Volgens de Israëlische filosoof Avishai Margalit (1996) is een fatsoenlijke samenleving een samenleving waarin instituties de waardigheid van mensen respecteren en vooropstellen. Dat geldt niet alleen voor het ontwerp van instituties op papier, maar ook voor hoe die instituties uitpakken in de praktijk.
Als de waardigheid van mensen wordt geschaad, dan is sprake van vernedering en van een onfatsoenlijke samenleving. Om vernedering tegen te gaan en menselijke waardigheid van alle mensen weer voorop te stellen, is het noodzakelijk om onorthodoxe wegen te bewandelen.
Stel het perspectief van de menselijke waardigheid voorop
In onze samenleving is de vanzelfsprekendheid waarmee mensen elkaar ontmoeten, verdwenen. Net als het vermogen om echt te luisteren: wie ben je en wat heb je nodig? We luisteren vanuit kokers, specialisaties, expertises en – meer cultureel gezien – vanuit de bubbel van gelijkgestemden waarin we ons (offline en online) bewegen.
Zo weten we bijvoorbeeld al lang dat een leuke baan, een fijn thuis en een stevig sociaal netwerk belangrijke ingrediënten zijn om je gezond te blijven voelen. Toch lukt het maar niet om in ons preventiebeleid los te komen van een individuele benadering van leefstijl en gedrag. Een van de verklaringen? Het is moeilijk investeren in beleid waarvan de opbrengsten elders terecht komen.
Goed luisteren, domeinoverstijgend werken en vanuit een brede blik investeren worden vanzelfsprekender als het perspectief van menselijke waardigheid weer voorop komt te staan. Dat perspectief is namelijk alleen mogelijk als ontmoetingen serieus genomen worden, als gesprekken centraal komen te staan, als er weer écht geluisterd wordt en daar vervolgens ook écht iets mee gedaan wordt.
Gelukkig is dat niet slechts een onorthodoxe weg maar gebeurt dat ook al. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop zorgverzekeraar CZ en de gemeente Den Haag de handen ineen hebben geslagen op het terrein van schulden.
Hardnekkige vraagstukken en adviesraden sociaal domein
Ik wil hier drie hardnekkige vraagstukken belichten waar we de komende jaren mee aan de slag moeten, waar beweging in moet komen en waar de menselijke waardigheid weer voorop moet komen te staan: toenemende verschillen en ongelijkheid, verstikkende regels en richtlijnen en groeiende onverschilligheid jegens elkaar.
De adviesraden sociaal domein kunnen met hun lokale kennis hier een belangrijke rol in spelen. Zij brengen verhalen en gezichten het gemeentehuis binnen. Door het lokale bestuur en de lokale politiek te adviseren, een kritische spiegel voor te houden en door lokale knelpunten te agenderen.
Er bestaan verontrustende verschillen in de samenleving
Er is steeds meer verschil tussen hoog en laag opgeleiden. Hoger opgeleiden leven niet alleen zes jaar langer dan lager opgeleiden, ze leven ook vijftien jaar langer in goede gezondheid. Dat is een verontrustend verschil.
Er ontstaan ook verschillen in kansen. Zo kunnen veel mensen met complexe problemen (bijvoorbeeld naast zorgvragen ook problemen met eenzaamheid, relatie, wonen of schulden) de toegang tot zorg niet vinden. De participatiesamenleving is voor hen geen belofte, maar een doolhof.
Een levensloopbenadering waarin vooral geïnvesteerd in de vroege levensjaren (‘de eerste duizend dagen’) kan tegengaan dat ongelijkheid cumuleert. Daarnaast is het nodig om met persoonsgerichte zorg en ondersteuning meer gedifferentieerd in te spelen op wat verschillende groepen burgers nodig hebben.
Als we met elkaar inzetten op zulke persoonsgerichte zorg zullen we ook de consequentie moeten trekken dat de oplossingsrichtingen dikwijls buiten de zorg vallen. Vaak is de zorg gewoon de eerste toegangsplek, omdat mensen met hun verhaal naar de huisarts gaan. Als je schulden hebt en daar enorme stress van krijgt, kan je daar ziek van worden maar ligt de oplossing niet in een medisch model, maar in een adequate aanpak van schulden.
Schurende stelsels tasten menselijke waardigheid aan
Regels, richtlijnen en protocollen bieden in zorg en ondersteuning houvast, maar al te vaak belemmeren ze ook het goede gesprek of de handelingsruimte van professionals. Dat maakt het lastig om passende hulp te bieden.
Sterker nog: wanneer verschillende regels niet goed op elkaar aansluiten of botsen, dan gaat het schuren en komt de juiste zorg of ondersteuning soms zelfs helemaal niet van de grond. Hier raakt de menselijke waardigheid in het geding: hier worden onze instituties, hoe goed bedoeld ook, vernederend.
Er is daarom een nieuw verhaal voor onze verzorgingsstaat (of -stad) nodig. Om de waardigheid van alle mensen in deze samenleving weer voorop te stellen is een aanpak nodig waarin beleid minder vanuit departementale silo’s en meer vanuit de samenleving wordt gemaakt; er meer vanuit de inhoud (‘werken volgens de bedoeling’) en minder vanuit taakafbakening en formele verantwoordelijkheden wordt gewerkt; en met professionals die bereid zijn op en over de grens van hun eigen vakgebied te werken.
Durven opkomen voor wat weerloos is
Voor een gezonde en sociale leefomgeving behoeven ook de onderlinge relaties tussen burgers een nieuw verhaal. We leven allemaal in een eigen ‘filterbubbel’. Op scholen ontmoeten vmbo’ers en gymnasiasten elkaar steeds minder. De sportclub is niet meer een vanzelfsprekend trefpunt waar alle sociale lagen bij elkaar komen, maar reflecteert gescheiden werelden. Deze scheiding van leefwerelden gaat samen met groeiende onverschilligheid en ongelijkheid.
Dat leidt tot een structureel gebrek aan duurzaamheid. Ik denk dan niet alleen aan klimaat en kostbare grondstoffen opmaken, maar ook en vooral aan immateriële grondstoffen: empathie en inlevingsvermogen. Als deze ontwikkeling zich doorzet, gaan we de samenleving zien als een systeem waarin maar twee soorten mensen bestaan: winnaars en verliezers. Wat verdwijnt, is het diepe besef dat de samenleving veel meer is dan ons eigen belang op dit moment.
De trends van gescheiden werelden en onverschilligheid raken ons allemaal. En als je je erdoor laat raken, ervaar je meteen hoe ontzettend kwetsbaar ‘samen leven’ eigenlijk is. Hoe snel de waardigheid van mensen is aangetast. Je eerste reflex is dan misschien om te denken: we moeten iets doen!
Maar volgens mij kan dat alleen door eerst die kwetsbaarheid te omarmen en te leven vanuit het diepe besef dat alles van waarde weerloos is. We moeten onszelf kwetsbaar durven opstellen, nieuwsgierig zijn naar de ander en opkomen voor wat weerloos is. Ik hoop dat dit besef breed in de samenleving doordringt.
We moeten in beweging komen
We mogen menselijke waardigheid als kern van de verzorgingsstaat nooit uit het oog verliezen. We willen niet laten gebeuren dat kansen op een waardig leven té ver uit elkaar gaan lopen, dat regels verworden tot keurslijven die vernederen en dat de leefomgeving gekenmerkt wordt door onverschilligheid jegens elkaar.
Dat betekent dat we in beweging moeten komen tegen vernedering door instituties. Dat we ontmoetingen, verhalen en ervaringen delen als serieuze tegenkracht gaan inzetten wanneer het systeem de bedoeling uit het oog verliest.
Jet Bussemaker is voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving en hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Dit artikel is een bewerking van de door haar uitgesproken 8 ste Hannie van Leeuwenlezing van de Koepel Adviesraden Sociaal Domein.
Foto: Ängsbacka (Flickr Creative Commons)