Voortslepende discussie over 5G is een schijngevecht

Het naderende uitrollen van het 5G netwerk over Nederland laat zien wat er mis kan gaan met technologiebeleid. De manier waarop de overheid dit wicked problem aanpakt laat burgers, beleidsmakers en experts verwikkeld in schijngevechten en kan bijdragen aan verder wantrouwen in politiek en wetenschap.

De recente discussie over de voor- en nadelen van de nieuwste generatie van het netwerk voor mobiele telefonie en data (5G) is een herhaling van zetten die zich al twintig jaar voortsleept. Het probleem van 5G technologie en haar voorgangers is dat duizenden installaties overal in Nederland geplaatst moeten worden. Dat roept onvermijdelijk weerstand op, bijvoorbeeld omdat ongeveer een kwart van de Nederlandse bevolking zegt zich zorgen te maken over de mogelijke gezondheidsgevaren van de elektromagnetische velden (straling) waar het netwerk gebruik van maakt. Dat was tien jaar geleden ook al zo en zal, mede gevoed door de aanhoudende discussie, ook nog wel zo blijven.

Wetenschappers, politici, het bedrijfsleven en burgers nemen in dit veld posities in en strijden over de effecten van moderne technologie op gezondheid, economie en milieu. Terwijl de strijd voortduurt wordt de technologie verder uitgerold. Dit soort slepende kwesties zien we wel vaker, bijvoorbeeld ook rond geluidsoverlast van de luchtvaart. De casus 5G maakt duidelijk wat er mis kan gaan met technologiebeleid en wat alternatieven zijn.

De ‘onmisbare grondstof’ komt er ondanks onzekere gezondheidseffecten

Om weerstand van burgers en gemeenten voor te zijn, gaat het beleid uit van voorzorg: de technologie komt er wel tenzij er aanwijsbare gezondheidsrisico’s zijn. Dat is opvallend, omdat bijvoorbeeld ‘spionage via 5G’ of de ‘esthetiek’ van installaties ook belangrijk zouden kunnen zijn. Kenmerkend aan de discussie over 5G is bovendien dat er nooit een debat heeft plaatsgevonden over de wenselijkheid van die technologie.

In de plaats daarvan gaat het sinds de jaren negentig van de vorige eeuw om de afweging tussen gezondheid en innovatiebaten. En de baten geven de doorslag. Zo opent de Kamerbrief over 5G en gezondheid van staatssecretaris Keijzer en minister Bruins van afgelopen 17 april met de stelling dat de technologie noodzakelijk is, zelfs een ‘onmisbare grondstof voor de samenleving’.

Aan de andere kant gaat de Kamerbrief – net als Nieuwsuur van 24 april – uitvoerig in op de (on)zekerheden over de gezondheidseffecten van blootstelling aan elektromagnetische velden. Wetenschappelijk onderzoek en grenswaarden moeten zeker stellen dat er geen schadelijke effecten zijn. Maar wetenschap kan zelden een definitief antwoord geven, enige onzekerheid over gezondheidsrisico’s blijft bestaan en zo ook het debat. De vraag is hoeveel onzekerheid we accepteren en hoe we dat kunnen bepalen. Die vragen lossen wetenschappers meestal niet op.

Gemeenten hebben weinig in te brengen

Boeiend is dat de minister in zijn brief nu met gemeenten in gesprek zegt te gaan over gezondheid. Dit is zinnig, want de uitrol van 5G is nog veel meer lokaal dan 4G of 3G dat waren. Bovendien stappen burgers met zorgen en klachten vaak eerst naar hun gemeente. Maar gemeenten kunnen weinig met de gezondheidszorgen van hun burgers.

Nadat eerdere lokale protesten tegen zendmasten door gemeenten gesteund werden, is in 2002 een Antenneconvenant in het leven geroepen om de uitrol van de netwerken te garanderen (zoals ook in de frequentieveilingen van de providers was geëist) en kunnen antennes korter dan vijf meter zonder vergunning geplaatst worden. Gemeenten worden aangesproken, maar staan juridisch grotendeels buitenspel inzake 5G, juist om de uitrol te garanderen. Ook dit maakt dat de discussie voort blijft slepen.

Deze manier van wicked vraagstukken aanpakken is niet onschuldig

We zien hier een beleid dat gericht lijkt op het intomen van potentiële onrust in plaats van de bronnen van die zorgen te adresseren. De baten van de techniek staan voorop en het duiden van onzekerheden over gezondheidseffecten wordt aan expertcommissies en wetenschappers gelaten. Gezondheidseffecten worden niet gevonden maar wel continue in het verschiet gesteld.

Op deze manier blijven onrust en onzekerheid in de lucht hangen terwijl de technologie er, net als haar voorgangers, wel gaat komen. Deze manier van wicked vraagstukken adresseren is herhalend, niet goedkoop, en niet onschuldig. Het laat burgers, beleidsmakers en experts verwikkeld in schijngevechten en het kan bijdragen aan verder wantrouwen in politiek en wetenschap.

Voorbij de herhaling

Hoe dan wel verder te komen? Daarvoor moeten we af van de huidige dubbelzinnige framing van het probleem. Dat kan, denken we, op twee manieren. Een eerste is het pro-technologie deel van het huidige beleid versterken. Dus voorop zetten dat we de technologie willen, dat de wetenschap ondertussen voldoende zekerheid biedt dat buiten de gestelde limieten blootstelling aan de elektromagnetische velden weinig kwaad kan, en dat we eventuele onvoorziene gevolgen als maatschappij dragen. Hierbij zou kunnen horen dat we accepteren dat sommige mensen zeggen niet tegen de blootstelling te kunnen, en dat we hen hierin tegemoetkomen met erkenning en zorg.

Een tweede pad is het publiek debat over deze kwestie opengooien en samen met alle stakeholders – dus ook gemeenten en de burgers die de technologie juist graag zien komen – op zoek gaan naar nieuwe betekenissen voor een nieuwe generatie van het mobiele netwerk en het beleid dat daar bij past. Dat kan betekenen dat die technologie er niet komt of een dat andere, wellicht betere en door burgers mede bepaalde technologie vorm krijgt.

Bert de Graaff is universitair docent bij de Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Christian Bröer is universitair hoofddocent bij Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Lees hier meer over hun in 2016 afgeronde onderzoek ‘Politics and Risk Communication’.

Foto: visual077 (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 2075 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Geld, geld, geld boven veiligheid gezondheid van mens en dier. We hebben hersens gekregen maar gebruiken we die wel waarvoor ze bedoeld zijn?? Binnenkort hoeft dat ook niet meer want 5G zal alle weke delen van groot en klein, gaar gaan stoven. Er is bij spijt geen omkeer mogelijk, Te laat. Geld is de oorzaak van deze WOIII , Grenzen dicht? Dit is de nieuwe tijd zonder grenzen, 5G de vijand wordt door geldbeluste regeringen uitgenodigd. 5Genocide met instemming van onze democratisch gekozen regering. O ja er zijn talloze onderzoeken gedaan wereldwijd die de desastreuze gevolgen aangeven. Maar de telefoonmaffia is de echte baas. We zijn eerst en masse verslaafd gemaakt aan de smartphone en nu ja nu moeten we aan de 5G, ook als dat onverantwoord is? Ja natuurlijk who CARE’s

  2. In hun artikel schetsen Bert de Graaff en Christian Bröer de situatie rond de discussie over 5G. Graag zou ik enige details aan de schets willen toevoegen en hier en daar wat willen wegvlakken. Een lijn die (helaas) weg gevlakt moet worden is de opmerking dat het beleid ten aanzien van het gebruik van elektromagnetische velden (EMV) uitgaat van voorzorg. Dit beleid gaat niet uit van voorzorg, want de rijksoverheid heeft (inderdaad zonder dat hier een maatschappelijk debat over is gevoerd) het voorzorgsprincipe “niet van toepassing” verklaard door te verwijzen naar omstreden blootstellingslimieten.
    De auteurs melden dat er sprake is van schijngevechten tussen burgers, beleidsmakers en experts. Ik ben het met de auteurs eens dat er sprake is van schijngedaanten, maar de strijd tegen 5G maakt daar geen deel van uit. Deze strijd is voor honderden burgers, wetenschappers en mijzelf uitermate reëel. En voor de goede orde, de meesten van ons houden niet van strijd en voeren liever een goed gesprek. Maar de ernst van de schijngedaanten waar we mee te maken hebben nopen ons tot deze jarenlange strijd. Deze schijngedaanten zijn:
    1. Schijnwaarheid. “Gezondheidseffecten worden niet gevonden” . Dit wordt door alle officiële kanalen, zoals het Antennebureau, Kennisplatform EMV, Gezondheidsraad en RIVM, gecommuniceerd. Mensen die de waarheid een warm hart toedragen doen er goed aan zich in te lezen op bijvoorbeeld http://www.stopumts.nl, http://www.eerlijkoverstraling.nl, of voor een heldere samenvatting van de meest actuele informatie: https://www.stichtingehs.nl/publicaties/publicaties-stichting-ehs. Hoewel het voor miljoenen Nederlanders moeilijk voor te stellen is, geven deze sites een haarscherp beeld van de situatie waarin we ons nu bevinden.

    2. Schijndemocratie. Er is, zoals de auteurs terecht opmerken, geen publiek debat geweest over de wenselijkheid van het gebruik van EMV of over de grootte van de risico’s die we bereid zijn te accepteren. Noch over het gebrek aan keuzevrijheid als het gaat om de blootstelling aan EMV in het dagelijks leven. Burgers en wetenschappers die bezwaar maken tegen deze praktijken worden systematisch afgescheept met bovengenoemde schijnwaarheden.
    Tenslotte stellen de auteurs twee manieren voor om de problemen te benaderen. De eerste manier zou een pro-technologie aanpak zijn, waarbij we ervoor zouden kiezen om eventuele onvoorziene gevolgen “als maatschappij” te dragen en waarbij mensen die niet tegen de bloostelling kunnen tegemoet gekomen worden door erkenning en zorg. Mijns inziens kan dit voorstel het beste weg gevlakt worden, om twee redenen.
    Ten eerste, aangezien EMV ons leefmilieu beïnvloeden, lijkt het niet meer dan redelijk om de milieumaatregel “de vervuiler betaalt” toe te passen bij onvoorziene gevolgen en dus niet de maatschappij daarvoor op te laten draaien. Dat lijkt me tevens een probaat middel tegen het (vaak misplaatste) optimisme over de veiligheid van nieuwe technologieën. Het betalen van de vervuiler betekent overigens wel dat mensen dan zelf al gezondheidsschade hebben geleden.
    Ten tweede vermoed ik dat de auteurs niet op de hoogte zijn van het feit dat er wereldwijd geen enkele verzekeraar is die “onvoorziene gevolgen van EMV” wil verzekeren. Met andere woorden, zij schatten deze risico’s zo groot in, dat ze onverzekerbaar zijn. Om een maatschappij dan wel aan dergelijke risico’s bloot te stellen mag, mijns inziens, gerust onverantwoord genoemd worden.
    Ik ondersteun van harte het tweede voorstel van de auteurs, voor een publiek debat. Maar wel op de voorwaarde dat er korte metten gemaakt wordt met de schijnwaarheden en schijndemocratie van de rijksoverheid, waar de Nederlandse bevolking al zoveel jaren het slachtoffer van is.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *