Misverstanden over de geluksmachine in de activeringsfabriek

De overheid is volgens Mark Rutte geen geluksmachine, maar de overheid probeert wel degelijk werklozen gelukkig te maken door ze te activeren. Nu maakt vrijwilligerswerk bijstandsontvangers inderdaad gelukkig, maar er bestaan ook drie hardnekkige misverstanden over ‘geleid vrijwilligerswerk’.

De overheid is geen geluksmachine en moet dat ook niet willen zijn, maakt premier Rutte bij herhaling duidelijk. De geluksmachine ‘uitzetten’ moet de kosten doen afnemen en mensen verantwoordelijk maken voor hun eigen geluk. De activering van werklozen is in dit verband interessant beleid, omdat de overheid weliswaar verwacht dat zij zelf hun ‘geluk’ nastreven, maar tegelijkertijd doet ze ook steeds meer moeite om werklozen te activeren – opdat ze ‘gelukkig’ worden. Bovendien laat de overheid niet na te benadrukken dat mensen zonder werk of vrijwilligerswerk ‘aan de kant staan’ of ‘niet meedoen’. Met het verbinden van zulke negatieve emoties aan ‘inactiviteit’ is de overheid toch wel een geluksmachine te noemen.

Vier jaar onderzoek toont aan dat vrijwilligerswerk bijstandsontvangers inderdaad gelukkig maakt, maar ook dat er misverstanden bestaan over de grondstoffen die de geluksmachine draaiende houden. Het is tijd om de drie belangrijkste misverstanden over ‘verplicht vrijwilligerswerk’ uit de weg te ruimen.

Misverstand 1: Vrijwilligerswerk verkleint de afstand tot de arbeidsmarkt

Vrijwilligerswerk verkleint niet alleen de afstand tot de arbeidsmarkt door bijstandsontvangers bijvoorbeeld nieuwe vaardigheden aan te leren of in een werkritme te laten komen, het stelt bijstandsontvangers ook in staat om zich te distantiëren van betaald werk. Door in gedachten afstand te nemen van betaalde arbeid herwinnen ze hun zelfrespect dat ze tegelijk met hun baan verloren (Elshout, Kampen en Tonkens 2013 in: De affectieve burger).

Ze beschouwen hun vrijwilligerswerk bijvoorbeeld als een ambacht waarin ze zich kunnen verbeteren zonder zich af te hoeven vragen of het winstgevend is en op termijn zal leiden tot een betaalde baan. Het proberen te beheersen van een vaardigheid als zodanig biedt voldoening genoeg en uit dit streven naar ambachtelijkheid putten ze zelfrespect.

Een tweede manier waarop vrijwilligerswerk de afstand tot de arbeidsmarkt vergroot is door het te beschouwen als een vorm van onthaasting. Bijstandsontvangers vinden een bepaalde rust bij een vrijwilligersorganisatie en zetten dat af tegen een betaalde baan waarin alles gehaast moet gebeuren. Bovendien durven ze als vrijwilliger die rust te claimen en hun zelfrespect te verdedigen door bepaalde taken te weigeren; ze zijn immers vrijwilliger.

Een derde manier waarop geleide vrijwilligers zich distantiëren van de arbeidsmarkt is door vrijwilligerswerk als betekenisvoller te beschouwen dan betaald werk. Het vrijwilligerswerk geeft ze gelegenheid om zin te geven aan hun eigen leven en betaald werk af te doen als oppervlakkig winstbejag. Een veelgehoorde reactie op ‘verplicht vrijwilligerswerk’ is: ‘noem het geen ‘vrijwilligerswerk’’, maar dat zou deze laatste weg naar zelfrespect versperren.

Misverstand 2: De geluksmachine werkt op eigen kracht

Het dominante verhaal over het nemen van ‘eigen verantwoordelijkheid’ is momenteel dat het beter is om burgers met rust te laten, zodat ze in hun ‘eigen kracht’ tot bevredigender resultaten komen. Dit is maar ten dele waar.

Het klopt dat bijstandsontvangers liever zelf op zoek gaan naar vrijwilligerswerk dan dat ze ergens geplaatst worden door hun klantmanager. Op die manier zijn ze beter in staat het belang dat ze zelf bij vrijwilligerswerk hebben in het oog te houden. De sociale dienst gaat volgens bijstandsontvangers namelijk nogal eens voorbij aan hun belang, omdat klantmanagers targets moeten halen en vrijwilligersvacatures moeten vullen. Zo ervoer bijvoorbeeld een wegbezuinigde televisieregisseur het toen hij verzocht werd vrijwillig als buurtregisseur aan de slag te gaan. Bijstandsontvangers die op hun ‘eigen verantwoordelijkheid’ om vrijwilligerswerk te accepteren gewezen worden, kaatsen de bal daarom al gauw terug: laat eerst mijn klantmanager zich maar eens verdiepen in mijn achtergrond voordat ik meewerk.

Echter, bijstandsontvangers die op eigen kracht vrijwilligerswerk vinden kunnen zich uiteindelijk verlaten voelen op hun vrijwilligersplek. Na verloop van tijd ontstaat behoefte aan contact met professionals die hen bevestigen in de betekenis die zij toekennen aan vrijwilligerswerk. Als dit contact uitblijft, dringt zich een gevoel van nutteloos-, richtingloos- en uitzichtloosheid op. Daarom beantwoorden geleide vrijwilligers de vraag van de overheid om vrijwilligerswerk te doen op termijn met de wedervraag om erkenning in de vorm van aandacht en betrokkenheid. Ze vinden dat activerende instituties, zoals de sociale dienst en re-integratiebureaus, niet naar hen omkijken, en dat is volgens hen omdat voor deze instanties het doel bereikt is zodra de bijstandsontvanger met vrijwilligerswerk start. Terwijl het voor de geleide vrijwilliger dan pas begint. De geluksmachine werkt dus niet op eigen kracht, maar waar dan wel op en welke rol speelt verplichting hierbij?

Misverstand 3: Verplichting verhindert de geluksproductie

Een belangrijke misvatting over ‘verplicht vrijwilligerswerk’ is dat er een eensluidend antwoord te geven is op de vraag of verplichting werkt. Want wat bepaalt of het al dan niet werkt? De kwantiteit van de ‘uitstroom’ zegt lang niet alles over de effectiviteit van dit beleid. In gemeenten die hebben gekozen voor verplichting zullen vast op de korte termijn meer bijstandsontvangers vrijwilligerswerk doen, maar misschien zijn zij doodongelukkig. Daarbij is het de vraag of vrijwilligersorganisaties zitten te wachten op vrijwilligers die met tegenzin op de stoep staan. In gemeenten die niet kiezen voor verplichting zullen waarschijnlijk meer ongemotiveerde bijstandsontvangers thuis zitten, misschien doodongelukkig. De vraag is daarom niet of verplichting wel of niet werkt; veel interessanter is onder welke voorwaarden verplichten gelukkig kan maken. Drie vormen van erkenning zijn voorwaardelijk voor het slagen van ‘verplicht vrijwilligerswerk’.

De eerste voorwaarde is dat een bijstandsontvanger er door vrijwilligerswerk niet financieel op achteruit mag gaan. Dat lijkt logisch, maar in werkelijkheid is er vaak geen budget om reiskosten of andere onkosten te vergoeden. Inleveren op vrijwilligerswerk voelt als miskenning van de bijdrage die iemand levert, compensatie voelt als erkenning. Er financieel op vooruitgaan is welkom en voelt als waardering, maar is niet noodzakelijk, vinden veel geleide vrijwilligers. Mits ook aan de andere twee voorwaarden wordt voldaan.

De tweede voorwaarde is dat het plaatsen op een vrijwilligersplek gebeurt met erkenning van de achtergrond van een bijstandsontvanger. Mensen met een bijstandsuitkering hebben vaak een geschonden levensverhaal waarmee ze in hun vrijwilligerswerk iets willen doen, zoals revanche nemen voor ontslag (Kampen 2010). Vrijwilligerswerk kan een zalvende werking hebben voor zo’n litteken op hun ziel. Dat betekent dat een klantmanager moet kijken waar iemand vandaan komt, niet alleen naar waar iemand naartoe moet, en daar een vrijwilligersactiviteit bij (laten) zoeken. Het gaat dus niet alleen om leren of presteren, maar ook om reconstrueren en restaureren van het geschonden levensverhaal.

De derde voorwaarde is dat activering gebeurt met erkenning van niet alleen het collectief, maar ook het individueel belang. Dat betekent allereerst dat bij het selecteren van een activiteit klantmanager en ‘klant’ elkaar tegemoet komen en beide belangen elkaar ‘ontmoeten’. Vervolgens houden beide na aanvang van het vrijwilligerswerk het belang van de bijstandsontvanger in het oog. En tot slot toont de sociale dienst zich betrokken bij het belang van de geleide vrijwilliger door bijvoorbeeld een functioneringsgesprek met de geleide vrijwilliger te voeren in plaats van de vrijwilligersorganisatie te vragen te rapporteren over het functioneren van de vrijwilliger.

De belangrijkste brandstof voor de geluksmachine is erkenning

De belangrijkste brandstof voor de geluksmachine is dus erkenning. Zien we ook een trend naar meer erkenning? De trend lijkt dat de overheid de verwachtingen van burgers wil ‘managen’. Door geleid vrijwilligerswerk een ‘tegenprestatie’ te noemen, maakt de overheid duidelijk waar zij staat: vrijwilligerswerk is de laatste transactie in de wederkerige relatie tussen bijstandsontvanger en overheid. Dat is te gemakkelijk. Het is tijd voor een discussie over wat de geleide vrijwilliger verdient: erkenning voor het op gang krijgen en houden van de geluksmachine of een fatsoenlijk loon als dit op eigen kracht gebeurt.

Thomas Kampen is promovendus aan de Faculteit voor Maatschappij- en Gedragswetenschappen, afdeling Sociologie van de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar de ervaringen van werklozen die vrijwilligerswerk doen als tegenprestatie voor de bijstandsuitkering.

 

Reacties op dit artikel (4)

  1. Rutte kan alleen maar praten, zonder beleid maken. En Daarvoor is nou FNV-Lokaal in het leven geroepen.

  2. Terecht punt; dat zijn helaas de uitwassen van het huidige beleid. Door de opdracht van het Rijk om een ‘tegenprestatie’ voor de uitkering te vragen hebben gemeenten een vrijbrief gekregen om allerhande activiteiten die voorheen betaald werden nu van bijstandsontvangers te eisen. Dat verkopen als ‘vrijwilligerswerk’ is niet fair. Het is daarom hoog tijd voor meer maatschappelijke discussie over wat redelijkerwijs als tegenprestatie voor de uitkering gevraagd mag worden en onder welke voorwaarden dat mag. Een aftrap: 1. de tegenprestatie mag geen betaalde arbeidskrachten verdringen; 2. verplichte activiteiten moeten na maximaal een jaar een vervolg krijgen in de vorm van (verdere re-integratie naar) betaald werk.

  3. De overheid veroorzaakt met dit beleid werkeloosheid,en houdt zo de werkeloosheid in stand! Werk is werk en nu vindt er verdringing en oneerlijke concurrentie plaats.
    Want de kosten voor een uitkering zijn vele malen langer, als al die bureau,s die de afgelopen jaren miljarden opgestreken hebben………Maar schijnbaar is dit de bedoeling,iemand die een beetje opleiding en gezond verstand heeft die heeft dit door dat er door deden geprofiteerd wordt ten koste van mensen……….

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *