De Kunduz-coalitie laat zien: in een representatieve democratie met een wijds partijpolitiek landschap, zoals in Nederland, past geen ideologisch eigen gelijk. De PvdA beseft dat nog te weinig, betoogt Gerard Drosterij.
Wilders heeft groot gelijk: bezuinigen tijdens een recessie is het stomste wat je kunt doen. Er bestaan weliswaar geen ‘natuurwetten’ in de economie, maar deze lijkt er verdacht veel op. Kijk maar naar de economische geschiedenis. Of lees Keynes, Galbraith of Bernanke er maar op na.
Nationalisme heeft een slechte naam gekregen. Ten onrechte. Want er is ook een niet-reactionaire, niet-regressieve vorm van nationalisme mogelijk. Dit kritisch nationalisme is een bron voor een mondiale solidariteit, schrijft Willem Schinkel in zijn nieuwe boek.
Het zalvende wederkerigheidsdenken van kabinet en de Rotterdamse wethouder Florijn lijkt vooral een schaamlap voor bezuinigingen en slaat om in vernedering. De eufemistische taal maakt het toch al bittere beleid onnodig wrang.
Vijf ‘kwartiermakers’, onder wie voormalig staatssecretaris Jetta Kleinsma, bereiden momenteel het oprichtingscongres van De Nieuwe Vakbeweging voor. Ze doen er goed aan een belangrijke les uit het verleden te trekken: succes begint bij individueel voordeel.
Het is de vraag of van de PVV een nuttige bijdrage verwacht kan worden voor het oplossen van de grote maatschappelijke problemen, stelt VVD-senator Sybe Schaap. Gezien het karakter en de werkwijze van deze populistische beweging lijkt dat heel onwaarschijnlijk.
De Nederlandse overlegconomie staat onder druk, maar niemand is er bij gebaat als zij ontmanteld zou worden: werkgevers noch werknemers, en ook de overheid niet. Het systeem biedt immers het grootste goed voor zoveel mogelijk mensen.
‘Cultuur brengt geld op’ is hét linkse argument voor de noodzaak van cultuursubsidies. In een rechts-liberale visie op cultuur gaat het echter niet primair om de centen, maar om publieksparticipatie- en steun. Voor cultuur is geen subsidie, maar een neutraal fiscaal speelveld nodig.
Het schisma tussen Brinkman en Wilders toont het democratische dilemma van het populisme. De keuze is tussen een sterke leider en ruim baan voor de vrije volkswil. Wat Brinkman persoonlijk heeft ervaren, is op grote schaal gebeurd: het vertrouwen in een politieke middenweg is verdwenen.