragen ze ertoe bij dat structurele werkloosheid tot een individueel probleem wordt gemaakt.

Het betreft de groep die van de gemeente ondersteuning ontvangt – meestal in de vorm van individuele gesprekken en groepsbijeenkomsten – bij het vinden van een baan. Deze mensen zijn dus niet ‘opgegeven’ voor de arbeidsmarkt, voor hen is er hoop. Maar veel meer dan hoop dat het in de toekomst beter wordt, is er niet.

Klantmanagers creëren onbedoeld wrede hoop

Pedagogieken van optimisme zijn erop gericht bijstandsgerechtigden te leren omgaan met het (voort)bestaan van hun precaire situatie en tegelijkertijd optimistisch te zijn over hun toekomst. Re-integratiedienstverlening heeft bijstandsgerechtigden hoofdzakelijk tijdelijk, laaggeschoold en slecht betaald werk met weinig carrièreperspectief te bieden.

Door hen tegelijkertijd te stimuleren – en zelfs te verplichten – om deze banen te accepteren én positief vooruit te kijken, creëren klantmanagers onbedoeld wrede hoop die geen concrete oplossing biedt voor, maar, sterker nog, een bestendiging is van, de precaire situatie waarin bijstandsgerechtigden zich bevinden.

‘Wie wil, zoekt een mogelijkheid’

Klantmanagers proberen bijstandsgerechtigden te motiveren en hoop te geven door bijvoorbeeld posters op te hangen waarop staat: ‘Wie wil, zoekt een mogelijkheid. Wie niet wil, zoekt een reden’; ‘Twaalf redenen waarom oudere werknemers goud waard zijn’. Of deze bekende uitspraak van Nelson Mandela: It always seems impossible until it is done.

Tijdens individuele gesprekken en groepsbijeenkomsten leggen klantmanagers uit hoe de arbeidsmarkt er tegenwoordig uitziet en wat je moet doen om aan een baan te komen: vooral niet opgeven! Met behulp van oefeningen leren zij bijstandsgerechtigden hun passie te volgen, te denken in kansen en mogelijkheden en te dromen over een betere toekomst, om zo de moeilijkheden van nu te kunnen doorstaan.

Plicht tot optimisme

Klantmanagers weten over het algemeen hoe de arbeidsmarkt werkt en erkennen de moeilijkheden waarmee bijstandsgerechtigden worden geconfronteerd: relatief weinig banen en veel concurrentie, tijdelijke en nulurencontracten, onder- of overgekwalificeerd zijn en discriminatie op basis van afkomst en leeftijd.

‘We zitten hier allemaal omdat we graag een baan willen, niemand wil in de bijstand zitten. Wij gaan jullie helpen, ondersteunen bij het zoeken, vinden van werk. Het is heel moeilijk om werk te vinden. Zoek het vooral niet bij jezelf als het niet lukt, de arbeidsmarkt is gewoon heel moeilijk nu’, begon een klantmanager een algemene informatiebijeenkomst voor nieuw binnengekomen bijstandsgerechtigden.

Tegelijkertijd maken klantmanagers ook steeds duidelijk dat deze omstandigheden bijstandsgerechtigden er niet van mogen weerhouden er alles aan te doen een baan te vinden en niet op te geven.

Dat doen zij door hun te leren de huidige omstandigheden te accepteren, ‘belemmerende’ gevoelens en gedachten de baas te blijven en steeds een betere toekomst voor ogen te houden. Het lijkt eerder een verplichting dan een vrijblijvende suggestie om als bijstandsgerechtigde optimistisch te zijn.

‘Je hebt alleen invloed op jezelf’

De huidige arbeidsmarktomstandigheden, die het moeilijk of zelfs onmogelijk maken voor bijstandsgerechtigden om een duurzame baan te vinden, zijn een gegeven voor zowel klantmanagers als bijstandsgerechtigden. Aan deze structurele omstandigheden kan tijdens de re-integratietrainingen bij de sociale dienst niets worden gedaan, aan individuele opvattingen wel.

In de woorden van een klantmanager: ‘Je hebt alleen invloed op jezelf, niet op alle andere dingen.’ Bijstandsgerechtigden kunnen nauwelijks scholing krijgen, maar zij zijn wel verplicht een aantal uren per week deel te nemen aan re-integratietrainingen. Zij moeten er, naast het verbeteren van cv’s en motivatiebrieven, kennis opdoen over het belang van sociale netwerken, zich voorbereiden op hypothetische sollicitatiegesprekken en leren hoe zij onder de huidige omstandigheden gemotiveerd blijven en hoop kunnen houden op een betere toekomst.

Aan elkaar rijgen van tijdelijk contracten

Die toekomst bestaat uit het aan elkaar rijgen van tijdelijke contracten, legt een klantmanager uit als sommigen bij een groepsbijeenkomst terughoudend reageren op een vacature voor een baan van vier weken: ‘Zie de arbeidsmarkt als een lapjesdeken. Dit is voor de vrouwen, die zijn vaak beter met naald en draad. Een lapjesdeken bestaat uit allemaal stukjes stof, met draden aan elkaar gemaakt. Elk klein stukje stof is drie maanden werk. Nog een kleiner stukje is die baan van vier weken. Een jaarcontract is een groot stuk stof, je mag heel blij zijn als je een jaarcontract krijgt. Zo ziet de arbeidsmarkt eruit, je moet allemaal stukjes stof aan elkaar maken.’

Naast specifieke genderrollen, veronderstelt deze uitspraak dat werkzoekenden en werkenden de onzekere arbeidsmarkt moeten accepteren en zich tomeloos moeten inzetten. Voor een dergelijk uithoudingsvermogen is het nodig om paal en perk te stellen aan belemmerende gevoelens en gedachten en daar ‘positiviteit’ tegenover te stellen. Klantmanagers leren bijstandsgerechtigden dan ook om te denken in kansen en mogelijkheden, ook als die zeer beperkt zijn.

Optimisme in plaats van een aanbod

Tijdens een van de groepsbijeenkomsten vertelt een bijstandsgerechtigde dat hij gevlucht is voor een oorlog in zijn thuisland. Door de verwondingen die hij daar opliep, heeft hij chronische pijn en is het lastig voor hem om te werken. Toch wil hij dat heel graag, zeker omdat het zo moeilijk is om met een gezin van vijf kinderen rond te komen van een uitkering.

Met zijn beperkte opleidingsachtergrond komt hij alleen in aanmerking voor fysiek werk, zoals magazijn- en productiewerk, maar dat is nu juist het werk waar hij lichamelijk niet toe in staat is. De klantmanager reageert begripvol en zegt dat het vervelend moet zijn om elke dag met pijn te leven. Volgens haar is het desondanks altijd belangrijk om voor ogen te hebben waar je interesse naar uitgaat en wat voor soort werk je aankunt dat past binnen je beperkingen.

Ze biedt deze bijstandsgerechtigde aan te helpen uitzoeken wat diens mogelijkheden zijn op de arbeidsmarkt. ‘Je hebt een hele hoop beperkingen, maar je hebt ook een hele hoop kwaliteiten. Ga daar eens naar kijken, naar je kwaliteiten en naar wat je wél kunt.’ De bijstandsgerechtigde knikt.

Een dergelijke situatie is voor zowel klantmanagers als bijstandsgerechtigden uitermate moeilijk. De mogelijkheden van deze man, en daarmee zijn kansen op het vinden van een betaalde baan, zijn zeer beperkt. Toch is hij bij wet verplicht een baan te zoeken. De klantmanager kan niet anders dan hem hierin te ondersteunen met hoop en optimisme, want een concrete oplossing kan ze hem niet bieden.

Ook bij discriminatie is het devies: volhouden

Ook in het geval van ervaren discriminatie op basis van afkomst of leeftijd is het devies om vol te houden. Zo zegt een bijstandsgerechtigde dat hij liever geen foto op zijn cv zet, want hij had op het nieuws gezien dat het zelfs al uitmaakt dat je achternaam niet Nederlands is. Een vrouw vertelt over nare ervaringen met het dragen van een hoofddoek.

De klantmanager antwoordt dat hij zijn huidskleur niet kan verbergen en dat hij dat ook niet wil: ‘Dit is wie ik ben, je neemt mij aan, in zijn geheel. Dit is de samenleving, mensen moeten jou accepteren zoals je bent en die werkgever moet door jouw hoofddoek, huidskleur en vlechten heen kijken, want dit is Nederland. Laat jezelf zien. Het ligt aan de werkgevers dat zij bevooroordeeld zijn, daar kun jij als werkzoekende niets aan doen. Maar je moet je er niet door laten afschrikken.’

Deze klantmanager erkent dat de oorzaak van arbeidsmarktdiscriminatie niet bij de bijstandsgerechtigden ligt, maar stelt dat zij wel zelf moeten zorgen voor een oplossing. In de context van zijn werk kan hij immers alleen invloed uitoefenen op de manier waarop bijstandsgerechtigden met hun precaire situatie omgaan en moet hij hen naar werk zien te begeleiden.

Niet klagen als je te oud wordt gevonden

Waar het denken in kansen en mogelijkheden wordt toegejuicht, worden ‘negatieve’ gedachten gecorrigeerd. Zoals een recruiter doet die door een klantmanager is uitgenodigd om bijstandsgerechtigden te vertellen waarop zij let bij het selecteren van kandidaten en die ook tips geeft.

Als een vrouw vertelt dat ze steeds wordt afgewezen in de kinderopvang omdat ze te oud is, antwoordt de recruiter: ‘Probeer het negatieve altijd weg te houden.’ De klantmanager valt haar bij: ‘Houd je belemmerende gedachten voor jezelf. Positief denken. Niet ik ben te oud, wat kan je wél?’ De recruiter vindt dat de vrouw haar vakkennis moet bijhouden en vrijwilligerswerk moet doen. ‘Niet met al je negatieve gedachtes thuis zitten. Ik zeg altijd: werk zoeken, is een fulltimebaan.’

Paradoxaal dromen

Tijdens veel bijeenkomsten wordt aan bijstandsgerechtigden gevraagd om een droombaan te formuleren of zelfs te visualiseren op een zogenoemd mood board. Maar paradoxaal genoeg leren zij ook om deze droom tijdelijk los te laten, zodat deze in de toekomst kan worden gerealiseerd.

Als bijstandsgerechtigde ben je immers verplicht om ‘algemeen geaccepteerde arbeid’ te aanvaarden, ook als je een opleiding hebt gedaan voor een bepaald beroep of meer dan het minimumloon wilt verdienen.

Een klantmanager vertelt over een bijstandsgerechtigde criminoloog die in een fietsenwinkel ging werken, een advocaat die startte in de catering en iemand met een achtergrond in Grieks en Latijn die taxichauffeur werd. Hij voegt hieraan toe: ‘Een man was voorheen lasser offshore en verdiende 4000 euro netto. Hij kon als lasser aan de slag net boven het minimumloon en zei: “Dat doe ik niet.” Ja, hij zal toch moeten, anders stoppen wij z’n uitkering.’

Leren met teleurstelling omgaan

Klantmanagers kunnen de wet niet veranderen, maar ze kunnen wel het idee uitdragen dat elke baan een stap is in de richting van een droombaan, ook al is de kans van slagen klein. ‘Het motto is: van werken komt ook vaak werk’, zegt een klantmanager. ‘Wij hopen dat je die droombaan in je hoofd houdt en daarop blijft solliciteren, maar je moet er niet op gaan zitten wachten.’

Als een bijstandsgerechtigde vraagt hoeveel mensen er in dit traject werk vinden, antwoordt hij: ‘25 procent ongeveer, en 25 procent haakt af. Mensen die echt gemotiveerd zijn, met teleurstelling kunnen omgaan, vaak worden afgewezen maar toch de moed weer kunnen oppakken, die maken de meeste kans op de arbeidsmarkt.’

Geen onwil van klantmanagers

Het is geen onwil van klantmanagers, zij proberen bijstandsgerechtigden te ondersteunen binnen de grenzen van het mogelijke. Duurzame uitstroommogelijkheden hebben zij nauwelijks te bieden, individuele gesprekken en een aantal uren verplichte training per week wel. Daarin proberen zij bijstandsgerechtigden te motiveren optimistisch te blijven in hun zoektocht naar een zekerder bestaan. Iets wat zijzelf soms even hard nodig hebben.

Paradoxaal genoeg stimuleren klantmanagers bijstandsgerechtigden met pedagogieken van optimisme om precaire arbeidsmarktomstandigheden te accepteren die de kans op een betere toekomst zeer waarschijnlijk belemmeren. Re-integratiedienstverlening biedt bijstandsgerechtigden zo slechts wrede hoop en maakt structurele arbeidsmarktproblemen tot een individueel probleem van bijstandsgerechtigden zelf.

Josien Arts is promovenda politieke sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet onderzoek naar evaluatie- en pedagogische praktijken in gemeentelijke re-integratiedienstverlening bij drie Nederlandse gemeenten. De volledige versie van artikel verscheen eerder in het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.

Foto: jborsboom (Flickr Creative Commons)

Bronnen

Bronnen

Dit artikel is 3591 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (14)

  1. als ik dit stukje lees dan vraag ik me toch een paar zaken af: ten eerste is de bijstand vanuit de Participatiewet een laatste ‘vangnet’ voor mensen die geen inkomen hebben. Elke vorm van passend betaald werk waarmee een gelijk of hoger inkomen kan worden verdiend, moet inderdaad door de werkzoekende worden geaccepteerd (even kort door de bocht). Dus de lasser in het voorbeeld, die nu een beroep doet op algemene middelen (u en ik betalen de bijstandsuitkeringen) en een baan weigert die in zijn geval passend is, en ervoor zorgt dat hij “uit de bijstand is”, komt wat mij betreft terecht in de problemen. Het is niet de taak van de gemeente om mensen met een bijstandsuitkering te helpen aan hun droombaan. Het is slechts de taak om mensen te helpen bij het vinden van algemeen geaccepteerd betaald werk. Daardoor hoeft de werkzoekende geen beroep meer te doen op algemene middelen. Dat dat werk in sommige gevallen onder het opleidings- of ervaringsniveau zit van de werkzoekende, dat is dan niet anders.
    Ten tweede is het mijn ervaring dat er steeds meer wordt samengewerkt met werkgevers en opleidingsinstituten, hetgeen leidt tot echte dienstverbanden en duurzame uitstroom uit de uitkering. Dat niet iedere werkzoekende hiervoor in aanmerking komt ligt vaak in het feit dat er in de “kaartenbakken” steeds meer werkzoekenden zitten die er nog niet klaar voor zijn om regulier betaald werk te gaan doen, om wat voor reden dan ook.
    Ten derde vraag ik me af bij welke gemeenten mevrouw Arts heeft meegekeken, en of haar beschrijving ook een accurate weergave is van hetgeen klantmanagers zeggen. Ik vind het namelijk nogal badinerend over komen en kan me niet voorstellen dat dit in de huidige praktijk nog veel voorkomt.

  2. Nou, Patrick, ..”het feit dat er in de “kaartenbakken” steeds meer werkzoekenden zitten die er nog niet klaar voor zijn om regulier betaald werk te gaan doen”… is niet zozeer een feit, als wel een gevolg van het feit dat er dik te verdienen valt aan mensen die het rugzakje krijgen opgehangen “afstand tot”. Deze mensen hoeft een werkgever namelijk niet te betalen voor de arbeid die ze gedwongen zijn te verrichten zonder loon, de werkgever krijgt er ook nog eens een dikke subsidie/bonus voor. Plus de lauwerkrans “sociaal ondernemen” terwijl het gewoon uitbuiting is. Zo kan het dus gebeuren dat mensen met een uitkering maanden tot jaren (vanzelfsprekend zonder loon) moeten oefenen in het plukken van aardbeien of in het vouwen van bloemen voor werkgevers als groot tuinbouwbedrijven en Ikea. Kassa!!
    Ga eens lekker met iemand mee undercover om te ontdekken dat badinerend nog maar een heel zachtzinnige benaming is voor de wantoestanden waar aan uitkeringsgerechtigden in de P-wet zijn overgeleverd.

  3. Quote: “kan me niet voorstellen dat dit in de huidige praktijk nog veel voorkomt.”
    Heeft u veel gepraat mét mensen met een bijstandsuitkering óver dit onderwerp? Hoe zij de gesprekken en trainingen hebben beleeft of beleven?
    Ik wel, eigenlijk hoor ik in de Wajong, maar dat is afgesloten, en dus heb ik een bijstandsuitkering van Rotterdam, de meest hopeloze bijstandshoofdstad van Nederland.
    In de afgelopen jaren heb ik meerdere consulenten, klantmanagers, matchmakers en jobcoaches gehad. Doordat ik een beperking heb, zijn de ‘algemeen geaccepteerde banen’ niet goed van toepassing, want ik zou na verloop van tijd uitvallen of de werkgever, hoe lief en meedenkend en sociaal die werkgever ook is, bedrijfseconomisch zou hij/zij het ‘contract’ (werken met behoud van uitkering, paar keer achter elkaar) niet verlengen.
    Een ‘droombaan’ is ook niet van toepassing, want ik weet vanaf mijn geboorte (of tenminste, vanaf bewust-zijn van het zoeken / hebben van een betaalde baan) dat ik nooit de functie astronaut, of iets lager op de lat, leraar, of nog iets lager, vakkenvuller in de supermarkt zou kunnen vervullen.
    De trainingen en workshops en banenmarkten waren en zijn vrij nutteloos gebleken, ook al heb ik me voor alles 110% ingezet. De persoonlijke gesprekspartners hebben (en keken volgens mij ook wel uit) om tegen mij te zeggen ‘geef de hoop niet op’, maar zeiden wel ‘ik ga mijn best doen om iets voor je te zoeken’ – waarna ik via via had gehoord dat er ‘geen beleid is voor die labbekakkers die tussen wal en schip vallen’.
    Tjsa. Hoe wilt u mij nog hoop geven? Misschien met het voorstel van mevrouw van Arkel om mensen met een beperking ónder het minimumloon te laten betalen en te laten aanvullen door de gemeente – met het bijbehorende bijstandsregime.
    Misschien met het nieuws dat het macro-economisch goed gaat met Nederland, dat werkgevers te zitten springen om (gekwalificeerde) krachten.
    Om terug te komen op bovenstaand artikel, het klopt, vanuit mijn eigen ervaringen.
    Degenen die zeggen ‘dit kan toch niet, dit geloof ik niet’:
    Ik zeg tegen u: vraag een bijstandsuitkering aan, ervaar het zelf. Ervaar het zelf. Het hangt natuurlijk af van de gemeente waar u die uitkering aanvraagt, maar in Rotterdam… Ervaar het zelf.

  4. De slotzin van het artikel klopt maar al te zeer met de uitkeringsrealiteit.
    De psychische ballast, die het solliciteren met zich meebrengt, wordt door gemeenten en klantmanagers volstrekt genegeerd, zeker als iemand al meerdere jaren solliciteert. Want je zult maar keer op keer afgewezen worden, veelal met het standaardantwoord dat men niet voldoet aan het functieprofiel of vergelijkbare bewoordingen. Wat dát met je doet in die gehele sollicitatieperiode, dat wordt op het bordje van de uitkeringsgerechtigde geschoven, die vervolgens in opdracht van de klantmanager “positief” moet blijven. Een psycholoog bezoeken, zou iemand dus op eigen initiatief kunnen doen; ware het niet dat dit niet altijd vergoed zal worden vanuit de Zvw en/of aanvullende verzekering. Als gemeentes hiervoor via de bijzondere bijstand bereid zouden zijn deze kosten te vergoeden, dan kan een uitkeringsgerechtigde zelf hulp hierin kunnen zoeken en zo zichzelf stabieler kunnen laten zien o.a. bij gesprekken.

    Dat je een punt gaat bereiken, waarin je sollicitatiebrief, CV en je presentatie tijdens een gesprek met elkaar kloppen, zal na enige jaren van solliciteren het geval zijn. Dán kun je als werkzoekende weinig meer zelf verbeteren en ligt de bal bij de potentiële werkgever. Maar ook dat wil een gemeente niet horen. Nee, solliciteren tot je een ons weegt; dat telt.

    @Patrick van der List, de praktijk is wel degelijk zoals door mw. Arts weergegeven. Voor uitkeringsgerechtigden, die in het bezit zijn van startkwalificaties, geldt dat zij geen scholing meer zullen krijgen. Aangezien de gedachte is dat je dan wel werk kunt vinden. De praktijk is echter dat een beetje diploma al na 3-5 jaar “oud” is en dat betekent dat mensen in de PW zo een ‘scholingsgat’ in hun CV krijgen en werkgevers dan een kandidaat voor zich krijgen waarvan ze kunnen vooronderstellen dat deze niet meer beschikt over actuele kennis. Hoe bijstandsgerechtigden dit dan kunnen voorkomen, daarvoor heeft de PW geen oplossing: maar men moet wel blijven solliciteren.
    Wat u bedoelt met “nog niet klaar zijn” voor regulier betaald werk; daar kan ik alleen maar naar gissen. Het enige dat ik wel zeker weet, is dat langdurige uitkeringsgerechtigden ten onrechte door gemeente en regering gestigmatiseerd worden voor het feit dat zij een uitkering ontvangen. En dat terwijl bijstand een recht is en geen gunst.

  5. Ik moet voor de tweede keer de beroemde Tegenprestatie traject volgen in Rotterdam, omdat ik door diezelfde Rotterdam, na dat ik 1,5 maanden gewerkt heb als inkomensconsulent, op straat bent gezet. Want ook zij houden zich strikt aan het beleid 3 contracten in twee jaar is einde oefening.
    Dus dan zit ik als bijstandsgerechtigde bij mijn vorige broodheer, was handjes te sorteren en weer die sollicitatietraining. Beetje raar natuurlijk. Heb ik dadelijk 240 uur voor niks gewerkt. Heb altijd een betaalde baan gehad in totaal 29 jaar. Schandalig.

  6. U snapt niet waar het om gaat……
    Neen !
    Gratis arbeid ??
    De elite wil al het geld ,niemands welzijn.
    Bijstand staat beschreven in de grondwet……..
    De Participatie Wet is slechts een mislukte poging iedereen op bijstand niveau alle hoop te ontnemen.
    Dus er is toch nog hoop ????
    Neen ,toch niet !!!
    De armoede val is met de P.W.slechts vele malen GROTER geworden !!
    Dat is mijn vaststelling en daar moet u het mee doen ………😎

  7. “wrede hoop”…. Wat is het alternatief? Bijbrengen: “de kans op een baan is voor jou nihil!”!?
    +/- 10% van de werkzame bevolking afschrijven van de arbeidsmarkt en aan een diepe depressie leveren? Levenslang bijstand toekennen?
    Gemotiveerd maar wel realistisch blijven lijkt mij toch de beste lijn, niemand kan immers in de toekomst kijken!

  8. @Diaconu
    Wie schrijft wie af? Wie solliciteert zich suf en wie wijst al die sollicitaties af? De werkgevers toch?

  9. Er gaat helaas nog veel mis, omdat reïntegratiebedrijven lang niet altijd verstand hebben van mensen, maar wel van geld verdienen. De mensen in de bijstand zijn nog te vaak speelbal.
    Gelukkig gaat er ook veel goed, vooral ook omdat de economie weer aan trekt.

    Om mensen uit de bijstand weer aan het werk te krijgen vergt vaker een intensieve begeleiding en daar hebben ambtenaren gewoon de tijd niet voor. Ambtenaren moeten echter scoren, dus grijpen velen naar verkeerde oplossingen. Het vaststellen van wat passende arbeid is, is lang niet altijd eenvoudig.

  10. Josien Arts: complimenten !
    Het lijkt me vooral goed om met dit onderzoek serieus in gesprek te gaan met de UWV-top én met de UWV-cliëntenraad . De VNG, met de politiek. En dit artikel verder, buiten de academische wereld, te verspreiden. Ook om het onder de aandacht te brengen (opdat het serieus besproken wordt) – van recruiters, wijkteams, hulpverleners etc.

  11. Het psychologisch ‘gesleutel’ aan bijstandsgerechtigden middels sollicitatietrainingen is alleen interessant voor de bedrijven die deze cursussen leveren.
    Per saldo zijn er te weinig banen voor iedereen en in feite selecteren werkgevers uitsluitend op zo laag mogelijke loonkosten en maximale kneedbaarheid en flexibiliteit van werknemers.
    Het in standhouden en activeren van een ‘arbeidsmoraal’ voor mensen waar toch geen werk voor te vinden is als het paard achter de wagen spannen.
    De ‘arbeidsbemiddeling’ wordt zo een duur betaald toneelstuk.

  12. “ Er komt één Participatiewet die de bijstand, sociale werkplaat- sen en een deel van de Wajong samenvoegt. Voor de hele doelgroep wordt een systeem van loondispensatie geïntroduceerd.’ Zo stond het al in het regeerakkoord van Rutte II met, jawel, de PvdA.“
    Aan de hand van 1 dame met een aangeborenbeperking worden nu de mensen met Wajong Nog Verder gekort. Ze hebben al 7% in mogen leveren.

    Het is gewoon de goedkoopste manier om de zwakste uit de samenleving onder het bestaansminimum te brengen.
    Wat moeten ze er tegen doen?
    En hoezeer “ participeren” we in dit “ veel beloven, maar weinig geven?”

    We moesten ons allemaal een flink portie schamen.
    De solidariteitsgedacht is in het nieuwe systeem steeds verder te zoeken.

    Onze ouders hebben moeten vechten voor gelijkwaardigheid. Waren trots op de gelijke kansen. Dat de kinderen van arbeiders Ook d kans hadden om te studeren, bv.
    Maar nu zijn die studenten, mochten ze de lappendeken van tijdelijke baantjes niet tot een geheel krijgen, weer afhankelijk van rijke ouders, die hun kinderen wel aan werk, en zo niet, toch aan het oplossen van schuld kunnen helpen.

    Kinderen die worden geboren met een beperking vinden helemaal moeilijk werk.
    En maar blijven lachen! Want dat zou een KEUZE zijn?
    Ik studeerde samen met een meisje dat niet eens iets kon nuttigen in de pauzes op de Hoge School.. Haar rolstoel kostte daarvoor teveel tijd en lichamelijk redde ze niet meer dan 1x die trappen.
    Ze heeft naar alle waarschijnlijkheid nog steeds geen werk.
    En zal het ook nooit krijgen
    Ze zal zich steeds minderwaardiger voelen.
    Maar zelfs een lidmaatschap van De Laatste Wil is door deze regering verboden.

    Ik walg hiervan.
    Is dit het Nederland waar mijn ouders zo trots op waren?
    Welk land hebben ze opgebouwd?

    Misschien is emigreren een optie.
    Naar een land met ouderwetse sociale waardes.
    Die zijn er nog hoor … Niet bij de Europese Unie.. maar helemaal niet zo ver.

  13. Mijn complimenten voor het onderzoek. Ik had het zelf niet beter kunnen verwoorden.

    Het participatiewiel draait zowel de werkende als de niet werkende mensen een rad voor de ogen.

    Tijd voor een eerlijke en duurzame verandering!

  14. “Tijd voor een eerlijke en duurzame verandering!”

    Ook de burger krijgt last van ‘wrede hoop’ als het gaat om de gevestigde politieke partijen die deze praktijk faciliteren (VVD, CDA, D’66 en CU).
    M.n. de PvdA in het kabinet Rutte 2 is hiervoor verantwoordelijk geweest met twee bewindslieden (Asscher en Klijnsma) op Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *