Bij ongewijzigd denken voelen jongeren zich nooit goed genoeg

De geestelijke gezondheid van jongeren kachelt achteruit. Nog meer pillen en therapieën bieden geen remedie, zeggen lectoren Peer van der Helm en Dorien Graas. Anders maatschappelijk denken helpt wel.

Ruim een jaar geleden schreven we hier over de achteruitgang van de geestelijke gezondheid bij jongeren en jongvolwassenen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zegt weliswaar dat het inmiddels beter gaat, maar dat blijkt niet uit de cijfers. Meer dan een derde van de jongeren en jongvolwassenen voelt zich, blijkens de cijfers van hetzelfde RIVM, nog steeds angstig en meer dan de helft eenzaam. Het gaat echter niet om álle jongeren, maar volgens recent onderzoek om de 20 procent die extra kwetsbaar is.

Kwetsbaar

Kwetsbare jongeren waren er altijd al, door armoede, verwaarlozing, misbruik, mishandeling en microtrauma en overgang naar volwassenheid. De factoren die erbij gekomen zijn: een complexer wordende samenleving, competitie (onderwijs) en sociale vergelijking (sociale media). Daar hebben kwetsbare jongeren extra last van, want ze zijn gevoelig voor gedachten van ‘niet goed genoeg.’

Als je spreekt over de geestelijke gezondheid van jongeren moet je eerst zorgen voor een sterke pedagogische basis van een samenleving. Dan heb je het aldus Nora Bateson, auteur, filmmaker en directeur van het International Bateson Institute in Zweden, over zingeving (agency), participatie in de samenleving, sociale cohesie, (on)gelijkheid en over de relatie tussen burgers en overheid. De kracht van dat fundament wordt bepaald door de wijze waarop mensen de samenleving percipiëren en inrichten

Het kabinet-Schoof zal de angst van jongeren vermoedelijk niet wegnemen

Gezien de ontwikkelingen op het gebied van huisvesting, klimaat, milieu, onderwijs en de reële koopkracht lijken vooral jongeren alle reden te hebben om de toekomst met angst en beven tegemoet te zien. Het kabinet-Schoof zal de angst van jongeren vermoedelijk niet wegnemen. Ze zijn om maar eens wat te noemen absoluut niet gebaat bij een hogere btw op boeken en cultuur noch bij bezuinigingen op onderwijs. Het maakt hen alleen maar kwetsbaarder.

Disbalans

Dat eenzaamheid en kwetsbaarheid steeds vaker voorkomen in westerse samenlevingen, met name bij jongeren en jongvolwassenen, is volgens de Britse econoom en activist Noreena Herz te wijten aan het neoliberalisme. Hertz definieert eenzaamheid als een interne én een existentiële situatie, gekenmerkt door verminderd sociaal contact, te hoge prestatiedruk, gebrek aan zingeving.

De neoliberale samenleving met haar focus op competitie en consumptie maakt jongeren angstig en onzeker. Ze krijgen vaak het gevoel dat ze niet goed genoeg zijn. En dat leidt tot een disbalans tussen activatie (hersenhormoon glutamaat) en rust (hersenhormoon gaba) in de hersenen. Ook kan het leiden tot een gebrek aan agency bij jongeren, ofwel een (groeiende) onvermogen om hun eigen wereld en leven vorm te geven.

Ook de zorg is in de ban van het neoliberalisme geraakt

Wanneer jongeren vastlopen, kunnen ze een beroep doen op zorg, maar dat is wel georganiseerd volgens het medisch model: een gebroken been geneest met de juiste diagnose en zes weken gips. Ook de zorg voor de mentale gezondheid is in de ban van het neoliberalisme geraakt en gemedicaliseerd. Oftewel, succesvolle zorg wordt geformuleerd als de afname van bepaalde, volgens de DSM gedefinieerde mentale stoornissen, ongeacht waar die vandaan komen, en individueel gericht. In de analogie van het gebroken been moet die na een vooraf bepaalde vaststaande behandeling opgelost zijn. En worden jongeren op gegeven moment uitbehandeld verklaard en weggezonden. Daardoor stijgen de kosten in de (jeugd)zorg want niet effectieve behandelingen duren langer en veroorzaken wachttijden die de problemen verergeren.

Ten einde raad

De Rotterdamse hoogleraar Justitiële Jeugdinterventies Jolande Uit Beijerse schrijft over hoe contraproductief een dergelijke hulp kan uitpakken. Doordat hulpverleners in termen van stoornissen (medisch geduid) denken en daardoor vaak niet naar jongeren luisteren, en kinderrechten niet serieus nemen, dragen zij eraan bij dat jongeren elk vertrouwen in de hulpverlening en de samenleving verliezen. Ook leidt dit ertoe dat jongeren depressief worden en soms niet verder willen leven.

Als de zelfregulatie hapert, is negatieve emotionaliteit het gevolg

Er is een groeiend inzicht dat het voorste gedeelte van de hersenen schade oploopt als mensen voortdurend het gevoel hebben dat ze falen, niet goed genoeg zijn en afgewezen worden. We hebben het dan over dat deel van de hersenen dat de emotionele en cognitieve zelfregulatie verzorgt.

De symptomen daarvan zijn: een laag zelfbeeld, angst, depressie, maar ook boosheid, wantrouwen, agressie en geweld. Het zijn evenzoveel vingerwijzingen naar psychische problemen, verward gedrag, ADHD, eetproblemen, zedendelicten en radicalisering. Jongeren worden minder gevoelig voor straf en gevoeliger voor beïnvloeding en onmiddellijke beloning zoals middelengebruik of gokken en crimineel gedrag, wat hun situatie er in het algemeen niet veel beter op maakt.

De valse neoliberale belofte is dat materiële welvaart voor iedereen bereikbaar is, als je je maar voldoende inspant. Die gedachtegang zie je ook terug in het onderwijs, met zijn nadruk op opbrengstgericht werken en verwaarlozing van creatieve ontwikkeling. Koppel daaraan het ideaalbeeld van het perfecte lichaam en het streven naar geld en status, dan begrijp je waarom meer dan een derde van jongeren en jongvolwassenen zich niet goed genoeg voelt en eenzaam is.

Anders denken

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat jongeren niet ongezond angstig zijn, en zich wel goed genoeg voelen? Het antwoord is kort, maar de uitwerking ervan kost tijd. Het vereist een verandering in denken van medisch georiënteerd denken naar pedagogisch- en zorg-ethisch denken, waar de ‘agency’ van jongeren centraal staat en niet hun genezing van symptomen.

De Britse filosoof Julian Baggini doet in zijn boek Leer denken als een filosoof een aantal aanbevelingen om onze mentale weerbaarheid te versterken: ‘Wees aandachtig en oprecht, wees nieuwsgierig, stel vragen, houd je aan de feiten, denk zelfstandig en trek geen overhaaste conclusies.’

Deze aanbevelingen zou iedereen ter harte moeten nemen. Vooral in zorg en onderwijs moet voortaan gelden: minder haast en meer aandacht voor sport, kunst en cultuur en creativiteit. De pedagoog Gert Biesta wijst erop dat de cognitieve, sociaal- emotionele en persoonlijke ontwikkeling van jongeren erbij gebaat is. De geestelijke gezondheid van jongeren zal niet verbeteren met nog meer inzet van geld en regels in gesloten jeugdzorg of ggz, wel in een inclusieve samenleving waar de stem van jongeren gehoord wordt.

Peer van der Helm is lector Residentiële Jeugdzorg van Hogeschool Leiden en bijzonder hoogleraar Onderwijs en Zorg aan de Universiteit van Amsterdam. Dorien Graas is lector jeugd aan de Hogeschool Windesheim

 

Foto: Incase (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 2393 keer bekeken.

Reacties 2

  1. In “speelruimte voor identiteit” betoogden Sieckelinck en Kaulingfreks iets soortgelijks. Zij betoogden dat jongerenwerkers uiteindelijk kunnen toewerken, via verbindingskracht, naar invloed. Ik heb daarvan weinig kunnen ontwaren, bij hen en ook in het bovenstaande.
    De slotzin van deze auteurs ( in een inclusieve samenleving kunnen jongeren worden gehoord) is te vrijblijvend, hoe positief en goedbedoeld ook.
    De focus van hulpverleners is te eenzijdig gericht op de effecten van interventies op de doelgroep en te weinig op de structuren die die effecten permanent maken, zelfs laten toenemen. Terwijl hun beroepscode ook rept over beinvloeding van de veroorzakende factoren (macht, politiek). Zonder politisering blijft hulpverlenen sisyfusarbeid. Helpt een beetje en wel goed voor de eigen werkgelegenheid.
    Die slotzin zou een begin moeten zijn.

  2. Ik vind de ongenuanceerde toon waarmee de GGZ-jeugd wordt neergesabeld kwetsend en onterecht. Het is zeker zo dat we lang niet alles goed doen, maar dit verdienen al die werkers niet. De artikelen van Van der Helm en consorten krijgen ruim baan op Sociale Vraagstukken.nl. Ik mis een meer kritische en zorgvuldige toonzetting. Bert Vendrik, Kinder- en Jeugdpsycholoog te Beek

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *