COLUMN Onderzoek naar racisme kan niet kleurenblind zijn

‘Witheid’ en ‘rassen’ zijn sociale constructies: ze hebben alleen betekenis omdat wij mensen die toekennen. Maar deze constructies doen er wel degelijk toe in onze samenleving, stelt Movisie-onderzoeker Hanneke Felten. Doen alsof je ‘kleurenblind’ bent is geen oplossing.

‘Je snapt het gewoon als vrouw van kleur.’ Ik weet nog dat ik even verbaasd keek naar het berichtje dat ik ontving van een deelnemer op een conferentie waar ik sprak. Want voor zover ik weet, heb ik geen migratieachtergrond en ik ga meestal door voor wat genoemd kan worden ‘wit’.

Ik krijg ook vrijwel nooit de reacties die mensen van kleur wél vaak krijgen. Zoals de zogenaamde complimenten – in feite racistische microagressies – ‘Wat spreek jij goed Nederlands!’ of ‘Maar jij bent heel anders dan die anderen!’

Ik werd niet gezien als een ‘echte Nederlander’. Ik was uit het hokje ‘wit’ gevallen 

Als tiener was dat anders. Mijn eerste vakantie als tiener alleen herinner ik mij daarom nog goed. Ik was daarvoor al met mijn ouders naar Frankrijk geweest waar ik als verveelde puber niks anders te doen had gehad voor mijn gevoel dan in de zon liggen. Mijn huid was dus veel donkerder dan meestal het geval is. En dat bleek opeens reden te zijn voor een compleet andere – en vaak intimiderende – behandeling.

‘Waar kom jij nu écht vandaan?’ werd me keer op keer gevraagd, bijvoorbeeld in de discotheek. Als reactie op mijn antwoord dat ik uit Eindhoven kwam, kreeg ik vervolgens steeds zoiets als:  ‘Nee nee, ik bedoel écht. Misschien Marokko? Suriname?’ Aan dansen kwam ik vrijwel niet meer toe. Ook waren er tot mijn grote verbazing jongens die mij op eens ‘exotisch’ noemden. Langzaam maar zeker werd het mij duidelijk: ik werd niet gezien als een ‘echte Nederlander’, ik was uit het hokje ‘wit’ gevallen.

Geen biologie

Witheid is een sociale constructie. Net als bijvoorbeeld geld, heeft ‘witheid’ alleen bepaalde betekenis in deze wereld omdat wij mensen die betekenis er aan toekennen. Wie als wit gezien, verschilt dan ook per tijd en context. Ieren in de Verenigde Staten werden bijvoorbeeld aan het begin van hun migratieperiode niet gezien als wit, maar later wel, zo laat dit onderzoek zien.

Om slavernij en kolonisatie goed te kunnen praten, bedachten de wetenschappers een theorie over rassen

In haar boek The end of bias beschrijft Jessica Nordell hoe zij geschokt was als Amerikaanse om te ontdekken dat in Frankrijk mensen uit Noord-Afrika niet worden gezien als wit. Ze had geen idee dat mensen die mogelijk wortels hebben in Noord-Afrika, in Europa worden beschouwd als ‘de ander’: als een groep die niet bij de ‘echte Europeanen’ meegeteld wordt. Andersom worden mensen uit Zuid-Amerika in de Verenigde Staten als ‘anders’ en ‘migranten’ gezien, terwijl dat in Nederland niet altijd het geval is.

Wit en ras is dus geen biologische werkelijkheid maar een sociale. In haar bekende boek Superior legt Angela Saini de geschiedenis van dit rassen denken helder uit. Om slavernij en kolonisatie goed te kunnen praten, bedachten de wetenschappers uit die tijd een theorie over rassen. De mensen die uitgebuit, geslagen, verkocht en vernederd werden, waren van een ander ras, zo was de redenatie. Een totaal verwerpelijke en onzinnige theorie.

Gekke constructie met serieuze gevolgen

Witheid is dus een sociale constructie. Maar eentje met ernstige gevolgen. In onderzoek dat we eerder deden onder mensen die zich openlijk racistisch uitlieten op sociale media, kwam naar voren dat zij vonden dat iemand alleen ‘een echte Nederlander’ was als deze persoon geen moslim was of er volgens hen zo uitzag, geen donkere huidskleur had en ook bijvoorbeeld geen Arabische naam had.

Doen alsof je kleurenblind bent is geen oplossing, weten we uit wetenschappelijk onderzoek

Iedereen die niet aan die kenmerken voldoet, moet volgens hen een soort tweederangs burger worden: zij zijn hier slechts ‘te gast’ en mogen niet meepraten als volwaardige burger. Dat ras en witheid gekke sociale constructies zijn, betekent dus zeker niet dat ze er niet toe doen in onze samenleving. Want wie als wit wordt gezien en wie niet, heeft grote gevolgen in het dagelijks leven.

Doen alsof je kleurenblind bent – en in het bijzonder doen alsof er geen machtsverschillen bestaan – is geen oplossing, weten we uit wetenschappelijk onderzoek, zoals deze meta-analyse van Yi en anderen. Als je racisme namelijk ontkent en doet alsof je geen kleur ziet, dan kan je het ook niet aanpakken. En niet alleen uit mijn eigen puberervaring kan ik vertellen dat het wel degelijk uitmaakt of je wordt gezien als wit of niet. Zoals Smedley & Smedley (2005) schrijven in een bekend wetenschappelijk artikel: ‘Race as biology is fiction, racism as a social problem is real’. Professor Keon West constateert in zijn boek The science of racism dat er consensus is onder wetenschappers: racisme bestaat. Doen alsof je geen kleur ziet is onzin en maakt het probleem alleen maar erger.

Kleurenblindheid in onderzoek

Daarom is het ook vreemd dat er in onderzoeken naar discriminatie en racisme vaak alleen gevraagd (of gerapporteerd) wordt naar iemands migratieachtergrond, of zelfs alleen geboorteland. Zo lijkt het er bijvoorbeeld op dat in de Personeelsenquête Rijk, over racisme op de werkvloer van de rijksoverheid, niet gevraagd is naar huidskleur en religie, maar alleen naar geboorteland.

Uitkomst van het onderzoek is onder meer dat 10 procent van de rijksambtenaren in het afgelopen jaar racisme heeft ervaren. Onder rijksambtenaren met een herkomstland buiten Europa lag dat percentage drie keer zo hoog: op 29 procent. Hier is mogelijk sprake van onderrapportage, want een land van herkomst zegt lang niet altijd iets over wie als wit wordt gezien en wie niet. Dat gaat ook om hoe je naam klinkt, je huidskleur, moslim zijn, et cetera. Helaas is dit onderzoek geen uitzondering. Tal van onderzoeken zie ik voorbij komen op deze manier.

In een onderzoek over racisme niets vragen over zaken zoals huidskleur, is eigenlijk net zo vreemd als in een onderzoek over homofobie niet vragen naar seksuele voorkeur. ‘Kleurenblind’ onderzoek leidt tot nietszeggende resultaten. Stel je bijvoorbeeld het resultaat voor: ‘10 procent van de ambtenaren heeft last van homofobie’. Een gekke uitkomst natuurlijk, want hetero’s krijgen doorgaans niet of nauwelijks te maken met homofobie, en de meerderheid is hetero. ‘Kleurenblind’ onderzoek vertekent dus de werkelijkheid en maakt racisme niet goed zichtbaar.

Zolang we doen alsof denken in rassen niet bestaat, valt racisme niet aan te pakken

Overigens gaat het bij onderzoeken over andere thema’s ook vaak mis, maar dan andersom: te vaak wordt de vraag gesteld of iemand een migratieachtergrond heeft, terwijl dat in veel gevallen helemaal niet relevant is. Dan is die vraag dus volstrekt overbodig. Sterker nog, er wél naar vragen kan discriminatie juist in de hand werken, zoals blijkt uit dit rapport. Dan ontstaat het risico dat allerlei zaken worden toegeschreven aan afkomst, die daar niets mee te maken hebben.

Maar bij onderzoek naar discriminatie en racisme, kunnen we dus niet om het construct ‘ras’ heen. Tegen alle onderzoekers, beleidsmaker en sociale professionals zou ik willen zeggen: zolang we doen alsof het denken in rassen in onze samenleving niet bestaat, alsof witheid niks betekent in de dagelijkse omgang met elkaar, en dat we het racisme wel voorbij zijn, kunnen we het probleem van racisme en discriminatie niet goed aanpakken.

Hanneke Felten is bij Movisie senior onderzoeker op het gebied van effectief discriminatie bestrijden.