COLUMN Klimaatprotest voor werk dat toekomst heeft en geeft

De grootste onzekerheid is er een waar velen van ons liever niet aan denken: de opwarming van de aarde en de gevolgen die dat zal hebben. Maar nu worden we door tieners bij de les gehouden. De klimaatstakers claimen ruimte voor een alternatieve toekomst. Ze laten ons zien waar een ingang is: een ingang naar collectief protest voor een andere wereld.

De scholieren praten niet (alleen) over minder plasticconsumptie of elektrische auto’s, over ‘duurzaamheid’ of ‘groene groei’. Ze gaan veel verder en stellen betere eisen. Niets minder dan systeemverandering willen ze: een structurele verandering van hoe wij samen leven en met de aarde omgaan.

Ik schreef hier nog niet zo lang geleden over een ‘post-welfare’ generatie die geen alternatieven zag. Wat fantastisch is het nu om te zien dat ik geen gelijk krijg. Want de klimaatstakers claimen juist dat er alternatieven nodig zijn voor een economie die de aarde verwoest.

Gelukkig sluiten allerlei organisaties zich bij de Klimaatmars op 10 maart aan. Daarmee krijgt de interventie die de stakers pleegden nog meer momentum. In het bijzonder het aansluiten van de FNV is belangrijk. De grootste vakbond van het land is een van de organisatoren van het protest met een agenda die gericht is op een ‘leefbare aarde en groene banen’.

Goed dat de vakbond zich verbindt aan klimaat

Niet overal voegen vakbewegingen zich zo vol overtuiging bij klimaatprotest. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld steunt een van de grootste vakbonden Trumps programma’s voor banen in olie en oude industrie. Zij keerden zich tegen de nu gepresenteerde New Green Deal: een omvattend plan om de door mensen veroorzaakte opwarming van de aarde te stoppen en daarbij een solidair alternatief te bieden van nieuwe banen en zekerheden. Ook bij de gele hesjes in Frankrijk dreigt voortdurend het tegen elkaar uitspelen van ‘goede banen’ tegen ‘klimaat’ of ‘milieu’ (al is de gehele hesjes beweging niet zo simpel te duiden).

Soms is het nuttig voor sociale bewegingen en politiek om een enkelvoudig issue te isoleren, om het zo heel helder op de agenda te krijgen. Maar issues bestaan natuurlijk niet in zo’n keurig afgebakend kader. Ze presenteren alsof het wel zo is geeft de gelegenheid om agenda’s tegen elkaar uit te spelen.

De banen met zekerheden die de olie-industrie in de Verenigde Staten nu nog biedt, zijn voor nu te beschermen door verzet tegen klimaatbeleid. Zo kan het lijken alsof de werkende klasse in de VS gebaat is bij een oude industrie, terwijl we weten dat de gevolgen van klimaatverandering het eerst door de meest uitgebuite groepen gevoeld zullen worden. De klasse van helikoptervliegers kan er dadelijk het best aan ontsnappen.

Graven en klussen

We moeten dus goed werk aan een leefbare aarde koppelen. De uitputting van de aarde en de uitputting van werkenden zijn hetzelfde. Zowel onze omgang met de aarde als onze omgang met werk zijn gekenmerkt door uitbuiting en uitputting. Het gaat in deze economie om waarde trekken uit rivieren, land en lichamen. Naomi Klein, klimaatactivist en auteur, spreekt niet voor niets over een ‘gig and dig’ economie: een economie waarin mensen van klus naar klus hollen en waarin we blijven boren voor bronnen als olie. Na het graven en het klussen blijft de uitputting over.

Het verbinden van een klimaatagenda aan een strijd voor beter werk is bovendien belangrijk omdat het de logica uitdaagt die nu vaak wordt gebruikt om de gevestigde economie te verdedigen. Unilever en Shell kunnen op steun van de Nederlandse overheid rekenen want: banen en groei.

Een radicaal andere omgang met de aarde wordt precies zo tegen gehouden: met pleidooien voor groei en het belang van multinationals voor een internationaal verbonden land als Nederland. Dat zowel Unilever als Shell de aarde uitputten en mensen uitbuiten voor onze groei staat dan buiten spel in naam van banen hier. Daar moeten we voorbij.

Zorg en herstel

Dit kunnen we doen door de strijd voor goed werk te verbinden aan een strijd voor zorg voor en herstel van de aarde. Naomi Klein pleit voor zo’n omwenteling van ‘gig and dig’ naar ‘care and repair’, een economie met groene banen, zorg voor elkaar en voor de planeet. Herstelwerk heeft minder aantrekkingskracht dan de veel meer geroemde waarde van ‘innovatie’.

Het alledaagse werk van herstel en zorg dat nodig is om te kunnen leven is vaak net zo onmisbaar als ongezien. Het is tijd, zo zag ook denker Shannon Mattern, om minder nieuw te maken en om niet meer te vertrouwen op ‘innovatie’ om de verwoesting van de aarde te stoppen. De vraag voor de toekomst is niet hoe we productiever en vernieuwender kunnen worden. In plaats daarvan kunnen we de arbeid die nodig is om leven te scheppen en mogelijk te maken beter waarderen.

Vragen van reproductie

Dit zijn vragen van reproductie in plaats van productie. Reproductief werk is nu vaak precair omdat het verborgen blijft achter de muren van huizen, restaurantkeukens, kinderdagverblijven en zorginstellingen. Weinig zichtbaar werk is vaak onderbetaald en wordt typisch uitgevoerd door onzekere groepen als migranten en vrouwen.

Bovendien is het werk zelf vaak precair omdat het zo makkelijk weer ongedaan te maken is: een opgeruimd huis is zo weer een troep, een schone vaat zo weer vies, een hersteld ecosysteem zo weer verstoord. Reproductief werk kent een cyclische logica; steeds opnieuw herstel, voeding en zorg van dezelfde lichamen, van dezelfde leefomgeving, van dezelfde aarde om zo leven mogelijk te maken.

Dit is werk dat toekomst heeft en toekomst geeft.

Marguerite van den Berg is universitair hoofddocent sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkt nu aan onderzoek over precair werk in Nederland.

Foto: Greenpeace Nederland (Flickr Creative Commons)