Depressie gaat vooral over isolement

Depressie is een van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid. Bert van den Bergh betoogt dat veel mensen kampen met een gemis aan elementaire verbondenheid met de wereld om zich heen. Depressie is eerder een relationeel probleem dan een stemmingsstoornis die met pillen of simpele oefeningen verholpen kan worden.

Depressie-epidemie is een enigszins misplaatst woord, maar duidt een verontrustende realiteit aan. Misplaatst, omdat we hier natuurlijk niet te maken hebben met een besmettelijke ziekte. Verontrustend, omdat deze aandoening een belangrijk probleem is voor de volksgezondheid, met grote maatschappelijke gevolgen. De Wereldgezondheidsorganisatie noemt depressie zelfs een van de voornaamste oorzaken van disfunctioneren wereldwijd.

Allerlei initiatieven zijn daarom ontplooid om dit probleem te lijf te gaan: campagnes, gala’s, televisie- en radioprogramma’s, websites, apps, enzovoorts. Mediapersoonlijkheden worden ingezet om ons te inspireren depressie bespreekbaar te maken en naasten bij te staan die ermee kampen.

We doen alsof we weten wat het is

Er is alleen een hinderlijk ‘bijkomend’ probleem: we weten niet goed wat depressie is. Vanwege de alarmerende omvang van de ‘epidemie’ hebben we de neiging te doen alsof we het wél weten. We vatten depressie ten onrechte vaak op als hersenziekte of hersenaandoening, met antidepressiva als favoriete remedie. Deze geven de getroffenen wellicht een duwtje in de goede richting, maar doen de bron van de aandoening vermoedelijk niet verdwijnen.

Ook de rol van een andere populaire remedie, cognitieve gedragstherapie, waarbij via oefeningen wordt getracht negatieve gedachtenspiralen te doorbreken, mag van een forse kanttekening worden voorzien. Kan een cognitieve benadering werkelijk zoden aan de dijk zetten voor iets dat in het DSM-handboek als ‘affectieve stoornis’ of ‘stemmingsstoornis’ wordt geclassificeerd?

Te midden van alles en iedereen is men verdomd alleen

Als we inzoomen op de ervaring van mensen die aan depressiviteit lijden, dan zien we dat een gevoel van isolement vaak het hart van de aandoening vormt. Existentieel isolement is wat depressiviteit bovenal kenmerkt. Te midden van alles en iedereen is men verdomd alleen.

De gedeprimeerde voelt geen verbinding meer met de wereld om zich heen en is als het ware opgesloten in het eigen lijf. Alles vertraagt. De toekomst is afgesloten, het verleden een doem, het heden een zwart gat. De openheid naar de wereld, naar anderen en ook naar zichzelf is dichtgegaan. Men staat alleen, te midden van alles. Men staat ernaast. Men is nergens meer.

Dit is het omgekeerde beeld van een geslaagd individu

Dat klinkt als de omgekeerde versie van het vandaag dominerende beeld van een geslaagd individu: de mobiele, succesvolle en genietende bv-Ik, voor wie alles mogelijk is en die alles uit het leven haalt. Met andere woorden: de flexibele producent, trendgevoelige consument en alerte interactivist met een ‘isolistische’ inborst, dat wil zeggen een sterke neiging tot egocentrisme en hedonisme.

Dat is het ideaalbeeld wat ons aldoor en alom wordt voorgehouden, op heel diverse, veelal impliete en geraffineerde wijzen. Het is een beeld dat onze passies bespeelt en waaraan we ons goedschiks of kwaadschiks spiegelen, met alle destructieve gevolgen van dien, zoals de genoemde ‘depressie-epidemie’. We voelen ons in ons isolisme vaak erg alleen. Het verwonderlijke is dat we niet goed doorhebben dat isolisme tot isolement leidt.

De ‘stemmingsstoornis’ depressie is daarom volgens mij in de grond een af-stemmingsstoornis. Wij worden gevormd én vormen onszelf tot isolistische wezens en kampen zodoende veelvuldig met een gemis aan elementaire verbondenheid met de wereld om ons heen.

Niet stemming maar afstemming verbeteren

Als we het tij van de depressie-epidemie willen keren, is een grondige en massieve herstemming of weder-afstemming geboden, op allerlei wijzen en niveaus. Bijvoorbeeld in het onderwijs, waar de laatste tijd veel rumoer is over studentenwelzijnsproblematiek.

Studenten, zo meldt men, lijden door prestatie- en financiële druk massaal aan depressies en angsten. Maar studentenwelzijn gaat niet alleen over druk, veerkracht, bevlogenheid en empowerment. Volgens onderwijsonderzoeker Vincent Tinto ontbreekt in dit rijtje het meest wezenlijke: sense of belonging. Tinto kwam na jarenlang onderzoek tot de conclusie dat de voornaamste bron van studie-uitval niet een tekort aan academische of intellectuele vaardigheden is, maar het ervaren van een gebrek aan ‘thuisgevoel’, aan het gevoel waarlijk deel uit te maken van een leergemeenschap.

Met het oog op het huidige studentenwelzijnsalarm moeten we onszelf de vraag stellen in hoeverre onze leergemeenschappen daadwerkelijk gemeen-schappen zijn. Ons (hoger) onderwijs is ingericht met een sterke focus op individuele competentieontwikkeling en carrièredrang. De binnenkomende student wordt aangesproken als isolist, als zelfbewuste eenling die weet waar zij of hij heen wil, vaardig is in zelfregie en zich bij tegenslag goed weet te empoweren. Dat lijkt me realistisch noch wenselijk. Dat moet anders. En dat gebeurt ook al, onder noemers als sense of belonging, inclusiviteit en onderwijsresonantie. Dat is een begin.

Bert van den Bergh is filosoof en psycholoog en werkt als docent/onderzoeker aan De Haagse Hogeschool. Begin 2019 verscheen van hem ‘De schaduw van de zwarte hond: Depressie als symptoom van onze tijd’, Boom uitgevers Amsterdam.

 

Foto: Send me adrift. (Flickr Creative Commons)

 

Dit artikel is 3258 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (4)

  1. Als depressie een afstemmingstoornis is, dan is dat een twee-richtingsverkeer en niet alleen de depressieve persoon aan te rekenen. In mijn leven een aantal keren depressie ervaren en dat kwam omdat ik in een wereld leefde waarin concurrentie belangrijker was dan samenleven. Jezelf profileren belangrijker dan groepsgevoel en teamwork. Waarin ik constant vergeleken word met mensen die beter zijn dan ik en er nooit een waardering komt voor wat ik wel neerzet. Dat ongelooflijk veel mensen je altijd wil zeggen hoe je moet leven en dat ze alle inzichten over je denken te hebben op basis van een halve zin. Het verhaal werd overgenomen en het werd die ander zijn verhaal, met conclusies en een aantal flinke levenstips. Hoe eenzaam ben je dan? In een wereld waarin niemand de tijd nam om eens nieuwsgierig te zijn naar een ander en aan te sluiten op de belevingswereld van die ander. We zijn allemaal schreeuwende pionnetjes geworden en weten alles beter voor iedereen, behalve onszelf.

  2. Dit artikel is een goede illustratie van de vooroordelen die nog altijd rondgaan over depressies en angststoornissen. Als psycholoog zou Van den Bergh beter moeten weten, maar ik ben bang dat hij als filosoof volkomen de weg kwijt is. Dat depressies en angststoornissen nog grotendeels onbegrepen zijn, wil niet zeggen dat er geen fysieke component zou zijn in de hersenen. Natuurlijk is die er! En wat een zegening dat antidepressiva zoveel mensen helpen! En depressies en angststoornissen hebben absoluut ook een psychische component. Voor zover die individueel is, kun je daar heel veel aan doen door middel van cognitieve gedragstherapie. Dat die heel veel mensen helpt, daar is onder serieuze behandelaren al lang geen discussie meer over. Dat Van den Bergh hier twijfel over zaait is hem zwaar aan te rekenen: hij draagt hierdoor bij aan het gevoel van mensen dat er ‘niks aan te doen’ is, wat de depressie alleen maar kan verergeren en mensen afhoudt van werkzame behandelingen. Zeker, er is ook een maatschappelijke component. Depressies en angststoornissen hebben niet alleen een biologische (hersenen) en psychische (individuele) component, maar worden ook vaker getriggerd in een samenleving die als los zand aan elkaar hangt. Dus er is ook maatschappelijk werk aan de winkel. Maar dat bereik je niet door net te doen alsof depressies en angststoornissen niets met hersenen en gedrag te maken hebben.

  3. Mijn conclusie is dat er behoefte is aan multidisciplinair vergelijkend onderzoek. Ik zie veel te veel opvattingen en theorieën die slechts vanuit een enkel vakgebied gepropageerd worden.

    * Zet samenlevingen naast elkaar en vergelijk de mate van saamhorigheid, aandacht e.d. met het optreden van psychische ‘ziekten’. Ook ondanks statistische onzekerheden, zal het tot meer inzicht leiden. Betrek daar antropologen bij.
    * Hoe leiden isolement, druk, stress e.d. tot een verandering van de chemische processen in de hersenen. Ik ben er van overtuigd dat er een relatie te vinden is.
    * Welke relatie bestaat er tussen de sector ‘ depressies’ en sectoren als ‘ opvoedingsproblemen’, ‘ aandachtsstoornissen’ e.d. Ik zie daar verbanden tussen en denk dat een gedegen analyse ook relaties aan kan tonen.
    * Waarom kent de sociale wetenschap nog steeds geen theoretisch model voor het ontstaan en veranderen van gedrag? Juist nu, met grote veranderingen alom, zou dat centraal dienen te staan. Gedragveranderingen kunnen theoretisch benaderd en onderbouwd worden. Door een model te maken en daarin genetisch vastgelegde gedragpatronen te combineren met de aard van veranderende omstandigheden (techniek, mobiliteit, onthechting e.d.) is het mogelijk om tot een voortschrijdend, gedeeld, inzicht te komen. Daar ontbreekt het nog steeds aan.

    Door strategisch gedrag zoals beschreven in de speltheorie te combineren met de verzamelingenleer kunnen grote vorderingen worden gemaakt. Betrek daarbij essentiële waarden als stabiliteit en veiligheid als elementaire behoeften van mensen en beschouw hoe die door de fragmentatie en versnippering worden beïnvloed. Maar ook hoe veiligheid en stabiliteit door dwaas beleid en dwaze wetsveranderingen worden beïnvloed.
    Betrek ook de informatie explosie bij het model. De overvloed aan informatie reduceert het vermogen om de waarde van die informatie in te schatten. Modern bijgeloof over vaccinaties, voedingsadviezen, de kwaliteit van de lucht, bedreiging door immigratie e.d. houden alle verband met het feit dat er geen duidelijkheid meer ervaren wordt. De invloed aan de overvloed aan informatie (en contacten) is zichtbaar te maken door die in de termen van de thermodynamica te interpreteren.

    De Sociale Wetenschap is te veel in zichzelf gekeerd. Zij kijkt niet voldoende over de grenzen van het eigen specialisme heen. Is te weinig op zoek naar een samen te delen kijk op gedrag. Als dat niet verandert, dan neemt de toegevoegde waarde van de Sociale Wetenschap alleen maar verder af.

  4. Beste heer van Den Bergh,
    de moderne psychiatrie en psychologie weet heel goed wat een depressie is en deze is regelmatig behandelbaar met antidepressiva en CGT, ik zie het elke dag als psycholoog. Natuurlijk leidt een depressie tot eenzaamheid, we trekken onze levensenergie, ons libido terug uit uit de wereld, en eenzaamheid is het gevolg. Mogelijk is maatschappelijke eenzaamheid een aanjager, maar niet de enige. Depressie kent vaak een genetische en ontwikkelingspsychologische component. Zo kan ik nog even doorgaan, doe ik maar niet.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *