RECENSIE Geploeter in de gehandicaptenzorg

Jos van der Lans is de Simon Vestdijk van de sociale sector – hij schrijft sneller dan God kan lezen. In (vermoedelijk) zijn jongste boek breekt Van der Lans een lans voor zijn generatiegenoten in de gehandicaptenzorg.

Van der Lans vertrok met de vraag: als je de platte tegenstelling tussen vroeger (toen ‘debielen’ werden weggestopt in instellingen) en nu (‘mensen met een beperking’ die ‘gewoon meedoen’ in de wijk) weghaalt, wat blijft er dan over?

Maar omdat hij geen heil zag in een overkoepelende analyse, werkt Van der Lans de verschillende thema’s uit via gesprekken met betrokkenen. Veertien mensen die door hun werk, door hun onderzoek of door hun eigen ervaringen als ouder van een kind dat zorg nodig heeft ervaringsdeskundige zijn, kijken terug op de ‘roerige jaren zeventig’ en vooruit naar de tijd waarin medische testen een samenleving zonder gehandicapten mogelijk lijken te maken.

Van der Lans praat met verpleegkundigen (zoals Joke van Velsen), met kritische organisatoren (zoals Erwin Wieringa en Rob Hoogma), met denkers en historici (zoals Doortje Kal en Inge Mans) en met ouders die toevallig ook nog via hun vak verstand hebben van de materie (Astrid van der Kooij, Alistair Niemeijer).

Hij zet hun eigen kijk op de toestand in de gehandicaptenzorg centraal, gaat niet met ze in debat maar schetst het verhaal over (gefnuikte) ambities zo nauwkeurig mogelijk. Zo komen de grote idealen van ooit, het eeuwige gevecht tussen bureaucratie en professionals en de hedendaagse liefde én stress waarmee gewerkt wordt mooi uit de verf, ook voor de lezer die misschien niet Van der Lans’ ergernis over ‘grote woorden’ (zoals inclusie of volwaardig burgerschap) deelt.

Er kan meer in de gehandicaptenzorg dan ooit, er zijn meer soorten hulp dan ooit, kleinschaliger, gespecialiseerder, slimmer. Maar er moet ook meer, er zijn meer procedures en regels dan ooit. En is de samenleving op de een of andere manier ‘zachter’ geworden de afgelopen decennia? Het lijkt er niet op, volgens de geïnterviewden. Wat in de zorg gewonnen is aan menselijke maat, botst op een maatschappij die meer dan ooit bezig is met succes, haast en andere activiteiten die zich slecht verhouden tot het imperfecte geploeter dat gehandicaptenzorg per definitie is.

Omdat hier vooral het Amerikaanse voorbeeld de boventoon voert als buitenlandse referentie, rijst vanzelf de vraag of Van der Lans niet eens in wat treinen (of vliegtuigen) gestopt moet worden naar, zeg, België, Engeland, Frankrijk, Brazilië of Zuid-Korea. Een vergelijking voorbij de grote broer kan de moeite waard zijn, om de vraag naar ‘vooruitgang in de zorg’ in een ander perspectief te zien. Bovendien is-ie dan weer even koest.

Menno Hurenkamp is publicist en is als politicoloog verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek (UvH) en de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Jos van der Lans, Niet-normaal. Ontwikkelingen en dilemma’s in de Nederlandse gehandicaptenzorg, 248 p. Utrecht: De Graaff, 2019

Zie ook deze voorpublicatie uit het boek van Jos van der Lans.