COLUMN Kinderen aan het lezen krijgen? Begin met hun eigen verhalen

Boekenboost, Zomerlezen, Boekenweek voor kinderen, voor jongeren, voor iedereen, Gouden griffel en penseel, Nederland leest – een greep uit de keur van leescampagnes die bedoeld zijn om ‘het leesplezier te stimuleren’.  Maar daar ligt juist het probleem: heel veel mensen en mensenkinderen hebben helemaal geen plezier in lezen. Waar te beginnen en hoe anderen te bereiken dan de mensen die toch al van boeken houden? Over dat laatste probleem schrijft Aleid Truijens in haar bespreking van How to Raise a Reader? (Nederlandse Boekengids (Juli 2020: 21). Truijens vindt het een sympathiek boek, vol goedbedoelde tips, maar buiten de kring van boekenliefhebbers verwacht ze er niet veel van.

Misschien moet je aan de andere kant beginnen: niet bij de mooie boeken, maar bij de verbeelding van de kinderen. Laat hen met eigen verhalen aan de slag gaan. Laat hen zien hoe eigen verhalen ook eigen fantasie, eigen angsten en dromen, eigen zieleroerselen kunnen bevatten, en maak van daaruit de stap naar de geschreven verbeelding van anderen.

Jongeren maken met groot gemak gebruik van sociale media om zich tot de werkelijkheid te verhouden, met foto’s en films. Maar de relatie tussen hun leven en de schriftelijke cultuur ligt veel lastiger, en dat geldt bij uitstek voor vmbo-leerlingen. Die krijgen hun hele schoolloopbaan te horen dat taal en letteren iets voor anderen is.

Verhalenwedstrijd

Passionate Bulkboek gaat daarin niet mee en organiseert vanaf 2021 een verhalenwedstrijd voor leerlingen op het vmbo. De wedstrijd heet Er was eens... en is bedoeld om leerlingen op het vmbo plezier te laten krijgen in taal en letteren, en op die manier een verbinding te leggen tussen hun eigen leven én lezen en schrijven. Vanaf 2016 doen ook mbo-leerlingen mee.

De wedstrijd begon in Rotterdam met 500 leerlingen en inmiddels doen er 6000 leerlingen vanuit het hele land aan mee. De groei gaat min of meer vanzelf, want scholen die hebben meegedaan zijn zo enthousiast dat ze zich opnieuw inschrijven. In hun brief aan de Tweede Kamer, over de Stand van zaken Leesoffensief, noemen ministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob de schrijfwedstrijd voor vmbo’ers als een van de initiatieven om ‘meer leesplezier te stimuleren’ (13 oktober 2020).

Duwtje nodig

Zowel docenten als leerlingen hebben een duwtje nodig om mee te gaan doen. Wilma van Raamsdonk, de initiatiefneemster, gebruikt verleiding als strategie om ze zover te krijgen. De docenten zijn zwaar belast en de verhalenwedstrijd mag hen niet veel extra tijd kosten. Daarom zijn een reeks kerndoelen in de opzet verpakt, zoals discussiëren, plannen en samenwerken. Op die manier zag ze kans om Er was eens... in het reguliere onderwijsprogramma onder te brengen. Bij de leerlingen moet een ander probleem worden overwonnen. Zij moeten ervan worden overtuigd dat ook zij, samen met hun klasgenoten, een verhaal kunnen verzinnen, en dat die ervaring de moeite waard is .

Eerst kiezen ze in onderling overleg een boek, dat ze allemaal gaan lezen. Het idee is dat het boek in de klas onderwerp van gesprek wordt, vergelijkbaar met een Netflix-serie –  ‘Ben jij al bij die valse beschuldiging?’ Daarna krijgen ze bij Nederlands zeven lessen om aan het verhaal te werken. Gastschrijvers geven de eerste les, met allerlei oefeningen om de leerlingen enthousiast te maken. Hun eigen docent Nederlands helpt ze daarna in zes lessen verder.

Pitchen

De verhalen worden door een externe jury beoordeeld en de drie genomineerde klassen krijgen de gelegenheid om hun verhaal te pitchen, op een professioneel gemaakte video die later op YouTube is te bekijken. Van de prijsuitreiking wordt een feest gemaakt. Vrienden en familie zijn welkom, er zijn dansuitvoeringen en speeches, en elk van de leerlingen uit de winnende klas krijgt een tas met tien leesboeken naar keuze en een boekenkast voor thuis. Alle geschreven verhalen komen in een flinke bundel terecht: de vmbo-editie van Er was eens … 2020 heeft 294 pagina’s met 59 verhalen; de mbo-editie is 213 pagina’s dik met 40 verhalen.

De verhalen van de kinderen liggen in het verlengde van hun leven. Ze schrijven over gebeurtenissen in hun eigen leven, over angsten en dromen, en ze gebruiken het schrijven van een verhaal om over zulke kwesties na te denken. Ze laten zich inspireren door filmseries, Harry Potter, sociale media, door elkaar. Ze hebben het over zelfmoord ‘omdat het vaak voorkomt’. Ze schrijven over de verliefdheid van een hedendaagse Romeo en Julia, en hun eigen ervaringen laten zich raden. Ze schrijven over de aanslag in een tram in Utrecht, en vragen zich daarbij af: ‘Hoe zou ik reageren op zo’n situatie, wat zou ik doen?’

Aan de slag met verbeeldingskracht

Veel jonge mensen lezen niet graag, en van jonge mensen die naar het vmbo gaan wordt niet anders verwacht. Die staan te boek als praktisch, een kwalificatie die zich niet zo goed met letteren laat rijmen. Het mooie van de verhalenwedstrijd is dat de organisatoren zich daar niets van aan trekken. Ze gaan aan de slag met de verbeeldingskracht van de leerlingen en dan blijkt er iets te gaan borrelen. Grote veranderingen in het onderwijs zijn daarvoor niet nodig.

Rineke van Daalen is socioloog. Zij schreef over het vmbo, de beroepsdeskundigheid van mbo’ers, en hun positie in het maatschappelijke midden. 

(Zie voor deel 1 van deze column: https://rinekevandaalen.nl/2020/10/08/er-was-eens-2/).

 

Foto: Drew Perales (Unsplash.com)