Denktank dringt aan op meer professionele ruimte in de jeugdzorg

De Denktank Jeugdsprong lanceerde vandaag een manifest dat pleit voor een andere opbouw van de dolgedraaide jeugdzorg. Een beginselverklaring - geïnspireerd door twijfels en klachten, over een jeugdzorg waarin regels en voorschriften en niet behoeften de toon zetten. Denktankvoorzitter Steven de Waal licht toe.

Door de overdreven regelzucht is de jeugdzorg onbeheersbaar en onbetaalbaar geworden. De oplossing ligt volgens de Denktank Jeugdsprong niet in nog meer bureaucratie of marktwerking, zoals tot nu toe bepleit. Het is veel verstandiger om ruimte te creëren voor professionals om het juiste voor hun cliënten te doen.

Onafhankelijke en sterke eerstelijnszorg

Wat juist is, moet door een onafhankelijke en sterke eerstelijnszorg worden beoordeeld. Een systeem waarin professionals aan de poort bepalen wat een cliënt nodig heeft. En waarin zij als aanspreekpunt fungeren, ook nadat een cliënt naar de specialistische jeugdzorg of jeugdbescherming is verwezen.

Om de kwaliteit van de professionele keuzes te bewaken, is een krachtige inspectie nodig plus gedegen onderzoek en evaluatie van zorgpraktijken, duidelijke richtlijnen en stevige eisen aan organisatie, bestuur en werkgeverschap van alle zorgaanbieders.

Geen inhoudelijke bemoeienis overheid

In de jeugdzorg die wij voorstaan, zorgt de rijksoverheid voor financiering van de gespecialiseerde jeugdzorg en kinderbescherming, regionaal te organiseren, en voor nationale richtlijnen ten behoeve van een sterke eerstelijns jeugdzorg waar gemeenten zich aan dienen te houden. Een omkering van de bestaande situatie dus, waarin gemeenten, die sinds de decentralisatie in 2015 verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de jeugdzorg, zich inhoudelijk, mede uit financiële overwegingen, steeds meer met de zorg zijn gaan bemoeien.

Het beroep op de jeugdzorg loopt volledig uit de hand, de behoeften van cliënten raken steeds verder uit beeld en de tekorten op de gemeentelijke begrotingen worden allengs groter.

Praktische wijsheid als leidraad

De jeugdzorg die wij bepleiten, zowel de algemene als de specialistische variant, gaat niet langer uit van ambtelijke regels en voorschriften. Ze baseert zich op de praktische wijsheid van professionals in hun ontmoeting met deze cliënt, met deze ingewikkelde problemen en wat hier nu het beste kan gebeuren.

De Griekse filosoof Aristoteles gebruikte het begrip phroneisis oftewel praktische wijsheid voor de bestuurlijke vaardigheid om integrale afwegingen te maken. Voor de ‘nieuwe’ jeugdzorg betekent toepassing van praktische wijsheid dat de professional de beste beslissing neemt in het belang van zijn cliënt. Een beslissing die genomen wordt in samenspraak en overleg met de cliënt, vanuit de zorginhoudelijke, financiële en ethische verantwoordelijkheden van de professional, en rekening houdt met landelijk vastgestelde richtlijnen, gebaseerd op gedegen zorginhoudelijk onderzoek.

Wat een juiste beslissing is, kan nooit worden voorgeschreven, want dat zou betekenen dat een ambtenaar die vooraf zou kunnen bedenken. Dat dit niet kan, begrijpen zorgverzekeraars beter dan gemeentes. Zij respecteren de praktische wijsheid van professionals vaak wel. Dat weerhoudt de zorgverzekeraars er overigens niet van om voortdurend kritische vragen stellen over de professionele keuzes, maar die gaan over de financiële impact en het gezondheids- en bedrijfseconomisch effect en niet over de zorgkeuze als zodanig.

Zeggenschap voor cliënt

Voor een goede jeugdzorg is het belangrijk dat cliënten – jongeren en hun ouders – formele en juridische zeggenschap hebben over wat er met hen gebeurt. Maar ook hier geldt dat de overheid niet moet gaan voorschrijven hoe die zeggenschap precies en vaak juridisch geformuleerd, vorm behoort te krijgen. Dan kom je in een discussie terecht die in de curatieve zorg speelt over shared decision making.

Wij vinden dat cliënt en professionals samen tot een beleid moeten komen dat het beste bij de cliënt past. Shared decision making kan een prima instrument zijn om dat te realiseren. En om achteraf te toetsen of een cliënt vindt dat hij genoeg gehoord is en volwaardig mee heeft kunnen praten over de aan hem verleende zorg, daarvoor passen natuurlijk wel juridische procedures en bevoegdheden bij de cliënt.

Opname van shared decision making in het curriculum van de opleidingen voor zorgprofessionals en digitalisering die leidt tot meer kennis en inbreng van patiënten, kan met andere woorden bijdragen aan meer zeggenschap in de jeugdzorg. Maar dan moeten we er wel voor waken om het niet al te zeer aan protocollen te binden.

Partnerschap jeugdzorg en civil society

De gewenste transformatie van de jeugdzorg vereist innige samenwerking tussen alle partijen die betrokken zijn bij het opgroeien en opvoeden van kinderen. De auteur en mede initiatiefnemer en oprichter van het platform Koplopers in de Zorg en lid van deze Denktank, Jan Jaap Brouwer pleitte hier al eerder voor inzet op jeugdzorg in de bredere betekenis, dus inclusief onderwijs, cultuur en sport.

Om die bredere jeugdzorg inhoud te geven, is een goed doortimmerd partnerschap nodig tussen jeugdzorg en de civil society. Stevige verbanden van, voor en door burgers zelf, en aansluiting op ‘public servants’, zoals docenten, sportcoaches, huisartsen en wijkagenten.

De officiële terminologie rond civil society gaat uit van onderlinge solidariteit tussen burgers, en van hun vermogen om zichzelf te organiseren en elkaar te ondersteunen. Van verbanden tussen burgers om dingen samen te doen, sport en cultuur, maar ook om elkaar te helpen in buurt en wijkgroepen. In de coronacrisis hebben we mooie voorbeelden gezien van de informele relaties die mensen smeden om het leven te doorstaan.

De civil society bestaat naast burgers ook uit een frontlinie van publieke dienstverleners: onderwijzers, sportcoaches, wijkagenten en conciërges van woningcorporaties. Een frontlinie die, mits bemenst door vaardige professionals, ook jongeren en hun ouders tot steun is en een onbeheersbare stormloop op de formele jeugdzorg kan voorkomen.

Steven de Waal is voorzitter van de Denktank Jeugdsprong, een initiatief van FNV Hoofdbestuur en Stichting Beroepseer. Het manifest is te downloaden

 

Foto: Sebastiaan ter Burg (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 1807 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Jeugzorg wordt veel te vaak ook ingezet, als het volstrekt niet nodig is, maar omdat “anderen” zich buiten jouw gezin met het kind gaat bemoeien, met name de RvdK en een totaal verkeerd beeld neer zet dan wat feitelijk gaande is en vooral de situatie anders belichten en omschrijven, worden de vooral alleenstaande moeders in een totaal verkeerd licht en perspectief geplaatst, waardoor de situatie alleen maar erger wordt gemaakt ipv opgelost. Het zou goed zijn als er eens een enquête zou komen, waarin al die moeders/vaders en zeker ook de kinderen hun mening kunnen en mogen geven over jeugdzorg en de RvdK. Dán pas creëer je een juist beeld en goed onderzoek! (Uiteraard bij een onafhankelijk onderzoek buro) Zolang dát niet gedaan wordt en naar de meningen van die gezinnen niet wordt gevraagd, zal van een gedegen onderzoek naar het juiste functioneren van dergelijke instanties niets terechtkomen en klachten indienen bij de instanties zelf wordt terzijde gelegd en niets mee gedaan!

  2. Jeugzorg wordt veel te vaak ook ingezet, als het volstrekt niet nodig is, maar omdat “anderen” zich buiten jouw gezin met het kind gaat bemoeien, met name de RvdK en een totaal verkeerd beeld neer zet dan wat feitelijk gaande is en vooral de situatie anders belichten en omschrijven, worden de vooral alleenstaande moeders in een totaal verkeerd licht en perspectief geplaatst, waardoor de situatie alleen maar erger wordt gemaakt ipv opgelost. Het zou goed zijn als er eens een enquête zou komen, waarin al die moeders/vaders en zeker ook de kinderen hun mening kunnen en mogen geven over jeugdzorg en de RvdK. Dán pas creëer je een juist beeld en goed onderzoek! (Uiteraard bij een onafhankelijk onderzoek buro) Zolang dát niet gedaan wordt en naar de meningen van die gezinnen niet wordt gevraagd, zal van een gedegen onderzoek naar het juiste functioneren van dergelijke instanties niets terechtkomen en klachten indienen bij de instanties zelf wordt terzijde gelegd en niets mee gedaan!

  3. “In de jeugdzorg die wij voorstaan, zorgt de rijksoverheid voor financiering van de gespecialiseerde jeugdzorg en kinderbescherming, regionaal te organiseren, en voor nationale richtlijnen ten behoeve van een sterke eerstelijns jeugdzorg waar gemeenten zich aan dienen te houden”

    Een goed voorstel om de kwaliteit van de jeugdzorg beter te organiseren en te waarborgen.
    Het is eigenlijk een pleidooi voor centralisatie van de (financiële) aansturing door de overheid.
    Alleen vergt dit een complete structuur- en cultuurverandering van de sector aangezien de ‘oude’ spelers binnen en buiten de organisatie dit moeten gaan uitvoeren.
    Dit organisatie verandering proces kan dan jaren gaan duren en de uitkomst blijft dan toch in zekere mate ongewis.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *