COLUMN Leve beschut werk

Mag ik het nieuwe kabinet even wakker schudden? Volgens Jesse Klaver likt rechts Nederland zijn vingers af bij dit kabinet. Beschut werk is in de rechtslikkende wereld een vies woord dat aan Melkert-banen doet denken. Bah!

Het is misschien goed om bij de linkse partijen in herinnering te roepen dat het juist de PvdA-bewindslieden van SZW uit Rutte II, Asscher en Klijnsma, waren die vorm hebben gegeven aan de Participatiewet en de Wet Werk en Zekerheid. Op beide wetten valt enorm veel kritiek te leveren. En dan vooral omdat ze nogal slecht uitpakken voor de doelgroepen waarvoor ze zijn bedoeld.

Neem de doelgroep van personen met een beperking. Zij hebben eufemistisch ‘een afstand tot de arbeidsmarkt’ en een zogeheten ‘verminderde loonwaarde’. Oftewel je moet iets doen als overheid om ervoor te zorgen dat deze mensen aan de slag kunnen, want van werkgevers verlangen dat ze deze doelgroep spontaan aan het werk zetten tegen een marktconform salaris is bijzonder naïef. Zo simpel is het eigenlijk.

De boekhouder

Je kunt op allerlei manieren naar dit probleem kijken. Eerst als boekhouder. De boekhouder rekent uit wat de geschatte productiviteit is van de mensen met een beperking en past bijvoorbeeld een loonkostensubsidie toe om het verschil bij te passen. Vindt de boekhouder de productiviteit te laag, dan verdwijnen de mensen in het uitkeringencircuit, want de private schoorsteen moet wel roken en aan mensen die honderd uur doen over het aanvegen van een plantsoen hebben we ook weinig.

De boekhouder is bang dat mensen uit deze doelgroep (of bedrijven die deze doelgroep aan het werk zetten) regulier werk verdringen. De boekhouder heeft een Melkert-fobie opgelopen. We laten de boekhouder even bijkomen.

Stoethaspelende staatssecretaris

In een cri de coeur floepte Jette Klijnsma eruit: ‘We hebben verdikkeme zo veel dingen goed geregeld in dit mooie land.’ Potjandorie, helemaal met haar eens, alleen omgaan met mensen met een beperking is daar niet één van. Haar spruitjesidioom verhult een pijnlijk falen. De Participatiewet is op papier niet gek, maar in de uitvoering een ramp. Menig gemeente besloot namelijk vanwege bezuinigingen het beschutte werk simpelweg op te heffen en de zwakste groepen louter dagbesteding aan te bieden. Maar weinig lokale overheden creëerden gehandicaptenbanen, zowel voor beschut werk als voor het aandeel dat de gezamenlijke overheden in de banenafspraak dienden te leveren. Nota bene haar eigen collega-bewindslieden lieten haar in de steek, terwijl de overheid het goede voorbeeld moest geven aan het bedrijfsleven.

De immer blijmoedige Klijnsma liet ondertussen taart aanrukken op het ministerie. Ze had nog eens goed geteld, en ja hoor de 20.000 beloofde banen waren er toch echt. ‘Werkgevers hebben sinds 2013 ruim 21.000 banen gerealiseerd voor mensen met een beperking. Dat is meer dan het ministerie had kunnen dromen. Vandaar de taart’, aldus Klijnsma in 2016.

Mag ik de kaarsjes van die taart met behulp van Robert Capel, een van ‘s lands grootste experts op dit gebied, even uitblazen? Capel ging ook rekenen en kwam tot een hele andere conclusie. Voor de verschillende doelgroepen blijkt er per saldo sprake van een afname van de doelgroep met een beperking die aan het werk is. Het aantal WSW-ers (Wet sociale werkvoorziening) is in 2015 en 2016 gedaald met circa 12.000 personen, en het aantal Wajongers dat werkzaam is bij reguliere werkgevers is tot 2014 met circa 3.000 personen gestegen en daarna ongeveer gelijk gebleven. Het aantal medewerkers dat sinds 2015 met behulp van loonkostensubsidie wordt ingezet is ruim 4.000. Opgeteld is er sinds 2014 geen sprake van enige stijging voor de doelgroep, laat staan een fantasiegetal van 20.000 banen.

De idealist

Je kunt er ook als idealist naar kijken. Die concludeert allereerst dat beschut werk nodig is als vangnet voor kwetsbare groepen. Dat een rijk land aan zijn stand verplicht is fatsoenlijk met deze doelgroep om te gaan, en dat daarbij boekhouders best nuttig zijn maar dat cijfertjes niet leidend mogen zijn in beslissingen.

De welvaartseconoom

De welvaartseconoom bekijkt zo’n probleem zo breed mogelijk. Alle effecten, kwantificeerbaar of niet, tellen mee, en de focus is eerder op lange termijn dan op korte termijn. De welvaartseconoom heeft op dit dossier meer sympathie voor de idealist dan voor de boekhouder.

De welvaartseconoom ziet dat beschut werk leidt tot versterking van de eigenwaarde van een doelgroep die hier van nature geen overvloed van heeft. Hij telt gezondheidswinsten, hij is blij dat de kans verkleint dat iemand in de schulden belandt. Die kans is namelijk heel groot en maatschappelijk zeer duur (en persoonlijk vaak een drama). Ook zijn effecten te verwachten op criminaliteit en overlast, het bespaart de kosten van een uitkering, is beter voor kinderen van de doelgroep die anders niet zelden in aanraking komen met jeugdzorg.

En ja, mensen aan het werk zetten is oneindig veel slimmer dan ze als demente ouderen aan de dagbesteding zetten, daar hoeft ook geen rekenwerk aan te pas komen. Hetzelfde geldt voor de bredere welvaartseffecten (‘softe baten’) bijvoorbeeld voor de omgeving, familie en de samenleving als geheel. Pikant detail daarbij is dat de baten ergens anders neerslaan dan de kosten, maar voor een publieke organisatie als een gemeente mag dat geen probleem zijn. Helaas is de praktijk weerbarstig en zijn de idealisten en welvaarteconomen bij de gemeente schaars.

Organisatie

Eén van de goede dingen die Klijnsma heeft gedaan is de SER aan het werk zetten. Normaal levert dit adviesorgaan zelden of nooit kristalheldere adviezen omdat de tegenstellingen tussen partijen zo groot zijn dat teksten worden drooggepolderd. Zo niet op dit terrein.

De SER concludeert heel scherp dat het de voorkeur heeft om de uitvoering van beschut werk bij één partij te beleggen (de Sociale Werkvoorziening, SW). Zo wordt voorkomen dat mensen in naargeestige draaideuren terecht komen. De SW-bedrijven hebben de kennis en infrastructuur om kwetsbare groepen aan de slag te helpen en adequaat te begeleiden. Als zelfs de SER dit zo unverfroren zegt, doe er dan wat mee.

Het de facto afbreken van SW-bedrijven door het kabinet Rutte II is behalve moreel kwestieus ook pennywise pound foolish. Op naar Rutte III. De nieuwe staatssecretaris is Tamara van Ark van de VVD. Ze werkte in het verleden als wethouder en ook bij de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Rotterdam, dus ze zou van wanten moeten weten. ‘We moeten stoppen met kijken naar wat mensen niet kunnen, en kijken naar wat mensen wel kunnen’, zei Van Ark op de site van de VVD. Heel goed, luister even naar een willekeurige SW-Directeur en er wacht ons een mooie toekomst.

Marcel Canoy is distinguished lecturer Erasmus School of Accounting and Assurance, en columnist voor www.socialevraagstukken.nl.

Foto: Rebecca Wilson (Flickr Creative  Commons)

Dit artikel is 1051 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Zo en nu wordt het eens tijd om te reageren, ook in het hierboven geschreven artikel ontbreekt er voor de zoveelste keer weer eens een partij, of moeten we mevrouw Klijnsma zelf meerekenen…, kunt u raden welke partij er ontbreekt ?? Juist, de gehandicapte zelf, niks participatie…
    Dat het mevrouw Klijnsma jaren geleden zelf gelukt is om een reguliere baan te vinden, wil absoluut niet zeggen dat de anderen die dat destijds niet gelukt is sukkels zijn, verre van dat. De door de paarse coalitie in de steigers gezette participatiewet zorgt er nu voor dat een groot aantal mensen die voorheen nog terecht konden in de WSW nu thuis op de bank zitten, niet iedereen komt in aanmerking voor dagbesteding namelijk, nog los van of je dat als samenleving moet willen, want volgens mij is daar dan ook gauw sprake van een verdringingseffect. Kortom erken de misrekening en herstel met goede onafhankelijke indicatiecommissies de WSW.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *