COLUMN Wie hoedt de hoeders van sociale rechtvaardigheid?

Dossier

Politisering sociaal werk

Vlaamse sociaal werkers zouden zich beter dan hun Nederlandse collega’s realiseren dat sterk sociaal werk gezien moet worden als ‘hoeder van sociale rechtvaardigheid en mensenrechten’, betogen Mariët van Pelt en Marcel Spierts op dit forum. Dat is een mooie ambitie, maar zijn we wel in staat om die waar te maken?

Eerstejaars studenten Sociaal werk in Utrecht krijgen allemaal een spoedcursus collectieve actie. In een volle collegezaal laten we ze opstaan en zich omkeren. Zó laat je zien dat je het ergens niet mee eens bent. Want wat Spierts, Van Pelt en de twee reageerders onder het artikel stellen klopt: jonge Nederlanders zijn niet grootgebracht met demonstraties. ‘In Nederland leren jongeren solliciteren, in België leren ze demonstreren’, vertellen we er bij.

Maar nu blijkt dat ze er in België, net als bij ons, vooral over praten en schrijven dat het goed zou zijn als het sociaal werk activistischer wordt. Van daadkracht is weinig te merken. Van Pelt en Spierts beschrijven een conferentie die in mei 2018 plaatsvond met 1.000 deelnemers (en 400 op de wachtlijst). Dat is ongeveer het aantal gelovigen dat elke zondag bij elkaar komt in de Basiliek in Veenendaal – en er zijn meer parallellen.

Roepen dat je ergens in gelooft, met Grote Woorden over Ware Waarden, en daarna naar huis gaan met de zekerheid dat je deugt, en dat er heel veel mensen net zo deugdzaam zijn als jij. Je zou het moreel hedonisme kunnen noemen, het zwelgen in de eigen rechtschapenheid. Maar of anderen zitten te wachten op een ‘blij dat wij deugen’-beweging lijkt me zeer de vraag. Zeker als dat de arrogante ondertoon van een ‘wij wel, alle anderen niet’ heeft. Laat dan eerst maar eens zien wat je waard bent.

Hoeder van sociale rechtvaardigheid

Het is nogal een woord: ‘hoeder’ van sociale rechtvaardigheid. Dat zou op zijn minst een visie op macht en machtsuitoefening veronderstellen. Maar Van Pelt en Spierts geloven niet in politiek, in rechtspraak, in humor of in resultaten.

Om jezelf ‘hoeder’ te noemen moet je toch minstens een idee hebben over manieren om de bad guys & girls tot de orde te roepen, anders kan je jezelf beter ‘roeper’ noemen. Als je niet wilt bijten blijf je altijd een keffertje: een Mechelse herder mag eerder bij de politie komen werken dan een mopshond.

Waarschijnlijk hopen de gelovigen dat het zo vaak mogelijk herhalen van dezelfde mantra’s ertoe leidt dat er ergens ineens iemand die wel macht heeft besluit om die macht aan te wenden. Als we maar aaibaar genoeg zijn mogen we vast wel eens op schoot bij de minister.

Voor wiens rechten gaan we vechten?

Wat we onze studenten willen laten leren van België, is dat goed jongerenwerk dienstbaar is aan jongeren die zichzelf willen worden, en niet aan de instituties die op zoek zijn naar beschaafde – en bijgeschaafde – jonge mensen. We bespreken de Nederlandse emancipatieparadox, waarin jongerenwerkers jongeren opkweken tot een kloon van de wethouder.

En we hebben het veel over macht. Juist omdat de relatie tussen docent en student een zeer machtsongelijke relatie is, geven we ook echte buitenstaanders het woord. Zo kwam Fabiënne Bergmans, jawel die van de Voice Kids, ons vertellen over de institutionele onmacht waarmee haar talent werd ontvangen. En nodigen we studenten nadrukkelijk uit om het niet met ons eens te zijn.

De reactie van Babbe Cuppens onder het artikel laat zien hoe docenten vaak moeite hebben met die eigen wil van studenten:

‘Echter, wat ook ik merk is dat het denken in rechtvaardigheid en politisering niet iets is waar studenten mee bezig zijn. 1 op 1 hulpverlening en participatie van individuen en groepen is wat ze vanuit het Nederlandse gedachtengoed meekrijgen.’

Hier gebeurt iets wonderlijks. De wens van studenten wordt niet serieus genomen als authentieke, zelf gevoelde behoefte van jonge mensen die besloten hebben zich diep in de schulden te steken om een bepaald vakmanschap te ontwikkelen, maar als het resultaat van indoctrinatie vanuit ‘het Nederlandse gedachtengoed’.

Professionals kunnen niet zelf de kroon opzetten

Een andere reactie op het stuk van Van Pelt en Spierts (zie ook onderaan het stuk, red) laat zien hoe snel een revolutie haar eigen kinderen opvreet. Josien Hofs denkt dat we het hebben over ‘rechtvaardigheid’ als de leden van een sociale institutie (de BPSW) in actie komen tegen een gemeente die ze aan de leiband zou houden.

Nergens blijkt enige consideratie met de belangen van cliënten, hun naasten en met alle anderen die de lasten dragen van duur sociaal beleid. Zo ontaardt de roep om ‘politisering’ snel in een poging de politiek buiten spel te zetten omdat professionals zich in hun vrijheid belemmerd voelen.

Het woord ‘hoeder’ roept de vraag op, wie de bewakers bewaakt. Of zoals de Romeinse satiricus Juvenalis zich al afvroeg: ‘Sed quis custodiet ipsos custodes?’ Als we teruggaan naar het pleidooi van Van Pelt en Spierts zien we dat ze weinig op hebben met de bewakers van de bewakers.

Dat sociaal werk een mensenrechtenberoep is, daarover kunnen we het snel eens zijn. Maar dat betekent niet, dat sociaal werkers mogen bepalen wat rechtvaardig is, en wat niet. Om aanspraak te maken op de titel ‘hoeder van sociale rechtvaardigheid’ moet er nog wel wat gebeuren. Het is niet een kroon die we op ons eigen hoofd kunnen zetten, maar die ons gegund moet worden door de mensen waarvoor we het doen.

Geen gepolitiseerde beroepsgroep die roeptoetert

In de eerste plaats zullen we moeten organiseren dat we echt werken in opdracht van de lastdragers van sociale onrechtvaardigheid. Als we niet geloven dat de overheid een legitieme spreekbuis van de burger is, zullen we de stem des volks op een andere manier moeten gaan organiseren. Sociale plannen zouden wat mij betreft alleen gelegitimeerd kunnen worden door de expliciete instemming van cliëntenorganisaties, organisaties van mantelzorgers, leefbaarheidsorganisaties en verenigingen van belastingbetalers. ‘Is dit het werk dat u van ons vraagt?’

Dat is de enige manier om de sociale rechten van kwetsbare burgers te waarborgen. Het laatste dat we nodig hebben, is een gepolitiseerde beroepsgroep die roeptoetert over de eigen agenda (waarop natuurlijk het eigen aanbod een prominente plaats krijgt).

Laten zien dat wij de gele hesjes begrijpen

In de tweede plaats zullen we echt moeten leren hoe je beleid beïnvloedt door de collectieve wil van groepen burgers in nieuwe beleidsvoorstellen te vertalen. Als wij kunnen laten zien dat we de gele hesjes begrijpen (wij wel!), dan kunnen we de overheid op nieuwe ideeën brengen. Er zijn voldoende bestuurders die daar open voor staan.

We worden op dit moment geregeerd door een kabinet dat maar zeer ten dele als neo-liberaal kan worden afgeserveerd. We hebben een paar ministers die echt deugen (en die zich wèl rechtstreeks laten informeren door kwetsbare burgers, zoals daklozen en jonge mantelzorgers). Goede wethouders zijn er ook genoeg. Zij balen er enorm van als ze bakzeil halen bij conservatieve machtsblokken in de volkshuisvesting, de zorg en het onderwijs, dus laten we ze helpen om veranderingen door te voeren waar burgers blij van worden.

De hoeder mogen zijn

Aan de derde voorwaarde voor een positie als ‘hoeder van sociale rechtvaardigheid’ kunnen we slechts ten dele zelf voldoen: anderen moeten ons zien zitten in die rol.

In belendende percelen is dat niet het geval. Echt niet. Mijn opdrachten in het onderwijs, in de zorg en in de woningmarkt en mijn uitstapjes in de pers laten me steeds weer ervaren hoe onzichtbaar sociaal werkers zijn voor mensen uit andere delen van de publieke sector. Onze bedrijfsarts schoot in de lach toen ik vertelde dat de sociaal werk-opleiding een afstudeerprofiel Zorg heeft. Het goede nieuws is, dat we daardoor met een schone lei kunnen beginnen.

Wie hoeder van sociale rechtvaardigheid wil zijn, zal er alles aan moeten doen zelf elk signaal van machtsongelijkheid op te pikken. Eerst moet de bezem door het eigen huis

Na de grote schoonmaak kunnen we dan werk gaan maken van een paar aansprekende resultaten op terreinen waar burgers echt ten einde raad zijn. Laten we – eerst achter de schermen – een sterk aanvalsplan uitwerken voor de effectieve ondersteuning van mantelzorgers, of een reëel alternatief ontwikkelen voor de tienduizenden jonge mensen die thuis en op school niet krijgen wat ze nodig hebben.

Laten we beginnen bij onszelf

Een sector die niet presteert (en dat ook nog ideologische legitimeert door zich steeds weer tegen prestaties en rendementen uit te spreken) zal nooit het vertrouwen winnen dat nodig is voor een positie als hoeder van wat dan ook. De woordvoerders van die sector zullen dan blijven preken voor de eigen parochie. Het pleidooi voor sociale rechtvaardigheid verdient een groter publiek. Laten we zorgen voor een betere wereld. Te beginnen bij onszelf.

Klaas Mulder is zelfstandig adviseur en docent aan de Hogeschool Utrecht.

Foto: Gavriil Papidiotis (Flickr Creative Commons)