Meer dan drieduizend gezinshuizen gezocht voor 10.000 kinderen

In de jeugdwet uit 2015 staat dat kinderen die niet meer thuis kunnen wonen bij voorkeur in een pleeggezin of in een gezinshuis moeten worden geplaatst. Nederland telt momenteel zo’n 750 gezinshuizen waarin bijna 2600 kinderen wonen. Daarnaast wonen er zo’n tienduizend kinderen in residentiële instellingen en 1700 in de gesloten jeugdzorg. Kunnen die allemaal naar pleeggezinnen en gezinshuizen zoals de wet voorstaat?

Het antwoord op die vraag weten we niet. Niet alle kinderen komen meteen in aanmerking voor gezinshuizen of pleeggezinnen. In pleeggezinnen is het ook niet altijd mogelijk dat een pleegouder permanent aanwezig is. In een gezinshuis kunnen kinderen met ernstiger problemen weliswaar worden opgevangen omdat er wel altijd iemand thuis is. Maar ook daar zijn grenzen aan wat een gezinshuis aankan.

Soms is het gedrag van het kind zo risicovol dat plaatsing in de gesloten jeugdzorg nodig is. Denk hierbij aan extreem antisociaal en agressief gedrag dat de andere kinderen in het gezinshuis bedreigt of aan extreem zelfverwondend gedrag, bijvoorbeeld een kind dat voortdurend probeert messen in te slikken. Ook kinderen waarop gejaagd wordt door loverboy’s of uit eerwraak zijn in eerste instantie moeilijk te plaatsen. Al neemt de dreiging met de tijd wel af en kan alsnog worden overgegaan tot plaatsing in een gezinshuis.

Gezinshuizen in Nederland

In 2016 zijn er in totaal 70 (regionale) zorgaanbieders die samen tenminste 764 gezinshuizen aanbieden. Dat zijn gemiddeld 11,4 gezinshuizen per organisatie. In deze gezinshuizen zijn in 2016 ten minste 2.594 jeugdigen inhuisgeplaatst, per gezinshuis gemiddeld bijna ‘3,5 jeugdigen’ (in de pleegzorg zaten per 16-8-2017 volgens het NJI ca. 21.685 kinderen, een lichte daling ten opzichte van 2015). Het merendeel van de plaatsingen in gezinshuizen heeft een langdurig perspectief: 89,2%. Een veel kleiner deel betrof een crisis- of tijdelijke plaatsing (respectievelijk 4,8% en 6%). Het aantal gezinshuizen is de afgelopen twee jaar met 30% gestegen. Het aantal zorgaanbieders van gezinshuizen is daarentegen nagenoeg gelijk gebleven (van 68 naar 70). Evenals voorgaande jaren zijn er nog steeds aanbieders die slechts één of twee gezinshuizen hebben. Aan de andere kant zijn er in 2016 vier organisaties met elk meer dan 40 gezinshuizen in hun zorgaanbod en nog eens vier organisaties met elk 20 tot 40 gezinshuizen.

Het aantal inhuisgeplaatste jeugdigen in de gezinshuizen is ten opzichte van 2014 gestegen met 50%. Een significant grotere stijging dan die van 2012 naar 2014; toen steeg het aantal inhuisgeplaatste jeugdigen met 3% (Factsheet Gezinshuizen, de aantallen in 2016).

Drieduizend extra gezinshuizen nodig

Niet alle kinderen komen in aanmerking voor plaatsing in een gezinshuis. Waarschijnlijk komt van de 1700 kinderen uit de gesloten jeugdzorg vanwege de ernstige problematiek maar een klein deel in aanmerking voor een gezinshuis. Wanneer we ervan uitgaan dat van de tienduizend residentieel geplaatste kinderen er 9000 in aanmerking komen voor een gezinshuis zijn er bij drie kinderen per huis grofweg drieduizend extra gezinshuizen nodig in Nederland. Dat aantal gaan we voorlopig zonder extra investeringen niet halen.

Dat komt omdat het werk als gezinshuisouder niet gemakkelijk is. Veel kinderen hebben nadelige jeugdervaringen achter de rug en trauma’s als gevolg van verwaarlozing, mishandeling en misbruik, vaak op zeer jonge leeftijd, vaak in combinatie met een licht verstandelijke beperking. Een gezinshuisvader die vier misbruikte meisjes opvangt: ‘Ik ben omringd door trauma’.

Het zegt genoeg als een kind alleen de knuffels heeft uitgepakt

Uit huis geplaatst worden is een volgende negatieve jeugdervaring en wanneer het in een instelling of pleeggezin niet lukt, volgen meestal meerdere vervolgplaatsingen waarbij vaak ook van school (meestal speciaal onderwijs) wordt gewisseld. Als je zo’n kind op zijn kamer bezoekt, zie je vaak opgestapelde vuilniszakken met kleren en speelgoed. Het zegt genoeg over de verwachtingen van het kind als alleen de knuffels zijn uitgepakt. En bij iedere vervolgplaatsing verslechtert het gedrag in de regel en bouwen kinderen een negatieve kijk op anderen en op zichzelf op.

Het vraagt dus om bijzonder stevige (en goed opgeleide) pleeg- of gezinshuisouders, goede ondersteuning door gedragsdeskundigen en vaak ook pedagogisch medewerkers en vrijwilligers (‘het steunend netwerk’), want je kan dit werk niet alleen. Daarnaast komt er bijvoorbeeld bij de selectie van gezinshuis.com er maar 10 procent van de geïnteresseerden door de selectie.

Gezinshuizen en pleeggezinnnen zijn hard nodig vanwege het gewone

En toch blijft het de moeite waard om te streven naar meer kinderen in een pleeggezin of gezinshuis. De vaste aanwezigheid van gezinshuisouders, de nadruk op het ‘gewone’ leven hebben een heilzame uitwerking op het kind. Recent onderzoek (https://www.hsleiden.nl › Nieuws & Agenda › Persberichten) van de hogeschool Leiden liet zien dat dat kinderen in vergelijking tot residentiële instellingen een beter klimaat ervaren. Ze ervaren veel steun van de gezinshuisouders (verbondenheid), voelen zich veilig, geven aan veel te leren (competentie) en ervaren meer autonomie (zelfdeterminatietheorie van Ryan & Deci, 2017).

Er is inmiddels veel empirische evidentie dat deze factoren motivatie voor gedrag bevorderen maar ook de cognitieve, sociaal-emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling. Het ‘gewone’, dat wij voor vanzelfsprekend nemen, is voor deze kinderen een diepgewortelde behoefte. Daarom zijn pleeggezinnen en gezinshuizen zo hard nodig.

Het is te zien bij Alicia

Tijdens het afgelopen leefklimaatonderzoek bij gezinshuizen wilden sommige kinderen het vragenlijstje zelfs eerst niet invullen omdat ze vonden dat ze in een ‘gewoon’ gezin woonden, en niet bijzonder gevonden wilden worden. Deze diep gevoelde wens om ‘gewoon’ te willen zijn is duidelijk te zien in het begin van de film Alicia van 17 november jl. Alicia is een meisje dat van instelling naar instelling zwerft. Wanneer de pedagogisch medewerker haar vertelt dat ze nog steeds geen plek voor haar hebben gevonden omdat ze een speciaal kind is antwoordt Alicia huilend: ’Nee ik ben een gewoon meisje’. De vooruitzichten van Alicia zijn slecht omdat er al veel schade is aangericht door veel negatieve jeugdervaringen.

Wanneer we Alicia op tijd in een gezinshuis hadden kunnen plaatsen hadden we haar veel pijn kunnen besparen en met haar 9000 andere kinderen.

We kunnen het proberen, met geld van VWS en de VNG

Het is een illusie te denken dat we dit snel voor elkaar krijgen, maar we kunnen het wel proberen. Daarvoor is geld nodig om samen met de zorginstellingen de transitie van residentiële instellingen naar gezinsgerichte vormen van begeleiding mogelijk te maken, waaronder bijvoorbeeld ook kleinschalige voorzieningen zoals Spirit, Jeugdformaat en Fier die bijvoorbeeld hebben.

Als de overheid, bijvoorbeeld VWS en de VNG, een bijdrage levert van enkele miljoenen euro’s, dan kunnen daarvan onderzoek, werving, selectie en opstart van nieuwe gezinshuizen en pleeggezinnen worden betaald. Dat geld zal zich later terugbetalen in de vorm van minder getraumatiseerde kinderen in onze samenleving - daar is wetenschappelijke evidentie genoeg voor.

Pas dan is de jeugdwet uit 2015 niet meer een botte bezuiniging, maar zal deze wet een serieuze bijdrage leveren aan een betere jeugdhulp in Nederland voor die kinderen in Nederland die het minder getroffen hebben.

Peer van der Helm is lector Residentiële Jeugdzorg bij het Expertisecentrum Jeugd aan de Hogeschool van Leiden.

Foto: charamelody (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 5863 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (6)

  1. L.S.

    We weten allemaal dat kinderen zeer kwetsbaar zijn en vaak gemakkelijk beïnvloedbaar. Er zijn veel professionals die zich hier zorgen om maken en dat is ook maar goed ook.
    Doch waar wij ons wel zorgen om moeten maken is hoe is alles zo gekomen, wanneer is het allemaal begonnen?
    Ik vermoed dat we flink terug moeten gaan in de tijd. Hoe worden kinderen opgevoed, wat is er nodig voor een gezonde groei?
    Het is moeilijk er juist de vinger op te leggen, omdat de oorzaak waarschijnlijk vele jaren geleden ligt. Ik wil hiermee niet zeggen dat we terug moeten gaan naar hoe het vroeger was, maar dat we wel moeten kijken wat kunnen we leren van de ‘fouten’ van vroeger.
    In het hier bovenstaande wordt aangegeven dat het goed zou zijn wanneer er altijd iemand thuis is, in de huidige maatschappij is dit niet zo. Het is meer een tijd van rennen jachten en jagen, we moeten hier naar toe en dan daar naar toe, pak maar snel een boterham op de vuist, enz.. Men heeft geen tijd meer voor de naasten. Tijd heeft men wel voor vrienden en clubs, want maatschappelijk moet men overal bij zijn.
    Wanneer het niet goed gaat met de persoon dan moet men maar in therapie, waarom?
    Waar blijven de sociale contacten? Men maakt wel gebruik van ‘sociale media’, doch deze is niet sociaal te noemen. Gesprekken kan men niet meer voeren. Kijk maar eens om je heen, men loopt overal met de telefoon rond. Zodra er een signaal komt dan MOET men reageren en dan zijn vaak de bewoordingen die men gebruikt niet altijd de gepaste. (berouw komt na de zonde)
    Kunnen we nog wel met elkaar praten? Hebben we de tijd om met elkaar te praten? In hoeveel gezinnen wordt met elkaar gepraat? Niet alleen over koetjes en kalfjes, maar ook over serieuze onderwerpen. Komt er ook aan bod hoe de ander is opgegroeid in zijn situatie? Wat heeft deze ervoor moeten doen om uit de wirwar van draden te komen. ( mensen zitten vast aan elkaar met elastiekjes/touwtjes/draden. Dit heeft tot gevolg dat als er iemand beweegt jij ook beweegt).
    Dit zou een mooi onderzoek kunnen zijn.
    In deze tijd van een enorme vloedgolf van informatie vragen wij dan aan kinderen of ze kunnen praten met iemand over hun problemen. Het is eigenlijk te zot voor woorden, kinderen die nooit geleerd hebben dat praten heel belangrijk is moeten het nu in gezinshuizen of pleeggezinnen doen.
    Hierbij moet aangetekend worden dat het niet alleen de kinderen van vandaag zijn, doch ook de kinderen van gisteren en voor gisteren.
    De menselijk drang om steeds meer te weten/hebben/krijgen/kopen/presteren speelt hierbij een zeer belangrijke rol. Door steeds meer te werken, liefst met zijn tweeën dan kan men zich van alles permitteren wat men zich wenst. Hierdoor heeft men vaak geen tijd/puf meer om tijd te besteden aan hun dierbaarste.
    Een groot gedeelte van deze ontwikkeling ligt ook bij de industrie/bankwezen. Waar blijft hun bijdrage of wassen zij zich de handen in onschuld? Zij bepalen in zeer grote mate de manier waarop de mensen nu leven, hun invloed op de maatschappij is enorm.
    Het zou ook goed zijn om met zijn allen om tafel te gaan zitten en samen te kijken hoe kunnen we dit keren. Het moeten niet alleen professionele hulpverleners zijn, maar ook de gewone mens.
    (hulpverleners: pedagogen, psychologen, psychiaters, leerkrachten, enz.)
    Er zullen nu zeker nog gezinshuizen en pleeggezinnen nodig zijn, maar op de langere termijn zou dit moeten afnemen wanneer wij bereid zijn om daadkrachtige stappen te ondernemen.

  2. Wat zou dat mooi zijn ! Als je die kinderen goed in de maatschapij kan zetten en een liefdevol thuis kan geven !

  3. Wat is dit een schreeuwend tekort. En word er geen actie landelijk ondernomen voor het te laat is . Dat kost de maatschapij veel meer en veel verdriet voor direct betrokkenen .

  4. Ik zou graag willen dat er wat minder moeilijke woorden worden gebruik in dit artikel zodat het ook voor gewone mensen met een MBO opleiding begrijpelijk is .

  5. Beste Hennie en anderen,
    Ik beloof dat ik minder moeilijke woorden ga gebruiken, gelijk heb je. Wat betreft de actie: het blijft inderdaad stil, behalve van de makers van Alicia zie aliciadocumentaire.nl/agenda.

  6. Ik ben pedagogisch medewerker bij de gezinshuizen en pleeggezinnen in Den haag en Zoetermeer. En wat ben ik trots op de mensen die ervoor hebben gekozen om kinderen waarbij het niet meer mogelijk is om thuis te wonen een plek aan te bieden waar ze kunnen opgroeien.

    Je mag er zijn ✨
    Zijn de woorden die mij raken.

    Mijn lieve vriendinnetje een enthousiaste PM’r die haar hart heeft gevolgd besloot op haar 26e om gezinshuisouder te worden.
    Wat een mooi vak! Kinderen niet alleen een huis aanbieden maar vooral een thuis.

    Ik merk dat veel mensen niet goed weten wat een gezinshuis is, ik vind het zelf een mooie hulpvorm voor getraumatiseerde kinderen die weer warmte en veiligheid mogen ervaren.

    Leer en inspireer ✨

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *