#22: Anders werken vraagt om anders aanbesteden

Serie

Nabij is beter. Decentraal denken en doen

In samenwerking met KING (Kwaliteits Instituut Nederlandse Gemeenten) en de VNG halen Pieter Hilhorst en Jos van der Lans verhalen en ervaringen op over de vraag of de decentralisaties op de werkvloeren van de samenleving daadwerkelijk de vernieuwing op gang brengen die ze hebben beloofd. Elke twee weken rapporteren zij daarover op socialevraagstukken.nl en nodigen zij mensen uit om mee te denken.
Anders werken in het sociaal domein begint bij het anders inkopen. Maar hoe doe je dat? De gemeente Alphen aan den Rijn vond een manier die samenwerking afdwong en ruimte maakte voor versterking van de leefwereld.

Aanbestedingsprocedures veranderen is niet het eerste waar je aan denkt als je het hebt over de beloften van de decentralisaties. Toch ligt daar een belangrijke sleutel tot verandering. Anders werken in het sociaal domein begint bij anders inkopen in het sociale domein. Als je de systeemwereld wil terugdringen ten gunste van de leefwereld dan moet je het systeem in het hart veranderen: bij de verdeling van het geld. Dat was de opvatting van de gemeente Alphen aan den Rijn. De gemeente heeft daarom alles op het gebied van participatie bij elkaar geveegd. Het gaat daarbij om dagbesteding, maar ook om vervoer naar de dagbesteding, om persoonlijke begeleiding en noem maar op. In totaal een bedrag van 7 miljoen euro per jaar.

Geen van de bestaande aanbieders was in staat om het hele pakket te leveren. En dus moesten het welzijnswerk en de aanbieders voor begeleiding van bijvoorbeeld dementerende ouderen of mensen met een ggz-problematiek samenwerken. Op die manier vormden acht instellingen een consortium dat de aanbesteding heeft gewonnen: Tom in de buurt. Tom staat voor Talent, Ondersteuning en Meedoen. Om tot zo’n consortium te komen moesten de instellingen voor de inschrijving al nadenken over hoe ze zouden gaan samenwerken. Dat was pittig, maar ook noodzaak. Wie niet meedeed dreigde helemaal buiten de boot te vallen.

Hoe kunnen bewoners elkaar helpen?

Het contract ging in op 1 januari 2015 en inmiddels zie je allerlei veranderingen in de geleverde zorg. Zo hoeven bewoners niet meer zes tot acht weken te wachten op een indicatie voor dagbesteding. Een medewerker van Tom in de buurt helpt een bewoner om te zien wat nodig is en kan zelf een passend aanbod doen. In het oude systeem bestond een prikkel voor instellingen om meer productie te draaien door persoonlijke begeleiding te bieden in plaats van mensen te laten deelnemen in een groepsactiviteit. Nu wordt veel meer gekeken op welke manier bewoners elkaar kunnen helpen. Van iedereen wordt niet alleen gevraagd wat hij nodig heeft, maar ook wat hij kan bijdragen.

Joost Hartog, de projectleider van Tom in de buurt, bekent dat dit voor sommige mensen wel even wennen was. 'Wie eens per week drie uur persoonlijke begeleiding krijgt, raakt daar aan gehecht. Toch scoren we nu heel hoog bij klanttevredenheid. Door met een groep bij elkaar te komen, kunnen mensen ook iets voor elkaar betekenen, dat wordt gewaardeerd. Mensen zijn minder afhankelijk van een persoonlijke begeleider. En als het echt nodig is krijgen ze wel gewoon een persoonlijke begeleider.'

Een andere verandering is dat er minder gespecialiseerde dagbesteding nodig is als je mensen uit verschillende groepen samenbrengt. Vroeger werden mensen van de ene dorpskern met busjes naar een andere kern gebracht voor drie ochtenden dagbesteding. Nu zijn er gezamenlijke activiteiten voor mensen die vroeger verschillende indicaties kregen. Deze gezamenlijke activiteiten in de buurt zijn niet voor iedereen geschikt. Soms is er een tillift nodig en die is niet voor overal aanwezig, of er is gespecialiseerde begeleiding nodig. Maar er is zonder meer een verschuiving gaande naar gemengde activiteiten. Omdat die gemengde activiteiten vaker dichterbij huis zijn, hebben bewoners ook minder vaak vervoer nodig. Het vervoer naar de dagbesteding is ook onderdeel van het takenpakket van Tom in de buurt, en dus is er ook een prikkel om te kijken of ondersteuning op maat in de buurt kan worden gerealiseerd. Er wordt ook vaker gekeken of mensen kunnen leren op eigen kracht te komen of via hun eigen netwerk vervoer kunnen regelen. Doordat de activiteiten in de buurt plaatsvinden kunnen mensen er ook makkelijker meerdere keren  per week terecht dan bij de geïndiceerde dagbesteding van vroeger.

Van indicaties naar kijken wat nodig is

De aanbesteding heeft ook het aangezicht van de aangesloten instellingen veranderd. Instellingen die zich eerst richtten op een specifieke groep (bijvoorbeeld mensen met niet aangeboren hersenletsel) hebben de deuren ook open gezet voor andere bewoners. Zo wordt de keuken gebruikt om samen te koken. Tom in de buurt is ook verantwoordelijk voor het organiseren van mogelijkheden voor het leveren van een tegenprestatie voor de bijstand. Dat kan op twee manieren. Veel bewoners zijn actief als vrijwilliger voor projecten van Tom in de buurt. Er is altijd wat te doen en nu wordt mensen niet alleen gevraagd wat ze nodig hebben, maar ook wat ze kunnen komen brengen. Die activiteiten kunnen ook gelden als tegenprestatie. Het kan ook zijn dat iemand door de gemeente wordt aangemeld omdat hij een tegenprestatie moet leveren. Ook dan is het de visie van Tom om iets te vinden dat mensen graag doen en waar perspectief in zit. Het is nog te vroeg om te bepalen of dat lukt, omdat het proces voor de tegenprestatie pas net is gestart, zijn er nog weinig mensen door de gemeente aangemeld.

De bovenstaande veranderingen zijn niet uniek voor Alphen aan den Rijn. Het zijn bewegingen waar je in het hele land over hoort praten. Van een systeem van indicaties naar kijken wat nodig is, van individuele begeleiding naar een groepsaanpak, van gespecialiseerde dagbesteding voor speciale doelgroepen naar gemengde activiteiten, van gespecialiseerde instellingen naar instellingen die de deur open zetten voor de buurt, van compenseren van tekorten naar nadruk op wederkerigheid. Marjolein Buis die medeverantwoordelijk is voor de aanbesteding in Alphen aan den Rijn, gelooft dat die omslag pas komt als het geld anders wordt verdeeld. Als er geen concurrentie meer is tussen instellingen en er geen premie meer staat op het bieden van meer zorg.

Het is een algemene trend bij aanbestedingen. In het fysieke domein wordt ook steeds vaker globaal aanbesteed. Dus niet een uitgebreid bestek waarin precies staat wat er moet worden gebouwd, maar eisen over de functies waarin moet worden voorzien. Maak een verbinding tussen A en B met afslagen naar de stad. Deze globale aanbestedingen bieden ruimte voor creativiteit. Zo heeft een consortium gewonnen dat een tunnel had ontworpen met twee verdiepingen, de bovenste weg voor mensen die in Maastricht moeten zijn, de onderste voor mensen die verder moeten zijn. Voor het sociale domein geldt hetzelfde. Door ondersteuning te moeten bieden aan alle inwoners van Alphen loont het om te investeren in slimme oplossingen. Al jaren lang willen we een omslag tot stand brengen van zorg naar welzijn, van ondersteuning door professionals naar bewoners die meer met elkaar doen. Voor het versterken van de gemeenschap, noem het opbouwwerk, was altijd weinig geld beschikbaar. Door de andere aanbesteding loont het om initiatieven van bewoners te omarmen.

Oplossingen dicht bij huis

Buis erkent wel dat elk systeem mogelijk perverse effecten heeft. Waar vroeger een prikkel bestond om de zorgproductie op te voeren is er nu een prikkel om zo min mogelijk te doen. Het geld is immers al binnen. Hoe meer gedaan kan worden door bewoners en vrijwilligers, hoe voordeliger voor Tom in de buurt. Maar na jaren van toenemende specialisatie en zorgconsumptie is het alleen maar verfrissend dat er wordt gezocht naar oplossingen dicht bij huis. En als het er inderdaad toe leidt dat er meer ruimte komt voor initiatieven van onderop en voor het versterken van de gemeenschap, dan leidt een systeemoplossing tot een versterking van de leefwereld.

Pieter Hilhorst is politicoloog en publicist, tot maart 2014 was hij wethouder in Amsterdam; Jos van der Lans is cultuurpsycholoog en publicist. Half januari verscheen Nabij is beter II. Over het inlossen van de beloften van de decentralisaties, te downloaden of te bestellen op: www.kinggemeenten.nl.

Foto: Thomas Hawk (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (2)

  1. “Maar na jaren van toenemende specialisatie en zorgconsumptie is het alleen maar verfrissend dat er wordt gezocht naar oplossingen dicht bij huis. En als het er inderdaad toe leidt dat er meer ruimte komt voor initiatieven van onderop en voor het versterken van de gemeenschap, dan leidt een systeemoplossing tot een versterking van de leefwereld.”

    Een onwaarheid in de eerste zin. En een tweede zin die niemand begrijpt. Normaal laat ik de stukken van Hilhorst en Lans links liggen. Maar nu ze zich begeven op mijn terrein (aanbesteden in het sociaal domein) kan ik niet anders dan reageren.

    Ten eerste: toenemende specialisatie is helemaal niet verkeerd. Toenemende specialisatie betekent dat we steeds betere vakmensen krijgen. Laten de auteurs zich ook door een “generalistische chirurg” opereren aan hun hart? Of wensen zij toch liever een (ervaren) cardioloog? Te laatdunkend doen over specialisatie in het sociaal domein, iets wat ik om mij heen zie, is niet goed. In de praktijk weten wijkteams die wél beslissen over de inhoud van zorg nog veel te weinig meer daarover. Hoe dan de link te maken tussen behoefte en oplossing? Op basis van een keukentafelgesprek en een workshop gesprekstechnieken?

    Ten tweede is helemaal geen sprake van toenemende zorgconsumptie. In 2013 scheef ik al een stuk over de “claimcultuur” (overigens, een term die van der Lans wel vaker bezigde) en dat die helemaal niet bestaat. Meer dan 60% van de Amsterdammers die daar recht op hebben gebruiken bijvoorbeeld helemaal geen bijzondere bijstand. Mensen deden en doen al heel veel zelf. Om verdere bezuinigingen te maskeren is ons alleen aangepraat dat de zorg duurder is geworden door meer consumptie. Dat is nooit aangetoond.

    Als dit dus de twee argumenten zijn om te concluderen dat “het wel verfrissend” is wat er in Alphen aan den Rijn gebeurt, dan is dat dus een drogredenering van jewelste! En één die weer voor zoete koek wordt geslikt door beleidsmatig en besturend Nederland. Vooral ook dat blijkbaar “het wel verfrissend” zijn van de aanbesteding van Alphen vóór gaat op keuzevrijheid van mensen en ondernemerschap van anderen dan die een mooie offerte kunnen schrijven, vind ik ronduit bizar. De mensen waar het om gaat worden in deze oplossing juist in een nieuw hiërarchisch systeem geduwd door de gemeente. TOM bepaalt wel wat er moet gebeuren.

    Als gemeenten werkelijk van onderop (wat dat ook mag zijn) ruimte willen maken, dan moeten zij het systeem (wat dat ook mag zijn) organiseren rondom de mensen. En niet een nieuw “verfrissend” instituut neerzetten omdat dit zo makkelijk is te managen en de ambtenaar om 17.00h naar huis kan. De veranderende diversiteit van de gemeenschap en haar mensen vraagt om een flexibele diversiteit aan oplossingen én aanbieders; daar slaat Alphen de plank volledig mis. En ook Hilhorst en van der Lans laten zich hier verblinden door “verfrissende” nieuwigheid. Nieuwigheid is een middel en geen doel.

  2. Papier is zo geduldig. Wat ik allereerst zie is dat alle beleidstaal is veranderd, maar ondertussen verandert de werkelijkheid zelf veel moeizamer. Ik lees in het artikel van Hilhorst en Van der Lans vooral hele gebekte taal. Ik loop eerder warm voor zorgvuldig kijken en niet te snel concluderen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *