Participatiesamenleving is niet elitair

Vier jaar nadat de koning in de troonrede het woord participatiesamenleving introduceerde, deed de NOS een onderzoek naar de resultaten van deze oproep. Tegelijkertijd kwam kenniscentrum Movisie met een analyse op de participatiesamenleving. LSA, Landelijk Samenwerkingsverband Actieve Bewoners, stoort zich aan het opgeroepen beeld dat participatie iets elitairs is. Dat doet geen recht aan die vele mensen die impact maken in de wijken.

De laatste vier jaar heeft het maatschappelijk initiatief een enorme vlucht genomen, zowel in aantal als in impact. Initiatieven hebben de ruimte genomen die de participatiemaatschappij heeft geboden, zij zijn ook de dragers van een nieuwe economie. Veel bewonersgroepen hebben grote stappen gemaakt in de ontwikkeling van hun initiatieven en veel van de gaten gedicht die vallen door de terugtrekkende overheid.

Er ontstonden in deze periode meer burgerinitiatieven, bewonersinitiatieven, maatschappelijke initiatieven, burgercollectieven, BewonersBedrijven en coöperatieve verbanden. Enerzijds omdat mensen geen andere keuze hadden (voorzieningen werden uitgekleed of stopgezet, buurthuizen gesloten, professionals wegbezuinigd). Maar zeker ook omdat de samenleving in het bezit is van een grote scheppende kracht. Aan de Maatschappelijke beurs (MAEX) staan inmiddels ruim 1250 initiatieven genoteerd waar minstens 50 uur vrijwillige arbeid per week wordt geleverd. Tezamen spelen deze initiatieven een significante rol in onze samenleving.

Participatie is van iedereen

Dit gebeurt door mensen uit alle lagen van de samenleving. Toegegeven: bewonersinitiatieven die zich bezighouden met publieke taken en veel in contact staan met de overheid hebben vaak flink wat bestuurlijke kracht in huis en de nodige strategische en bureaucratische vaardigheden. Dat zijn die hoogopgeleide mensen. Maar in hun kielzog, of vaak ook voor de troepen uit, is er een bonte verzameling aan mensen die vanuit hun innerlijke motivatie voor hun omgeving zorgt.

Vanzelfsprekend is niet iedereen vanwege gezondheid, woonsituatie, zwaarbelaste zorgtaken of armoedeproblematiek in staat verder te kijken dan hun eigen huishouden. Maar dan blijft er toch nog een geweldig deel van de samenleving over. In alle wijken ontstaan initiatieven om de leefbaarheid te verbeteren en de diversiteit van die initiatiefnemers en sociale ondernemers is groot.

Dragers sociale initiatieven zeer divers

Ook de mensen die investeren in die initiatieven (met geld, menskracht en materialen) zijn heel divers. Ze staan in de keuken bij het buurthuis, ze helpen mee bij bijeenkomsten in de wijk, ze werken in de buurttuin, zijn sociale (scharrel)ondernemers, of de chauffeurs voor de buurtboodschappendienst. Daarbij zijn bewonersinitiatieven voor mensen die aan de zijlijn van de samenleving staan een startpunt of springplank om zelf meer actief te worden.

Bewonersinitiatieven zijn haast per definitie inclusief en richten zich op de kwetsbaren in onze samenleving, en bestrijden daarmee juist een tweedeling. Iets betekenen voor een ander is vaak een van de belangrijkste drijfveren van initiatiefnemers. Participeren is niet alleen besturen of onderhandelen met overheden. Ook de handen uit de mouwen steken of klaarstaan voor een ander telt mee.

Neem belemmeringen weg

Het is echter ook zo dat het voor lager opgeleide mensen met een beperkt netwerk nóg moeilijker is om samen te werken met de overheid dan voor andere initiatiefnemers. Bijvoorbeeld om te voldoen aan alle regels die worden opgelegd. Hoewel er in veel gemeenten gelukkig steeds meer sprake is van ‘lokaal samenspel’, moet de overheid veel meer doen om belemmeringen weg te nemen en initiatief te faciliteren.

Onduidelijke positie maatschappelijke initiatieven

Als we willen dat initiatief nemen in de samenleving meer voor alle inwoners van Nederland gebruikelijk en succesvol wordt, dan ligt de grootste veranderingsopgave aan de zijde van de overheid. Het is de afgelopen jaren nog onvoldoende gelukt om ook de samenleving (of het maatschappelijk initiatief) een positie te geven. In de verhouding overheid-markt-samenleving is nog nauwelijks ruimte voor de samenleving en komt het publieke belang vaak klem te zitten.

Maatschappelijke initiatieven hebben in de praktijk te maken met verschillende problemen: een onduidelijke positie tussen privaat en publiek recht, geen enkele regeling in het fiscaal stelsel, geen formele bevoegdheden in het democratisch stelsel, beperkingen in aanbestedingen, en belemmerende wet- en regelgeving. Daarnaast hebben we een overheid die zich geen raad weet en legio ‘beren op de weg’ ziet.

Actieve faciliterende rol nodig van overheid

Daarom worden er steeds maar vragen gesteld over representativiteit, legitimiteit, publieke verantwoording, continuïteit of duurzaamheid. Op zich terechte vragen, die we vaak aan de markt niet durven of hoeven te stellen, maar ze worden oneigenlijk vaak aan bewonersinitiatieven gesteld.

Wij hebben een overheid nodig die durft te werken aan de positie van maatschappelijk initiatief. Want de participatiesamenleving is geen synoniem voor een passieve overheid. In tegendeel: in de participatiesamenleving heeft de overheid een actieve faciliterende rol. Faciliteer en verbindt die prachtige initiatieven en geef nog meer ruimte. De energie en de kracht die er is kan dan alleen maar toenemen.

Pleuni Koopman is werkzaam bij bet LSA, Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners, een landelijk netwerk van bewonersgroepen, zelfstandige buurthuizen, buurtcoöperaties, collectieve wijkondernemingen en BewonersBedrijven.

Foto: Marco Raaphorst (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (2)

  1. Tevens blijkt participatie programma’s zoals Mooi, Mooier Middelland waarin de visuele representatie elitair kan ogen de potentie heeft om besluiten te nemen die inclusief zijn voor de gehele populatie (de wijk Middelland in Rotterdam). Het is om deze reden ook zonde om de sociaal actieve bewoners in een elitair hokje te duwen, terwijl hij/zij veel tijd besteed om informatie te verkrijgen uit alle lagen van de samenleving die aanwezig zijn in de wijk. De belemmering is echter, net zoals LSA bevestigd, de positie van de participatie intiatieven binnen samenwerking met de overheid. Posities zijn onduidelijk, processen liggen vaak al vast en kunnen erg traag zijn. Om deze reden is het van belang om te werken aan het vormen van een degelijke lokale democratie als aanvulling op de representatieve democratie. Een lokale democratie die ruimte biedt aan de minderheidsmening en voorkomt dat er polarisatie plaatsvindt tussen verschillende groepen. Een concensus bereiken doormiddel van deliberatie is zou het ideaal zijn, maar er natuurlijk meerdere wegen naar rome.

  2. Ik stuitte al surfend naar aanleiding van dit artikel op een stuk van onder andere Evelien Tonkens. Ik vroeg me af hoe LSA en MAEX hier tegenaan kijken: https://www.socialevraagstukken.nl/graag-meer-empirische-en-minder-eufore-kijk-op-burgerinitiatieven/

    Dit gaat namelijk niet over elitair of niet-elitair, maar over eigenaarschap (breder dan ‘de burger’) en realiteit versus wishful thinking en claimen en framen. Hoe kijken jullie hier tegen aan vanuit jullie ervaring?

    Groet van Mark

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *