Waarom mogen jongeren niet over hun levenseinde beslissen?

Minister Mirjam Sterk wil niet dat jongvolwassenen met psychische problematiek en een wens om te stoppen met eten en drinken in een hospice worden opgenomen. Emeritus hoogleraar Peer van der Helm vindt dat de minister drogredenen gebruikt.

In Nederland gaat de overheid steeds meer over ons gedrag en onze leefstijl. Wanneer dat gevaar of ernstige hinder voor anderen oplevert is dat terecht, we moeten het immers met elkaar doen. Ingewikkeld wordt het wanneer gedragingen en verslavingen kosten opleveren. Oftewel, waar ligt de grens van bemoeizorg, waarom ontmoedigen of belasten we bijvoorbeeld overmatige competitie wel en werkstress niet, en waarom tolereren we dat een kleine groep zich verrijkt ten koste van vele anderen?

Wie gaat eigenlijk over het zelfgekozen levenseinde?

Misschien wel een van de meest prangende maatschappelijke vragen betreft het zelfgekozen einde, vooral als het om jonge mensen gaat. Wie gaat daar eigenlijk over? Van oudsher ging vooral de kerk over leven en dood. Leven was heilig en dood de poort naar de hemel of de hel.

Bijna alle religies keuren een zelfgekozen einde af want het leven is gegeven door God of hogere machten. Zelf voor het levenseinde kiezen is een ernstige zonde die in de hel of in ongunstige reïncarnatie eindigt. Behalve wanneer je als martelaar voor het geloof sterft. Het is dan ook niet verwonderlijk, gezien de langdurige symbiotische relatie tussen kerk en staat, dat de afkeuring van een zelfgekozen einde doorwerkt in de juridische en medische praktijk

Doorwerking

In Nederland is er door de secularisatie van de samenleving veel veranderd, maar hulp bij zelfdoding is nog altijd strafbaar. Het mag alleen onder strikte voorwaarden, uitgevoerd door een arts, vaak een psychiater of geriater.

Een besluitvorming gekenmerkt door onduidelijke criteria en een gebrek aan transparantie

De juridische ratio, artikelen 293 en 294 van het Wetboek van Strafrecht, is gericht op de bescherming van het leven, tenzij. Dat betekent dat de beslissing tot euthanasie in handen ligt van artsen die moeten oordelen over uitzichtloos en ondragelijk lijden. Een besluitvorming gekenmerkt door onduidelijke criteria en een gebrek aan transparantie. Daardoor is er, vooral als het gaat om euthanasie van (minderjarige) jongeren een felle discussie in psychiatersland opgekomen.

Die onzekerheid over de uitkomst van een euthanasieverzoek leidt ertoe dat steeds meer mensen, vooral ouderen, ervoor kiezen om bewust te stoppen met eten en drinken (BSTED) of het innemen van (slaap)pillen (SLM), vooral jongere mensen. Een recent onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam geeft aan dat tussen 2019 en 2023 ongeveer 5.800 mensen bewust stopten met eten en drinken (BSTED) en 2.000 mensen zelfstandig dodelijke medicijnen of (slaap)middelen (SLM) innamen. Samen is dat bijna 5 procent van alle sterfgevallen.

Oud en jong

Wanneer het gaat om zelfdoding bij ouderen is er veel discussie als het gaat om innemen van middelen, bijvoorbeeld middel X, maar wanneer ouderen stoppen met eten en drinken gaat dat meestal geruisloos, behalve wanneer de familie het niet met elkaar eens is. Artsen helpen vaak met palliatieve sedatie, meestal in een hospice om waardig sterven mogelijk te maken.

Als het gaat om jongeren is alles ineens anders

De artsenfederatie KNMG heeft hiervoor een goede richtlijn geschreven. Het geeft aan dat iedereen die wilsbekwaam is er zelf voor mag kiezen zonder tussenkomst van een arts en hulp bij BSTED niet strafbaar is.

Als het gaat om jongeren is alles ineens anders. Ondanks de richtlijn van de KNMG heeft minister Mirjam Sterk van Langdurige zorg, jeugd en sport recentelijk geschreven dat hospices jongeren niet meer mogen helpen met versterven en beter voor jongeren moeten zorgen.  Voor de minister, opgegroeid in een predikantsgezin en opgeleid tot theologe, vormt haar christelijke achtergrond een belangrijke inspiratie voor beleid. In dit geval in weerwil van de KNMG- richtlijn.  Op mijn open brief aan haar heb ik geen antwoord gekregen.

Appel

Naast het religieuze, juridische en medische kader is er ook de Zorgethiek. Vanuit die ethiek (Ethics of Care) is de zorg voor afhankelijke en kwetsbare jongeren in hun context (langdurig ernstig lijden) uitermate belangrijk en heeft de minister een extra verantwoordelijkheid om geen onrecht te doen.

Sterk is niet alleen minister voor de 42 procent Nederlanders die nog gelooft

Ook tegen die achtergrond bezien is er de vraag of Sterk niet ver buiten haar boekje gaat door haar particuliere kader dwingend op te leggen aan mensen met een andere levensopvatting. Sterk is niet alleen minister voor de 42 procent Nederlanders die nog gelooft. Ze zou dat ook moeten zijn voor de 58 procent die er allicht anders over denkt.

Een hospice mag ouderen wel hulp bij zelfdoding bieden, maar jongeren niet. In haar reactie op een interview met de kinder- en jeugdpsychiater Roman Pechaczek in de Volkskrant zaterdag 16 augustus suggereert de minister dat er een toetsing door een arts zou plaatsvinden (niet waar) en hospices geen relevante expertise zouden hebben (niet waar). De jongeren zouden volgens de minister beter naar huis kunnen gaan.

Stuk voor stuk drogredenen.

Ik doe hierbij een dringend appel aan de minister om, onbevooroordeeld, te gaan luisteren naar de verhalen van jongeren die ‘op’ zijn. Die jongeren, maar ook degenen die naast hen staan of achterblijven, zijn gebaat bij compassie en zorgzaamheid. Niet bij dogma’s, van welke aard dan ook.

Peer van der Helm is emeritus bijzonder hoogleraar Onderwijs en Zorg aan de Universiteit van Amsterdam

 

Foto: Valentin Angel Fernandez via Pexels.com

Reacties 3

  1. Beste Peer,

    ​Dank voor het doorbreken van een van de meest pijnlijke en angstvallig gemeden taboes in het huidige zorg- en beleidsdebat. Je legt met grote morele en ethische zuiverheid de vinger op de zere plek: een overheid die vanuit religieuze of politieke kramp morele oordelen oplegt aan jongeren die existentieel en psychisch volledig aan het einde van hun krachten zijn.

    ​Vanuit mijn eigen achtergrond—als ervaringsdeskundige die de gesloten jeugdzorg van binnenuit heeft overleefd, als sociotherapeut op beveiligde forensische afdelingen én als adviseur op het snijvlak van zorg en beleid—wil ik jouw betoog verdiepen met de harde realiteit van de leefwereld:

    ​1. De voorgeschiedenis van het ‘op’ zijn
    ​Jongeren worden niet van de ene op de andere dag wakker met de wens om te stoppen met eten en drinken. Dit is vrijwel altijd het tragische eindstation van een jarenlange uitputtingsslag binnen een falend systeem.

    ​De institutionele draaideur: Jaren van uithuisplaatsingen, wisselende hulpverleners, pillenregimes, gesloten deuren en contraproductieve protocollen die de autonomie stukje bij beetje hebben afgebroken.

    ​Relationele verwaarlozing: In een stelsel dat stuurt op dossiers en risicomijdend gedrag, ervaren deze jongeren zelden echte, onvoorwaardelijke menselijke aanwezigheid. Ze voelen zich een dossier, een kostenpost en een ‘onbehandelbaar risico’.
    ​Wanneer een jongere na zo’n traject aangeeft dat het op is, is dat geen plotselinge opwelling. Het is het ultieme signaal van een mens wiens veerkracht door chronische systeemoverbelasting volledig is uitgehold.

    ​2. De achterdeur dichttimmeren lost de brand in het huis niet op
    ​Het standpunt van minister Sterk om hospices te verbieden deze jongeren op te vangen, is het schoolvoorbeeld van bestuurlijke schijnveiligheid en morele struisvogelpolitiek.

    ​Het verplaatsen van lijden: Door de gecontroleerde, humane en zorgzame omgeving van een hospice te blokkeren, ontneem je de doodswens niet. Je dwingt deze kwetsbare groep uitsluitend terug naar eenzame zolderkamers of naar acute, traumatiserende en gewelddadige vormen van zelfdoding (zoals het spoor of sprongen van hoogte).

    ​De illusie van ’terug naar huis’: De suggestie dat deze jongeren “beter naar huis kunnen gaan” toont een stuitend gebrek aan inzicht in de realiteit. Velen van hen hébben geen veilig thuis meer, of hun thuissituatie is dusdanig ontwricht dat daar geen sprake kan zijn van verantwoorde zorg of rust.

    ​Een verbod redt geen levens; het ontneemt louter de laatste restjes menselijke waardigheid aan een stervensproces.

    ​3. Zorgethiek: Durven verdragen wat ondraaglijk voelt
    ​Echte zorg en nabijheid tonen zich niet op de momenten dat alles volgens het boekje verloopt, maar op het scherpst van de snede.

    ​Luisteren zonder protocol: Veel suïcidale en uitgeputte jongeren ervaren dat hulpverleners en bestuurders in paniek raken zodra de dood ter sprake komt. Er wordt direct gegrepen naar dwang, fixatie of acute opname, waardoor de jongere zich definitief niet gehoord voelt en zich emotioneel afsluit.

    ​Co-regulatie en presentie: Pas wanneer een professional of naaste de moed heeft om de rauwe wanhoop écht aan te horen—zonder meteen te willen ‘repareren’, te veroordelen of met richtlijnen te zwaaien—ontstaat er soms weer een millimeter ademruimte.

    ​Als we als samenleving pretenderen om kwetsbare mensen te geven, moeten we ook de volwassenheid opbrengen om naast iemand te blijven staan wanneer genezing buiten bereik is geraakt.

    ​4. Naar een barmhartige en nuchtere praktijk
    ​Wat deze jongeren, hun families en de betrokken zorgprofessionals nodig hebben, is geen dogma vanuit een ivoren toren, maar noodzakelijke nuchterheid en compassie.

    ​Erkenning van het lijden: Neem de existentiële pijn van psychisch lijdende jongeren net zo serieus als die van somatisch ongeneeslijk zieke patiënten.

    ​Ruimte voor palliatieve expertise: Laat hospices en gespecialiseerde teams hun werk doen binnen de zorgvuldige kaders van de KNMG, zonder dreiging van politieke sancties.

    ​Radicale investering in de voorkant: Gebruik de verontwaardiging over dit thema om het jeugdzorg- en ggz-stelsel zó in te richten dat we jongeren veel eerder opvangen met relationele veiligheid, zodat ze niet in deze uitzichtloze fuik terechtkomen.

    ​Beste Peer,

    Jouw oproep aan de minister om onbevooroordeeld te luisteren naar hen die ‘op’ zijn, is het enige moreel zuivere vertrekpunt. Een beschaving meet zich niet aan de mate waarin zij het sterven kan verbieden, maar aan de barmhartigheid waarmee zij haar meest kwetsbare burgers omringt—zowel in het leven als bij het afscheid.

  2. Ik kan alleen maar vanuit mijzelf spreken en mijn ervaring. Zelf heb ik suïcidale gedachten gehad op 17jarige leeftijd en wou ik echt dood. Ik had dwingende controle – verborgen en subtiel – in familie die ik nog niet naar boven kon halen vanwege fawning en een onderdrukt complexe ptss. Slechte jeugdzorg gekregen, alleen creatieve of op jonge leeftijd sociale vaardigheden (gericht op mijzelf, projectie dat er wat met mij mis is) Daarna alleen antidepressiva gekregen en amper gesprekken in ‘wat heb je meegemaakt en gevoelens, situaties, meer gericht op “hier & nu”

    Ik ben heel blij dat ik geen suïcide heb gepleegd aangezien ik ‘cognitief’ rondom mijn 25ste meer dingen ging inzien en pakken wat er allemaal is gebeurd waar ik op mijn 17de nog niet genoeg ontwikkeld voor was. Ook meer cognitief opgepakt dat ik omgeving en gevoelens oppik en intens op me inneem waardoor ik vaker somberheid heb en ben dat gaan zien als een gave en waar ik iets mee kan doen in mijn creaties. Op je 17de ben je nog niet cognitief uitontwikkeld.

    Ik vond school altijd moeilijk want ik kon niet meekomen en ik ben op jonge leeftijd al gezet aan een IQ test wat mijn verdere leven heeft geschaad, wat ook meegenomen is zelfs nog tot 27ste, ook al had ik op mijn 17de al een hoger niveau en was er ook opnieuw later Havo 1 uitgekomen. Ik kan goed leren maar de opstart is bij mij langzamer waardoor dat in een test – samen met spanning en trauma – onvoldoende eruit kwam en mijn prestaties juist verlaagde. Ik vond het ook altijd moeilijk dat je niets op school kon doen met je talenten en eigenlijk maar vier kanten op kon waar ik geen uitdaging in kon vinden of waar mijn passie ligt.

    Dit alles wist ik ook pas later en kon ik ook pas later voelen.

  3. Excuses – rondom je 25ste is een mijlpaal qua cognitief functioneren. Niet “uitontwikkeld”

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *